U bent hier

Fons blogt... - juli 2010

Het is genoegzaam bekend dat elk professioneel domein, elk vakgebied zijn eigen jargon heeft. Dit geldt ook voor de arbeidsmarkt. Beleidsmakers en arbeidsmarktactoren hanteren vaak begrippen, bewoordingen en beelden die niet of weinig toegankelijk zijn voor de werkende en werkzoekende mensen die nochtans de voornaamste spelers zijn op de arbeidsmarkt. Bovendien hebben bepaalde woorden soms een erg stigmatiserende klank of een negatieve connotatie. Zij geven daardoor impliciet of expliciet uitdrukking aan zekere machtsverhoudingen en waardeoordelen op de arbeidsmarkt. Daarom is het van belang om duidelijke en ruim toegankelijke begrippen en beelden te gebruiken die ook mobiliserend én activerend “werken”.

Het Vlaams arbeidsmarktvocabularium werd vanuit dat oogpunt de laatste jaren verrijkt met een aantal nieuwe begrippen die soms doordrongen tot de federale, Nederlandse en zelfs internationale woordenschat van beleidsmakers en arbeidsmarktactoren. Ik denk hierbij aan woorden zoals kansengroepen (in plaats van “risicogroepen”), lang leuker leren (is appelerender dan het LLL-gevangenisbegrip “levenslang leren”), kortgeschoolden (in plaats van het stigmatiserende “laaggeschoolden”), enjoyability (als Siamees tweelingwoord van employability zodat werken en goesting aan mekaar kunnen gekoppeld worden), sluitend maatpak (als gepersonaliserende variant van het containerbegrip “sluitende aanpak”), EVC als afkorting voor “erkenning van verworven competenties” (ter vervanging van de meer voorkomende begrippen “eerder of elders verworven competenties” die geen waarderingscomponent bevatten), ervaren werknemers (wie van deze doelgroep noemt zich graag “oudere werknemer” of zoals in sommige wetteksten “bejaarde werknemer” sic), maatwerkbedrijven (een meer positieve term voor beschermde en sociale werkplaatsen), werkwinkels als toegankelijk begrip voor de gebundelde eerstelijnsdienstverlening van diverse arbeidsmarktactoren (VDAB, RVA, PWA, OCMW, GTB,…).

Natuurlijk verander je geen sociaal-economische of politieke realiteiten door een nieuwe woordkeuze maar dat belet niet dat woordkeuzes belangrijk zijn. Ze laten immers toe om nieuwe inzichten krachtdadig te vertolken, kunnen de teneur van een maatschappelijk debat bepalen en bijdragen tot een betere communicatie en een beter begrip omtrent arbeidsmarktbeleid. Hierbij is het essentieel dat alle werkende burgers mee zijn… en niet enkel de hooggeschoolden, de “professionals” of de beleidsmakers. Woorden én beelden zijn daarom betekenisvol. Zo moest ik onlangs een beeld kiezen om “talent, bezieling en verbindingskracht” uit te drukken. Waar de andere panelleden teruggrepen naar poëzie of kunst die een selectief publiek aanspreken, schotelde ik bewust een foto van de wielerploeg van Eddy Merckx van 1972 voor. Het brede publiek zal dit immers beter begrijpen… Merckx was en is niet alleen een bezielend en toegankelijk leider, hij wist zich te omringen met talent en zo’n verbindingskracht met zijn ploegmakkers te smeden dat vandaag nog – méér dan 30 jaar na de koersloopbaan – de kern van deze ploeg samen een wekelijks ritje maakt, treurt bij het verlies van gemeenschappelijke vrienden en meeviert bij familiale en persoonlijke gebeurtenissen. De cohesie van het Merckx-team illustreert dus concreet voor veel mensen de strategie van een arbeidsorganisatie die talent, bezieling en verbindingskracht nastreeft.

Goed gekozen beelden en woorden zijn dus belangrijk om boodschappen breed uit te dragen. Let dus op jouw woorden en laat de juiste beelden spreken!

Gepost op 28 juli 2010

Groenboek. Jawel Groenboek. En daarna Witboek… Witboek… Witboek!Wie herinnert zich deze woorden niet van voormalig federaal minister van Pensioenen, Michel Daerden, toen hij zijn beleidsintenties ivm de pensioenproblematiek in de Senaat toelichtte.

De inspiratie om met een Groenboek en een Witboek te werken haalde Daerden uit de aanpak van de Europese Commissie. De Commissie lanceert immers regelmatig voor belangrijke beleidsthema’s een maatschappelijk en politiek debat aan de hand van een Groenboek dat relevante vragen bij het gekozen thema opwerpt.Als uitkomst van het debat wordt een Witboek opgesteld dat het Groenboek vervangt en concrete beleidsvoorstellen en –aanbevelingen formuleert. Het werken met deze methodiek is dus op zich zeker geen slecht idee voor het Belgische pensioendebat.

Voor een reflectie over de toekomst van de arbeidsmarkt hebben we evenwel én een echt Groenboek én een echt Witboek nodig…beiden met een sterke analyse en kristalheldere beleidsaanbevelingen. Groen én wit zullen immers de jobkleuren van de toekomst zijn!

Met de zware ecologische uitdagingen en de dreiging van de klimaatsverandering voor de deur is enerzijds een vergroening van de economie en bijgevolg ook van de arbeidsmarkt een absolute noodzaak. De Europese Commissie speelt hier met zijn recent programma voor “green jobs” nadrukkelijk op in. Maar het gaat hier uiteraard niet alleen om de creatie van nieuwe, duurzame jobs in de alternatieve energiesectoren, de biolandbouw, het ecotoerisme, milieuvriendelijke mobiliteit en/of andere groen(getint)e sectoren, maar ook en vooral om de vergroening van elke job in elke sector en in elk bedrijf. Dat vergt een complete herdenking van alle job- en opleidingsinhouden. Dus niet alleen “new skills voor new jobs”, maar ook “new skills for old jobs”. Met een ambitieus Groenboek moeten we dringend maatregelen nemen om ons economisch bestel en ons arbeidsbestel aan te passen, zodat we een duurzame economische groei in alle betekenissen van het woord kunnen verwezenlijken.

Anderzijds moet er ook volop geïnvesteerd worden in de jobcreatie in de socialprofitsectoren. Door de vergrijzing van de bevolking ontstaan er immers toenemende zorgbehoeften. Om aan deze zorgnoden tegemoet te komen moeten er op middellange termijn in Vlaanderen ca 65.000 witte banen bijkomen. Daarnaast treft de vergrijzingstendens ook de socialprofitsector zelf. Het aantal oudere werknemers in de gezondheids- en welzijnssector is op korte tijd verdubbeld. Door de uitstroom van oudere werknemers ontstaat er een globale vervangingsvraag van iets meer dan 76.000 personen. Voldoende stof dus voor een Witboek. Dat Witboek zal ook concrete voorstellen moeten bevatten om voldoende jongeren aan te trekken voor de socialprofitsector in de globale “War on Talent” op de arbeidsmarkt. De witte sector zal hierbij ook creativiteit qua arbeidsinnovatie aan de dag moeten leggen. De tendens om alsmaar hogere diploma’s te eisen voor het brede gamma van zorgberoepen zal niet kunnen worden aangehouden; formules van taaksplitsing, -vernieuwing en -differentiatie moeten offensiever aangewend worden om voldoende witte arbeidskrachten te kunnen aanwerven.

Een Groenboek én een Witboek. Dat is de inzet van het werkgelegenheidsbeleid van de toekomst op alle overheidsechelons en in het sociaal overleg. Zo niet loopt de arbeidsmarkt enkel maar een blauwtje op.

Gepost op 12 juli 2010