U bent hier

Bedrijfsleider Tim

Zeven ervaren professionals uit het bedrijfsleven verzamelden die zondagochtend op onze nationale luchthaven.

Nobele onbekenden voor elkaar, maar allemaal klaar voor een ongelooflijk avontuur dat hen te voet langs de mooiste plekjes van Lapland zou gidsen. Nooit eerder trokken ze met stapschoenen en wandelstokken de wildernis in.

Eerlijk toegegeven, het was toch een beetje met een bang hartje dat ik daar stond. Zouden die andere groepsleden meevallen? Had ik wel het juiste materiaal gekocht om te gaan trekken? Niet teveel of te weinig eten bij in die zware rugzak?

Kan ik die bergachtige tocht van 100 kilometer wel aan? En ga ik de weg wel vinden daar in de buurt van de poolcirkel? Veel vragen, weinig antwoorden.

Ik vermoed dat mijn reisgezellen ook wel enkele twijfels met me deelden. En zo zie je maar dat zelfs ervaren toppers snel onzeker worden als ze uit hun comfortzone komen.

Je hoeft daar trouwens zelfs niet voor naar Lapland. Als ik in ons eigen bedrijf een andere functie zou bekleden zou ik zelfs nog meer zenuwachtig zijn.

Ik poetsen bij een klant? Ik zou de avond ervoor niet goed slapen. Het zet je vanzelf met de voetjes op de grond. Je bent goed in iets, maar niet in alles.

En het zorgt ervoor dat je altijd respect blijft tonen voor collega’s in andere jobs. Die comfortzone, het is iets vreemds.

De uitspraak van Pipi Langkous: “Denk maar gewoon: ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan” klopt niet helemaal. Toen ik vroeger met de chiro op kamp ging, maakten we ook lange trektochten en wisten we vaak de weg vaak niet. Ik heb het ooit al gedaan en toch denk ik nog altijd dat ik het niet kan.

Met de chiro waren we op het einde van de dag uitgelaten en blij als we naast het water in onze waterkit ook een scheut grenadine kregen.

Nu, zoveel jaren later deelden we - na een helse dag vol regen en wind - enthousiast en kinderlijk blij een stukje chocolade, een granenreep en een zakje nootjes. Enkel de korte broek van toen ruilden we in voor een langer exemplaar.

Wat in onze jeugd plezant was, wordt zoveel jaren later iets dat ver buiten onze comfortzone ligt. Iets om over na te denken.

In mijn volgende columns beschrijf ik graag over mijn ervaringen in Lapland. Over het groepsproces, een visie op leidinggeven die me onderweg te binnen schoot en de metaforen die ik ontdekte tussen de tocht en ondernemen in het dagelijkse leven.

De eindconclusie toen we terug op Zaventem arriveerden - tevergeefs wachtend op onze rugzakken- kan ik nu al meegeven. Het was fantastisch, het was fijn, het was zo ongelooflijk schoon. Net zoals toen met de chiro was het top.

Nog iets om over na te denken. We zijn gestopt met iets dat we leuk vonden en na een onderbreking van tientallen jaren vinden we het nog altijd leuk. Je stopt met spelen omdat je ouder wordt? Of je wordt oud omdat je stopt met spelen?

Ik had er graag over gefilosofeerd met de 83-jarige landgenoot die we kruisten. Hij was in zijn uppie onderweg. Maar er was geen tijd. Buiten de comfortzone was het heel plezant maar er moet wel serieus doorgestapt worden.

Je ziet het tegenwoordig in het eersteklassevoetbal. De vetbetaalde vedette warmt zich op langs de zijlijn en krijgt het gezelschap van een trainer. Hij voetbalt al zijn hele leven en verdient astronomisch veel, maar zelfstandig warmlopen, is blijkbaar niet mogelijk. Vreemd? Overdreven?

Het doet me terugdenken aan het bescheiden niveau waarop ik zelf voetbalde. Op donderdag paste de trainer zijn oefenstof al aan in functie van de tegenstrever. Net vóór de wedstrijd, was er vaak een uitgebreide tactische bespreking inclusief scoutingverslag. Tijdens de opwarming fluisterde hij nog wat kleine specifieke en persoonlijke dingetjes in je oor en op de dinsdagtraining volde er een korte nabespreking in groep of individueel. Dat alles terwijl ik maar op provinciaal niveau speelde. Vreemd? Overdreven?

Eigenlijk niet. In al die jaren pikte ik op die manier heel wat op. Elke trainer bracht me iets bij en coachte me op basis van zijn verwachtingen. Zo werd ik elke keer een beetje beter.

Het voetballen is ondertussen verleden tijd, maar de coachingmethodes zijn me wel bijgebleven. Hoewel ze soms redelijk ‘fout’ waren. Op mijn allereerste training met de grote jongens schopte de trainer zo hard tegen mijn achterwerk dat ik al heel snel terug bij mijn vrienden wilde gaan spelen. 

Ik vraag me af of je op de werkvloer even intensief kan coachen, begeleiden, aansturen zoals in het voetbal? En indien ja, zorgt dit dan ook voor betere resultaten? Want daar willen we toch allemaal naartoe!

Het intensief begeleiden van een team op de werkvloer vraagt aanwezigheid, tijd en enthousiasme. Maar heeft de leidinggevende die ruimte wel in zijn agenda? Vaak hebben ook de leidinggevenden een goedgevuld takenpakket en wordt het leidinggeven verwaarloosd of naar de achtergrond verdrongen. 

En dan is er de insteek vanuit de kant van de mensen die aangestuurd worden. Is het wel fijn met een leidinggevende die er zo kort opzit en elke dag weer op verbeteren hamert? Micromanagement in het kwadraat! Haalbaar? Nuttig? En heeft de leidinggevende dan nog tijd voor het breder kader?

Zelfsturende teams zorgen voor een grotere jobvoldoening . Maar wat als het met de jobtevredenheid wel goed zit, maar de resultaten niet volgen? Toch maar intensiever opvolgen en bijsturen?

Het lijkt erop dat de ideale situatie alweer in het compromis zit. Veelvuldig overleg is heilzaam en maakt de verwachtingen duidelijk. Tegelijk is het belangrijk om genoeg zuurstof en ruimte te laten voor de eigen inbreng van het team. Verder is het ook belangrijk om te coachen op maat: de ene heeft net dat tikkeltje meer of minder nodig dan de ander.

Met een doorgedreven, motiverende coaching kan je het verschil maken. Schaven aan elk detail, dat werkt! Een van mijn voetbalcoaches vertelde me ooit dat de spits van de tegenpartij naar de kapper was geweest en er dus anders uitzag dan tijdens de heenwedstrijd. Ietwat overbodige info want deze spits was de enige niet-blanke bij de tegenpartij. De verdediger vroeg voor de zekerheid toch nog maar even met welk rugnummer de man speelde. Hilariteit alom.

Om maar te zeggen, coaching mag ook plezant zijn. Het schoolmeesterachtige is niet meer van de tijd en ook een schop tegen het achterste is passé.

Sinds enige tijd ben ik niet enkel in de dienstencheque-sector actief maar ook in de escape-business. Ik ben mede-eigenaar van twee vestigingen van Escape-rooms. Dat is een teambuildingsspel waarin mensen opgesloten worden en binnen het uur moeten proberen te ontsnappen. Hierdoor heb ik niet enkel een fascinatie voor leidinggeven, maar ook voor kisten, kluizen en kooien.

Soms komen mijn twee fascinaties netjes samen. Ik leg jullie graag uit wat ik hiermee bedoel.

De meeste bedrijven hebben het ondertussen wel door. Het menselijk kapitaal is belangrijker dan wat dan ook binnen een gezond bedrijf. En als je er nog niet van overtuigd bent dat fijne werkomstandigheden voor je collega’s belangrijk zijn voor mooie resultaten, dan drukt de huidige ‘war for talent’ je wel met de neus op de feiten. 

De HR-diensten en directies proberen volop een goede werkplek te creëren. Elke week lees of hoor ik wel ergens geweldig toffe ideetjes om de collega’s te verblijden en de job-omstandigheden te verbeteren. Het ene idee al wat creatiever dan het andere. Top!

Maar loert daar ironisch genoeg ook geen gevaar om de hoek? Bouwen we onbewust niet aan een aantrekkelijke gouden kooi waar het fijn vertoeven is? Want wat te doen als je eigenlijk geen interesse meer hebt in je job en geen uitdagingen. Wat doe je dan? Wat als de randvoorwaarden binnen de job zo mooi zijn uitgebouwd dat het moeilijk loslaten wordt? Dilemma! Want de hypotheek blijft lopen en verandering is altijd lastig! Maar je nog jaren elke dag bezighouden met taken of doelen die je niet meer raken of interesseren, dat lijkt de kortste weg naar je niet meer goed voelen in je vel, naar bore- of burn-out en dergelijke. Daar kunnen geen gezonde sapjes, teambuildings, rimpeldagen of cafetariaplannen tegenop.

Hans en Grietje wilden ontsnappen uit hun kooi, maar andere sprookjesfiguren zouden zich ongetwijfeld tegoed blijven doen aan al dat toegestopte lekkers.

De voorbije jaren zag ik Hans en Grietje ook passeren op de sollicitantenstoel. Ze zochten opnieuw uitdaging, motivatie, ambitie en arbeidsvreugde. Slechts weinigen kon ik overtuigen om voor ons te kiezen. De anciënniteitswedde van de ambtenaar, de verlofregeling van de leerkracht, de blitse bedrijfswagen en dito bonus van de verkoper waren te grote obstakels. Ze konden de stap niet zetten om die achter te laten.

Ik werp hen geen steen toe. Zij hebben ten minste al eens nagedacht over een ontsnappingsroute. Anderen zullen zelfs die stap nooit overwegen. Dat is jammer, want niemand zit te wachten op een collega die enkel blijft omdat hij veel vakantiedagen heeft. En geen enkele persoon verdient het om zijn dagen in totale verveling te slijten en af te tellen tot hij op vakantie kan.

Met het langer werken en een veranderende tijdsgeest moeten bedrijven blijven inzetten op het aangenamer, gezonder en plezanter maken van de werkvloer. Maar tegelijk moeten ze zich ook focussen op een efficiënte en uitdagende organisatie van het takenpakket. Een moeilijke evenwichtsoefening die dialoog vereist, een open en eerlijke communicatie over wederzijdse verwachtingen en ambities, nu en in de toekomst. Delicaat en lastig, maar lastig gaat ook! En datzelfde geldt voor een escape-room, ook al is die zeker niet van goud.

Zoveel jaar geleden wilde ik journalist worden. In de eerste lessen communicatie aan de hogeschool werd het axioma van Watzlawik opgevoerd. Je kan niet niet-communiceren. Het is een van de stelregels die me altijd bijgebleven is.

En nu pakweg twintig jaar later en met enige jaren ervaring als journalist op de teller, ben ik in de sector van de dienstencheques verzeild geraakt. Een van de meest ingrijpende, maar ook positieve wendingen in mijn leven.

Als ik op zaterdagochtend de weekendbijlages van de kranten lees, warme chocolademelk en een rozijnenboterhammetje erbij, moet ik vaststellen dat mijn communicatie-achtergrond meer dan ooit van pas komt. Om de zoveel tijd komen de dienstencheques immers in het oog van de storm terecht. Gelukkig blijkt het meestal een glas water te zijn, maar toch.

Onlangs bijvoorbeeld moest een hoogleraar in een column zo nodig nog maar eens het kostenplaatje van het systeem bovenhalen. De vraagstelling is terecht, maar helaas was zijn column te kort om ook te verwijzen naar de terugverdieneffecten en het bevorderen van het welzijn van klanten en medewerkers. Hiermee plaatste hij een stempel op zoveel hardwerkende bedrijven en collega’s uit de dienstencheque-sector.

Vanaf de zijlijn is het makkelijk om kritisch te zijn over dure sectoren. Ambtenaren, cultuur, onderwijs? Uitkiezen maar! De dienstenchequebedrijven leveren wel meer dan honderdduizend jobs. Bovendien zijn ze het laatste redmiddel van talloze gezinnen om in de ratrace geen burn-out te krijgen en geven ze ouderen de kans om langer thuis te wonen. Verhouding prijs-kwaliteit van het systeem? I rest my case.

Ook een feministische denktank heeft een forum gekregen om de dienstencheque-sector te viseren. De dienstencheques zouden de emancipatie van de vrouw in de weg staan. Misschien ben ik als man te weinig onderlegd in deze problematiek, maar negatieve redeneringen over contracten en jobtevredenheid staan haaks op onze ervaringen. Boem, alweer een negatieve stempel erbij. Misschien toch deze dames eens uitnodigen voor een koffietje om ze wat verhalen uit de echte praktijk diets te maken?

Maar ook de dienstencheque-sector zelf gaat niet vrijuit. Want wat als je communicatiebudget zo groot is dat je het halve land in prime time plat bombardeert met slogans die geen waarheidsgetrouw en genuanceerd beeld ophangen? Ook dat is een gevaarlijke tendens. En zo zorgen we eveneens binnen onze eigen sector voor vreemde stempels.

Natuurlijk is ook deze blog te kort om genuanceerd op elke redenering in te gaan. Ondertussen blijven we vooral hard werken aan de toekomst van onze duurzame en positieve jobs. Het zijn er ondertussen heel veel, maar de getallen zijn onbelangrijk, want wat bovenstaande auteurs vooral vergeten is dat achter alle cijfers en redeneringen vooral mensen zitten, met een individueel en eigen verhaal, soms goed, soms minder goed, en dat is niet samen te vatten in een column, slogan of opiniestuk.

Als Carrefour of Philips een herstructurering aankondigen, zijn we collectief verontwaardigd. Dan gaan we deze groeisector toch niet eigenhandig doen inkrimpen, zeker?

Omdat Watzlawik me is bijgebleven wilde ik absoluut communiceren. Om tussen twee rozijnenboterhammetjes in, een realistisch tegengewicht te bieden. Omdat alle collega’s, en niet enkel die van ons bedrijf, nog eens een positieve en waarderende klok mogen horen en samen met ons heel veel job-trots blijven uitstralen.

Lang leve de dienstencheques!

We moeten allemaal wat meer letten op de work-lifebalance! Natuurlijk, logisch, evident! Het ministerieel ideetje om afspraken te maken rond het gebruik van de alomtegenwoordige mailbox is dan ook zeker goed bedoeld. Gezondheid, fysiek en mentaal, is en blijf het belangrijkste goed. Maar gaan we in deze denkpiste dan toch niet teveel uit van het slechte dat het werk met zich meebrengt?

Als je spreekt over een balans tussen werken en leven impliceert dat in de eerste plaats dat je job eigenlijk vooral niet-leven is. Dat het leven pas begint als bij wijze van spreken de fabriekssirene schalt. Een harde noot om te kraken want per slot van rekening slijt je toch wel heel wat uren, dagen, jaren tussen je collega’s en leidinggevenden. Hoog tijd om van job te veranderen dus?

We moeten wel toegeven dat we allemaal wel een beetje slaaf zijn geworden van onze inbox. Een beperking mag dan zeker bespreekbaar zijn, behalve als we eind december nog snel even online de cadeautjes bestellen en die ’s anderendaags geleverd willen zien worden. De ontvangers van dat soort mails werken hopelijk nog wel door.

Het werk niet kunnen loslaten kan voor verstrekkende gevolgen zorgen. Dat merken we elke dag weer in de verzuimcijfers, in verkeersagressie, in het stijgend aantal echtscheidingen. Maar ’s avonds nog even een vriendelijk mailtje naar een collega met een antwoord op zijn vraag, kan ook voor een positieve noot zorgen op de werkvloer toch?

En worden we allemaal echt meer zen als we de werk-inbox uitschakelen maar daarnaast duchtig slaaf blijven van een handvol socialmediaprofielen? Ook daar weer gaan we uit van de veronderstelling dat werk slecht is en alles daarnaast best ok.

Vanuit werkgeverskant wordt er ondertussen naarstig werk gemaakt van het wendbaarder en aangenamer maken van de job. Vers fruit, yoga-sessies, verse soep, gezonde noten, happy hours, stilte- en sporturen, rechtstaand werken, noem maar op. Mooie initiatieven en het kan zeker nog beter. Maar dit gebeurt zijdelings aan het fenomeen dat velen elke dag weer, jaar na jaar, hun stuur kapot bijten in de dagelijkse files. Daar kan geen notenmix tegenop, echt niet!

Het masterplan van ieder an sich ontbreekt vaak. In tijden van melige kerst-tijden is het weer het ideale moment voor reflectie en goede voornemens. Welke keuzes maken we in 2018? Kiezen we voor de autostrade of de fiets? Voor gezonde noten en mindfulness of de adrenaline-kick van het groots project? Of voor de juiste gezonde mix op maat?

Om het met een muzikale noot te zeggen, choose your future, choose life… and wear sunscreen!

Geen betere manier om mensen op stang te jagen als het aankondigen van ingrijpende veranderingen. Je kan me bezwaarlijk een fan van het verleden noemen. Ik roep het nog net niet schreeuwerig uit en met gebalde vuist zoals Stijn Meuris in zijn song ‘Vroegerhater’, maar ik ben er wel van overtuigd dat verandering de weg naar beter is.

Tegenwoordig hoor je in voetbalkleedkamers pompende beats en zorgen veelkleurige felle voetbalschoenen voor de lichteffecten. Dan schud ik meewarig het hoofd. Is dit nu een gedegen wedstrijdvoorbereiding? Zijn die schoenen er nu echt niet een beetje over? 

Maar was het vroeger beter? Halverwege de jaren negentig zaten we ons meer dan een uur lang te vervelen in die duffe voetbalkleedkamer. Met een half oor luisterend naar tactieken, scoutingsverslagen, peptalk. Ondertussen om de verveling tegen te gaan die voetbalschoenen nog maar eens invetten, opblinken.

Neen, dan lijkt de sfeer me tegenwoordig heel wat aangenamer en de beats pompen de motivatie best wel op. Bijkomend voordeel is dat je die kunststof-schoenen niet moet invetten, trouwens.

Hetzelfde op kantoor. De mailserver bezorgt ons af en toe een portie spam, hapert weleens, net zoals het software-pakket. Maar of we terug zouden willen naar de fax of erger nog: de fichebak? Neen, dat nu ook weer niet.

Als we dan toch allemaal het idee koesteren dat verandering ons naar iets beter leidt, wat maakt dan dat we collectief gaan steigeren als er veranderingen worden aangekondigd?

Om te beginnen hebben we het niet voor veranderen om te veranderen. Een fout die nieuwe managers, directeurs en ja: ook voetbaltrainers of het nieuwe lief weleens plachten te maken. Ze willen zich bewijzen, hun stempel drukken. Geen goed idee, me dunkt. Eerst analyseren wat goed loopt en dan aanpassen wat beter kan. Ja toch?

En we willen weten waarom er veranderd wordt. De juiste uitleg over het waarom, het grote ‘why’. Als je dat vraagstuk kan toelichten, is de weerstand al voor een groot stuk verdwenen. Zeker als je het vooropgestelde doel duidelijk kan omschrijven. Als je daarin bijkomend nog eens vermeldt wat de voordelen voor de betrokkenen zijn, de ‘what’s in it for me?’, schakel je van weerstand misschien zelfs al naar voorzichtig enthousiasme. Focus op het doel en verbloem het lastige parcours ernaartoe zeker niet. Het parcours naar de top is nooit bergaf.

Extra tips om verandering op een adequate manier door te voeren zijn inspraak en timing. Door zoveel mogelijk input te vragen, creëer je betrokkenheid. Grote kans dat je eigen ideeën overeenkomen met wat een aantal mensen uit het werkveld ondervinden. Of dat zou toch moeten. Valkuil is hier de timing. Te snel te grote veranderingen willen doorvoeren verhoogt de weerstand, maar in deze snelle economische tijden kan je het je ook niet veroorloven om pakweg een paar maanden over een webshop te palaveren. 

En zo blijft verandering en vooral de communicatie errond een belangrijk onderdeel van het succes in een hedendaagse onderneming. Zij die overblijven zijn niet altijd de sterksten, maar diegene die zich het best aan verandering aanpassen. Verandering is de enige constante om er even wat clichés tegenaan te gooien.

Na deze overpeinzingen blijf ik ongelooflijk benieuwd naar hoe een voetbalkleedkamer en onze kantoren er binnen tien jaar uitzien. Je leest het in deze blog in 2027! Of dit e-zine zou ook veranderd moeten zijn, natuurlijk.

Vakantie! In deze zomerse tijden stromen de luchthavens vol. Op enkele uurtjes vliegen van het druilerige Brussel sta je met een zonnebril op je snoet in het zonnige Malaga. Al tijdens de landing heb je een geweldig zicht op de blauwe zee. Fantastisch!

En op het einde van de landing… applaus! Handjes op elkaar voor iemand die je van haar noch pluim kent, zelfs nog niet zag. Bijzonder! Waar en wanneer is die traditie ooit gestart? Ik zou het graag willen weten.

Doen de passagiers het omdat een veilige landing een ontlading is? Omdat de vliegangst terug de koffer in mag bij het voelen van het tarmac? Of krijgt de piloot het applaus omdat hij een levensbelangrijke job heeft? Hij heeft per slot van rekening de levens van jou en je naasten letterlijk in handen. Maar eigenlijk krijgt hij deze blijken van waardering omdat hij gewoon zijn job doet zoals het hoort, toch?

Als je als directeur of leidinggevende anno 2017 het belang van complimenten en positief coachen ontkent, zit je vermoedelijk al even niet meer op de juiste stoel. Maar ook langs de andere kant, die van de klant, mag er gerust wel wat aandacht gegeven worden aan een vriendelijk en positief woord. Klantvriendelijkheid staat bij alle organisaties en bedrijven hoog op het prioriteitenlijstje, maar hoe klantvriendelijk of lastig zijn we zelf als we onze professionele context verlaten? Zeuren we over futiliteiten? Zien we zelf af en toe niet enkel ons eigenbelang? Beantwoorden we elke ‘alstublieft’ met een dankjewel of een glimlach? Hoe lastig doen we zelf ten opzichte van mensen die klantvriendelijk proberen te zijn? In zomerse, relaxte tijden iets om over na te denken.

Maar dus applaus! Voetballers krijgen het. Ze gaan er zelfs beter van presteren. Die beruchte twaalfde man, het thuisvoordeel weet je wel. Artiesten leven op bij applaus. Wellicht willen de Rolling Stones daarom van geen wijken weten. Om het geld moeten ze het niet meer doen en als het omwille van het spelen is: dat kan in een van hun riante villa’s ook. Neen, ik vermoed dat applaus hun beste drug blijft, het pept hen op om door te gaan.

Positieve feedback, complimenten, aanmoedigingen, een dankwoordje, het is als leidinggevende te allen tijde een aandachtspunt. Met de vorm kan je nog alle kanten op, creatief zijn mag.

Een opgestoken duim kan, maar opgelet, in sommige landen betekent dit hetzelfde als een opgestoken middelvinger. Applaus lijkt me universeel. Alhoewel ik tijdens het voetballen ooit een gele kaart onder mijn neus kreeg voor een net iets te cynisch applausje. Niet echt klantvriendelijk, ik geef het toe.

Misschien moeten we nadenken over nieuwe passende gebaren, tekens, uitingen van tevredenheid en dankbaarheid want applaus komt misschien raar over als de ober een wit wijntje en een koude chocomelk aan je tafeltje komt brengen. Of als leerlingen een staande ovatie geven na elke les. Langs de andere kant, die allereerste piloot zal dat eerste applaus misschien ook wel een beetje vreemd hebben gevonden?

Vakantie! Daar zat ik, eindelijk goed geïnstalleerd. Voeten in het Spaanse zand. Cocktail en boek in de hand (de biografie van Luc De Vos). En dan… las ik toch nog net die ene mail. Goed fout, want ik hoefde die mailbox echt niet open te doen. Eigen schuld, dikke bult!

Ik las hoe een concullega zich denigrerend uitliet over ons bedrijf. Geen mooie woorden, en vooral niet waar! Negeren was geen optie. Het onbezorgde vakantiegevoel was eensklaps verdwenen. Mijn hartslag ging de hoogte in. Ik keek rond, op zoek naar iemand aan wie ik kon vertellen dat de beweringen in die mail niet klopten, dat het unfair was. Maar niemand op het Spaanse strand had interesse in vervelende woorden, in iets werkgerelateerd, laat staan in het werk van iemand anders. Dus nipte ik van die cocktail en kalmeerde ik mezelf. In de biografie van Luc De Vos stond dat er ook bij Gorki meer dan eens een haar in de boter zat. Niets aan de hand. Het komt voor in de beste families.

Maar toch, wat nu? De kwaadspreker uit de mail sito presto bellen om elk slecht woord vakkundig en uitgebreid te weerleggen? ‘Anger is an energy’, wist Johnny Rotten al. Dat telefoontje zou misschien wel opluchten, maar ook niet meer dan dat. Buiten wat halfslachtige excuses zou het me niets opleveren. Slecht idee dus.

Een uitgebreid weerwoord op papier dan maar? Veel werk, weinig resultaat. Laten voor wat het was? Dat had een optie kunnen zijn, maar niet voor mij. Zo zit dit beestje niet in elkaar. Revanche nemen en stiekem negatieve dingen over de kwaadspreker rondbazuinen? Twee seconden lang een optie, tot ik weer van m’n cocktail nipte. Ook zo zit ik niet in elkaar!

Opeens herinnerde ik weer hoe ik met m’n voetbalploegje in de kleedkamer stond, net voor een wedstrijd. Onze trainer hing een krantenartikel op: daarin stond dat we volgens onze tegenstanders de minst goede ploeg waren. Meer motivatie hadden we niet nodig. We vochten als leeuwen en wonnen met grote cijfers. Een paar maanden nadien rijfden we ook het kampioenschap binnen.

Zo kwam ik uit bij de positieve wijsheid van de slimste Nederlander ooit, de voetballegende Johan Cruijff: “Elk nadeel heb z’n voordeel” was zijn credo.

Ik stuurde de mail in kwestie naar mijn medewerkers. Nog meer dan anders gaan we keihard werken en bewijzen dat de mail onwaarheden bevat en dat we meer te bieden hebben dan de auteur ervan. Elk nadeel heeft een voordeel: van een trap op ons eergevoel naar positieve vibes!

En toen? Toen stond ik op voor de volgende cocktail. Mijn hartslag was weer teruggezakt naar vakantieniveau. Tijd voor een volgend hoofdstuk over Luc. Vakantiemodus aan, mailbox definitief uit!

Gepost op 31 juli 2017

Wat wou jij later worden? Vraag het aan kleine meisjes en ze zeggen stewardess of verpleegster. En jongens voetballer of piloot. Beroepen met een speciaal imago én een bijhorend, speciaal uniform. Dat doet dromen. Weinig mensen dromen van een job in de schoonmaak. Jammer, maar niet onlogisch. Het imago zit niet mee. 

Oudere generaties zijn groot geworden met een gigantische kloof tussen rijk en arm, met bitter weinig respect voor het opknappen van het vuile werk. Mijn grootmoeder was huishoudster: ooit vertelde ze hoe ze samen met het andere werkvolk in de bijkeuken mocht aanschuiven voor de restjes van het eten. De iets jongere generatie heeft F.C. De Kampioenenfiguur Carmen Waterslaghers als 'voorbeeld': een luidruchtige, onbeschofte en eerder luie schoonmaakster. Weinig discreet en bovendien niet vies van de drank.

Nee, zo doe je niemand verlangen naar een schoonmaakjob.

Ik maakte dan ook een sprongetje van vreugde toen we met Dienstenthuis mochten meewerken aan een gloednieuwe campagne, de 'Dankbaarste job'. Een affiche vol dames én heren, vrank en vrolijk. Geen Carmen te bespeuren, maar wel Klaartje, een topper van ons eigen bedrijf. De affiche lijkt wel zo'n hippe foto om bloedgeven te promoten, of om de kandidaten van 'De Mol' voor te stellen, of om een nieuw immokantoor in de picture te zetten. Om maar te zeggen: eindelijk eens een positief en divers beeld over onze sector. Werken met dienstencheques, dat is mogelijk voor iedereen.

Zo'n job is natuurlijk meer dan zomaar wat doen. Dat is het trouwens altijd, ook voor een stewardess of voetballer. Als poetshulp moet je zelfstandig werken, de nodige product- en materiaalkennis hebben,  omgaan met tijdsdruk en rekening houden met ergonomie en veiligheid. Respect en waardering voor de job zijn dus zeker niet misplaatst. Poetsdames en -heren zijn professionals. Wie het niet gelooft mag altijd zelf eens komen proberen! 

De voordelen van de job? Je bepaalt zelf hoe je werkt, zonder files én je kan je job gemakkelijk combineren met je familie. Door je inzet zien klanten jou als een onmisbare schakel in hun gezin. Als jobtevredenheid kan dat tellen, niet? Een toffe job is een van de sleutelfactoren voor een stabiel en plezant leven. Er zijn al veel dienstenchequebedrijven. Veel zetten zwaar in op het welzijn en de tevredenheid van hun werknemers. Hopelijk vinden veel jonge mensen dankzij Klaartje en co op de affiche de weg naar dankbare jobs in de dienstenchequesector.

Qua imago zitten we op de goede weg. Nu dat uniform nog. Als we Jani eens voor onze kar spannen? Dan kan hij een prachtige poets-outfit ontwerpen en dromen mensen binnenkort van een job in zo'n uniform...

Gepost op 2 mei 2017

Elke keer als ik laat vallen dat ik een dienstenchequebedrijf run, volgen de verhalen en de vooroordelen. "Ik heb al eens horen zeggen dat een poetshulp in slaap was gevallen op de zetel.". "Hebben jullie niet vaak te maken met diefstallen?". "Allemaal buitenlanders zeker?". "Jullie doen toch allerlei louche zaken?". Om moe van te worden. Ik denk dat ik me volgende keer maar voorstel als belastingcontroleur, parenclubeigenaar of politicus!

Natuurlijk loopt het soms eens fout. Maar dat is niet alleen bij ons zo. In de frituur bestelde ik eens een curryworst, maar kreeg een viandel. Aan de supermarktkassa kreeg ik al eens te weinig wisselgeld. En die juffrouw van de helpdesk van Telenet, een tijdje terug, had duidelijk haar beste dag niet. Moeten we daarom iedereen aan de schandpaal nagelen? Nee toch. Het mag een beetje positiever!

In de dienstenchequesector werken ondertussen meer dan 130.000 dames en heren. Die leveren allemaal geweldig werk, echt waar. Zonder die toppers zou het aantal burn-outs en echtscheidingen in België ongetwijfeld nog hoger liggen. Het werk in de dienstensector vraagt een menselijke en persoonlijke aanpak. Ik ken medewerkers die al 10 jaar hetzelfde gezin helpen. Sommigen zijn zo thuis bij de klanten, dat ze koekjes voor de hond des huizes meenemen. En pas nog zag ik een overlijdensbericht waarin de trouwe huishulp vermeld stond. Dat wil toch iets zeggen. Langer thuis wonen? Dat kan. Zeker als je kan rekenen op geweldige hulp.

Het is best zwaar werk, huishoudelijke taken uitvoeren. Vooral poetsen. Als thuishulp ben je vaak alleen aan de slag, zonder steun van je collega's. En neen, rijk word je er niet van. Gelukkig tonen klanten dikwijls een enorme dankbaarheid, en leggen de dienstenchequebedrijven hun werknemers meer en meer in de watten. Dat is belangrijk. Ook in andere sectoren trouwens. Jobtevredenheid moet je koesteren.

Werken als thuishulp biedt heel wat voordelen. Je hebt geen last van files, bijvoorbeeld. En je kan de job perfect combineren met je gezinsleven. Quality time! Je hebt heel wat vrijheid, dat is ook niet verkeerd. En je zet een muziekje op tijdens het poetsen. Als alles blinkt, keer je tevreden terug naar huis. Top!

En het gepieker over je leeftijd of een goed gevuld cv? Niet nodig! Bij ons kan iedereen aan de slag. Mijn jongste werknemer komt met haar 18 lentes net van school en de oudste, een pracht van een man, telt 69 jaar. Sommige werknemers leerden bij ons Nederlands, maar we hebben evengoed gediplomeerden in onze rangen. Er zit zelfs een arts bij.

De jobs zijn er. De voordelen ook. Onze collega's gaven hun job recent nog een tevredenheidsscore van 8,7 op 10. Toch is de drempel nog steeds hoog. Het onjuiste imago van de stoffige poetsvrouw schrikt nog steeds af. Ten onrechte. En ja, er is veel meer nodig dan deze blog om het imago van mijn sector op te poetsen. Als we nu eens beginnen met het verspreiden van positieve verhalen over onze thuishulp, of over onze job in de dienstencheques? De hardwerkende thuishulpen verdienen het. Misschien geraken de jobs, jobs en jobs zo sneller ingevuld... Iedereen is welkom, we ontvangen je met open armen en fijn werk.

En voor alle duidelijkheid: ik zou voor geen geld in de wereld mijn job in de dienstenchequesector willen ruilen voor die van belastingcontroleur, parenclubeigenaar of politicus. Voilà!