U bent hier

Bedrijfsleider Tim - april 2013

Tegeltjes tegen de muur over klokjes die tikken en zonnen die ergens schijnen. Het ademt een sfeer van positivisme, geborgenheid en gezelligheid. Nonkel Phil -van Bond zonder Naam- is al enige tijd niet meer onder ons, maar zijn teksten blijven leven. Als blogger, schrijver en communicatiemens ben ik stiekem jaloers. Het is slechts weinigen gegeven om kernachtig maar krachtig de essentie van een gedachte weer te geven. Probeer eens een waarheid als een koebeest op een tegeltje van 10 op 10 te krijgen? Een vers dat de tand des tijds overleeft, herkenbaar voor jong en oud, cultuuroverschrijdend? Niet simpel. De kunstenaar verlangt naar een meesterstuk, de zanger naar een wereldhit, de schrijver naar een bestseller en deze blogger naar... zijn eigen citaat. Wie weet wordt dit uilskuiken ooit een wijze uil.

In afwachting van mijn eigen Aha-erlebnis is het gulzig graaien in de grabbelton der citaten. Het is niet onprettig om andermans werk te citeren. Elk nadeel ‘heb’ z’n voordeel dus. Sommigen proclameren filmscènes uit het hoofd. Anderen citaten. Voor de rest ben ik een redelijk normaal mens. Of het ooit zal komen? Mijn eigen citaat? We zien wel. Je weet wel, het leven is als die doos vol pralines.

Wat te zeggen als modale werkmens van deze van de Dalai Lama: “Als je denkt dat je te klein bent om het verschil te maken, denk dan eens aan in slaap vallen met een mug op je kamer.” Een mooie. Maar misschien heeft die mens gewoon heel veel tijd om over citaten na te denken. Of heeft hij een drukke agenda? Geen flauw benul. Maar het is een mooie, motiverende uitspraak. 

Een citaat moet trouwens niet altijd diepfilosofisch zijn, of betrekking hebben op de bevordering van intermenselijke relaties. "Ik moest kloppen want de bel deed het niet", geniaal! En lach maar met die "Chromed out Pimped out Pussywagon", but I love it!

Voorlopig laat ik mijn slaap niet voor het ultieme citaat dat uit mijn pen zal vloeien. "Keep calm & Carry on" heb ik ergens eens gelezen. Zou ik trouwens auteursrechten ontvangen voor mijn geniale vondst? Tegenwoordig zit de brigade van Sabam toch overal redelijk kort op? De ondernemer in mij ziet al koffiemokken, t-shirts en uiteraard petjes opduiken. Merchandising!

En je moet meegaan met je tijd. Misschien is de kalender van BZN toch een beetje voorbijgestreefd, en zijn tegeltjes ook niet meer zo hip in een strak en tijdloos interieur. Toch de mensen van ICT een keertje aanspreken om een citaten-app te ontwikkelen. Begin de dag met een citapp! “An app a day keeps the doctor away”, of zoiets? 

De laatste blog uit deze aprilreeks. Stoppen of doorgaan? Wie schrijft die blijft natuurlijk! “Qué sera, sera, the future is not ours to see, qué sera, sera!”

U was een fijn publiek! (zou Stijn Meuris zeggen)

Gepost op 29 april 2013

Gisteren mocht deze jongeman, op een wel heel erg fijne lentedag, een lezing geven in een plaatselijke middelbare school. Vanaf het moment dat ik de schoolpoort doorstapte, werd ik terug in de tijd gekatapulteerd: de grote ruimtes, de geuren die er hangen, de geplogenheden van een schoolgemeenschap, het onvermijdelijke belsignaal. Er verandert weinig tot niets. In de aanwezige klassen kon ik namen plakken op de types die ik ooit in mijn eigen klas ontmoette. De stille, de aandachtshoer, de verlegen primus en de babbelkous. De jeugd van tegenwoordig blijft hetzelfde. Toevallig liep ik er ook een leerkracht uit mijn eigen middelbare schooltijd tegen het lijf: de man die mij tevergeefs het nut van vergelijkingen en parabolen probeerde bij te brengen. Hij was nog geen haar veranderd, en ik weet eigenlijk niet of dat een compliment behoort te zijn. Zou ik in 2023 dezelfde Tim willen zijn? Ik denk er nog even over na.

Om in het schoolthema te blijven: klasreünies! Na de gebruikelijke ‘wat doe je?’ en ‘getrouwd en kinderen?’ weet je vaak binnen de vijf minuten waarom je met de persoon in kwestie geen contact meer hebt gehouden. Saai, niet interessant of ronduit irritant. Kan gebeuren, is niet erg, het kan niet met iedereen even goed klikken. Gelukkig gaan de gesprekken in die opgelapte eetzaal af en toe ook wat verder. Bij een goedkope cava en een nootje is het niet altijd slecht babbelen met het meisje waar je ooit nog smoor op was. Na allemaal het testament van onze jeugd gemaakt te hebben, valt het op dat de snelweg van het leven voor iedereen wel wat verkeerde afslagen of klapbanden met zich heeft meegebracht. Scheidingen, ziektes, verslavingen, ontslag… Onheil in allerlei maten en gewichten. ‘Het leven zoals het is. Zesde economische, 1994’.

Zoveel jaren na een onbezorgde schoolperiode -buiten die onverwachte overhoringen van die kerel van Frans- hebben we allemaal onze rugzak. Zonder uitzonderingen. Iedereen een andere inhoud, maar iedereen een rugzak. En dan pas vallen de verschillen op. Sommigen kreunen onder het gewicht. Anderen zijn gezwicht en gekraakt. En sommigen hebben de rug gerecht en gaan vastberaden door. We vellen geen oordeel, maar het excuus brengt ons niet dichter bij huis. Nieuwe kansen zullen zich aanbieden, maar je moet ze zien. Zij die met de kop in de grond lopen, zien ze niet, zullen ze niet grijpen. Mijn bescheiden mening, want ieders rugzak is anders…

Maar de ene rugzak kan misschien wel de andere verlichten. Heilzaam onderweg, met de rugzak. Zonder tijd, zonder druk. Langs kronkelende wegen, onbetreden paden, offline, de confrontatie met jezelf. Het helpt om na te denken, te mijmeren, te verwerken, te overpeinzen, ver weg van de wereld die gewoon even wat te snel draait. Nieuwe mensen op je pad, andere inzichten. In Bali kan je het doen met mooi weer, maar ook een dodentocht in Bornem -al dan niet met rugzak- kan heilzaam zijn. En moest de trip de ziel niet verlichten, dan heb je in ieder geval een mooi verhaal op een volgende klasreünie. Stuur gerust een kaartje! Tot ergens onderweg!

Gepost op 26 april 2013

De lente is in het land, of toch een beetje, en dan is het aangenaam om buiten van de lengende dagen te genieten. Voor tv kruipen is meer iets voor koude, donkere winteravonden. Maar met tv kijken is het een beetje zoals met seizoensgroenten eten: een mens doet het af en toe graag eens op een niet logische manier. De eerste asperges hebben me trouwens gesmaakt vorige week, maar dit terzijde.

Je kan de tv vervloeken voor de dagelijkse portie geweld, seks, vrouwonvriendelijkheid, dom entertainment van ‘reality-nitwits’ en slecht nieuws van over de ganse wereld. Maar gelukkig is er ook een tegengif: humor! En voor die humor kruipt deze blogger al eens graag voor de buis.

Smaken verschillen. De ene kan het smoelenboek van Jacques Vermeire al wat beter verdragen dan de geluidjes van Alex Agnew, maar het blijft humor! Mensen die lachen of doen lachen, hoe irritant een lach soms ook kan zijn -Alain Van Damme, iemand?- die doen geen vlieg kwaad.

Wat als Jeroen Meus het weer zou presenteren? Wat als Barbie echt zou bestaan? Wat als we in ons dagelijks leven eens wat meer humor zouden toelaten? Het leven is veel te serieus. Op straat, op het werk, in de supermarkt, iedereen loopt er verkrampt bij. Met de daver op het lijf, ingehouden, schrik om niet au sérieux genomen te worden. Laten we lekker grijs doen, want we zijn volwassen. Het wordt er al van onze kindertijd ingepompt. Tutje weg, want je bent toch al een grote jongen. De vrienden voor het leven die eens in een ‘serieuze’ relatie, het opgelegde 4 pintjes-dieet volgen. Ze bestaan. Peter Pan? Nooit van gehoord!

Humor. Voor iedereen anders, maar ook voor ieder wat wils. Het is altijd wat aftasten, en ik geef toe: een flauwe mop kan heel slecht vallen in gezelschap. Maar komaan, als dat het ergste is? Geef ze een kans, de mensen die humor en kleur willen brengen. Zoals met één dag per jaar een collectieve groene das dragen. Waarom niet? Niet geschoten is altijd mis. Zo is het met alles. Een verdienstelijke poging verdient krediet. Beter fouten maken, dan niets maken. Laat mensen zich smijten, wildenthousiast en onstuimig en dan… zien we wel waar we uitkomen.

Ik ben heus geen type dat bij het ochtendgloren op blote voeten door de dauwdruppels dartelt, noch een man van verdovende middelen die dankzij die roze bril ook de olifanten in diezelfde kleur ziet. Maar mag het iets positiever, met iets meer kwinkslag en relativeringsvermogen?

Regel nummer één bij een brainstorm: schiet niets af. Denk niet aan de obstakels, maar aan de mogelijkheden. Zie de kansen, niet de bedreigingen. En ‘wear sunscreen’. En Joke Schauvliege, tja, zij kan het toch ook niet helpen dat die muziekgroepen van tegenwoordig rare namen hebben? Als je de Vlaamse cultuurprijs uitreikt, dan is Zjef Genie best een logische keuze. Ach Joke, trek het je niet aan. Je hebt bij heel wat mensen een glimlach op het gezicht getoverd. Er zijn ministers -en zelfs doorwinterde comedians- die daar minder goed in slagen. Volhouden!

Soundtrack bij deze blog: Als ze lacht (dan is het even wereldvrede) -Yevgueni. Beter zou ik het niet kunnen samenvatten...

Gepost op 24 april 2013

Over geen enkel onderwerp wordt meer gelogen dan over seks en geld. Hoeveel onderzoeken en enquêtes er ook over worden gehouden. Opmerkelijk! Het onderwerp seks zullen we veiligheidshalve overlaten aan de gespecialiseerde pers en aan die ex-miss uit Begijnendijk.

Over naar het geld dan dat volgens Van Dale niet echt gelukkig maakt. Die dikke maakt er, even tussendoor, geen gewag van dat ook te weinig geld meestal niet gelukkig maakt. Amper aan regel 5 van deze blog gekomen, moet ik al toegeven dat ik niet al mijn bevindingen over geld zal kunnen meegeven. Of www.vdab.be zou mijn blog-contract moeten verlengen. Altijd mogelijk natuurlijk. Uiteraard tegen de juiste prijs, knipoog!

Geld is relatief. Als kind sprongen we een gat in de lucht met een briefje van twintig frank, daar kon je uren snoep van kiezen, terwijl nu heel wat mensen zich niet meer zouden bukken om een stuk van 50 cent op te rapen. Op andere continenten dan het onze is 50 cent trouwens een mens met wel heel erg veel geld, in andere omstandigheden is het dan weer een weekloon (!) van een hardwerkende medemens. Misschien dus niet gepast om over een crisis te spreken als je dat doet vanuit een luie zetel in een Vlaamse verkaveling met twee wagens voor de deur en I-speelgoedjes voor elke huisgenoot?

Kan een mens teveel geld verdienen? Als je naar jezelf kijkt, uiteraard niet, bij al die anderen daarentegen? De hypocrisie omtrent het onderwerp kan een mens nogal eens ergeren. De ‘Captains of Industry’ verdienen schandalig veel en worden publiekelijk beschimpt en uitgejouwd omwille van hun buitensporige salarissen en bonussen. Op elk dorpsplein een schandpaal! Wat een verschil met onze nationale helden die we langs de kant van de weg of in het stadion massaal naar top-prestaties schreeuwen…

Aan geld en bij uitbreiding alles wat je ermee kan kopen zitten, hechten zich twee van de zeven hoofdzonden vast. Hebzucht en jaloezie!

Het feit dat iemand zoveel mogelijk wil verdienen en de toekomst van zichzelf en zijn naasten wil vrijwaren, is absoluut verdedigbaar. De grens ten koste waarvan je dat wil doen, ligt voor iedereen anders. Volgens mij verdient Hot Marijke trouwens wel heel erg goed het dagelijks brood voor man en kind. Als dat al een hoofdzonde is…

Het is, naar mijn bescheiden mening, vooral de jaloezie die het geld-thema zo felbesproken maakt. Vaak koppelt men rijkdom aan een succesvol leven. Terecht? Ik wil de top-zakenlui die verlaten door vrouw en kind aan de drank zitten en wegkwijnen in eenzaamheid en een drukke agenda de kost anders niet geven. Geld maakt niet altijd gelukkig om er even een welbekend cliché tussen te smijten.

En in onze verkaveling kijken we ook al snel over de haag. Welke auto, welke vakantiebestemming? En stiekem willen we toch ook allemaal wel weten wat onze collega’s en buren zoal verdienen?

We willen allemaal meer loon, maar die meerkost gaan we ook voelen in onze dagelijkse aankopen, waardoor we dus allemaal weer om opslag gaan vragen. Vicieus hoor ik iemand aanvullen? Dan maar hamer en sikkel bovenhalen? De geschiedenis leert ons dat ook dat weer niet direct een top-formule blijkt te zijn.

En zo blijven de hoofdzondes onverminderd doorsluimeren in ons dagdagelijks leven.

Een kant-en-klare oplossing? Niet vandaag en al zeker niet van deze schrijver. Iemand een suggestie? Een allesomvattende verklaring? Je zou er wereldberoemd en schatrijk mee kunnen worden. Misschien een volgende blog toch maar gewoon over seks schrijven?

Gepost op 22 april 2013

In een eerdere blog hadden we het al over perceptie. Als mens met een diploma communicatie kan je dat een mooi woord vinden. Spelen met woorden en diezelfde lettercombinatie mooi of lelijk vinden, het is voor buitenstaanders waarschijnlijk even bizar als postzegels verzamelen, vliegtuigspotten of fierljeppen. Over mooie woorden gesproken trouwens.

Empathie is er nog zo eentje. Niet enkel mooi als woord maar ook de betekenis mag er wezen. De vaardigheid om je in te leven in de gevoelens van anderen. Prachtig toch? Het toeval wil nu net dat er in een voorgaande reactie op een blog gesproken werd over de eigenschappen van een bedrijfsleider en de overeenkomsten met een psychopaat. Psychopaten kampen vaak met een totaal gebrek aan empathie. Het punt is duidelijk niet?

Of bedrijfsleiders en leidinggevenden in het algemeen al dan niet empathisch zijn of nog andere eigenschappen van een psychopaat hebben, laten we hier in het midden.

Ik ben er wel van overtuigd dat een goede leidinggevende de nodige empathie aan de dag moet kunnen leggen. Het is slechts door in het hoofd en hart van medewerkers te kruipen dat je er je beleid, visie en gedrag op kan afstemmen. De ivoren toren met de grond gelijkgemaakt. Op voorwaarde dat je dan ook nog goede bedoelingen hebt natuurlijk.

Empathie kan je ook helpen bij onderhandelingen, bij klantencontacten en eigenlijk in eender welke situatie waarin mensen samenleven en/of samenwerken. Komen we zo ook weer bij relaties natuurlijk. Empathie ligt in het verlengde van een schaakspel. Door te weten wat de andere belangrijk vindt of wil beogen kan je er op inspelen en hem of haar een stap te vlug af zijn.

En we herhalen dus dat je empathie positief en minder positief kan aanwenden. Je kan dat empathisch vermogen ook verkeerd aanwenden en zo je collega’s, medewerkers en anderen schaakmat zetten. En in het harde zakenleven durft dat zeker nogal eens voor te vallen.

Als we echter uitgaan van een positieve benadering dan lijkt het me een oplossing voor heel wat conflicten, onderhandelingen en andere vervelende situaties. Sta op en verhuis naar de andere kant van de tafel. Oogkleppen af, vooroordelen in de vuilbak en stoelendans! Ga vervolgens terug zitten en probeer nu met je eigen kennis en intenties een oplossing te verdedigen voor de andere partij. Een compromis waar je dus vanuit je eigen intenties eigenlijk niet helemaal zou kunnen achterstaan. Het ego even aan de kant. De oplossing vanuit de andere kant bekeken. Niet simpel, maar het lijkt me toch wel een experiment waard. (En het is niet zoals met dierproeven dat die beestjes er achteraf nog van moeten afzien.)

Karel, Marc en Rudy weten nu wat gedaan. Het zijn stuk voor stuk wellicht verstandige mensen of daar gaan we dus maar even vanuit. Zij zijn wellicht de ideale proefpersonen om dit experiment uit te proberen. Laat Rudy pleiten voor de notionele interestaftrek en bezorg Karel wat cijfers over de gewenste opzegtermijnen van de achterban. Ik ben alvast benieuwd. En als de heren niet slagen in hun opzet, ligt dat wellicht aan de moeilijke problematiek, maar ook aan een gebrek aan empathie.

Een standbeeld voor hen drie als het lukt. (De Heilige drie vol empathie!) Als het mislukt, misschien dan toch maar voor een volgend experiment met hen naar Janssen Pharmaceutica?

Het wordt mooi weer dit weekend! Geniet ervan!

 
Gepost op 19 april 2013

Sommige politieke partijen gooien zich voluit in de strijd om verandering te preken. Laat dat nu net een aartsmoeilijke opdracht zijn. Veranderingen, of dat nu voor een organisatie, politieke partij of gewoon een kledingstijl of haarsnit is, het blijft altijd een beetje moeilijk en onwennig. Een status quo en de bijhorende stabiliteit geeft ons gemoedsrust. Hoeveel mensen eten niet jaren ongeteld hetzelfde ontbijt? Het is fijn om een gewoontedier te zijn. Is men in conservatief Vlaanderenland trouwens niet altijd een beetje wantrouwig ten opzichte van nieuwigheden en veranderingen? Of is, met de laatste cijfers van de verkiezingen in het achterhoofd, dit tij misschien toch wel aan het keren?

Als organisatie moet je pleiten voor verandering. Stilstaan is achteruitgaan. Zo herinner ik me nog levendig een van mijn allereerste leidinggevenden. De brave man was een eind in de vijftig, maar alle technologische snufjes hoefden voor hem niet meer zozeer. Hij had nog wel een mailadres gekregen van de ICT-mensen binnen het bedrijf, maar zijn secretaresse printte alle mails netjes uit en legde ze dan op zijn bureel. Ongezien, maar ook niet onlogisch als je bedenkt dat hij in de lagere school waarschijnlijk nog met lei en griffel heeft gewerkt.

En wat komt er de komende jaren nog op ons af? Nog maar net halfweg de dertig en ondergetekende voelt ook al af en toe dat die jobstudente wel heel erg snel is met die tabellen en multimedia-presentaties.

Absoluut een pleidooi voor jonge leidinggevenden dus. Of een tandem-job? De ervaren rot voor de zakelijke en andere wijsheden en de jonge ambitieuze kracht voor de voeling met de mogelijkheden en kansen binnen de maatschappij anno 2013. Bovenstaande is zeker ook een pleidooi voor continue bijscholing, hoor ik Fons Leroy en bij uitbreiding zijn ganse team bevestigen. Ze hebben gelijk, maar simpel is dat niet. Je leert nu eenmaal makkelijker als je jong bent.

Maar ook medewerkers kunnen veranderen. De brave stille kracht waar je altijd op kon rekenen wordt na 20 jaar door zijn vrouw, annex jeugdliefde, gedumpt. Na een periode van depressie is het nadien alle remmen los en beleeft de man zijn tweede jeugd. Het werk komt plots niet meer op de eerste plaats. Net zoals de jongedame die je al snel de term ‘young potential’ op het bevallige lijf had geplakt. Een of andere man op een wit paard of in een Audi A4 en een plots opduikende kinderwens doen haar prioriteiten al even snel van baanvak veranderen als die snelle bolide van zojuist. En als leidinggevende is het dus elke dag weer anticiperen, aanpassen, veranderen. Je gaat voor een continuïteit en een beleid op lange termijn, maar daar dat neemt niet weg dat je elke dag weer moet durven veranderen, aanpassen, bijsturen. Omdat de markt (bv. bpost), de klanten (bv. Electrabel), je eigen medewerkers het vragen, bijna eisen.

Veranderingen kunnen je inderdaad kracht geven. Maar het gevaar blijft dat een verandering niet op de juiste manier gekaderd wordt of tegen de juiste snelheid wordt doorgevoerd. Want je moet natuurlijk wel uitleggen waarom je verandert. Slaafs volgen is niet meer van deze tijd. Waarom veranderen we en ‘What’s in it for me?’ En als je te traag evolueert, word je langs alle kanten voorbijgestoken. Ga je te snel, dan ga je wellicht figuurlijk en misschien zelfs letterlijk overkop. En zo wordt die kracht al snel een klacht.

Koorddansen! En dat vergt kunde, visie en ook gewoon een grote portie geluk. Ene John Pemberton lanceerde eind 19de eeuw een stroperig drankje. Een of andere barman probeerde het een keer van smaak te veranderen en aan te lengen met koolzuurhoudend water. Coca Cola was geboren, de rest is geschiedenis. Benieuwd of het met Antwerpen ook zo’n vaart zal lopen!

Gepost op 17 april 2013

Ik open de enveloppe en bekijk de uitnodiging. Dan dwalen mijn gedachten af naar de jaren ’90.

Het Beach Festival in Zeebrugge bestond nog. Ook de hoofdsponsor van het evenement -Dexia- bestond nog. The Sex Pistols speelden er een reünieconcert. We spreken over de zomer van 1996, 20 juli om precies te zijn.

Op die bloedhete dag spatte de rebellie van ons af. In onze beste slechtste festivaloutfit, gooiden we met flesjes en zand naar de verzamelde vips die -gezeten in kostuum en veel te dure zomerjurk- het spektakel bijwoonden. Ze nipten van hun champagne, en van op het terras keken ze letterlijk en figuurlijk op ons neer. We werden nog net niet van het terrein geschopt. Onze woede en verontwaardiging waren echt, niet gespeeld, recht uit het hart. Dat Johnny Rotten zijn punkidealen op dit festival verkocht voor een zak vol geld, zover reikten onze gedachten toen nog niet. Diezelfde zomer scandeerde ik trouwens mee met nog andere helden die het niet begrepen hadden op de gevestigde waarden. Zoals Rage against the machine! En Subvert!

Anno 2013 word ik als sponsor vriendelijk uitgenodigd op het plaatselijke rockfestijn. Met een buffet en gratis drank. Er staat uitdrukkelijk bij vermeld dat ik ‘casual chic’ mag komen. Help! Niet dat ik de uitnodiging niet kan appreciëren, maar toch…raar en onwennig!

De rebel in mij is echter nog niet helemaal getemd. In tegenstelling tot de heer Rotten probeer ik mijn principes te vrijwaren van het gif dat winstbejag en volwassenheid noemt. Een beleefde intro bij het buffet en het (jaja) netwerken, worden dus gevolgd door een wel heel erg drukke ‘pogo’ tussen een zootje van allerlei allooi bij de hoofdact. De kerk in het midden houden heet dat dan. Niet makkelijk. Een mooi voorbeeld vind ik Michel Decoster. De voormalige nummer twee topman van Belgacom klust al 20 jaar bij als bassist bij De Mens (of is het andersom?). Van strak in het pak tot goed gek op een podium. Het kan! Schitterend toch?

20 jaar of 36? Jobstudent of directeur? Dichtbij de mensen, mijn principes en idealen blijven -los van welke functie en bijhorend protocol- daar ga ik voor. Een fijne en inspirerende maandag aan iedereen!

Gepost op 15 april 2013

Het is een woord waarmee je op sollicitatiegesprekken of tijdens netwerkevents de schijn kan wekken van ietwat geletterd te zijn. De perceptie zegt dan dat… je toch wel wat in je mars hebt. Maar wees gerust, die ballonnetjes worden snel doorprikt. Meestal al voor men de eerste keer je glas komt bijvullen.

In dolgedraaide Facebook- en Twittertijden hebben we de perceptie van ons eigen imago meer dan ooit zelf in de hand. Je bent wat je ‘tweet’ of zoiets. Slechts weinigen durven hun kleine kantjes wereldkundig maken. Menselijk, absoluut!

Maar als een perceptie meer diepgang krijgt, kom je bij andere inzichten. Neem nu -om in het thema van deze werkwebsite te blijven- de gelijkschakeling van het statuut arbeiders-bedienden. Van aan de zijlijn bekeken, roep je natuurlijk dat het een zuivere strafschop is. Het kan toch niet dat de ene werknemer wel betaald wordt op de eerste dag ziekte en de andere niet. Dat is niet eerlijk, dat verschil moet weggewerkt worden. Zo klaar als een klontje. Tot je de ziektecijfers bij de arbeiders bekijkt, en merkt dat ze een veelvoud zijn van deze van de bedienden. Oké, de aard van het werk is anders. Maar toch, rechten en plichten weet je wel. Mag je appelen met citroenen vergelijken? De sociale partners geraken er wel uit, hopelijk met genoeg gezond verstand.

Iets dichter bij huis haal ik mijn perceptie uit de krant. Nota bene uit de krant die ik luttele jaren terug zelf van schrijfsels voorzag. Overvallen, meer bruin op straat, alwéér een moord en ook de politici ruziën alsof het een traditioneel streekgebeuren is.

Het was met een vreemd gevoel dat ik enkele maanden terug verhuisde naar mijn geboortestreek. Op enkele meters van de parochiezaal waar ik mijn eerste meisje kuste, dichtbij het voetbalveld waar ik voor de eerste keer scoorde. Ouderen op een bankje noemt men hier ‘een gezellige volksbuurt waar iedereen nog iedereen kent’. Maar zet hetzelfde aantal mensen op een bankje terwijl ze 50 jaar jonger zijn, en je hebt een probleemsituatie. Perceptie hé!

Natuurlijk gaan jongeren niet braafjes naast elkaar zitten op het bankje. Dat is zo niet-cool! En cool zijn is, perceptiegewijs, absoluut belangrijk op die leeftijd. Maar om dat leuningzitten nu te bestraffen met een GAS-boete? Niemand op het idee gekomen om straatmeubilair te ontwerpen waar je wel cool op kan zitten wezen? Het is maar een idee! Benieuwd welke banken de Benidorm Bastards dan zullen uitkiezen…

Hoe dan ook, deze blogger wandelde op een koude winteravond door een rustige dreef met zijn grote liefde Dora. Al snel hadden we hem in de smiezen. Zittend op de leuning van een bank, pet scheef op het hoofd en een indringende geur die ons tegemoet walmde. Overduidelijk niet gewoon tabak. Dichterbij konden we meegenieten van agressieve rap over moordpartijen in verdoken achterbuurten. Ondanks Dora -toch wel 60 kilogram- schreeuwden de krantenkoppen in het achterhoofd: onveiligheid, angst, help! De pas iets versneld, maar na een korte knik: een verrassend vriendelijke ‘goedenavond’! Stomverbaasd smeet ik een vlotte begroeting terug.

Ik hou van deze stad. Als zelfs de hangjongeren al goedenavond zeggen? De perceptie kan de vuilbak in. Iedereen vriendelijk! Vanaf nu zijn de codewoorden actie en reactie. Tim groet ’s morgens de dingen en de mensen! Doen jullie mee?

Gepost op 12 april 2013

Vooraleer Fons Leroy himself me hier van deze blog smijt, een verduidelijking van ondergetekende over bovenstaande titel: kan je in je zoektocht naar werk te gretig zijn? Te graag willen? Te niet-kieskeurig zijn? Ik denk het wel.

In de categorie sollicitanten hadden we het eerder al over werkzoekenden die tijdens hun sollicitatiegesprek compleet foute dingen op tafel smijten. Vandaag gaat het over een andere groep: zij die absoluut snel aan de slag willen, en van solliciteren hun job maken.

De ideale kandidaat is bekwaam, heeft een fijne persoonlijkheid en toont enthousiasme, goesting en grinta. En net bij dat laatste wringt nogal eens het schoentje. Je schrijft brieven, mailt dat het een lieve lust is en je dagplanning zit vol gesprekken verspreid in het Vlaamsche land. Want 'hoe meer sollicitaties, hoe meer kansen op een job.' Vervolgens krijg je bijzonder weinig positieve reacties op al die sollicitaties. En dat is misschien niet onlogisch. Bestaan er immers duizendpoten die voor zoveel verschillende vacatures écht aan het profiel voldoen? Het aantal afwijzingen -per brief, mail, postduif of door een ‘we will call you…’- vreet op den duur aan je. En na verloop van tijd, durft een mens al eens fatalistisch worden. Weg goesting, bye bye gedrevenheid. Begrijpelijk. Het zal wel weer niets zijn. Is het vriendjespolitiek? Zoeken ze wel echt iemand? En die HR-verantwoordelijken, dat zijn toch rare mensen.

Mijn advies? Solliciteer niet teveel! 93% van onze communicatie gebeurt non-verbaal. Hou de spirit er dus in. Zorg voor een positieve en gedreven indruk. En solliciteer juist. Je kan misschien wel ‘faken’ dat die rotjob op jouw lijf geschreven is, maar hoelang houdt dat lijf dat vol als je er 40 uren per week mee opgescheept zit? HR-mensen zijn misschien raar, maar ze halen de nep-enthousiastelingen er wel vaak uit.

Maar zij, zij was dus anders. Levendig! Met flair! Op een zaterdagavond in de lokale kroeg zou deze jongeman haar ongetwijfeld ten dans vragen. Zij was geen schoonheidskoningin, en ook niet de beste van haar klas. Het was niet wat ze vertelde, maar hoe ze het vertelde. Absoluut naïef, en absoluut te weinig ervaring. Maar de ruimte vulde zich met enthousiasme en morgen tekent ze haar contract. Voila! Niet teveel, juist genoeg en met overtuiging!

Gepost op 10 april 2013

Er zijn al miljoenen boeken over geschreven. Zoveel verschillende leiders, zoveel verschillende stijlen. Het aantal mensen dat rijk geworden is met boeken schrijven of workshops geven over leiderschapsstijlen? Ontelbaar!

Leiderschap, al is het maar over een bus vol bezoekers aan een uitzending van de Zevende Dag -check dit filmpje van Raymond uit ‘In de Gloria’: het is niet simpel!

Denkfout nummer 1: de beste medewerker moet doorgroeien naar een leidinggevende functie.

Het is niet omdat je als boekhouder alle journaalposten vlotjes uit het hoofd kent, dat je ook een team kan aansturen, kan enthousiasmeren en kan en durft aanmanen tot beter, sneller en meer actie als dat nodig is. Als je een leidinggevende zoekt, zoek dan iemand met leidinggevende inzichten en capaciteiten. Iemand met charisma en oprechte goesting ook. Uiteraard zal de modale werkmens aangeven dat hij bekwaam is voor de job. Maar meestal is die motivatie ingegeven door meer aanzien en betere loonsvoorwaarden. Of zijn we nu te streng voor de ambitieuzen uit ons team?

Denkfout nummer 2: met allerlei boeken en workshops kan je jezelf een leiderschapsstijl aanmeten.

Hoezeer de goeroes en coaches het ook willen doen geloven: een leiderschapsstijl haal je niet uit een boek. Uiteraard kan je tips & tricks meenemen. Misschien zelfs een inspirerend citaat. Maar echt je doen en laten op de werkvloer veranderen? Neen, dat niet.

Daarvoor vond ik één verklaring in één of andere workshop -ja, ik ben schuldig: het effect van een beleid is gelijk is aan de kwaliteit ervan, vermenigvuldigd met de aanvaarding van de medewerkers. Kortom, als je je anders voordoet dan je werkelijk bent, dan gelooft je team je niet. Je medewerkers voelen hoe je denkt en ademt. Onderschat hen niet. Kies dus voor je eigen stijl en blijf jezelf, zoals al die deelnemers aan reality-programma’s weleens durven beweren. Dat geldt trouwens niet enkel op de werkvloer. Ook in relaties komt de ware aard altijd wel boven. Niet dat ik op dat vlak een specialist ben, maar dat is weer een ander verhaal.

Waarom dan die bestsellers van boeken en succesvolle workshops? Ach, het is eens een afleiding van de job van alledag. En het is een kwestie van netwerking. Ook vetbetaalde managers zijn diep vanbinnen gewoon erg onzeker -het is eenzaam aan de top- dus wat over en weer babbelen met gelijkgestemden, en mekaar wat naar de mond praten en bevestigen, heeft iets therapeutisch. En meestal zijn de broodjes of de lunch tijdens zo’n event ook best te doen.

Hoe dan ook, deze jongeman doet het voorlopig zonder coaching, training en workshops. Maar als ik nachtmerries krijg waarin mijn volledige team als in een voetbalstadion ‘Den Tim kan het niet aan’ scandeert, zal ik er eens over nadenken.

Gepost op 8 april 2013

‘En de meesten zijn geworden wat ze toen niet wilden zijn’ Het is een tekstflard van Stef Bos, de sympathieke Nederbelg-Zuid-Afrikaan. Het nummer ‘Is dit nu later?’ is nostalgie en melancholie in het kwadraat, maar welgemikt de nagel op de kop. Profvoetballer, brandweerman, actrice of zangeres. Of ruimtevaarder, voor diegenen die met het oeuvre van Kommil Foo vertrouwd zijn. Dat is wat we wilden worden.

Slechts weinigen onder ons hebben hun dromen ten volle kunnen waarmaken. Dat is jammer, maar ook weer niet. Want het vervullen van dromen staat andere dingen in de weg. Vraag het maar aan de meisjes van K3. Hun sociale leven verdwijnt naar de achtergrond op bevel van hun agenda. En als er dan toch tijd voor is, dan moeten ze het delen met de ‘boekskes’. Neen, dan is de job van negen tot vijf zo slecht nog niet. Vroeger zou je het verwenst hebben, maar nu? Is er heel veel tijd voor andere dromen, sportieve plannen, uitgelaten acties en ja, kwaliteitstijd met hen die je lief zijn. Toch niet echt een reden tot klagen dus?

Werken moeten we allemaal. Langer en langer fluisteren ze ons zelfs in vanuit het verre Brussel. We kunnen het dus maar beter zo aangenaam mogelijk maken. Samen met onze bazen, collega’s, klanten of wie er ook ons pad kruist. Met een glimlach, met goesting én met respect voor de mensen rondom ons. Een statistiek invullen is lang niet zo intens als het winnende doelpunt maken in de Champions League-finale. Een aanvraag voor poetshulp afwerken is niet zo uitdagend als zelfs maar de kleinste rol in ‘Thuis’ spelen. Maar om daarvoor verzuurd te geraken? Te klagen en te zagen alsof het een nationale sport is? Om daarvoor andere mensen verbitterd en vervelend te behandelen omdat jij nu net niet in die geweldige droomjob terecht bent gekomen?

Een beetje positivisme mag. Neurie op het einde van deze werkweek vrolijk Oya Lélé, en bedenk dat er mensen zijn die dat liedje elke dag voor de kost moeten zingen, zelfs meer dan eens per dag. Jaren aan een stuk, tot je er werkelijk knettergek van wordt. Wedden dat je maandag met plezier aan je doordeweekse job begint?

Gepost op 5 april 2013

Deze manager zit niet strak in het pak. Dat is een kwestie van stijl… of een gebrek daaraan, zoals één van mijn aandeelhouders wel eens placht te beweren. Maar daar wil ik het vandaag niet over hebben. Deze stropdas-loze wil graag een tip geven aan zijn overwerkte collega-managers die hollen voor de deadline, paniekerig reageren op tegenvallende kwartaalcijfers en bij gebrek aan échte verwezenlijkingen de mond vol hebben van projecten, ‘opportunities’ en meerjarenplanningen.

Doe jezelf een plezier. Ruil die Ipad in voor een nieuwe beste vriend! Mijn beste vriend heet Dora. Vooraleer u denkt dat dit een pleidooi wordt voor buitenechtelijke liefde: stop! Dora is de liefste hond van de hele wereld! Maar voor al die andere managers zijn er dus zeker nog geweldige exemplaren, die zeker de tweede liefste kunnen zijn. Dora is een grote loebas, want natuurlijk kiezen managers een exemplaar dat bij hun ego past. Niets belet u echter om voor een schattige Cocker Spaniel of een Chinese naakthond te gaan.

Dora is dus de liefste, en ze is altijd enthousiast en oprecht blij als ze me ziet. Of als het haar niet aanstaat, zal ze dat ook eerlijk laten blijken. Wat een verademing met de job van alledag. Het geslijm van de collega’s of concurrenten, subtiel of direct. Of de harde ‘survival of the fittest’, want in het zakenleven moet je toch vlotjes over lijken gaan? Of gewoon de ‘ratrace’: lanterfanten is slecht, altijd maar bezig zijn en zeggen dat je het keidruk hebt. Het staat wel mooi, maar echt geloofwaardig is het niet. Deze jongeman heeft zelfs tijd voor een blog op vdab.be.

Dora is de verademing. Eerlijk, speels, onstuimig en af en toe gewoon lui! Wat zeg ik, lui zijn is een hobby van haar. Stress? Dat staat niet in haar hondendagboek.

En het baasje geniet mee met volle teugen. Na de werkuren een fikse wandeling door bos en hei. Een vriendelijk praatje met collega-wandelaars. De frisse neus door weer en wind en de zorgen, stress en werkdruk glijden zo van je af. Beter nog, de bloeddruk en de cholesterol verminderen elke dag. Veel belangrijker dan die kwartaalcijfers. En na de wandeling samen neervlijen in zetel en mand. Samen luieren na gedane arbeid. Welke cijfers? Welke drukke agenda?

Misschien moet het ziekenfonds de kosten terugbetalen van mijn Dora. Goed voor de gezondheid toch? Of mag ik de kosten inbrengen in mijn vennootschap? Dora is mijn compagnon, of mijn voordeel alle aard? Het zijn nog geen slechte ideetjes. Leest de boekhouding mee?

Draai of keer het zoals je wil, managers blijven aan de centen denken, met of zonder Dora.

Gepost op 3 april 2013