U bent hier

Fons blogt... - januari 2011

Het zal de lezer niet verbazen… maar ik zit niet graag in een wachtkamer. Of het nu bij de dokter, bij de tandarts of in de kliniek is. Wat méér is: ik haat wachtkamers. Wachtkamers associeer ik met angstig en nutteloos tijd doorbrengen, klamme handen, zweten terwijl je eigenlijk niks doet. Dode en dodende tijd… geen gevoel van dolce far niente… Afleiding zoeken bij de andere wachtkamergenoten is niet echt een optie… want ook zij schuiven ongemakkelijk over hun stoel heen en weer… met een voortdurende blik op de veel te langzaam voortschrijdende klok… en op de verlossende deur die eindeloos lang gesloten blijft. Veel conversatie met de andere wachtenden is er dus niet. Verkwikking vinden in de wachtkamerliteratuur is evenmin een uitnodigende bezigheid. Gedateerde tijdschriften, pulpbladen, een gamma aan roddelbladen of onverstaanbare technisch beladen literatuur… je verliest er elke goesting om te lezen of te leren.

De wachtkamer is dus in mijn ogen een bij uitstek ongezonde omgeving. Het wachten maakt je ziek. Het besmettingsgevaar is groter binnen de wachtkamer… dan erbuiten. Wachten het is geen aangename activiteit… ook niet op de luchthaven, in een station, in de file, aan de kassa, bij de kapper of de notaris.

Helaas is de arbeidsmarkt ook voor duizenden werkzoekenden een wachtkamer. Zij wachten op hun diagnose en op een opengaande deur die hen gezond verklaart voor de arbeidsmarkt. Maar sommigen slijten veel te veel tijd in deze wachtkamer. Ze zijn binnengekomen met een licht hoestje maar door de besmetting van de wachtkamer hebben ze intussen een zware valling opgedaan of zelfs een chronische hoest. Het wachten op de arbeidsmarkt doet hun talenten en competenties verbleken en verschralen. De motivatie en de inzetbaarheid namen af. Een beroep doen op een huisarts volstaat niet meer, de specialist moet noodgedwongen worden ingeroepen. Het curatieve instrumentarium wordt ingezet. Anderen zitten onterecht in de wachtkamer. Ze zijn niet ziek, hebben geen nood aan hulp of informatie. Ze zitten er omdat iemand anders gezegd heeft “Hé, je ziet er wat witjes uit! Ben je ziek?”. Zo zit de wachtkamer van de arbeidsmarkt vol met mensen die er wat bruintjes of grijsjes uitzien, maar die eigenlijk perfect gezond zijn. Nog anderen weten dat ze de wachtkamer moeten passeren voor een juiste diagnose, remedie en kans op herstel maar zouden het tof vinden om in een aantrekkelijke wachtkamer te vertoeven… één die inspirerend werkt, de zelfredzaamheid stimuleert, toegankelijke informatie biedt, waar de wachtenden met mekaar in interactie treden en ervaringen uitwisselen… een locatie die je dus niet zieker maakt maar die al “helend” werkt. De activeringswachtkamer van de arbeidsmarkt moet dan ook vol staan met ontdekhoeken. Sommigen zouden best op voorhand geïnformeerd worden over alternatieven voor de wachtkamer en bijvoorbeeld direct via het internet naar de nodige informatie geleid worden of onmiddellijk naar de spoedafdeling worden gestuurd. Dat geldt natuurlijk ook voor de arbeidsmarkt. En wellicht zit er in de wachtkamer zo nu en dan ook iemand die alleen maar een doktersbriefje komt halen.

Hoedanook …in de wachtkamer horen eigenlijk enkel mensen op afspraak thuis en zoals steeds is gezondheidspreventie het beste middel om mensen uit elke wachtkamer te houden. Voortdurend investeren in de competenties van medewerkers voorkomt dan ook volle wachtkamers!

Gepost op 25 januari 2011