U bent hier

Bedrijfsleider Tim

Zoveel jaar geleden wilde ik journalist worden. In de eerste lessen communicatie aan de hogeschool werd het axioma van Watzlawik opgevoerd. Je kan niet niet-communiceren. Het is een van de stelregels die me altijd bijgebleven is.

En nu pakweg twintig jaar later en met enige jaren ervaring als journalist op de teller, ben ik in de sector van de dienstencheques verzeild geraakt. Een van de meest ingrijpende, maar ook positieve wendingen in mijn leven.

Als ik op zaterdagochtend de weekendbijlages van de kranten lees, warme chocolademelk en een rozijnenboterhammetje erbij, moet ik vaststellen dat mijn communicatie-achtergrond meer dan ooit van pas komt. Om de zoveel tijd komen de dienstencheques immers in het oog van de storm terecht. Gelukkig blijkt het meestal een glas water te zijn, maar toch.

Onlangs bijvoorbeeld moest een hoogleraar in een column zo nodig nog maar eens het kostenplaatje van het systeem bovenhalen. De vraagstelling is terecht, maar helaas was zijn column te kort om ook te verwijzen naar de terugverdieneffecten en het bevorderen van het welzijn van klanten en medewerkers. Hiermee plaatste hij een stempel op zoveel hardwerkende bedrijven en collega’s uit de dienstencheque-sector.

Vanaf de zijlijn is het makkelijk om kritisch te zijn over dure sectoren. Ambtenaren, cultuur, onderwijs? Uitkiezen maar! De dienstenchequebedrijven leveren wel meer dan honderdduizend jobs. Bovendien zijn ze het laatste redmiddel van talloze gezinnen om in de ratrace geen burn-out te krijgen en geven ze ouderen de kans om langer thuis te wonen. Verhouding prijs-kwaliteit van het systeem? I rest my case.

Ook een feministische denktank heeft een forum gekregen om de dienstencheque-sector te viseren. De dienstencheques zouden de emancipatie van de vrouw in de weg staan. Misschien ben ik als man te weinig onderlegd in deze problematiek, maar negatieve redeneringen over contracten en jobtevredenheid staan haaks op onze ervaringen. Boem, alweer een negatieve stempel erbij. Misschien toch deze dames eens uitnodigen voor een koffietje om ze wat verhalen uit de echte praktijk diets te maken?

Maar ook de dienstencheque-sector zelf gaat niet vrijuit. Want wat als je communicatiebudget zo groot is dat je het halve land in prime time plat bombardeert met slogans die geen waarheidsgetrouw en genuanceerd beeld ophangen? Ook dat is een gevaarlijke tendens. En zo zorgen we eveneens binnen onze eigen sector voor vreemde stempels.

Natuurlijk is ook deze blog te kort om genuanceerd op elke redenering in te gaan. Ondertussen blijven we vooral hard werken aan de toekomst van onze duurzame en positieve jobs. Het zijn er ondertussen heel veel, maar de getallen zijn onbelangrijk, want wat bovenstaande auteurs vooral vergeten is dat achter alle cijfers en redeneringen vooral mensen zitten, met een individueel en eigen verhaal, soms goed, soms minder goed, en dat is niet samen te vatten in een column, slogan of opiniestuk.

Als Carrefour of Philips een herstructurering aankondigen, zijn we collectief verontwaardigd. Dan gaan we deze groeisector toch niet eigenhandig doen inkrimpen, zeker?

Omdat Watzlawik me is bijgebleven wilde ik absoluut communiceren. Om tussen twee rozijnenboterhammetjes in, een realistisch tegengewicht te bieden. Omdat alle collega’s, en niet enkel die van ons bedrijf, nog eens een positieve en waarderende klok mogen horen en samen met ons heel veel job-trots blijven uitstralen.

Lang leve de dienstencheques!

Gepost op 15 oktober 2018

We moeten allemaal wat meer letten op de work-lifebalance! Natuurlijk, logisch, evident! Het ministerieel ideetje om afspraken te maken rond het gebruik van de alomtegenwoordige mailbox is dan ook zeker goed bedoeld. Gezondheid, fysiek en mentaal, is en blijf het belangrijkste goed. Maar gaan we in deze denkpiste dan toch niet teveel uit van het slechte dat het werk met zich meebrengt?

Als je spreekt over een balans tussen werken en leven impliceert dat in de eerste plaats dat je job eigenlijk vooral niet-leven is. Dat het leven pas begint als bij wijze van spreken de fabriekssirene schalt. Een harde noot om te kraken want per slot van rekening slijt je toch wel heel wat uren, dagen, jaren tussen je collega’s en leidinggevenden. Hoog tijd om van job te veranderen dus?

We moeten wel toegeven dat we allemaal wel een beetje slaaf zijn geworden van onze inbox. Een beperking mag dan zeker bespreekbaar zijn, behalve als we eind december nog snel even online de cadeautjes bestellen en die ’s anderendaags geleverd willen zien worden. De ontvangers van dat soort mails werken hopelijk nog wel door.

Het werk niet kunnen loslaten kan voor verstrekkende gevolgen zorgen. Dat merken we elke dag weer in de verzuimcijfers, in verkeersagressie, in het stijgend aantal echtscheidingen. Maar ’s avonds nog even een vriendelijk mailtje naar een collega met een antwoord op zijn vraag, kan ook voor een positieve noot zorgen op de werkvloer toch?

En worden we allemaal echt meer zen als we de werk-inbox uitschakelen maar daarnaast duchtig slaaf blijven van een handvol socialmediaprofielen? Ook daar weer gaan we uit van de veronderstelling dat werk slecht is en alles daarnaast best ok.

Vanuit werkgeverskant wordt er ondertussen naarstig werk gemaakt van het wendbaarder en aangenamer maken van de job. Vers fruit, yoga-sessies, verse soep, gezonde noten, happy hours, stilte- en sporturen, rechtstaand werken, noem maar op. Mooie initiatieven en het kan zeker nog beter. Maar dit gebeurt zijdelings aan het fenomeen dat velen elke dag weer, jaar na jaar, hun stuur kapot bijten in de dagelijkse files. Daar kan geen notenmix tegenop, echt niet!

Het masterplan van ieder an sich ontbreekt vaak. In tijden van melige kerst-tijden is het weer het ideale moment voor reflectie en goede voornemens. Welke keuzes maken we in 2018? Kiezen we voor de autostrade of de fiets? Voor gezonde noten en mindfulness of de adrenaline-kick van het groots project? Of voor de juiste gezonde mix op maat?

Om het met een muzikale noot te zeggen, choose your future, choose life… and wear sunscreen!

Gepost op 15 oktober 2018

Geen betere manier om mensen op stang te jagen als het aankondigen van ingrijpende veranderingen. Je kan me bezwaarlijk een fan van het verleden noemen. Ik roep het nog net niet schreeuwerig uit en met gebalde vuist zoals Stijn Meuris in zijn song ‘Vroegerhater’, maar ik ben er wel van overtuigd dat verandering de weg naar beter is.

Tegenwoordig hoor je in voetbalkleedkamers pompende beats en zorgen veelkleurige felle voetbalschoenen voor de lichteffecten. Dan schud ik meewarig het hoofd. Is dit nu een gedegen wedstrijdvoorbereiding? Zijn die schoenen er nu echt niet een beetje over? 

Maar was het vroeger beter? Halverwege de jaren negentig zaten we ons meer dan een uur lang te vervelen in die duffe voetbalkleedkamer. Met een half oor luisterend naar tactieken, scoutingsverslagen, peptalk. Ondertussen om de verveling tegen te gaan die voetbalschoenen nog maar eens invetten, opblinken.

Neen, dan lijkt de sfeer me tegenwoordig heel wat aangenamer en de beats pompen de motivatie best wel op. Bijkomend voordeel is dat je die kunststof-schoenen niet moet invetten, trouwens.

Hetzelfde op kantoor. De mailserver bezorgt ons af en toe een portie spam, hapert weleens, net zoals het software-pakket. Maar of we terug zouden willen naar de fax of erger nog: de fichebak? Neen, dat nu ook weer niet.

Als we dan toch allemaal het idee koesteren dat verandering ons naar iets beter leidt, wat maakt dan dat we collectief gaan steigeren als er veranderingen worden aangekondigd?

Om te beginnen hebben we het niet voor veranderen om te veranderen. Een fout die nieuwe managers, directeurs en ja: ook voetbaltrainers of het nieuwe lief weleens plachten te maken. Ze willen zich bewijzen, hun stempel drukken. Geen goed idee, me dunkt. Eerst analyseren wat goed loopt en dan aanpassen wat beter kan. Ja toch?

En we willen weten waarom er veranderd wordt. De juiste uitleg over het waarom, het grote ‘why’. Als je dat vraagstuk kan toelichten, is de weerstand al voor een groot stuk verdwenen. Zeker als je het vooropgestelde doel duidelijk kan omschrijven. Als je daarin bijkomend nog eens vermeldt wat de voordelen voor de betrokkenen zijn, de ‘what’s in it for me?’, schakel je van weerstand misschien zelfs al naar voorzichtig enthousiasme. Focus op het doel en verbloem het lastige parcours ernaartoe zeker niet. Het parcours naar de top is nooit bergaf.

Extra tips om verandering op een adequate manier door te voeren zijn inspraak en timing. Door zoveel mogelijk input te vragen, creëer je betrokkenheid. Grote kans dat je eigen ideeën overeenkomen met wat een aantal mensen uit het werkveld ondervinden. Of dat zou toch moeten. Valkuil is hier de timing. Te snel te grote veranderingen willen doorvoeren verhoogt de weerstand, maar in deze snelle economische tijden kan je het je ook niet veroorloven om pakweg een paar maanden over een webshop te palaveren. 

En zo blijft verandering en vooral de communicatie errond een belangrijk onderdeel van het succes in een hedendaagse onderneming. Zij die overblijven zijn niet altijd de sterksten, maar diegene die zich het best aan verandering aanpassen. Verandering is de enige constante om er even wat clichés tegenaan te gooien.

Na deze overpeinzingen blijf ik ongelooflijk benieuwd naar hoe een voetbalkleedkamer en onze kantoren er binnen tien jaar uitzien. Je leest het in deze blog in 2027! Of dit e-zine zou ook veranderd moeten zijn, natuurlijk.

Gepost op 15 oktober 2018

Vakantie! In deze zomerse tijden stromen de luchthavens vol. Op enkele uurtjes vliegen van het druilerige Brussel sta je met een zonnebril op je snoet in het zonnige Malaga. Al tijdens de landing heb je een geweldig zicht op de blauwe zee. Fantastisch!

En op het einde van de landing… applaus! Handjes op elkaar voor iemand die je van haar noch pluim kent, zelfs nog niet zag. Bijzonder! Waar en wanneer is die traditie ooit gestart? Ik zou het graag willen weten.

Doen de passagiers het omdat een veilige landing een ontlading is? Omdat de vliegangst terug de koffer in mag bij het voelen van het tarmac? Of krijgt de piloot het applaus omdat hij een levensbelangrijke job heeft? Hij heeft per slot van rekening de levens van jou en je naasten letterlijk in handen. Maar eigenlijk krijgt hij deze blijken van waardering omdat hij gewoon zijn job doet zoals het hoort, toch?

Als je als directeur of leidinggevende anno 2017 het belang van complimenten en positief coachen ontkent, zit je vermoedelijk al even niet meer op de juiste stoel. Maar ook langs de andere kant, die van de klant, mag er gerust wel wat aandacht gegeven worden aan een vriendelijk en positief woord. Klantvriendelijkheid staat bij alle organisaties en bedrijven hoog op het prioriteitenlijstje, maar hoe klantvriendelijk of lastig zijn we zelf als we onze professionele context verlaten? Zeuren we over futiliteiten? Zien we zelf af en toe niet enkel ons eigenbelang? Beantwoorden we elke ‘alstublieft’ met een dankjewel of een glimlach? Hoe lastig doen we zelf ten opzichte van mensen die klantvriendelijk proberen te zijn? In zomerse, relaxte tijden iets om over na te denken.

Maar dus applaus! Voetballers krijgen het. Ze gaan er zelfs beter van presteren. Die beruchte twaalfde man, het thuisvoordeel weet je wel. Artiesten leven op bij applaus. Wellicht willen de Rolling Stones daarom van geen wijken weten. Om het geld moeten ze het niet meer doen en als het omwille van het spelen is: dat kan in een van hun riante villa’s ook. Neen, ik vermoed dat applaus hun beste drug blijft, het pept hen op om door te gaan.

Positieve feedback, complimenten, aanmoedigingen, een dankwoordje, het is als leidinggevende te allen tijde een aandachtspunt. Met de vorm kan je nog alle kanten op, creatief zijn mag.

Een opgestoken duim kan, maar opgelet, in sommige landen betekent dit hetzelfde als een opgestoken middelvinger. Applaus lijkt me universeel. Alhoewel ik tijdens het voetballen ooit een gele kaart onder mijn neus kreeg voor een net iets te cynisch applausje. Niet echt klantvriendelijk, ik geef het toe.

Misschien moeten we nadenken over nieuwe passende gebaren, tekens, uitingen van tevredenheid en dankbaarheid want applaus komt misschien raar over als de ober een wit wijntje en een koude chocomelk aan je tafeltje komt brengen. Of als leerlingen een staande ovatie geven na elke les. Langs de andere kant, die allereerste piloot zal dat eerste applaus misschien ook wel een beetje vreemd hebben gevonden?

Gepost op 15 oktober 2018

Vakantie! Daar zat ik, eindelijk goed geïnstalleerd. Voeten in het Spaanse zand. Cocktail en boek in de hand (de biografie van Luc De Vos). En dan… las ik toch nog net die ene mail. Goed fout, want ik hoefde die mailbox echt niet open te doen. Eigen schuld, dikke bult!

Ik las hoe een concullega zich denigrerend uitliet over ons bedrijf. Geen mooie woorden, en vooral niet waar! Negeren was geen optie. Het onbezorgde vakantiegevoel was eensklaps verdwenen. Mijn hartslag ging de hoogte in. Ik keek rond, op zoek naar iemand aan wie ik kon vertellen dat de beweringen in die mail niet klopten, dat het unfair was. Maar niemand op het Spaanse strand had interesse in vervelende woorden, in iets werkgerelateerd, laat staan in het werk van iemand anders. Dus nipte ik van die cocktail en kalmeerde ik mezelf. In de biografie van Luc De Vos stond dat er ook bij Gorki meer dan eens een haar in de boter zat. Niets aan de hand. Het komt voor in de beste families.

Maar toch, wat nu? De kwaadspreker uit de mail sito presto bellen om elk slecht woord vakkundig en uitgebreid te weerleggen? ‘Anger is an energy’, wist Johnny Rotten al. Dat telefoontje zou misschien wel opluchten, maar ook niet meer dan dat. Buiten wat halfslachtige excuses zou het me niets opleveren. Slecht idee dus.

Een uitgebreid weerwoord op papier dan maar? Veel werk, weinig resultaat. Laten voor wat het was? Dat had een optie kunnen zijn, maar niet voor mij. Zo zit dit beestje niet in elkaar. Revanche nemen en stiekem negatieve dingen over de kwaadspreker rondbazuinen? Twee seconden lang een optie, tot ik weer van m’n cocktail nipte. Ook zo zit ik niet in elkaar!

Opeens herinnerde ik weer hoe ik met m’n voetbalploegje in de kleedkamer stond, net voor een wedstrijd. Onze trainer hing een krantenartikel op: daarin stond dat we volgens onze tegenstanders de minst goede ploeg waren. Meer motivatie hadden we niet nodig. We vochten als leeuwen en wonnen met grote cijfers. Een paar maanden nadien rijfden we ook het kampioenschap binnen.

Zo kwam ik uit bij de positieve wijsheid van de slimste Nederlander ooit, de voetballegende Johan Cruijff: “Elk nadeel heb z’n voordeel” was zijn credo.

Ik stuurde de mail in kwestie naar mijn medewerkers. Nog meer dan anders gaan we keihard werken en bewijzen dat de mail onwaarheden bevat en dat we meer te bieden hebben dan de auteur ervan. Elk nadeel heeft een voordeel: van een trap op ons eergevoel naar positieve vibes!

En toen? Toen stond ik op voor de volgende cocktail. Mijn hartslag was weer teruggezakt naar vakantieniveau. Tijd voor een volgend hoofdstuk over Luc. Vakantiemodus aan, mailbox definitief uit!

Gepost op 31 juli 2017

Wat wou jij later worden? Vraag het aan kleine meisjes en ze zeggen stewardess of verpleegster. En jongens voetballer of piloot. Beroepen met een speciaal imago én een bijhorend, speciaal uniform. Dat doet dromen. Weinig mensen dromen van een job in de schoonmaak. Jammer, maar niet onlogisch. Het imago zit niet mee. 

Oudere generaties zijn groot geworden met een gigantische kloof tussen rijk en arm, met bitter weinig respect voor het opknappen van het vuile werk. Mijn grootmoeder was huishoudster: ooit vertelde ze hoe ze samen met het andere werkvolk in de bijkeuken mocht aanschuiven voor de restjes van het eten. De iets jongere generatie heeft F.C. De Kampioenenfiguur Carmen Waterslaghers als 'voorbeeld': een luidruchtige, onbeschofte en eerder luie schoonmaakster. Weinig discreet en bovendien niet vies van de drank.

Nee, zo doe je niemand verlangen naar een schoonmaakjob.

Ik maakte dan ook een sprongetje van vreugde toen we met Dienstenthuis mochten meewerken aan een gloednieuwe campagne, de 'Dankbaarste job'. Een affiche vol dames én heren, vrank en vrolijk. Geen Carmen te bespeuren, maar wel Klaartje, een topper van ons eigen bedrijf. De affiche lijkt wel zo'n hippe foto om bloedgeven te promoten, of om de kandidaten van 'De Mol' voor te stellen, of om een nieuw immokantoor in de picture te zetten. Om maar te zeggen: eindelijk eens een positief en divers beeld over onze sector. Werken met dienstencheques, dat is mogelijk voor iedereen.

Zo'n job is natuurlijk meer dan zomaar wat doen. Dat is het trouwens altijd, ook voor een stewardess of voetballer. Als poetshulp moet je zelfstandig werken, de nodige product- en materiaalkennis hebben,  omgaan met tijdsdruk en rekening houden met ergonomie en veiligheid. Respect en waardering voor de job zijn dus zeker niet misplaatst. Poetsdames en -heren zijn professionals. Wie het niet gelooft mag altijd zelf eens komen proberen! 

De voordelen van de job? Je bepaalt zelf hoe je werkt, zonder files én je kan je job gemakkelijk combineren met je familie. Door je inzet zien klanten jou als een onmisbare schakel in hun gezin. Als jobtevredenheid kan dat tellen, niet? Een toffe job is een van de sleutelfactoren voor een stabiel en plezant leven. Er zijn al veel dienstenchequebedrijven. Veel zetten zwaar in op het welzijn en de tevredenheid van hun werknemers. Hopelijk vinden veel jonge mensen dankzij Klaartje en co op de affiche de weg naar dankbare jobs in de dienstenchequesector.

Qua imago zitten we op de goede weg. Nu dat uniform nog. Als we Jani eens voor onze kar spannen? Dan kan hij een prachtige poets-outfit ontwerpen en dromen mensen binnenkort van een job in zo'n uniform...

Gepost op 2 mei 2017

Elke keer als ik laat vallen dat ik een dienstenchequebedrijf run, volgen de verhalen en de vooroordelen. "Ik heb al eens horen zeggen dat een poetshulp in slaap was gevallen op de zetel.". "Hebben jullie niet vaak te maken met diefstallen?". "Allemaal buitenlanders zeker?". "Jullie doen toch allerlei louche zaken?". Om moe van te worden. Ik denk dat ik me volgende keer maar voorstel als belastingcontroleur, parenclubeigenaar of politicus!

Natuurlijk loopt het soms eens fout. Maar dat is niet alleen bij ons zo. In de frituur bestelde ik eens een curryworst, maar kreeg een viandel. Aan de supermarktkassa kreeg ik al eens te weinig wisselgeld. En die juffrouw van de helpdesk van Telenet, een tijdje terug, had duidelijk haar beste dag niet. Moeten we daarom iedereen aan de schandpaal nagelen? Nee toch. Het mag een beetje positiever!

In de dienstenchequesector werken ondertussen meer dan 130.000 dames en heren. Die leveren allemaal geweldig werk, echt waar. Zonder die toppers zou het aantal burn-outs en echtscheidingen in België ongetwijfeld nog hoger liggen. Het werk in de dienstensector vraagt een menselijke en persoonlijke aanpak. Ik ken medewerkers die al 10 jaar hetzelfde gezin helpen. Sommigen zijn zo thuis bij de klanten, dat ze koekjes voor de hond des huizes meenemen. En pas nog zag ik een overlijdensbericht waarin de trouwe huishulp vermeld stond. Dat wil toch iets zeggen. Langer thuis wonen? Dat kan. Zeker als je kan rekenen op geweldige hulp.

Het is best zwaar werk, huishoudelijke taken uitvoeren. Vooral poetsen. Als thuishulp ben je vaak alleen aan de slag, zonder steun van je collega's. En neen, rijk word je er niet van. Gelukkig tonen klanten dikwijls een enorme dankbaarheid, en leggen de dienstenchequebedrijven hun werknemers meer en meer in de watten. Dat is belangrijk. Ook in andere sectoren trouwens. Jobtevredenheid moet je koesteren.

Werken als thuishulp biedt heel wat voordelen. Je hebt geen last van files, bijvoorbeeld. En je kan de job perfect combineren met je gezinsleven. Quality time! Je hebt heel wat vrijheid, dat is ook niet verkeerd. En je zet een muziekje op tijdens het poetsen. Als alles blinkt, keer je tevreden terug naar huis. Top!

En het gepieker over je leeftijd of een goed gevuld cv? Niet nodig! Bij ons kan iedereen aan de slag. Mijn jongste werknemer komt met haar 18 lentes net van school en de oudste, een pracht van een man, telt 69 jaar. Sommige werknemers leerden bij ons Nederlands, maar we hebben evengoed gediplomeerden in onze rangen. Er zit zelfs een arts bij.

De jobs zijn er. De voordelen ook. Onze collega's gaven hun job recent nog een tevredenheidsscore van 8,7 op 10. Toch is de drempel nog steeds hoog. Het onjuiste imago van de stoffige poetsvrouw schrikt nog steeds af. Ten onrechte. En ja, er is veel meer nodig dan deze blog om het imago van mijn sector op te poetsen. Als we nu eens beginnen met het verspreiden van positieve verhalen over onze thuishulp, of over onze job in de dienstencheques? De hardwerkende thuishulpen verdienen het. Misschien geraken de jobs, jobs en jobs zo sneller ingevuld... Iedereen is welkom, we ontvangen je met open armen en fijn werk.

En voor alle duidelijkheid: ik zou voor geen geld in de wereld mijn job in de dienstenchequesector willen ruilen voor die van belastingcontroleur, parenclubeigenaar of politicus. Voilà!

Bijna twintig jaar geleden functioneerde ik het best op chocolade, chips en cola. En mistroostigheid. Ik was journalist en werkte het liefst als het donker was of alweer licht begon te worden. De stress van de deadline (vr)at ik weg en in mijn vrije tijd waagde ik me aan gedichten en kortverhalen. Liefdesverdriet, een voetbalnederlaag of een laattijdige puber-blues brachten me tot de beste teksten. Zwartgalligheid dreef me naar ongekende hoogtes. Mijn motto toen? Happy people have no stories!

Vandaag gooi ik het over een andere boeg. Ik kan geen mensen enthousiasmeren als ik niet goed in mijn vel zit. Ik slaag er niet in om scherpe analyses te maken op een management-overleg na een te korte nacht. En het is al helemaal een utopie om vlot te onderhandelen met mijn gezicht op onweer en energiepeil op negatief.

Wat ik anders doe? Gezond(er) eten en elke dag wat sporten. In het begin lijkt het een hele opgave -en dat is het ook een beetje. Maar het loont al snel de moeite. Ik word er gelukkig van, en word er beter door in m’n job. Daar ben ik heilig van overtuigd. Zonder heiliger dan de paus te zijn, natuurlijk. Met chocolade kan je me nog altijd een groot plezier doen.

Is een gezond lichaam enkel voor bedrijfsleiders belangrijk? Natuurlijk niet. Iedereen, elke persoon, elke collega heeft er baat bij 'happy' in een gezond lichaam te zitten. Voor ouders levert het meer kwali-tijd met de kinderen op, en het zorgt ongetwijfeld voor minder relationele ergernissen. Volgens mij leidt het zelfs tot minder zure reacties op internet-fora en tot minder verkeersagressie. Op bedrijfsvlak is het goed voor de efficiëntie. Minder burnouts. Minder kosten door absenteïsme. Iedereen wint!

Waarom doen bedrijven dan zo weinig om hun werknemers gezonder te maken? Ik vermoed dat het een kwestie van tijd is. De eerste ondernemingen die gezondheid en actief bewegen hoog op hun agenda zetten zijn al gespot. En wij doen enthousiast mee met ons bedrijf. Zo smullen we tegenwoordig bijvoorbeeld vaker van fruitsla, dan van koeken tijdens onze vergaderingen.  Ik hoop dat velen ons voorbeeld volgen.

Di Rupo lanceerde pas een ideetje: de 32-uren werkweek. Misschien kunnen we daar verder op borduren? Een werkweek van 38 uur, waarin we een keer met de collega’s gezond koken? Elke maand een psycholoog laten langskomen om mentale issues een juiste plaats te geven. Samen gaan joggen in het park?

Met wat geluk wordt hetzelfde werk in minder uren gepresteerd. De echte winst gaat dan niet naar de bedrijven, maar naar de medewerkers. Meer geluk voor iedereen. Een utopie of niet? De tijd zal het uitwijzen. Met kleine stapjes te zetten doe je alvast niets mis. Wie neemt mee het initiatief?

En nu, nu is het tijd om de loopschoenen aan te trekken. Lopen, zweten, lachen! Start!

In mijn vorige blogpost had ik het over de juiste mix tussen jong en oud op de werkvloer. De ene kan niet zonder de ander om samen resultaten te boeken. Daar moet ik nog aan toevoegen dat ook een goede mix van mannen en vrouwen absoluut een meerwaarde is voor een succesvol en plezant bedrijf.

Tijd voor een kleine bekentenis: in het vijfde leerjaar deed ik mee met een playback-wedstrijd op school. Welk nummer? ‘Kids in America’ van Kim Wilde. Waarom? Eerlijk: geen flauw idee. Omdat mijn zus dat een goed nummer vond? Omdat ik er zelf wel vrolijk van werd? Omdat Kim rijmde op Tim? De terechte winnaar was een klasgenoot die Urbanus nadeed. Jaren later, op een sportkamp, bracht ik iets van Silvy Melody. Voor alle duidelijkheid:  ik heb geen plannen om transgender of travestiet te worden. Maar genoeg over vroeger. Ter zake nu!

Een groep met mannen en vrouwen kan tot een geweldige synergie leiden. Een voorwaarde is wel dat iedereen gewoon zichzelf blijft. Op de toppen van je tenen te lopen om toch maar karaktereigenschappen van de andere sexe aan te nemen? Dat houdt geen mens vol. Het resultaat zou maar een flauw afkooksel zijn, en de kopie is zelden beter dan het origineel. Mijn korte playback-carrière is daarvan een mooi voorbeeld.

Dames mogen van tijd tot tijd dus wat emotioneler reageren. Heren mogen af en toe wat botter en zakelijker zijn. Of omgekeerd. Als iedereen zichzelf is, is iedereen gelukkig. En als je van beide kanten wat hebt, krijg je vanzelf een evenwicht. Doe daar een schijfje humor en wat eetlepels wederzijds begrip en respect bij en het komt helemaal goed met je smaken en resultaten. Even shaken en… ja, supercocktail!

Mijn credo is: blijf jezelf. Je meerwaarde zit daar waar je uniek en net iets anders bent. Slimme bedrijfsleiders zien  dat meer en meer in en handelen ernaar. Zij hebben geen quota of andere regeltjes nodig. Ze zetten de juiste man of vrouw of transgender op de juiste plaats.

Zoveel jaren na mijn playback-avontuur werk  ik elke dag in een ‘vrouwelijk’ bedrijf. De Kim en Sylvy in mij laat ik rustig zitten waar ze zijn. Ik leer elke dag bij over de vrouwelijke touch in werken, leiding geven en handelen. Geweldig boeiend. Maar wil ik de vrouwelijk handelswijze helemaal overnemen? Nope! 

mojito

Ervaren medewerkers zijn te duur en jonge werkkrachten hebben geen ervaring. Het is een cliché dat nog steeds leeft op de arbeidsmarkt. Terwijl: volgens mij heb je net vooral een goede en juiste mix nodig om je onderneming te laten bloeien. Diversiteit houdt je scherp en verbreedt je invalshoeken. Een bedrijf moet goed gemixt zijn, zoals een lekkere mojito. En er mogen best wat 'speciallekes' bij zijn. Want geef toe, zo'n parasolletje en suikerrandje geven toch net dat ietsje meer? Ik spreek uit ervaring: in mijn dienstenonderneming werken mannen en vrouwen tussen 19 en 69 jaar van maar liefst 42 nationaliteiten. Goeie cocktail, en vooral: geweldig boeiend!

Er wordt wel eens gezegd dat we te veel belang hechten aan ervaring. Is werkervaring dan niet belangrijk? Toch wel, maar volgens mij is vooral levenservaring een absolute troef. Recent hoorde ik het verhaal van ex-veldrijder Sven Nys. Een jonge toeschouwer had bier naar hem gegooid. Nys spelde hem de les, en werd de hemel in geprezen voor z’n reactie. De jongen moest door het stof. Een paar jaar eerder reageerde collega-veldrijder Bart Wellens bij een soortgelijk incident met een trap. Resultaat: een schorsing voor de sportman en de toeschouwer ging vrijuit. Het zal wel met persoonlijkheid te maken hebben, maar volgens mij ook met ervaring. Zou Nys een paar jaar geleden niet anders gereageerd hebben, denk je?

Of: ik hoorde onlangs een familielid het woord nemen in uiterst moeilijke omstandigheden. Wijs, waardig en met de juiste toon. Ik ben er nog steeds van onder de indruk. Waren die woorden twintig jaar geleden hetzelfde? Ik vermoed van niet. 

En toch kom je ook met jong enthousiasme heel ver. Dat mag gerust met wat overmoed, dat hoort erbij. Net zoals fouten maken. Je leert het snelst door tegen de muur te lopen. Ik kan het weten. Ik zou er een hele blog, wat zeg ik, een heel boek over kunnen schrijven!

Beide doelgroepen, jong en oud, hebben hun troeven. Nu mijn veertigste verjaardag achter de rug is vraag ik me soms af bij welke groep ik hoor. Het lijkt me vrij duidelijk: in mijn hoofd ben ik nog altijd 22. Ik kom dus nog altijd in aanmerking voor de banenplannen voor de tewerkstelling van jongeren. Ja toch?

Gepost op 28 juli 2016