U bent hier

Fons blogt... - november 2010

Een hervorming van de arbeidsmarkt kan niet zonder een staatshervorming. Sommigen beweren het tegendeel en stellen dan dat de verschillen inzake werkloosheid binnen Vlaanderen even groot zijn als verschillen tussen de Gewesten. Daarmee reduceren ze evenwel de realiteit. De arbeidsmarkt is een samenspel tussen verschillende actoren waarbij ook het beleid mee het gezicht van die arbeidsmarkt bepaalt. En dat beleid is vandaag reeds grotendeels op Deelstatelijk niveau gesitueerd.

Al zijn er binnen Vlaanderen streekverschillen, alle arbeidsmarktactoren worden gevat door hetzelfde beleidskader. Zo hebben we:

  • ‘Vlaamse’ eigenheden inzake de afbakening van doelgroepen: de zogenaamde kansengroepen.
  • De activeringsaanpak van werkzoekenden: het sluitend maatpak-model.
  • De betrokkenheid van de sociale partners in de beleidsbepaling: enerzijds via het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité (VESOC) -een tripartietorgaan tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners-, en anderzijds de Regionale overlegcomités (RESOC’s) en de Sociaal Economische Raden van de Regio’s (SERR’s,).
  • De sociale economie. Met naast beschermde werkplaatsen, ook sociale werkplaatsen, invoegbedrijven en arbeidszorgcentra.
  • Een geïntegreerd beleid inzake personen met een arbeidshandicap via VDAB.
  • Een sterke publieke-private samenwerking.
  • Acties die de brug slaan tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
  • De operationalisering van loopbaanbegeleiding via werkwinkels en begeleidingscheques.
  • De afbouw van de klassieke tewerkstellingsprogramma’s.

Deze, en vele andere kleinere en grotere keuzes, bepalen vandaag het uitzicht van de Vlaamse arbeidsmarkt en doen deze grondig verschillen van de arbeidsmarkten in Wallonië en Brussel.