U bent hier

Bedrijfsleider Tim - augustus 2013

Oorbellen, tatoeages, auto’s, telefoons, lieven, online profielen... Zoveel manieren om je te onderscheiden van de massa en je persoonlijkheid te uiten. Het geeft de wereld kleur. Letterlijk en figuurlijk. Maar op de werkvloer? Daar is het grijsheid troef. Ook al is het als bedrijf ook belangrijk om je te onderscheiden van je concurrenten, en in het onderbewustzijn van je potentiële klanten te kruipen. Want als mensen niet weten dat je bestaat, gaan ze ook je blikken conserven niet kopen.

Natuurlijk is de basis van een vlot draaiend bedrijf goede kwaliteit en een gunstige prijszetting. Hoewel, voor een bloemenwinkel blijkt de basis potgrond te zijn, maar dat is een heel ander verhaal (Alles moet weg, Tom Lanoye). Maar er is meer, veel meer. Het zijn immers niet altijd de beste of goedkoopste producten die het populairst zijn. Een bedrijf moet zich, naast die prijs-kwaliteitsverhouding, ook presenteren en onderscheiden.

De vertegenwoordigers van de bedrijven die ik dagelijks over de vloer krijg, worden allemaal in hetzelfde -vaak te grote- pak gestopt. Het doet me denken aan de mondelinge examens die ik als puisterige puber in gloednieuw kostuum aflegde. Prettig was anders! Banken doen er alles aan om professioneel en betrouwbaar over te komen, maar nemen wel de persoonlijkheid van hun personeel weg. Ze geven duizenden euro’s aan publiciteit om zich te onderscheiden, maar dwingen hun personeel in een gekopieerd keurslijf. Het zijn allemaal dezelfde, net te gladde poppetjes. Ik word er warm noch koud van.

Een oude rocker met lang haar kan vol vuur en passie over Bruce Springsteen vertellen. Maar toch evengoed deskundig advies verlenen over een hypothecaire lening? En de computer-nerd met Star Wars-verslaving is misschien de meest bekwame ICT’er van het ganse bedrijf. Daar hoeft hij heus geen nieuwe schoenen voor te dragen. En is een op en top klantvriendelijke jongedame in sneakers niet veel beter dan het afgeborstelde dametje met de nodige verwaandheid in woord en daad?

Augustus 2013, 35 graden in de Kempen, maar de meerderheid werkt met lange broek. Omdat het zo hoort. Zonder nadenken, zonder protest. Zouden er echt klanten bestaan die het raar vinden dat het personeel bij deze temperaturen een bermuda draagt? Gezond verstand? Iemand?

Slechts weinig bedrijven voeren een gedrags- en dresscode in omdat het bij hun imago past. De meesten doen het uit angst. Angst om mensen tegen de borst te stoten, of de kop boven het maaiveld uit te steken. Laten we maar onopvallend doen in woord en beeld, dan draaien we wel mee door. En wij medewerkers? Wij voeren braafjes uit. We zijn immers afhankelijk van hogerhand, van hen in de ivoren toren.

Een Antwerps burgemeester kan het zich wel veroorloven om zonder hemd en das te werken. En meneer Apple zwoer bij zijn zwarte trui. Of wat denk je van de jonge voetballers met een lijf vol tatoeages, en kapsels die door geen enkel selectiebureau in overweging zouden worden genomen? Het kan en het mag. Want ze zijn onafhankelijk.

Het protest is bij deze -geweldloos- uitgebroken. ‘Te’ is nooit goed, maar laat je zien en wordt opgemerkt. In alle kleuren, geuren en maten. In ‘Het Eiland’ deden ze het met een groene das, maar wees vooral je creatieve zelf. Start!

Als de temperaturen onder de thermometerhut -én in de rest van het land- hoge pieken scheren, zou een mens niet achter zijn pc moeten kruipen om te schrijven. Alhoewel. Dankzij de tablet kan het gecombineerd worden met een ‘coupe dame blanche’ op een terras naar keuze. De tekst was beloofd, we nemen onze verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid! ‘Responsabilité’, voor de mensen die Filip liever Philippe noemen.

Deze blogger is verantwoordelijk voor het welbevinden en inkomen van 650 gezinnen. Dat aan die gezinnen 4.000 klanten hangen die de best mogelijke dienstverlening willen, en dat de huishoudrekening moet kloppen op het einde van de maand -én het kwartaal én het jaar- daar wil een mens met een mojito aan de rand van het zwembad niet aan denken. Meteen een eerste stekelige eigenschap van verantwoordelijkheid: ze stopt niet na de klok van vijf, aan het einde van ‘casual Friday’ of bij het instappen van de vlucht naar Antalya of de Dominicaanse. Hoezeer je jezelf als bedrijfsleider ook overbodig maakt. Hoezeer je ook vertrouwt in je team. De kapitein op het schip blijft op post. Niet altijd fysiek, maar wel mentaal. Thuis, op vakantie of waar je ook gaat. Verantwoordelijkheid is een reisgezel. Nooit ben je alleen. Dat is het lot van de verantwoordelijke.

Het is voor mij dan ook een leerpunt om de uit-knop te vinden. Iedereen heeft immers recht op vakantie, op rust in zijn hoofd, op het herladen van batterijen. Ja, ook die nukkige vol-van-zichzelf-zijnde baas. Anders houdt een mens het niet vol. Velen zijn jaloers op de mooie bedrijfswagen, de titel en het loon dat verantwoordelijkheid met zich meebrengt, maar het is niet iedereen gegeven om de uitdaging aan te gaan én te volbrengen.

Dat aan verantwoordelijkheid een prijskaartje hangt, is niet meer dan normaal -over de hoogte ervan valt te discussiëren. Bankiers bijvoorbeeld, dragen grote verantwoordelijkheden omdat ze met miljoenen werken. Dat staat buiten kijf. Dat ze daar uitzonderlijk voor betaald worden, lijkt logisch. Maar dat ze, als het mis gaat, hun verantwoordelijkheid niet nemen ondanks die riante vergoeding? Dat is het beste willen van twee werelden. Ofwel heb je weinig verantwoordelijkheid en sta je vrank en vrij in het leven -daar is niets mis mee, deze schrijver is er soms stikjaloers op. Ofwel neem je de verantwoordelijkheid, met alle voor- en nadelen die erbij horen. Deze simpele rekensom zouden de heren bankiers toch moeten snappen?

In zonnige tijden moet een mens echter positief blijven. Verantwoordelijkheid hebben heeft ook heel goede kanten. Veel werknemers raken zelfs uitgeblust, of uitgekeken op hun job als ze de kans niet krijgen een zekere verantwoordelijkheid te dragen.

Mijn excuses voor de voetbalhatende vrouwen onder de lezers, maar ik steek hiervoor toch even de lijnen van het voetbalveld over: de sterspeler wordt gewisseld en krijgt -als was hij een klein kind- een trainingsjack en een drankje aangereikt door de materiaalman van de ploeg. Overbodig gepamper: die kan de man van 150.000 euro per week toch zelf even nemen? Klopt. Maar voor de materiaalman zijn dit net belangrijke momenten. De ganse week houdt hij zich bezig met ballen onder de juiste druk zetten, outfits kreukloos klaarleggen, voetbalschoenen poetsen... Geef toe, een job die na een bepaalde tijd op zijn minst afstompend is. Maar die paar extra handelingen op zondag, die 10 seconden actie op de dag van de wedstrijd, dát zijn de vitamines voor de materiaalman. Dat is de multiplicator van zijn arbeidsvreugde. Hij -en niemand anders- is verantwoordelijk voor het aangeven van het trainingsvest. Heel even is hij belangrijk, heel even dichtbij de actie. Hij doet het al twintig jaar, maar met overtuiging. Telkens weer. Zijn enthousiasme blijft intact. Zijn werk foutloos. De spelers dragen hem op handen. Hij hoort echt tot bij team. De gepamperde spelers worden in de watten gelegd, de sfeer is goed en hun club wint de Europacup! Schol, ja die dame blanche mag, met slagroom graag!

Gepost op 6 augustus 2013