U bent hier

Bedrijfsleider Tim

Vakantie! Daar zat ik, eindelijk goed geïnstalleerd. Voeten in het Spaanse zand. Cocktail en boek in de hand (de biografie van Luc De Vos). En dan… las ik toch nog net die ene mail. Goed fout, want ik hoefde die mailbox echt niet open te doen. Eigen schuld, dikke bult!

Ik las hoe een concullega zich denigrerend uitliet over ons bedrijf. Geen mooie woorden, en vooral niet waar! Negeren was geen optie. Het onbezorgde vakantiegevoel was eensklaps verdwenen. Mijn hartslag ging de hoogte in. Ik keek rond, op zoek naar iemand aan wie ik kon vertellen dat de beweringen in die mail niet klopten, dat het unfair was. Maar niemand op het Spaanse strand had interesse in vervelende woorden, in iets werkgerelateerd, laat staan in het werk van iemand anders. Dus nipte ik van die cocktail en kalmeerde ik mezelf. In de biografie van Luc De Vos stond dat er ook bij Gorki meer dan eens een haar in de boter zat. Niets aan de hand. Het komt voor in de beste families.

Maar toch, wat nu? De kwaadspreker uit de mail sito presto bellen om elk slecht woord vakkundig en uitgebreid te weerleggen? ‘Anger is an energy’, wist Johnny Rotten al. Dat telefoontje zou misschien wel opluchten, maar ook niet meer dan dat. Buiten wat halfslachtige excuses zou het me niets opleveren. Slecht idee dus.

Een uitgebreid weerwoord op papier dan maar? Veel werk, weinig resultaat. Laten voor wat het was? Dat had een optie kunnen zijn, maar niet voor mij. Zo zit dit beestje niet in elkaar. Revanche nemen en stiekem negatieve dingen over de kwaadspreker rondbazuinen? Twee seconden lang een optie, tot ik weer van m’n cocktail nipte. Ook zo zit ik niet in elkaar!

Opeens herinnerde ik weer hoe ik met m’n voetbalploegje in de kleedkamer stond, net voor een wedstrijd. Onze trainer hing een krantenartikel op: daarin stond dat we volgens onze tegenstanders de minst goede ploeg waren. Meer motivatie hadden we niet nodig. We vochten als leeuwen en wonnen met grote cijfers. Een paar maanden nadien rijfden we ook het kampioenschap binnen.

Zo kwam ik uit bij de positieve wijsheid van de slimste Nederlander ooit, de voetballegende Johan Cruijff: “Elk nadeel heb z’n voordeel” was zijn credo.

Ik stuurde de mail in kwestie naar mijn medewerkers. Nog meer dan anders gaan we keihard werken en bewijzen dat de mail onwaarheden bevat en dat we meer te bieden hebben dan de auteur ervan. Elk nadeel heeft een voordeel: van een trap op ons eergevoel naar positieve vibes!

En toen? Toen stond ik op voor de volgende cocktail. Mijn hartslag was weer teruggezakt naar vakantieniveau. Tijd voor een volgend hoofdstuk over Luc. Vakantiemodus aan, mailbox definitief uit!

Gepost op 31 juli 2017

Wat wou jij later worden? Vraag het aan kleine meisjes en ze zeggen stewardess of verpleegster. En jongens voetballer of piloot. Beroepen met een speciaal imago én een bijhorend, speciaal uniform. Dat doet dromen. Weinig mensen dromen van een job in de schoonmaak. Jammer, maar niet onlogisch. Het imago zit niet mee. 

Oudere generaties zijn groot geworden met een gigantische kloof tussen rijk en arm, met bitter weinig respect voor het opknappen van het vuile werk. Mijn grootmoeder was huishoudster: ooit vertelde ze hoe ze samen met het andere werkvolk in de bijkeuken mocht aanschuiven voor de restjes van het eten. De iets jongere generatie heeft F.C. De Kampioenenfiguur Carmen Waterslaghers als 'voorbeeld': een luidruchtige, onbeschofte en eerder luie schoonmaakster. Weinig discreet en bovendien niet vies van de drank.

Nee, zo doe je niemand verlangen naar een schoonmaakjob.

Ik maakte dan ook een sprongetje van vreugde toen we met Dienstenthuis mochten meewerken aan een gloednieuwe campagne, de 'Dankbaarste job'. Een affiche vol dames én heren, vrank en vrolijk. Geen Carmen te bespeuren, maar wel Klaartje, een topper van ons eigen bedrijf. De affiche lijkt wel zo'n hippe foto om bloedgeven te promoten, of om de kandidaten van 'De Mol' voor te stellen, of om een nieuw immokantoor in de picture te zetten. Om maar te zeggen: eindelijk eens een positief en divers beeld over onze sector. Werken met dienstencheques, dat is mogelijk voor iedereen.

Zo'n job is natuurlijk meer dan zomaar wat doen. Dat is het trouwens altijd, ook voor een stewardess of voetballer. Als poetshulp moet je zelfstandig werken, de nodige product- en materiaalkennis hebben,  omgaan met tijdsdruk en rekening houden met ergonomie en veiligheid. Respect en waardering voor de job zijn dus zeker niet misplaatst. Poetsdames en -heren zijn professionals. Wie het niet gelooft mag altijd zelf eens komen proberen! 

De voordelen van de job? Je bepaalt zelf hoe je werkt, zonder files én je kan je job gemakkelijk combineren met je familie. Door je inzet zien klanten jou als een onmisbare schakel in hun gezin. Als jobtevredenheid kan dat tellen, niet? Een toffe job is een van de sleutelfactoren voor een stabiel en plezant leven. Er zijn al veel dienstenchequebedrijven. Veel zetten zwaar in op het welzijn en de tevredenheid van hun werknemers. Hopelijk vinden veel jonge mensen dankzij Klaartje en co op de affiche de weg naar dankbare jobs in de dienstenchequesector.

Qua imago zitten we op de goede weg. Nu dat uniform nog. Als we Jani eens voor onze kar spannen? Dan kan hij een prachtige poets-outfit ontwerpen en dromen mensen binnenkort van een job in zo'n uniform...

Gepost op 2 mei 2017

Elke keer als ik laat vallen dat ik een dienstenchequebedrijf run, volgen de verhalen en de vooroordelen. "Ik heb al eens horen zeggen dat een poetshulp in slaap was gevallen op de zetel.". "Hebben jullie niet vaak te maken met diefstallen?". "Allemaal buitenlanders zeker?". "Jullie doen toch allerlei louche zaken?". Om moe van te worden. Ik denk dat ik me volgende keer maar voorstel als belastingcontroleur, parenclubeigenaar of politicus!

Natuurlijk loopt het soms eens fout. Maar dat is niet alleen bij ons zo. In de frituur bestelde ik eens een curryworst, maar kreeg een viandel. Aan de supermarktkassa kreeg ik al eens te weinig wisselgeld. En die juffrouw van de helpdesk van Telenet, een tijdje terug, had duidelijk haar beste dag niet. Moeten we daarom iedereen aan de schandpaal nagelen? Nee toch. Het mag een beetje positiever!

In de dienstenchequesector werken ondertussen meer dan 130.000 dames en heren. Die leveren allemaal geweldig werk, echt waar. Zonder die toppers zou het aantal burn-outs en echtscheidingen in België ongetwijfeld nog hoger liggen. Het werk in de dienstensector vraagt een menselijke en persoonlijke aanpak. Ik ken medewerkers die al 10 jaar hetzelfde gezin helpen. Sommigen zijn zo thuis bij de klanten, dat ze koekjes voor de hond des huizes meenemen. En pas nog zag ik een overlijdensbericht waarin de trouwe huishulp vermeld stond. Dat wil toch iets zeggen. Langer thuis wonen? Dat kan. Zeker als je kan rekenen op geweldige hulp.

Het is best zwaar werk, huishoudelijke taken uitvoeren. Vooral poetsen. Als thuishulp ben je vaak alleen aan de slag, zonder steun van je collega's. En neen, rijk word je er niet van. Gelukkig tonen klanten dikwijls een enorme dankbaarheid, en leggen de dienstenchequebedrijven hun werknemers meer en meer in de watten. Dat is belangrijk. Ook in andere sectoren trouwens. Jobtevredenheid moet je koesteren.

Werken als thuishulp biedt heel wat voordelen. Je hebt geen last van files, bijvoorbeeld. En je kan de job perfect combineren met je gezinsleven. Quality time! Je hebt heel wat vrijheid, dat is ook niet verkeerd. En je zet een muziekje op tijdens het poetsen. Als alles blinkt, keer je tevreden terug naar huis. Top!

En het gepieker over je leeftijd of een goed gevuld cv? Niet nodig! Bij ons kan iedereen aan de slag. Mijn jongste werknemer komt met haar 18 lentes net van school en de oudste, een pracht van een man, telt 69 jaar. Sommige werknemers leerden bij ons Nederlands, maar we hebben evengoed gediplomeerden in onze rangen. Er zit zelfs een arts bij.

De jobs zijn er. De voordelen ook. Onze collega's gaven hun job recent nog een tevredenheidsscore van 8,7 op 10. Toch is de drempel nog steeds hoog. Het onjuiste imago van de stoffige poetsvrouw schrikt nog steeds af. Ten onrechte. En ja, er is veel meer nodig dan deze blog om het imago van mijn sector op te poetsen. Als we nu eens beginnen met het verspreiden van positieve verhalen over onze thuishulp, of over onze job in de dienstencheques? De hardwerkende thuishulpen verdienen het. Misschien geraken de jobs, jobs en jobs zo sneller ingevuld... Iedereen is welkom, we ontvangen je met open armen en fijn werk.

En voor alle duidelijkheid: ik zou voor geen geld in de wereld mijn job in de dienstenchequesector willen ruilen voor die van belastingcontroleur, parenclubeigenaar of politicus. Voilà!

Bijna twintig jaar geleden functioneerde ik het best op chocolade, chips en cola. En mistroostigheid. Ik was journalist en werkte het liefst als het donker was of alweer licht begon te worden. De stress van de deadline (vr)at ik weg en in mijn vrije tijd waagde ik me aan gedichten en kortverhalen. Liefdesverdriet, een voetbalnederlaag of een laattijdige puber-blues brachten me tot de beste teksten. Zwartgalligheid dreef me naar ongekende hoogtes. Mijn motto toen? Happy people have no stories!

Vandaag gooi ik het over een andere boeg. Ik kan geen mensen enthousiasmeren als ik niet goed in mijn vel zit. Ik slaag er niet in om scherpe analyses te maken op een management-overleg na een te korte nacht. En het is al helemaal een utopie om vlot te onderhandelen met mijn gezicht op onweer en energiepeil op negatief.

Wat ik anders doe? Gezond(er) eten en elke dag wat sporten. In het begin lijkt het een hele opgave -en dat is het ook een beetje. Maar het loont al snel de moeite. Ik word er gelukkig van, en word er beter door in m’n job. Daar ben ik heilig van overtuigd. Zonder heiliger dan de paus te zijn, natuurlijk. Met chocolade kan je me nog altijd een groot plezier doen.

Is een gezond lichaam enkel voor bedrijfsleiders belangrijk? Natuurlijk niet. Iedereen, elke persoon, elke collega heeft er baat bij 'happy' in een gezond lichaam te zitten. Voor ouders levert het meer kwali-tijd met de kinderen op, en het zorgt ongetwijfeld voor minder relationele ergernissen. Volgens mij leidt het zelfs tot minder zure reacties op internet-fora en tot minder verkeersagressie. Op bedrijfsvlak is het goed voor de efficiëntie. Minder burnouts. Minder kosten door absenteïsme. Iedereen wint!

Waarom doen bedrijven dan zo weinig om hun werknemers gezonder te maken? Ik vermoed dat het een kwestie van tijd is. De eerste ondernemingen die gezondheid en actief bewegen hoog op hun agenda zetten zijn al gespot. En wij doen enthousiast mee met ons bedrijf. Zo smullen we tegenwoordig bijvoorbeeld vaker van fruitsla, dan van koeken tijdens onze vergaderingen.  Ik hoop dat velen ons voorbeeld volgen.

Di Rupo lanceerde pas een ideetje: de 32-uren werkweek. Misschien kunnen we daar verder op borduren? Een werkweek van 38 uur, waarin we een keer met de collega’s gezond koken? Elke maand een psycholoog laten langskomen om mentale issues een juiste plaats te geven. Samen gaan joggen in het park?

Met wat geluk wordt hetzelfde werk in minder uren gepresteerd. De echte winst gaat dan niet naar de bedrijven, maar naar de medewerkers. Meer geluk voor iedereen. Een utopie of niet? De tijd zal het uitwijzen. Met kleine stapjes te zetten doe je alvast niets mis. Wie neemt mee het initiatief?

En nu, nu is het tijd om de loopschoenen aan te trekken. Lopen, zweten, lachen! Start!

In mijn vorige blogpost had ik het over de juiste mix tussen jong en oud op de werkvloer. De ene kan niet zonder de ander om samen resultaten te boeken. Daar moet ik nog aan toevoegen dat ook een goede mix van mannen en vrouwen absoluut een meerwaarde is voor een succesvol en plezant bedrijf.

Tijd voor een kleine bekentenis: in het vijfde leerjaar deed ik mee met een playback-wedstrijd op school. Welk nummer? ‘Kids in America’ van Kim Wilde. Waarom? Eerlijk: geen flauw idee. Omdat mijn zus dat een goed nummer vond? Omdat ik er zelf wel vrolijk van werd? Omdat Kim rijmde op Tim? De terechte winnaar was een klasgenoot die Urbanus nadeed. Jaren later, op een sportkamp, bracht ik iets van Silvy Melody. Voor alle duidelijkheid:  ik heb geen plannen om transgender of travestiet te worden. Maar genoeg over vroeger. Ter zake nu!

Een groep met mannen en vrouwen kan tot een geweldige synergie leiden. Een voorwaarde is wel dat iedereen gewoon zichzelf blijft. Op de toppen van je tenen te lopen om toch maar karaktereigenschappen van de andere sexe aan te nemen? Dat houdt geen mens vol. Het resultaat zou maar een flauw afkooksel zijn, en de kopie is zelden beter dan het origineel. Mijn korte playback-carrière is daarvan een mooi voorbeeld.

Dames mogen van tijd tot tijd dus wat emotioneler reageren. Heren mogen af en toe wat botter en zakelijker zijn. Of omgekeerd. Als iedereen zichzelf is, is iedereen gelukkig. En als je van beide kanten wat hebt, krijg je vanzelf een evenwicht. Doe daar een schijfje humor en wat eetlepels wederzijds begrip en respect bij en het komt helemaal goed met je smaken en resultaten. Even shaken en… ja, supercocktail!

Mijn credo is: blijf jezelf. Je meerwaarde zit daar waar je uniek en net iets anders bent. Slimme bedrijfsleiders zien  dat meer en meer in en handelen ernaar. Zij hebben geen quota of andere regeltjes nodig. Ze zetten de juiste man of vrouw of transgender op de juiste plaats.

Zoveel jaren na mijn playback-avontuur werk  ik elke dag in een ‘vrouwelijk’ bedrijf. De Kim en Sylvy in mij laat ik rustig zitten waar ze zijn. Ik leer elke dag bij over de vrouwelijke touch in werken, leiding geven en handelen. Geweldig boeiend. Maar wil ik de vrouwelijk handelswijze helemaal overnemen? Nope! 

mojito

Ervaren medewerkers zijn te duur en jonge werkkrachten hebben geen ervaring. Het is een cliché dat nog steeds leeft op de arbeidsmarkt. Terwijl: volgens mij heb je net vooral een goede en juiste mix nodig om je onderneming te laten bloeien. Diversiteit houdt je scherp en verbreedt je invalshoeken. Een bedrijf moet goed gemixt zijn, zoals een lekkere mojito. En er mogen best wat 'speciallekes' bij zijn. Want geef toe, zo'n parasolletje en suikerrandje geven toch net dat ietsje meer? Ik spreek uit ervaring: in mijn dienstenonderneming werken mannen en vrouwen tussen 19 en 69 jaar van maar liefst 42 nationaliteiten. Goeie cocktail, en vooral: geweldig boeiend!

Er wordt wel eens gezegd dat we te veel belang hechten aan ervaring. Is werkervaring dan niet belangrijk? Toch wel, maar volgens mij is vooral levenservaring een absolute troef. Recent hoorde ik het verhaal van ex-veldrijder Sven Nys. Een jonge toeschouwer had bier naar hem gegooid. Nys spelde hem de les, en werd de hemel in geprezen voor z’n reactie. De jongen moest door het stof. Een paar jaar eerder reageerde collega-veldrijder Bart Wellens bij een soortgelijk incident met een trap. Resultaat: een schorsing voor de sportman en de toeschouwer ging vrijuit. Het zal wel met persoonlijkheid te maken hebben, maar volgens mij ook met ervaring. Zou Nys een paar jaar geleden niet anders gereageerd hebben, denk je?

Of: ik hoorde onlangs een familielid het woord nemen in uiterst moeilijke omstandigheden. Wijs, waardig en met de juiste toon. Ik ben er nog steeds van onder de indruk. Waren die woorden twintig jaar geleden hetzelfde? Ik vermoed van niet. 

En toch kom je ook met jong enthousiasme heel ver. Dat mag gerust met wat overmoed, dat hoort erbij. Net zoals fouten maken. Je leert het snelst door tegen de muur te lopen. Ik kan het weten. Ik zou er een hele blog, wat zeg ik, een heel boek over kunnen schrijven!

Beide doelgroepen, jong en oud, hebben hun troeven. Nu mijn veertigste verjaardag achter de rug is vraag ik me soms af bij welke groep ik hoor. Het lijkt me vrij duidelijk: in mijn hoofd ben ik nog altijd 22. Ik kom dus nog altijd in aanmerking voor de banenplannen voor de tewerkstelling van jongeren. Ja toch?

Gepost op 28 juli 2016

Ik ben een nieuwsgierige man. Misschien dat ik daarom ooit voor journalistiek koos. En misschien ook daarom dat ik tien jaar geleden een vaste benoeming bij de overheid vriendelijk terugstuurde. Het was tijd om, nieuwsgierig als ik ben, nieuwe horizonten te verkennen.

Toch kent m’n nieuwsgierigheid grenzen. Politiek, bijvoorbeeld. Daar waag ik me niet aan. Heb ik dan geen mening? Natuurlijk wel. Wil ik die mening bijschaven tijdens de zoektocht naar een compromis in functie van het algemeen belang? Toch maar niet. Ik heb er niet genoeg geduld voor. Ik vind het wel geweldig dat anderen zich geroepen voelen om hun dorp, landsdeel of staat te dienen door in de politiek te gaan.

Die politici, we maken ze het ook niet gemakkelijk. Elk jaar klagen en zagen we ons een ongeluk –ja, ik ook- bij de belastingaangifte over het bedrag dat we moeten ophoesten. En enkele maanden later  feesten we omdat we zoveel geld hebben ingezameld voor goede doelen. Terwijl… het gaat toch om dezelfde centen? Als we zelf kunnen kiezen wat er met ons geld gebeurt worden we gelukkiger, lijkt me. Het doet me denken aan het model van Karasek, waarbij werknemers zelf mogen kiezen hoe en wanneer ze hun werk doen. Ook dat brengt geluk. Simpel maar doeltreffend!

Dat model toepassen op onze belastingen is misschien nog niet zo’n gek idee. Ik zie het al voor me: een nieuw vakje op de aangifte. Daar kunnen we aanduiden naar welk doel of departement onze centen moeten gaan. Anno 2016 kan dat misschien zelfs met een liveshow op tv, waarbij je per sms kan stemmen? Onze beleidsvoerders zouden nog beter hun best doen om positieve projecten uit te dokteren en in mensentaal uit te leggen. Resultaat? De weerstand tegen belastingen vermindert en er zijn achteraf minder subsidies nodig. Wie weet levert het wel goede televisie op. Beter dan ‘Mijn lief is vrijgezel’, ik zeg maar wat.

Ik weet ook wel dat  het idee hierboven simplistisch en idealistisch is. Maar een idee hoeft toch niet ingewikkeld te zijn? Kijk maar naar het model van Karasek. Of je nu op kantoor zit of ergens op een terrasje: denk er eens over na. Wie doet mee?

 

Gepost op 27 juli 2016

Van sommige beroepen zegt men dat wie ze uitoefent een verhoogde kans heeft om een psychopaat te zijn. Leidinggevenden, bedrijfsleiders en managers bijvoorbeeld. Toevallig zijn dat jobs die op mijn cv staan. Wees gerust: ik heb in het verleden heel wat persoonlijkheidstest gedaan en daaruit blijkt dat ik geen psychopaat ben! Wat zeiden die testen wel? Dat ik niet zo gesteld ben op regels en procedures. En dat klopt. Ik krijg rillingen als ik leerkrachten, politieagenten of scheidsrechters zie die zich verstoppen achter nutteloze regels.

Zijn regels nodig in een bedrijf? Daarover kan je discussiëren. Als iedereen zijn gezond verstand gebruikt en doet wat hij moet doen, dan niet. Helaas is een mens van nature wat egoïstisch. Vroeg of laat duiken er misbruiken op. Geef je een vinger, dan nemen sommigen al eens een hand, en wat later de hele arm. Dan kan je als bedrijf niet anders dan regels en procedures invoeren. Weg vrijheid, weg persoonlijke aanpak, foetsie flexibiliteit. Het gevolg: een beleid dat enkel gericht is op enkelingen die van het systeem profiteren. Geen beleid op maat van de grote meerderheid. Dat is jammer natuurlijk. Is er een alternatief? Kan een groep sterk genoeg zijn om die enkelingen op hun gedrag te wijzen en zo de regels buitenhouden? Misschien wel.

Onlangs opende ik een nieuwe zichtrekening bij m’n bank. Wat een gedoe: om er volmacht over te krijgen moest ik talloze mails sturen, documenten invullen en kopies van identiteitskaarten afgeven. Dat moest om misbruik en bedrog uit te sluiten. Wild werd ik ervan, van al die rompslomp. Niet in het minst omdat ik al 30 jaar klant ben bij die bank. Het deed me wel nadenken: is een wereld zonder regels en procedures naïef, of is het net een visie met toekomst?

In de wijk waar ik woon werd een straat  aangepast, zodat er niet te snel gereden zou worden. Op bepaalde plaatsen kunnen auto’s elkaar niet passeren. Ze moeten elkaar een voor een voorlaten. Voorrangsborden zijn er niet te bespeuren. En toch: nergens wordt er zo hoffelijk omgegaan met voorrang als daar. Vaak willen beide tegenliggers elkaar voorrang geven. Allebei staan ze dan stil en maken ze om ter vriendelijkst handgebaren naar elkaar. Wat een geweldig initiatief van het stadsbestuur om die bordjes te vergeten! En wat een verschil met de vluchtheuvels verderop… Daar staan wel voorrangsborden. Het resultaat? De ene chauffeur geeft gas bij om z’n voorrang af te dwingen, de andere zucht dat hij te lang moet wachten en wringt zich nog ergens tussen. Als klap op de vuurpijl staan ze soms lijnrecht tegenover elkaar op de vluchtheuvel. Slechte timing. Wie wijkt er, wie zet z’n ego aan de kant? Vloeken en schelden en gebarentaal volgt. Daar sta je dan met regels en procedures. En vooral: met veel frustraties.

De regel is de regel? Ik dacht het niet. Regels schakelen het kritisch denken uit. Regels worden veel te vaak als paraplu gebruikt. Soms weten we niet eens meer waarom er bepaalde regels zijn en volgen we ze blindelings.

Wat mij betreft wordt het binnenkort regel om minder regels te hebben. Want al die regels, een mens zou van minder psychopaat worden!

Ik vind dat het hoog tijd is om nog eens op café te gaan. Omdat het plezant is. Maar ook omdat het nuttig en noodzakelijk is: de boog kan niet altijd gespannen staan.

Tegenwoordig is het mode om het altijd drukdruk te hebben. Ik denk echter dat mensen die altijd bezig zijn of voortdurend onder stress staan, niet altijd de juiste beslissingen kunnen nemen. Daarvoor moet je af en toe ontspannen en jezelf rust gunnen. Om je zo terug op scherp te zetten. Decompressie als basis van succes. En dat kan op vakantie, al sportend in het bos, maar zeker ook op café. Daar doe je vaak waardevolle inspiratie op bij mensen die je ontmoet aan de toog.

De vorige keer dat ik bloggewijs op café ging, was dat met Louis Van Gaal, Wouter Torfs en Bart Peeters. Nu kies ik voor Michel van den Brande, Harry Schurmans en Jan Kriekels. Een eigenzinnig maar succesvol trio uit één van de meest besproken tv-programma’s van de laatste jaren: ‘The Sky is the Limit’. Tegenwoordig noemen ze dat programma een ‘guilty pleasure’, maar een paar jaar geleden stemde ik bewust en geïnteresseerd af op de eerste aflevering. Ik hoopte toch wat op te steken van al die succesvolle mensen. Een tv-programma leek me ook beter verteerbaar dan nog maar eens een managementboek of een seminarie. Het draaide toch iets anders uit.

De drie heren van hierboven zijn inderdaad allemaal succesvol, maar niet onbesproken. Onbeholpen liefdesperikelen, extravagant gedrag met drank en auto’s en af en toe een uitspraak die tal van wenkbrauwen doet fronsen… Het is maar een kleine bloemlezing van waar het tijdens het programma rond draait. Niet meteen dingen die je iets bijleren op bedrijfsvlak.

Maar: toeval bestaat niet. Die mensen zijn echt wel om bepaalde redenen succesvol. Hoe motiveren ze hun personeel? Hoe behouden ze hun geloofwaardigheid ondanks het uitvergroten van hun kleine kantjes op tv? Hoe denken ze over voorbeeldgedrag? En hoe ziet hun leven eruit als de camera’s niet draaien? Dat zijn dingen die ik graag te weten wil komen. Het kan een lange avond worden als ze hun tips op me loslaten en ik hen de oren van het lijf vraag.

Vorige keer koos ik voor een bruin café. Misschien zoek ik met deze heren toch beter een chique etablissement op? Zouden ze raar opkijken als ik een koude chocomelk bestel in plaats van champagne, wodka of gin-tonic? Of zouden ze die eigenheid juist appreciëren? Zolang er geen camera’s bij zijn vind ik het allemaal top. Want laat één ding duidelijk zijn: deze blogger hoort op geen enkel  vlak thuis in ‘The Sky is the Limit’!

Gepost op 8 april 2016

Later dit jaar wordt deze bedrijfsleider 40, de midlifecrisis in volle aantocht! Met een beetje geluk is dat halfweg. Dan rijst de vraag: is de mooiste dag van mijn leven al gepasseerd?

Voor heel wat mensen is die mooiste dag hun trouwdag, of de dag dat ze een kind kregen. Ik kan over beide dingen nog niet meespreken. Als het er ooit van komt schrijf ik er een blog over en laat ik weten of dat ook voor mij opgaat. Ik hoop in elk geval dat er in de komende 40 jaar nog een pak mooiste dagen op het programma staan.

Eind januari blies ons bedrijf 10 kaarsjes uit. Dat deden we in stijl, met een heus feestweekend. Onze aandeelhouders blonken uit in afwezigheid, maar dat was niet erg. Het was de bedoeling om onze collega’s -die elke dag keihard werken-  in de watten te leggen,  een goed gevoel  te geven en te motiveren om samen met ons nog lang door te gaan. En ik durf te zeggen, uit te schreeuwen zelfs: missie geslaagd!

Het was een heel weekend helemaal top, ondanks het slechte weer. Waren die drie dagen nu de mooiste? En zo ja, welke was dan de beste dag? Vrijdag, met het vuurwerk? Zaterdag, met de waterpret, het diner en de muzikale ambiance? Of zondag, met kabouter Klus en 600 blije kinderen? Het is moeilijk kiezen!

Eigenlijk waren die drie dagen de apotheose van de voorbije 10 jaar. Dus misschien was de dag dat het idee van ons bedrijf op tafel kwam wel de mooiste. Dit idee durven bespreken en uitvoeren is eigenlijk mooier dan het feestweekend zelf. Dat zegt iets over de visie waarmee we elke dag opnieuw onze onderneming doen groeien en bloeien. Ik ben er trots op!

Of was de dag na het feestweekend de mooiste? Toen werden we overstelpt met bloemen en taarten en mailtjes en sms’jes vol woorden van dank. Een mens zou er helemaal week van worden. En eerlijk, dat is ook gebeurd, al op de laatste avond van het feest. Doodop, trots en emotioneel. Ja, ook bedrijfsleiders zijn maar mensen.

Hopelijk waren het niet de mooiste dagen van ons leven of van ons bedrijf en moet het beste nog komen. Als we samen kunnen feesten, kunnen we ook samenwerken en minder mooie momenten het hoofd bieden. Als dat geen teambuilding is?

Mooiste dagen of niet, het feestweekend heeft ons in ieder geval goed gedaan. We kregen extra vitamines, om keihard te blijven werken aan nog meer mooie dagen. Nog minstens 10 jaar langer!