U bent hier

Fons blogt... - oktober 2010

Het activeringsbeleid zoals vertaald in de sluitende begeleidingsaanpak van werkzoekenden, maakt duidelijk dat de populatie van voornamelijk langdurig werkzoekenden een grote groep werkzoekenden huisvest die ver staat van de arbeidsmarkt en de reguliere economie. Het gaat hier om werkzoekenden die een aantal niet-arbeidsmarkt gerelateerde problematieken cumuleren zoals ernstige medische beperkingen, sociaal-psychische problemen, mentale of psychiatrische problematieken, diepe levenskwetsuren, zware sociale uitsluiting etc.

Het kan en mag niet de bedoeling zijn van het activeringsbeleid om deze mensen te parkeren in hun uitkeringssituatie en niet meer naar hen om te zien. Het moet juist de uitdaging zijn om hen ook op een aangepaste manier te activeren. Hierbij komt het erop aan deze mensen te benaderen en begeleiden vanuit hun verworven of te ontginnen competenties. Binnen het activeringsbeleid moeten flexibele kaders gecreëerd worden waarbij zij zich verder competentiegericht kunnen inzetten en ontwikkelen en waar mogelijk vlot kunnen doorstromen op de leer- en integratieladder. De sociale economie vormt een eerste belangrijk onderdeel van dit kader. “Geleid werk” - namelijk werkzoekenden die volgens duidelijke criteria (nog) niet kunnen ingezet worden in de reguliere economie, worden toegeleid naar de sociale economie - gaat in deze sociale economie nadrukkelijk samen met “begeleid werk”, namelijk de betrokken personen kunnen rekenen op intensieve begeleiding en coaching op de werkvloer die ervoor moet zorgen dat zij ook maximaal kunnen doorstromen naar de reguliere economie. Deze doorstromingsdoelstelling dient met het oog op de vergrijzing en de toenemende kraptes op de arbeidsmarkt, scherper geformuleerd te worden zodat deze vorm van (be)geleid werk een echte trap naar reguliere arbeid vormt. Binnen de beschermde en sociale werkplaatsen moet deze doelstelling dus geëxpliciteerd worden en bestaande brugformules zoals enclaves en individueeel begeleid werken op de werkvloer moeten méér gepromoot worden.

Tegelijkertijd moeten we binnen dit activeringskader ook een duidelijke plaats geven aan vrijwilligerswerk én onbetaalde vormen van arbeid zoals arbeidszorg. Vanuit een competentiegerichte aanpak verdienen deze vormen van maatschappelijke participatie immers een plaats binnen het activeringsinstrumentarium. Mensen kunnen én willen immers via vrijwilligerswerk competenties verwerven, zich verder ontwikkelen en zich inzetten voor de samenleving. Zoals voor de sociale economie geldt hier dat vrijwilligerswerk mensen kan doen doorgroeien. Geleid vrijwilligerswerk én begeleid vrijwilligerswerk dus. Deze kansen moeten we dan ook benutten. Uiteraard kan het hierbij niet het opzet zijn om een tweedehandseconomie en -arbeidsmarkt te institutionaliseren maar gaat het erom om via het verankeren van onbetaalde arbeid, gaande van vrijwilligerswerk over oriënterende stages tot arbeidszorg, mensen perspectieven te bieden uitgaande van hun competenties. Nederlands evaluatieonderzoek toont aan dat dit soort sociale activering werkt en dat begeleid vrijwilligerswerk een nuttige rol kan spelen voor bepaalde werkzoekenden in activeringstrajecten. Het biedt immers een zinvolle tijdsbesteding, nieuwe contacten, nieuwe netwerken, de mogelijkheid om vaardigheden te verwerven en uit te oefenen… Het geeft mensen een gevoel van eigenwaarde, brengt zelfvertrouwen bij en dwingt respect af.

Willen we ons activeringsbeleid een echte inhoud geven voor alle mensen met een win-winsituatie voor de betrokken personen, de economie én de samenleving dan mogen we mensen dus niet definitief parkeren met hun uitkering maar moeten we durven investeren in de uitbouw van een sociaal activeringskader. Onze sociale investeringsstaat is niet af zonder dit sluitstuk.

Gepost op 28 oktober 2010

Wie zit er niet graag op een zomers terrasje? Niet alleen voor de gezelligheid, de drank die er vloeit of het schone volk dat zich er bijeen schaart, maar ook voor het af- en aanvliegen van vogels. De meerderheid daarvan zijn duiven. Geen gekweekte prijsduiven, wel doorwinterde, grijze stadsduiven. Je kijkt er nauwelijks van op; ze maken bijna onopgemerkt deel uit van het geheel. Raven en andere zeldzame vogelsoorten zijn er amper te bespeuren (dan zouden de oe’s en aah’s van de tafels opstijgen) en witte raven zijn er al helemaal ‘du jamais vu’. Nu doen we de werkelijkheid oneer aan door de arbeidsmarkt te vergelijken met een zomers terras, maar een deel van de vergelijking gaat wel degelijk op. Witte raven zijn een zeldzaamheid. Je kunt je afvragen of ze eigenlijk wel bestaan. Alleen maakt het idee dat ze zoùden bestaan, het voor heel wat minder mythische vogelsoorten knap lastig om nog enige bewondering te oogsten.

Uiteraard gaan werkgevers op zoek naar witte raven. Want eens de witte raaf gevonden, volgt de rest als het ware vanzelf. Alleen verloopt die zoektocht bijzonder moeizaam. Waarschijnlijk omdat de witte raven niet talrijk en bovendien niet met een paar kruimels te vangen zijn. En dan gaat de zoektocht verder… De queeste van de witte raaf.

Het doet me denken aan die film van Jim Carrey “When nature calls” waarin “Pet Detective” Ace Ventura op zoek gaat naar een heilige witte vleermuis… om een oorlog tussen twee stammen te stoppen. Zo zijn de werkgevers ook op speurtocht naar witte raven om de “War for Talent” te stoppen. Maar Galapagoseilanden of Ballestaseilanden vol witte raven bestaan niet.

Misschien moeten we dan toch eens beter naar al die grijze duiven kijken. Hebben ze geen unieke vaardigheden? Vliegen duiven niet snel en rechtlijnig op hun doel af? Zijn het niet de enige vogels die water met de snavel opzuigen? Hebben ze geen fenomenaal oriëntatievermogen? En is de duivenpopulatie op zich niet erg divers. Naast de stadsduif zijn er ook nog bijvoorbeeld de bosduif, de rotsduif, de jufferduif, de houtduif, de Turkse en de Oosterse tortel, de kroonduif en de parelhalstortel… Als we die vaardigheden en variëteiten onderkennen blijken de duiven dus ook witte raven te zijn! Het komt er dan ook op aan het witte raafgehalte in elke duif te zien. Elke duif is een stukje witte raaf als we er dieper naar leren kijken en anders mee leren omgaan.

Die kijk hebben we ook nodig op de arbeidsmarkt. Iedereen heeft unieke talenten of hij of zij er nu uitziet als een bontkleurige papegaai, een grijze duif, een waggelende pinguïn of een pelikaan met een gedeukte vleugel. Geef iedereen de kans om zijn talenten te tonen en we zullen erin slagen een groot deel van de knelpuntberoepen in te vullen. De krapte op de arbeidsmarkt wordt in de komende jaren alsmaar groter ingevolge de vergrijzing van de beroepsbevolking. Door de inzet van grijze duiven en met een witte ravenbril op kunnen we evenwel deze krapte kwantitatief én kwalitatief aanpakken. En is de duif niet het symbool van de vrede en dus het gepaste “wapen” in de War for Talent?

Gepost op 21 oktober 2010