U bent hier

Fons blogt... - oktober 2011

De connaisseurs van het Nederlandse cabaret herinneren zich wellicht nog de succesvolle Nederlandse televisieserie “Het schaap met de vijf poten”. Deze kortstondige serie die in 1969-1970 liep, verzamelde een cast van excellente acteurs en actrices die veelal ook actief waren in andere artistieke genres zoals het cabaret, de film, het levenslied en het circus: Piet Römer, Leen Jongewaard, Adèle Bloemendaal, Willeke Van Ammelrooy, Piet Hendriks, Cor Witschge, Edda Barends, Kees Brusse en Ronny Bierman. De serie leverde enkel hits op zoals “Het zal je kind maar wezen” en “We benne op de wereld om mekaar, om mekaar, om mekaar, om mekaar, om te helpen, niewaar?”

Vandaag zijn nog teveel werkgevers ervan overtuigd dat ze ook zo’n cast van excellente spelers kunnen samenstellen voor hun onderneming. De Vlaamse minister van Werk stelde onlangs nog in een kranteninterview dat “bedrijven nog steeds op zoek zijn naar een schaap met vijf poten”. Deze bedrijven zijn zich nog niet ten volle bewust van de War on Talent die nieuwe denk- en doeschema’s vraagt inzake human resources-beleid. Schapen met vijf poten zijn immers uiterst zeldzaam en werkgevers vertonen dan ook dikwijls een schaapachtige blik wanneer ze zo’n schaap niet vinden.

Wil een werkgever in de toekomst zijn bedrijf zien groeien en zo zijn schaapjes op het droge hebben, dan moet hij eerst en vooral kijken of hij zijn schapen wel goed kent en juist inzet. Is hij zich voldoende bewust van de (soms latent) aanwezige talenten? “Schapen hebben immers vier gouden poten en een gouden bekkie”, zo luidt een Nederlands spreekwoord. Menig wielertoerist ziet schapen grazen op de dijken langs de Schelde maar staat er niet bij stil dat deze schapen dan eigenlijk aan natuurbeheer doen. Ze trappen immers de grond in de dijken stevig vast en voorkomen dat er struiken groeien die met hun wortels de dijk zwaar kunnen beschadigen. Dit doen ze met hun gouden poten en gouden bekkie. Schapen doen dus méér dan zomaar grazen. Het is maar door deze ongekende talenten te (h)erkennen dat men tot optimale resultaten komt. Zo ook zegt een andere oude volkswijsheid dat “je een schaap moet scheren als het wol heeft”. Vertaald naar de arbeidsmarkt- en bedrijfscontext betekent dit eerst en vooral dat men van jonge schoolverlaters nog geen werkervaring mag vereisen maar dezen juist de kans moet geven om werkervaring op te doen. Een lammetje moet je immers nog niet scheren. Het betekent anderzijds ook dat je de ervaring en knowhow van oudere werknemers optimaal moet benutten. Dat vergt een heel ander beleid ook op bedrijfsniveau dan het verder uitstoten van oudere werknemers. Zij zijn nu vooral de zwarte schapen op de arbeidsmarkt. En dat kan niet langer! Het is nog teveel geblaat en weinig wol op vlak van meer 50-plussers aan de bak. Deze leuze betekent tot slot eveneens dat men bij moeilijke invulbare vacatures eerst kijkt of deze niet kunnen worden ingevuld door de talenten van het aanwezige personeel beter te benutten. Het voedingsbedrijf Campina heeft een bewuste HR-strategie om “trek in de schoorsteen te creëren” door medewerkers te upgraden naar hogere functies. Als deze aanpak een natuurlijk onderdeel is van het HR-beleid zullen meerdere schapen zelf de dam van hun eng competentieniveau oversteken om een hogere inzetbaarheid ten toon te spreiden.

Voorwaarde hiertoe is dat de onderneming “geen makke schapen in één hok” steekt, zoals kennisgoeroe Jef Staes regelmatig hekelt. Schapen moeten los kunnen grazen, bewegingsvrijheid krijgen, zelf het groene gras kunnen opzoeken. Elke onderneming en organisatie moet m.a.w. een bedrijfscultuur huldigen van open innovatie waar schapen uit hun hok durven te komen. Dat betekent dan weer dat de herder, de CEO, stopt met “mekkeren”, maar zorgt voor een open, talent- en competentiegedreven bedrijfsklimaat want “als de herder dwaalt, dolen de schapen”!

Gepost op 24 oktober 2011

Op de recente European Jobdays ontmoette ik Sabirul Islam. Deze twintigjarige jonge ondernemer heeft naar Belgische normen een ongewoon loopbaanparcours doorlopen. Hij groeide op in East London waar hij geconfronteerd werd met geweld, misdaad, drugs en sociale uitsluiting. Om hieraan te ontkomen richtte hij reeds op 14-jarige leeftijd een eigen bedrijfje “Veyron Technology” op en putte daaruit zoveel passie dat hij er een persoonlijke missie bijnam: jongeren inspireren tot ondernemerschap en ondernemingszin. Zijn boek “The World at your Feet” dat hij als 17 jarige op de markt bracht, vertolkte zijn missie. Hij gelooft dat in elkeen talent zit en dat je moet vechten om je droom waar te maken. Dit élan deed hem een jaar later samen met een aantal 13-15 jarigen een game “Teen-Trepreneur” ontwikkelen dat vandaag in bijna 500 scholen wordt gebruikt om jongeren te sensibiliseren rond ondernemerschap. Nu wil hij op één jaar tijd 1 miljoen jonge mensen in 20 landen inspireren rond dit thema. Het zal hem zeker lukken want ik heb zelden iemand met zoveel charisma en vista ontmoet.

Sabirul Islam doet me denken aan Omar Munie, een getalenteerde 25-jarige Nederlandse designer. Zijn tassen zijn inmiddels fel gegeerd in de internationale modewereld. Munie kwam naar Nederland als politiek vluchteling. Hij ontvluchtte op 9-jarige leeftijd zijn thuisland Somalië vanwege de burgeroorlog. Tijdens zijn studies richtte hij, net zoals Islam, een eigen modebedrijf “Omar Munie Clothing” op waarmee hij de prijs “Beste Leerling van het Jaar” won. Inmiddels werd hij ook al gekroond tot Beste Jonge Ondernemer van Nederland. Zijn mantra lijkt sterk op dat van Sabirul Islam: “Ik geloof dat je alles kan bereiken als je er maar voor vecht en er heilig in gelooft”. Zijn boek met levensverhaal heet dan ook “Leef je droom”.

Beide jonge ondernemers hebben veel gemeen met mijn vriend Abkader Chrifi, eveneens een ondernemer uit Nederland die het consultancy-bureau “le Succès” heeft opgericht dat werkt rond talent-, diversiteits- en loopbaanmanagement. Abkader immigreerde als 10-jarige van Marokko naar Nederland maar geraakte al vlug op een doolweg, kwam in aanraking met drugs en criminaliteit en belandde aan de zijkant van de samenleving. Maar hij vond uiteindelijk inspiratie in de boeken die hij tijdens zijn reïntegratie ontleende en leerde zijn eigen levenskracht ontdekken. Hij ging terug studeren, werkte als arbeidsbemiddelaar, ontdekte dat andere mensen zich konden optrekken aan zijn verhaal en goot zijn ervaring in een methodiek en handboek. Met zijn bedrijf organiseert hij cursussen en loopbaangesprekken die mensen moeten overtuigen dat ze zelf het heft van hun loopbaan in handen kunnen en moeten nemen. Chrifi heeft zijn verhalen en aanpak gebundeld in diverse boeken zoals “Het succes ligt op straat”, “Strijd van een vreemde” en “De Regisseur”

Deze drie getuigenissen overstijgen het louter discours van meer ondernemingszin én ondernemerschap. Het zijn drie echt inspirerende verhalen die méér zeggen dan al wat in de handboeken en eindtermen over deze items staat. Ik ben ervan overtuigd dat wij ook zo’n verhalen hebben. Haal ze dus vóór de klas!

Gepost op 14 oktober 2011