U bent hier

Werken met een arbeidsbeperking: Jan getuigt

bejaarde

Jan is sinds z'n 40ste slechthorend. Door de jaren heen is z'n aandoening verergerd. Momenteel werkt hij als kinesitherapeut in een woon- en zorgcentrum aan de kust. "Op een gegeven moment zei de dokter dat ik wellicht niet meer zou kunnen werken, maar daar weigerde ik me bij neer te leggen."

"Ik ben kinesitherapeut van opleiding. Toen ik slechthorend werd, kreeg ik het moeilijk in m'n job. Als kinesist moet je vaak telefoneren met dokters en mutualiteiten. Dat ging steeds moeizamer. M'n dokter zei zelfs dat op termijn werken onmogelijk zou worden. Maar daar weigerde ik me bij neer te leggen. Dus ging ik op eigen houtje op zoek naar werkaanbiedingen."

Goede begeleiding

Een ontmoedigende bezigheid, aldus Jan. "De meeste werkgevers zagen mijn beperking als een belemmering. Ten einde raad ging ik langs bij VDAB waar ze me doorverwezen naar een GOB: Jobcentrum. Uiteindelijk vond ik een vacature voor een job in een woon- en zorgcentrum. Met deze vacature ging ik naar Jobcentrum waar ik ondersteunende hulp kreeg om verdere stappen te ondernemen."

Een arbeidsbegeleidster van Jobcentrum vergezelde Jan tijdens de sollicitatie in het woon- en zorgcentrum. "Zij overtuigde de werkgever van mijn kwaliteiten. Dat was een enorme steun voor me. Na het gesprek kon ik meteen starten met 3 weken opleiding op de werkvloer. Mijn arbeidsbegeleidster nam geregeld contact op met mijn werkgever en met mezelf om te vragen hoe de opleiding verliep. Door de positieve evaluaties mocht ik na de opleidingsperiode meteen aan de slag."

Fijne werksfeer

"Elke ochtend begeleid ik zo’n 8 tot 10 bejaarde bewoners. Ik werk samen met 2 collega’s en die samenwerking verloopt erg vlot. Zij maken er geen probleem van om bijvoorbeeld trager te spreken en goed te articuleren zodat ik hen begrijp. Ook tijdens het geven van de kinesitherapie ondervind ik geen problemen, de ouderen zijn op de hoogte van mijn beperking en proberen daar, in de mate van het mogelijke, rekening mee te houden. En als ik moet telefoneren, dan kan ik beroep doen op iemand die me vakkundig en geduldig ter zijde staat.

Ik werk halftijds omdat een volledige dag te zwaar zou zijn. Luisteren is voor mij een enorme inspanning. In principe is elk achtergrondgeluid een storende factor tijdens het communiceren. Op vergaderingen wordt er nogal eens door elkaar gepraat waardoor het moeilijk is om te volgen. Het is belangrijk dat ik het gezicht van de persoon zie met wie ik aan het spreken ben; op die manier kan ik het gesprek beter volgen."

Leren relativeren

"Of ik iets geleerd heb van mijn beperking? Zeker! Ik kan nu beter relativeren en besef dat niemand perfect is. De kunst is je eigen tekortkomingen te kennen en er iets aan te doen. Als ik een opmerking hoor van een collega, dan durf ik die daarop aan te spreken. Zo ondervond ik al vaak dat iets anders bedoeld is dan het overkomt."