U bent hier

Bediende Annelies

Ik vertelde er al over in m’n vorige blogpost, en woensdag 11 januari was het zo ver: de dag van mijn examen bij het gemeentebestuur waar ik al werk.

Vol goeie moed en met een enorme portie stress maakte ik me klaar. Dat van die stress is eigenlijk nog een understatement. Om mijn job als communicatieambtenaar te behouden moest ik niet alleen slagen voor het examen, maar ook als beste uit de bus komen.  Zo niet kon ik opnieuw naar werk beginnen zoeken, en dat was geen fijn vooruitzicht. Verschillende scenario’s, vooral van het thrillergenre,  gingen door mijn hoofd. Mijn fantasie sloeg op hol… Er stond heel wat op het spel, en daar was ik me zeer van bewust. Toen ik nog studeerde, kon ik vrij goed om met stress. Ik maakte examens en stelde mezelf gerust met de gedachte dat ik altijd nog een tweede, derde of zelfs vierde kans had. Dat was nu niet het geval. Het was eenvoudig: slagen en blijven, of buizen en buiten.

Toen ik het examenlokaal binnenkwam en tot mijn verbazing maar een tegenkandidaat zag, was ik opgelucht. Ik zag mijn kansen stijgen. Het was zij of ik. En competitief als ik ben, nam ik me voor om me niet te laten intimideren door mijn toch wel sympathieke en niet onaantrekkelijke concurrente.

Het examen was een race tegen de tijd. De vragen bleven maar komen, terwijl de tijd langzaam maar zeker voort tikte. Als ik slaagde voor deze schriftelijke proef, werd ik opgebeld om in de namiddag het mondelinge gedeelte af te leggen. Het was dus bang afwachten op dat telefoontje.  Ik had zoveel stress dat ik mezelf ziek begon te maken: ik had het kou, dan weer warm, ik kon niet stil blijven zitten en stond te trillen op mijn benen… tot het verlossende telefoontje kwam. Ik was geslaagd, althans voor het eerste deel! Nu nog de mondelinge vragen doorstaan en hopen dat ik beter scoorde dan mijn concurrente.

Dat mondelinge examen ging beter dan verwacht. Ik kon de meeste vragen beantwoorden met een zinnig antwoord en af en toe deed ik de jury zelfs lachen. Dat ik twee juryleden met elkaar verwisselde, zal ik maar onthouden als gênante anekdote.

In de late namiddag kreeg ik het tweede verlossende telefoontje. “Proficiat Annelies, je bent geslaagd!”. Met die paar woorden verdwenen de stress en de onzekerheid.

Conclusie: na 7 maanden als werkzoekende en 20 maanden als administratief medewerker, ben ik eindelijk officieel beland in een functie die past bij mijn interesses en vaardigheden. Nu rest er mij enkel nog te leren uit de ervaringen die mijn pad kruisen. Wie weet wat de toekomst nog brengt!

 

Ik ben terug van weggeweest! Terug naar mijn vertrouwde virtuele plek, die ik een hele tijd niet bezocht. Ik besef nu hoe erg ik het hier miste.

De voorbije zes maanden waren zwaar. Ik zat op een rollercoaster van emoties en eigenlijk ben ik nog steeds niet uitgestapt. Ik mag mezelf nu communicatieambtenaar noemen, ik heb een eerste trouwfeest meegemaakt (neen, niet het mijne), ik ben gaan samenwonen en mijn ouders... die gingen apart wonen. Aan dat laatste spendeer ik hier liever geen woorden.

Als je mijn blog kent weet je dat mijn zoektocht naar werk een weg was met bochten, files en stoplichten. Wel, ik kan zeggen dat ik mijn bestemming zo goed als bereikt heb. Je las het goed: ik ben nu communicatieambtenaar. Dat is een dure titel voor iemand die communiceert met de inwoners van de gemeente over bijna alles. Het is een job die ik graag doe en ik kan er mijn creativiteit in kwijt.

Ik werk nu ongeveer anderhalf jaar voor het gemeentebestuur. Het begon heel onschuldig. Ik startte als bediende op de financiële dienst. Niet de job van mijn leven, maar ik was blij dat ik na zeven werkloze maanden eindelijk iets om handen had. Een half jaar later waren er plannen om het bestuur te reorganiseren. Ik werd gevraagd om 'de communicatie' op mij te nemen. Die kans liet ik niet liggen. Zo ben ik terechtgekomen waar ik nu ben.

Een job als communicatieambtenaar is heel afwisselend. Ik schrijf artikels voor de pers, ik ben verantwoordelijk voor de website en zorg voor leuke posts op onze sociale mediakanalen. In de toekomst komt daar nog een maandelijks magazine bij en een eigen app. Onze gemeente moet mee met haar tijd als ze het contact met de burgers niet wil verliezen. En daarbij is dus een plekje voor mij weggelegd.

Er is een kleine maar. Ik moet in januari nog een examen afleggen en slagen. Oké, ik heb misschien wat voorsprong op de andere kandidaten, maar net daarom kan ik strenger worden beoordeeld…  Ik zal me goed moeten voorbereiden, want voor mij staat er heel wat op het spel. Niet slagen = werkloos.

In ieder geval, wat de uitkomst moge zijn, het zal sowieso inspiratie opleveren voor een nieuw blogbericht ;-).

 

Een nieuw jaar. Dat betekent doorgaans royale nieuwjaarsetentjes, ongemakkelijke rondjes zoenen, betekenisloze voornemens en een knallend vuurwerk. Maar dit jaar wordt duidelijk niet gewoon. De start alleen al zal ik me nog lange tijd herinneren. Terwijl iedereen aftelde en vuurwerk knalde, zat ik een klein kamertje met een maag die duidelijk geen zin had in een feestje. De eerste uren van 2016 heb ik doorgebracht in mijn bed, verdoofd onder de medicijnen, luisterend naar de zware bassen van feestmuziek ergens daarbuiten. Ook het nieuwjaarsetentje op het werk heb ik gemist. Ik stond er niet om te springen, maar ik had mijn collega’s beloofd om mee te doen. Bovendien wilde ik later die week niet de enige zijn die haar collega’s nog een gelukkig nieuwjaar moest wensen, met de drie bijhorende zoenen. Helaas, dat plan viel in het water.

2016 is alvast het jaar dat ik mijn vleugels uitsloeg en het ouderlijke nest verliet. De voorbije week ben ik samen met mijn vriend verhuisd naar een eigen stek. Ik kan de uitpuilende verhuisdozen, vermiste schroevendraaiers en ongewenste verfspatten niet meer zien. Samenwonen is leuk, maar heeft me ook al kopzorgen bezorgd. Adreswijzigingen, verzekeringen, het huishouden, betaalbare energieleveranciers, de huur, andere rekeningen… De vraag “Hoe beheer ik mijn budget op een toekomstgerichte en gezonde manier?” passeert bijna dagelijks mijn gedachten. De krantenkoppen liegen er niet om. “Turteltaks treft 11.000 gezinnen extra hard”. Of “Geen enkel spaarboekje levert nog geld op.” Daar lig ik als jonge twintiger wel eens wakker van. Ben ik te pessimistisch? Ik weet het niet.

Ook al ben ik geen liefhebber van voornemens, in 2016 wil ik enkele nieuwe projecten aangaan. Samenwonen was er al één van. Maar ik heb nog andere plannen… Enkele dagen geleden kreeg totaal onverwacht een sollicitatieaanbod waarvoor ik eerder niet werd weerhouden. Een half jaar geleden stelde ik me kandidaat als vrijwillige redactiemedewerker voor een online cultuurmagazine. Jammer genoeg werd de vacature al ingevuld toen ik nog solliciteerde. Maar blijkbaar heb ik toen wel een indruk nagelaten -ik had de recruiter op een ludieke manier gewezen op een dt-fout. Zo illustreerde ik mijn “goed taalgevoel en scherp oog voor tekstredactie” zoals in de vereisten van de vacature beschreven stond. Dus: ook al lijken al die motivatiebrieven niets op te leveren, een sollicitatie is nooit nutteloos. Met elke sollicitatie zet je jezelf in de verf. En wie weet, heeft de recruiter straks jouw kleur nodig…

Ik heb het nooit onder stoelen af banken gestoken: mijn job als administratief bediende is tijdelijk. De arbeidsovereenkomst die ik tekende heet dan ook niet voor niets ‘startbaanovereenkomst’. Ideaal om te starten, maar zeker niet om te blijven tot aan mijn pensioen. Zo’n startbaan kan ik -of elke andere ‘startbaner’- uitoefenen tot 26 jaar. Dat betekent dat ik nog 3 jaar ‘safe’ ben. Het is enkel de vraag of ik me nog drie jaar wil begeven tussen administratieve procedures en bijhorende paperassen. Het antwoord is nee. Mijn eerste job was (en is) ideaal om mezelf uit mijn werkloze lijdensweg te halen en mijn lege dagen (en bankrekening) te vullen. Maar elke dag voel ik mijn ambitie om iets anders te vinden opflakkeren…

Vorige week riep mijn baas, de gemeentesecretaris, me op het spreekwoordelijke matje voor een evaluatiegesprek. “En ben je nog aan het solliciteren?” vroeg hij. Slik, ik kon niet anders dan eerlijk antwoorden. Ik vertelde dat ik me de laatste maanden stilletjes aan begon te vervelen. Een soort van bore-out laten we zeggen. Ik weet van mezelf dan ik meer kan dan brieven typen, klasseren of factureren. En ik wil ook meer! Na mijn biecht gingen er duizenden scenario’s door mijn hoofd. Was mijn eerlijke mening té eerlijk geweest? Tot mijn verbazing kreeg ik geen preek over ondankbaarheid. Nee, mijn baas reageerde redelijk positief. Hij volgde mijn mening en ambitie. En zolang ik niets nieuws vind, mag ik gerust blijven.

Ik hoef niet elk moment van de dag sollicitatiebrieven te schrijven. Dat kan ik ook niet meer. Ik heb een fulltime job, al zoek ik nog steeds naar een job die dichter bij mijn interesses en vaardigheden ligt. Maar goed, die zoektocht heb ik al in eerdere berichten beschreven.

Een goed half jaar geleden, toen ik wel nog fulltime werkzoekende was, spendeerde ik mijn dagen wel hoofdzakelijk aan solliciteren. Ik zocht en vond vacatures die mijn hartje deden sneller slaan, schreef weloverwogen motivatiebrieven en paste mijn cv steeds opnieuw aan. Ik hield alles ook goed bij, want stel dat ik mijn beschaamde werkloze dagen moest gaan verantwoorden aan de RVA. Al die dingen vroegen heel wat energie, en ik hoopte dat mijn inspanningen vroeg of laat beloond zouden worden. Maar het was niet vroeg of laat. Het werd enkel later en nog later. Door non-stop te solliciteren, maakte ik mezelf langzaamaan ziek. Onbewust was ik een kind van de prestatiemaatschappij, waar ‘werkloos’ gelijk staat met ‘mislukking’ of ‘lui’. Nu besef ik dat dat helemaal verkeerd was en ik het anders had kunnen aanpakken. Ik had me niet moeten blindstaren op die jobzoektocht. Het leven bestaat uit zoveel meer dan dat. Ik had plezier moeten maken, met vrienden moeten afspreken… Want pauze werkt. Ook al is het de slogan van een niet nader te noemen instant-soep-fabrikant, er zit waarheid in.

Vandaag ben ik nog steeds op zoek naar een andere job. Dat hoeft niet meteen mijn droomjob te zijn. Gewoon een job die in lijn ligt met mijn interesses, dat zou mooi zijn. Dat betekent dat ik af en toe nog steeds op zoek ga naar vacatures, maar het is geen dagelijkse prioriteit meer. Ik probeer ook meer af te spreken met vrienden, hoe moeilijk dat ook is met onze drukke agenda’s. Een zorgkundige, een tandartsassistente, een chef-kok, een leerkracht, een werkzoekende danslerares, een studente en een administratief bediende bij elkaar krijgen is tegenwoordig verdomd moeilijk. Maar achteraf ben ik altijd opgelucht. Omdat er werd bijgepraat of gelachen, ook over onze al dan niet succesvolle sollicitatie-ervaringen. Het is een onderwerp dat heel wat gespreksstof doet opwaaien. Het is fascinerend om te zien hoe iedereen zijn eigen weg gaat. En ik kan je verzekeren, uit betrouwbare bronnen blijkt dat geen enkele weg regelrecht naar de finish leidt!

Helaas. Bedankt. Succes. Daar kwam het op neer. Drie korte zinnetjes die, eerlijk gezegd, harder aankwamen dan ik op voorhand had gehoopt. Onlangs solliciteerde ik voor een communicatiefunctie voor een niet nader te noemen organisatie. Een organisatie die ik uit wraak wél graag zou benoemen, maar mijn goedaardig karakter besluit dat toch maar voor mezelf te houden.

Op een dag vind je de job (of vacature) van je leven. En ik dacht dat die dag voor mij was aangebroken. Een job in de culturele sector, geen ervaring vereist, enkel een hoger diploma. Absoluut iets voor mij!

De vacature verscheen ’s avonds op mijn facebookpagina. Ik twijfelde geen moment en schreef die avond nog mijn motivatiebrief. Alles erop en er aan. Een vlotjes geschreven brief met relevante inhoud, gegoten in een aantrekkelijke lay-out (inclusief cv). Ik liet hem ook nalezen door verschillende personen, steeds met goedkeurende reacties tot gevolg.

Weken gingen voorbij. Ik kreeg maar geen antwoord. In mijn hoofd speelden er zich twee scenario’s af:

1. Geen nieuws, goed nieuws. Ik suste mezelf met de gedachte dat het analyseren van elke sollicitant een werk van lange adem is. Geduldig afwachten is de boodschap.

2. Geen nieuws, slecht nieuws. Ik ben nuchter genoeg om te beseffen dat ook sollicitanten die het niet halen, pas op de hoogte gebracht worden als de uiteindelijke ‘winnaar’ gekozen is. En dat was jammer genoeg het geval. Scenario twee bleek waarheid te worden.

Helaas. Bedankt. Succes. Ik was teleurgesteld, kwaad en vooral overmand door onbegrip. Waarom? Mijn profiel past volledig bij deze vacature en mijn sollicitatiebrief blaakt van motivatie. Ik kreeg zelfs niet eens de kans me te bewijzen in een gesprek. Ik had nood aan antwoorden. Gelukkig kreeg ik die ook, na heel lang proberen!

Het komt hier op neer. Ik schrijf mooie sollicitatiebrieven, maar mijn ervaring (lees: de ervaring die ik niet heb) speelt in mijn nadeel, zeker in hoopje van 280 sollicitanten… Het advies: doe ervaring op. Da’s makkelijker gezegd dan gedaan. Ik zou héél graag ervaring opdoen, maar dan moet iemand mij wel die kans geven. Vrijwillgerswerk is ook een mogelijkheid maar is amper te combineren met de vaste job die ik nu heb. En een vaste job opgeven voor een onbetaalde stage is voor een jonge twintiger die zich wil settelen met haar vriend een no go. Heeft mijn fameus diploma dan helemaal geen waarde? Vraag ik echt zoveel?

En aan diegene die de ‘job van mijn leven’ vond: veel succes ‘and you better do it good!’ Of niet… dan solliciteer ik wel opnieuw.

Yes! Ik ben niet langer ‘de nieuwe’. Al voel ik me soms nog wel zo -na vier maanden ontdek ik nog steeds nieuwe dingen en ongeschreven regels op de werkvloer. Feit is: onlangs kreeg ik er een nieuwe collega bij.

Ik ken haar nog niet zo goed. Ze werkt op een andere dienst, maar het gebeurt wel eens dat ik haar tegenkom in de fietsenstalling. En wat blijkt? We hebben een gemeenschappelijke interesse: schrijven! In tegenstelling tot mezelf, heeft zij wel al heel wat ervaring in media en communicatie. Tien jaar als media-analist dan nog wel. Ik was verbaasd en een tikkeltje jaloers tegelijkertijd. Waarom zo’n job opgeven?

Ze vertelde dat ze de laatste jaren vooral salesgerichte taken kreeg die haar minder lagen. Van schrijven kwam niet veel meer in huis waardoor ze besloot een andere job te zoeken. En net als bij mij, loopt die zoektocht niet van een leien dakje. Op dit moment nemen we allebei genoegen met een administratieve job dicht bij huis. Nog maar eens een bevestiging van hoe moeilijk het is om met een mooi diploma -en zelfs ervaring in haar geval- werk in de communicatiesector te vinden. Zeer jammer!

Toen ik hoorde dat mijn nieuwe collega hetzelfde diploma bezat, voelde ik me instinctief wat bedreigd. Al druk ik dat misschien té sterk uit. Nee, mijn innerlijke competitieve zelve werd wakker geschud… Want mijn werkgever vertelde onlangs dat er in de verre toekomst misschien een plaatsje vrijkomt voor een communicatieambtenaar in het gemeentebestuur. En eventueel zou ik dat plaatsje kunnen innemen. Althans, dat is me beloofd in ongeschreven woorden. Het klonk als goddelijke muziek in mijn oren. Een werkgever die op mijn maat een functie creëert. Het zou wel zéér leuk zijn…

Anderzijds klinken de woorden ‘eventueel’, ‘misschien’ en ‘in de verre toekomst’ ook een beetje twijfelend in mijn oren. Bovendien lijkt mijn nieuwe collega even geschikt voor die functie. Of misschien is die toekomstige functie als communicatieambtenaar wel één of ander verkooppraatje om me op het gemeentehuis te houden? Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat mijn huidige job niet mijn droomjob is. Eerder een tussentijdse oplossing, na een periode van zeven lange en sombere sollicitatiemaanden. Dat weet mijn werkgever ook. Of ben ik te pessimistisch?

Mijn weekje vakantie is alweer voorbij. Veel te snel trouwens. Corfu is een tof eiland! Prachtige natuur, Griekse lekkernijen en een ‘à l’aise’ mentaliteit. Niets moet, alles kan en mag als je zin hebt. Veel tijd om uit te rusten heb ik echter niet gehad. Het was een projectieve vakantie met veel daguitstapjes. Een jeepsafari in het ongerepte berglandschap van Corfu zou ik iedereen aanraden. De grazende koeien en huppelende geiten die de weg versperren moet je er wel bij nemen.

Eens thuis had ik niet veel tijd om rustig mijn normale ritme terug te vinden. Dit weekend hielp ik mijn vriend verhuizen. Dozen vullen en uitpakken, meubels uit en in elkaar steken, trappen op en af lopen… En vandaag mag ik alweer aan het werk. Erg vind ik dat niet, wel spannend, want ik verander van dienst. De komende weken werk ik op het secretariaat 'algemene zaken'. Ik ben benieuwd welke taken ik daar krijg. Het wordt sowieso een leerzame ervaring.

Het enige wat ik minder vind, is dat ik geen ander ‘project’ heb om naar uit te kijken. Ik voel een dagelijkse sleur aankomen en dat lijkt me niet leuk. Als student heb je meerdere vakanties om naar uit te kijken en vol te plannen. Als werknemer heb je dat niet. Of ik in iedere geval niet op dit moment. Hopelijk komt daar snel verandering in.

Eigenlijk was dit bericht mijn laatste en dan was ik blogger af. Ik wilde afsluiten met een aantal sollicitatietips uit persoonlijke ervaring, maar toen kreeg ik goed nieuws: ik mag blijven bloggen! Toch wil ik jullie mijn tips niet onthouden:

  • Het is een groot cliché, maar: val op als sollicitant. Zowel met je cv en motivatiebrief als met je gesprek. Laat zien dat je de job echt wil. Tijdens mijn sollicitatie op het gemeentehuis liet ik dat misschien wel teveel zien. Toen mij gevraagd werd hoe mij vorige sollicitaties verliepen, kon ik mijn tranen niet bedwingen -ook al probeerde ik ze in te houden. Ik vertelde mijn moeilijke sollicitatiegeschiedenis. De afwijzingen en frustraties inclusief. Ik zat echt diep op dat moment. Ik schaamde me dood toen het gesprek afgelopen was, en toch kreeg dat positieve en vooral onverwachte telefoontje. Ik mocht beginnen! Door te laten zien hoe graag ik de job wilde -misschien niet op de beste manier- kon ik starten. Dat is hoe ik de feiten interpreteer.
  • En dan is er ook VDAB. Ik wil geen reclame maken, het is louter mijn persoonlijke mening. Mijn VDAB e-coach heeft me echt kunnen helpen, al was het maar om frustraties te uiten en een verklaring te bieden waarom het maar niet leek te lukken. Vrienden en familie hebben vaak een eigen idee over hoe de arbeidsmarkt in elkaar zit. VDAB heeft een meer neutrale stem om werkzoekenden te helpen.

Ik begon deze blog een maand geleden met een kortverhaal over mijn jobzoektocht. In die periode kreeg ik maar één vraag te horen: “En heb je al werk gevonden?”. Een vraag die me na verloop van tijd heel wat frustraties bezorgde. Nu ik een job heb, krijg ik vaak een andere vraag: “Ga je nog verder solliciteren?”. Dat lijkt onschuldig, maar er schuilt heel wat achter: telkens als die vraag me gesteld wordt, heb ik het gevoel dat anderen vinden dat ik moet verder solliciteren. En lieve mensen, geen paniek. Verder solliciteren staat nog steeds op mijn ‘to do list’. Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik eigenlijk iets ander wil dan de job die ik nu doe. Ik zie mijn werk op het gemeentehuis als iets tijdelijks. Maar op dit moment ben ik even moe gesolliciteerd. Sinds ik aan het werk ben, laat ik de vacatures aan de kant liggen. Af en toe krijg ik nog reacties op oude sollicitaties. Ze sturen allemaal hetzelfde antwoord: “veel succes in je verdere jobzoektocht…”.

Ik heb ook de indruk dat verder solliciteren op dit moment weinig verschil zal maken. Ik ben nog steeds dezelfde persoon met dezelfde vaardigheden en achtergrond als 7 maanden geleden, toen ik voor het eerst solliciteerde. Het enige verschil dat ik kan aanstippen zijn drie maanden als administratief medewerker op het gemeentehuis. Ik vind van mezelf dat ik al heel wat veranderd ben, maar ik kan me inbeelden dat een potentiële werkgever die drie maanden nog niet als volwaardige ervaring beschouwd.

Daarnaast zijn er de verhalen van mijn ex-medestudenten aan de universiteit. Hun solliciteerverhalen komen me heel bekend voor. Onlangs postte ik een vraag op onze oude groepspagina op Facebook. Ik vroeg wie ondertussen een job had gevonden, al dan niet in een communicatieve of journalistieke richting. De reacties verbaasden me niet. Eigenlijk is niemand meteen kunnen starten in job waarvoor hij gestudeerd heeft. Een van mijn klasgenoten vond pas een job nadat hij nog een cursus digitale marketing volgde. Anderen hebben werk in een andere richting, maar solliciteren nog verder. Tot nu toe zonder resultaat. Ik kan dus concluderen dat het een serieuze uitdaging is om een gepaste job te vinden met mijn diploma. Het is misschien wat kort door de bocht om me enkel te spiegelen aan mijn ex-collega’s, al kan ik er wel uit leren. Als ik nu verder zou solliciteren, kom ik waarschijnlijk weer terecht in een spiraal van afwijzing of non-respons. En al die negatieve energie kan ik wel nog even missen.

Ondertussen probeer ik nog steeds de juiste ervaring op te doen via vrijwilligerswerk. Of dat vruchten zal afwerpen, is niet zeker, maar wel het proberen waard.

“’t Is gebeurd!“, zou Erik Van Looy zeggen. Een wit blad staart me aan. Ik vreesde al langer voor een inspiratieloos moment, en nu is het hier. Jobloggen voor VDAB op vakantie. De ironie druipt eraf. Waar zal ik het vandaag over hebben? Driemaal per week bloggen is niet evident als je wil dat je blog boeiend blijft. Ik zou perfect elke dag een opsomming kunnen maken van mijn dagelijkse bezigheden. Maar daar heb je ongetwijfeld niets aan. Ik wil dingen schrijven waarin lezers zich herkennen en waarin ze voelen dat ze niet de enige zijn. Ik wil mensen aan het denken zetten over zaken waar ze misschien nooit eerder aan dachten. Vandaag zou ik kunnen vertellen over mijn belevenissen op Corfu, maar die houd ik liever voor mezelf. Ik ben nooit eerder in Corfu geweest, maar deze vakantie brengt wel herinneringen met zich mee…

Een aantal jaar geleden reisde ik samen met twee vriendinnen af naar het Griekse Kreta. Ik leerde er een animator van het hotel beter kennen. Alex was zijn naam. Half-Italiaans, half-Roemeens, 26 op dat moment en niet onknap. Als je denkt dat dit blogbericht zal uitdraaien op een stomend exotisch liefdesverhaal, moet ik je teleurstellen. Dat wordt het niet. Voor dat soort verhalen verwijs ik je graag door naar de plaatselijke boekhandel of bibliotheek.

Nee, ik herinner me een gesprek dat we met Alex hadden. ’s Avonds aan de bar, nippend aan onze all-inclusive-cocktail, vertelde hij ons hoe het is om als animator te werken. Een heel seizoen, van april tot oktober. Elke dag opnieuw. Elke week opnieuw dezelfde spelletjes organiseren en dezelfde avondshows opvoeren. Zes maanden doorbrengen zonder het thuisfront. Elke dag met de glimlach hotelgasten animeren. Weinig vrije tijd. Steeds afscheid nemen van de vriendschappen die je gemaakt hebt, wetende dat je ze nooit meer gaat terugzien. Toen ik hem vroeg wat hij de rest van het jaar deed, kon hij er niet op antwoorden. Dat was onzeker. Ooit ging hij eens appelen en peren plukken in het Oost-Vlaamse Heusden!

Een job als hotelanimator is een hele uitdaging, maar ik sta er niet meteen voor te springen. Daarvoor ben ik veel te aanhankelijk aan het leven in ons Belgenland. Ik zou mijn vrienden en familie veel te hard missen. Toch zijn er ook voordelen. Gratis op ‘vakantie’, gratis onderdak en eten, en dat allemaal in een mooie omgeving. En niet onbelangrijk, je wordt ervoor betaald. Goed betaald? Dat weet ik niet.

Ik zou Alex graag nog eens terugzien. Hoe zou zijn leven er nu uitzien? Ik vrees dat ik het antwoord nooit zal weten.

  •  
  • 1 of 2
  •