U bent hier

Administratief bediende Kristel

Ik heb geluk. Ik hoef geen dagelijkse files te trotseren. Dat is maar goed ook, want ik erger me er blauw aan. Niets zo vervelend als te laat op een afspraak verschijnen door het drukke verkeer. Toch zijn er duizenden mensen die elke dag wel fileleed moeten doorstaan. Stel je eens voor dat je al die uren en dagen in de file optelt en vervangt door werkuren of vrije tijd? Onze economie zou er een heel pak beter voorstaan.

Op elk uur van de dag is er wel ergens file. Zelfs op zondag. Ik vraag me soms af waar al die auto’s vandaan komen en naar waar ze rijden. Moet dat echt, al dat verkeer? Natuurlijk pleit ik niet onschuldig. Ik ben ook vaak onderweg. En thuis hebben we, net zoals zoveel gezinnen, meer dan één auto. Elk een eigen auto, dat is zo praktisch. Zeker als je met twee uit werken gaat.

Toch lijkt het niet meer van deze tijd, dat voortdurend onderweg zijn. Met alle digitale communicatiemiddelen moeten we ons immers niet langer verplaatsen voor elke aankoop, of om elkaar te zien. Waarom blijven we ons dan massaal op de weg begeven? Omdat we gesteld zijn op onze vrijheid. We willen kunnen gaan en staan waar en wanneer we willen.
 

De vraag is: hoelang is die manier van leven nog houdbaar? Binnen hoeveel jaar rijden we onszelf klemvast? Hopelijk vinden we snel een oplossing. Het zal niet gemakkelijk zijn.

Dit was mijn laatste blog voor VDAB. Bedankt om mee te lezen!

Valt het je ook op? Oktober is nog niet voorbij, en we worden al langs alle kanten belaagd door Sinterklaas. Chocoladefiguurtjes liggen in de winkels, speelgoedketens kondigen speciale acties aan. Maar wat kan die Sint in hemelsnaam nog brengen? Mijn kinderen hebben al zoveel. En toch, als ik het hen vraag, is er nog veel dat ze graag willen…

Het wordt allemaal mooi voorgesteld, met ronkende titels als ‘Speelgoed van het jaar’! En wij, ouders, gaan daar graag in mee. We vinden het geloof in de figuur van de Sint zo mooi dat we, elk jaar opnieuw, de mythe niet willen doorbreken. Door te kopen en te kopen.

Ja, er is blijdschap bij de kinderen, met al dat nieuwe speelgoed. Maar dat is van korte duur. Vandaag krijgen ze iets nieuws en zijn ze superblij. Morgen spelen ze er nog mee. Op dag drie kijken ze er enkel naar. En op dag vier verbannen ze het naar de rest van het ‘oude speelgoed’. Dan komen ze thuis van school en hebben alleen nog interesse voor hun tablet, en de tv.

Zijn mijn kinderen dan zo verwend? Of geef ik als ouder het slechte voorbeeld? Ik betrap mezelf én mijn man er steeds vaker op dat we met onze tablet of smartphone bezig zijn. Die laatste hebben we altijd en overal mee. We doen ermee wat, wanneer en hoelang we willen: het voelt als tijd voor onszelf. Maar vijf minuten worden er al snel tien. En voor we het beseffen, zijn we een half uur bezig. Het is zo verslavend!

Soms denk ik met heimwee terug aan de tijd toen al die moderne communicatiemiddelen nog niet bestonden. Toen hadden we geen keuze: qualitytime moesten we in onze naaste omgeving zoeken. En nu? Nu komen er zoveel prikkels op ons af dat we dikwijls onze naaste omgeving niet meer zien of horen.

Het is ook zo tegenstrijdig: aan de ene kant wil ik niet dat mijn kinderen teveel bezig zijn met hun tablet. Anderzijds ben ik soms niet in staat om mezelf grenzen op te leggen. Kinderen houden ons vaak een spiegel voor. Misschien moet ik toch maar wat meer stilstaan bij mezelf en wat ik doe. 

Heb jij dat ook soms? Het gevoel dat je jezelf steeds voorbij loopt, en amper toekomt aan leuke dingen?
 
Ik in ieder geval wel. Als voltijds werkende moeder met een man met twee banen, is elke werkdag te kort. Ongeacht hoe goed ik me probeer te organiseren: het blijft dagelijks een strijd tegen de tijd. 
 
De rush begint al ’s morgens, bij het wekken van mijn zoon en dochter. Zwaar tegen hun zin staan ze op, want zeg nu zelf, het is toch zalig om nog even te kunnen indommelen? Dan volgt het dispuut met mijn kleine meid. Ook al heb ik de avond voordien alle kleren mooi klaargelegd, ze heeft er altijd iets op aan te merken. Dat gaat zo: ”Neen, die legging wil ik niet! Ik wil een staartje! Ik wil die andere drinkbus!” Mijn zoon daarentegen is stiller. Meestal is hij nog niet goed wakker en zit hij met zijn gedachten elders.
 
Tijdens het ontbijt is elke prikkel goed om hun aandacht af te leiden en de tafel te verlaten. Of om met elkaar in de clinch te gaan. Wanneer het dan tijd is om naar school te vertrekken, staat mijn zoon meestal klaar zonder jas en schoenen... En dan, weg zijn ze!
 
‘s Avonds kom ik na vijf uur thuis en moet ik beginnen koken, met twee die tv willen kijken, iets niet vinden of mijn hulp nodig hebben.
Dan volgt de tafel dekken, eten, opruimen, wassen, iets drinken voor het slapengaan, tanden poetsen, een verhaaltje lezen en dan eindelijk… slapen! Voor hen toch. Voor mij is de dag nog niet gedaan: ik ruim af, vul de afwasmachine, strijk en smeer de boterhammen voor de volgende dag.… 
Tussendoor zet ik me meestal wel even neer voor een knabbeltje en mijn dagelijkse soap. En twee keer per week ga ik joggen. Tot zover mijn me-time!
Zou het niet leuk zijn mocht een dag meer uren bevatten? Mocht ik kunnen beslissen, dan was de 30-uren werkweek een feit. Het zou mijn drukke agenda veel menselijker maken.
 
Hoe gaan jullie om met tijd? Ik blijf alvast streven naar een beter evenwicht.

Iedereen die al eens werkloos was zal het kunnen beamen: niets zo frustrerend als maanden solliciteren zonder resultaat. Na een tijdje beginnen mensen je anders te bekijken. Ze begrijpen niet dat je geen werk vindt, ondanks je diploma en ervaring. Sommigen noemen je zelfs een profiteur.

Ik ervaarde dat ook zo, voelde me steeds slechter in mijn vel. Ondanks mijn plan om enkel nog te kiezen voor een baan die inhoudelijk meer mijn ding was, ging ik door de knieën. Ik koos voor een andere weg: voor de job van administratief bediende. Wel met het voornemen om na het behalen van mijn postgraduaat digitale marketing op zoek te gaan naar mijn droomjob. Maar al snel begon ik me af te vragen: wat is dat, die droomjob? En bestaat die wel?

Vandaag ligt mijn prioriteit bij mijn twee kinderen van vier en zeven. In een ideale wereld vind ik werk dat me toelaat hen naar school te brengen en af te halen én heb ik voldoende ruimte om tijdens vakanties samen genoeg tijd door te brengen. Helaas valt dat niet zomaar te rijmen met een doorsnee fulltime job. Misschien moet ik deeltijds gaan werken? Of toch maar die sprong wagen en als zelfstandige beginnen? Als het financieel mogelijk was, dan begon ik meteen met een eigen zaak!

Ondertussen zoek ik verder. Ik solliciteer voor functies die qua inhoud dichter bij mij aansluiten dan mijn huidige werk. Ik blijf me ook verder verdiepen in marketing. Copywriting, marketing managing of grafische vormgeving, dat interesseert me allemaal. Hopelijk gaat er ooit een deur in die richting open. De tijd zal het uitwijzen.

Zit of zat je in hetzelfde schuitje als ik? Laat iets weten. Ik kan elk advies en alle tips gebruiken!

Na mijn ontslag moest ik opnieuw beginnen solliciteren. Dat was niet evident, want het werd snel duidelijk dat er heel wat veranderd was. Mijn cv en motivatiebrief waren hopeloos verouderd, dus die nam ik grondig onder handen. Maar ook de manier van werk zoeken was anders dan vroeger: solliciteren beperkte zich niet meer tot brieven schrijven alleen. Ik ontdekte dat sociale media meer en meer gebruikt werd, en volgde een cursus om me hierin te verdiepen.

Talloze cv’s en motivatiebrieven schreef ik. Ik paste ze telkens aan, afhankelijk van de vacature waarop ik reageerde. Tevergeefs: vele brieven bleven onbeantwoord, of ik kreeg te horen dat ik niet voldeed aan de vereisten, ondanks mijn diploma en jarenlange ervaring.

Er zat niets anders op dan me bij te scholen. Ik wist alleen niet goed welke richting ik uit wou. Accountancy-fiscaliteit? Dat leek me wel wat, maar de bacheloropleiding duurde minstens twee jaar in dagonderwijs, en dat vond ik te lang. Toen kwam ik op het idee om iets te gaan doen in de richting marketing.

Als student koos ik heel bewust voor die richting, maar door allerlei omstandigheden heb ik nooit als marketeer gewerkt. Het is me wel blijven interesseren. Zo kwam ik uiteindelijk bij een postgraduaat Digitale Marketing uit. Zonder twijfel zou het mijn kansen om werk te vinden verhogen.

Ik volgde gedurende een jaar elke dinsdagavond drie uur les op de hogeschool in Gent. Telkens kwam er een gastspreker langs om een aspect toe te lichten. Er hoorde ook een praktijkoefening bij. Die bestond uit het opmaken van een digitaal marketingplan voor een bedrijf naar keuze. Ik koos voor het bedrijf van mijn man. Ik maakte een Facebook- en Pinterestpagina, en zorgde voor een website. Vervolgens werkte ik een kleine campagne uit om zoveel mogelijk bezoekers naar de webiste te lokken. Het werd een heel intense maar positieve ervaring, waarbij ik veel opstak. En ik was een diploma rijker! 

Ik vertelde het al: een job in het volwassenenonderwijs, dat leek me wel wat. Maar dan wel op voorwaarde dat ik overdag kon lesgeven. ’s Avonds werken kon ik onmogelijk combineren met mijn gezin.

Toen ik bijna zes maanden werkloos was, kreeg ik een kans: ik kon drie maanden een vervangingsopdracht doen in het dagonderwijs en ging aan de slag als lesgever Nederlands voor anderstaligen.

Die job bleek een hele uitdaging. Mijn groep leerlingen bestond zowel uit jong als oud, voornamelijk werkzoekende mensen die verplicht waren Nederlands te leren om het recht op hun uitkering te behouden. De lessen waren niet alleen voor mij een uitdaging: de meeste van mijn leerlingen kenden minder Nederlands dan een kind van drie bij ons. Nederlands leren was voor hen hetzelfde als Chinees leren voor ons, zeker als je weet dat velen analfabeet waren. Dat maakte het er niet eenvoudiger op.

Het vroeg heel wat creativiteit om elkaar te begrijpen. Geen simpele opdracht. Toch werd het een mooie en leerrijke ervaring. Ik kreeg de kans om integratie eens vanuit een ander standpunt te bekijken.

Spijtig genoeg bleef het bij een vervanging. Na die drie maanden was het weer verder zoeken geblazen. Ik wist nu zeker dat werken in het volwassenenonderwijs een optie was, maar besefte ook dat de jobs in die sector vaak vervangingen zouden zijn, of kortlopende opdrachten. En met nog minstens 30 werkjaren voor de boeg gaf ik toch liever de voorkeur aan een standvastige baan… Wordt vervolgd! 

Zoals ik vorige keer schreef, nam ik na mijn ontslag de tijd om na te denken over wat ik kon, wat ik wilde en waar ik naartoe wilde. Verschillende opties passeerden de revue.

Zo dacht ik eraan om iets op zelfstandige basis te beginnen. Zo hoefde ik niet meer voor een baas te werken. Want welke baas kon ik nog vertrouwen? Dat was een vraag waar ik enorm mee zat na mijn ontslag. Wat zou het handig zijn om mijn eigen baas te zijn! Toch zag ik ook struikelblokken. Wat ging ik doen? Waar? Wat zou zo’n opstart kosten? Hoe bouwde ik een klantenbestand op? En vooral: was dit te combineren met mijn job als mama. Enerzijds leek het ideaal, want als zelfstandige kan je je eigen agenda bepalen. Aan de andere kant moet je heel wat tijd investeren in een eigen zaak, als je succesvol wil zijn.

Over naar plan b: terug naar het onderwijs. Maar ook daarbij had ik mijn bedenkingen. Uit ondervinding weet ik dat lesgeven in economische vakken geen lachertje is. Zeker niet aan jongeren uit het derde, vierde, vijfde of zesde middelbaar. Leerlingen zijn vandaag heel mondig en durven zich veel veroorloven. Bovendien moet je rekening houden met jongeren met ADHD, dyslexie... Daar komt nog bij dat onze economie voortdurend fluctueert. Wil je je lessen boeiend houden, dan moet je je lesinhoud voortdurend aanpassen aan de actualiteit. Als je dan ook nog eens van de ene interim naar de andere wordt gestuurd -open uren in het onderwijs zijn schaars- wordt het helemaal moeilijk. Dan is het telkens weer aanpassen aan nieuwe scholen, nieuwe leerlingen en nieuwe vakken.

Het volwassenenonderwijs dan maar? Dat leek een goede optie, maar daar gaan de lessen meestal ‘s avonds door. En dat was moeilijk combineerbaar met het beroep en bijberoep van mijn man. Dus viel ook die mogelijkheid af...

Net geen twee jaar geleden kreeg ik van mijn toenmalige werkgever te horen dat er geen plaats meer was voor mij in het bedrijf. Na bijna vijf jaar van keiharde inzet, kwam dat aan als een slag in mijn gezicht. Daar stond ik dan, plots zonder werk. “En nu?” vroeg ik me af.

Ik had één geluk: mijn werkgever betaalde me zes maanden uit, dus ik had wel even tijd om alles op een rijtje te zetten. Ik schreef me in als werkzoekende bij VDAB en nam een loopbaancoach onder de arm. Die hielp me om mijn ontslag een plaats te geven, en samen kwamen we tot de conclusie dat de functie die ik deed eigenlijk heel ver lag van wie ik was en wat ik graag deed. Ik stelde me zelfs de vraag hoe ik die job zolang had kunnen volhouden? Het antwoord: meerdere kinderen en een hypotheeklening. Daardoor had ik graag financiële zekerheid, en was ik niet geneigd om van de ene job naar de andere te hoppen tot ik vond wat bij mij paste.

Door mijn ontslag had ik dus eindelijk de tijd om na te denken over: wat kan ik, wat wil ik en waar wil ik naartoe? Stuk voor stuk moeilijke vragen, maar samen met mijn loopbaancoach hoopte ik de antwoorden te vinden. Intussen nam ik de tijd om op adem komen en de nodige aandacht te besteden aan de kinderen: mijn dochtertje zindelijk maken en laten kennismaken met haar toekomstige school, mijn zoon van bijna 6 naar school brengen en afhalen, een babbeltje slaan met zijn juf en vragen hoe de dag geweest was… Als je met twee fulltime gaat werken, is dit onmogelijk. Ik vond het echt een luxe om dit te kunnen doen.

Maar toen werd het tijd om de draad voor mezelf weer op te nemen…