U bent hier

Fons blogt... - januari 2012

JuulkabasSelah Sue en Milow waren de prijsbeesten van de recente Music Industry Awards (MIA). Ze veroverden meerdere MIA-trofeeën met hun up-to-date songs over liefde, relaties, verdriet, passie, het leven… In dit rijtje van dagelijkse thema’s en belevenissen zal je 'werk', 'arbeid' of 'arbeidsmarkt' niet terugvinden. Dat zijn blijkbaar braakliggende terreinen voor singer-songwriters. 'Werken' is voor hen geen levensthema en niet waard bezongen te worden. En als ze het er dan wel al eens over hebben, dan is het doorgaans in drukkende, stresserende, pejoratieve of negatieve termen. Zo linkt Gorki de arbeidsmarkt aan een tranendal in hun song 'Mia'. Maar de echte toon wordt natuurlijk gezet door de populaire meezingers van Juul Kabas: “ ’t zijn zotten die werken, ’t zijn zotten die werken (twee keer zodat de boodschap duidelijk is), ge wordt er nie rijk van, ge wordt er zo muug van”. En van Het: “Het is weer tijd om op te staan, maar ik heb geen zin (hij heeft geen zin), om naar mijn baas te gaan”.

Dat 'werken' niet geassocieerd wordt met 'goesting' en 'passie' blijkt ook uit de liedjes van Bots: "Wat een werk, wat een job, ’s avonds moe en ’s ochtens om hallef zeven op”. Cabaretier Wim de Bie: “Werken voor een baas, beschamend, dom en dwaas”. En Pater Moeskroen: “Werken is ongezond, werken ik wou dat het niet bestond”. Maar internationaal is het al niet beter. Dolly Parton scoorde een monsterhit met “Workin’ nine to five, what a way to make a livin’, Barely gettin’ by, It’s all takin’ and no givin’”. En wat te denken van The Dropkick Murphys, nochtans één van mijn favoriete Ierse punkbands, in 'The Torch': “Your back’s been broken, you can’t make the rounds. You’re a bitter old man. Who’s done nothin’ but work”. Dat 'werken en rugklachten' met mekaar verbonden zijn, hoor je ook in de song 'Work hard' van Depeche Mode: “You’ve got to work hard. Nothing comes easy. And that’s a fact. Nothing comes easy. But a broken back”. De wereldformatie The Police heeft eveneens een afstompende visie op werken. Luister maar naar  'Dead End Job': “I don’t want no dead end job. I don’t wanna be no number”. Of luister naar Shania Twain met 'Honey, I’m Home': “This job ain’t worth the pay. Can’t wait till the end of the day”. Bij de andere muzikale grootheden is werken ook al geen pretje. Neem nu Elvis Costello in 'Welcome to the working week': “Oh I know it don’t thrill you, I hope it don’t kill you” of van 'Working Class Hero' John Lennon:“When they’re tortured and scared you for twenty odd years. Then they expect you to pick a career. When you can’t really function. You’re so full of fear” of Lou Reed met "Don’t talk to me about work. I’m up to my eyeballs in dirt with work, with work”. Dezelfde toon vind je bij The Boomtown Rats  in 'I don’t like Mondays', Fischer Z in 'The Worker': “Allways kiss the wife goodbye, Often wonder why. At seven in the morning” en Alan Jackson in 'It’s five o’clock somewhere': “I’m gettin’ paid by the hour, and older by the minute, my boss just pushed me over the limit, I’d like to call him somethin”.  Het slotakkoord van deze weinig opbeurende opsomming is voor de hitgroep Abba “I work all night, I work all day, to pay the bills, I have to pay” uit 'Rich Man’s World'.

Veel kandidaten kunnen we dus niet nomineren voor onze MIAUW-awards (Music Industry Awards on Unemployment and Work). Positieve noten over werk zijn schaars, maar we kunnen toch enkele artiesten voordragen. Bijvoorbeeld Wannes Van de Velde met 'Ik waerk zoe gêre': “ik zou waerke dagen en nachten, want zonder waerk zijn is mijn verdriet”, de Kreuners "Geef me werk, werk, werk, ‘k heb twee handen, voel me sterk”, Mick Jagger (ja, dé Mick Jagger) met 'Let’s work': “Let’s work be proud. Stand tall, touch the clouds. Man and woman, be free. Let’s work. Kill poverty” en Ramses Shaffy die werken tussen de dagelijks emoties des levens plaatst in “Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk en Bewonder!”

Hoe een andere toon zetten? Misschien door meer op het werk te zingen over werk… Muziek op het werk om muziek over het werk te stimuleren? Wie zingt mee?

Gepost op 16 januari 2012

Op talrijke fora en in diverse opiniebijdrages wordt gepleit voor een herziening van het Belgisch werkloosheidsstelsel. De onbeperkte duur van dit stelsel en de hoogte van de uitkeringen komen hierbij steevast als kritische punten naar voor. Op een zeldzame uitzondering na - zoals de Leuvense decaan Economie Luc Sels - is dit debat evenwel vrij eenzijdig en beperkt qua invalshoek. Veelal wordt de kar vóór het paard gespannen. Niet de finaliteit van de uitkeringen mag immers (alleen) centraal staan in dit debat maar wel de finaliteit van de arbeidsparticipatie. De zwakte van ons werkgelegenheidsbeleid zit immers in een veel te lage werkzaamheidsgraad en de arbeidsparticipatie moet dus dringend én met sprongen omhoog. Daarom dient de focus eerst en vooral te liggen op een  versterkt activeringsbeleid. Het uitkeringsstelsel moet in functie van dit activeringsbeleid worden ingericht… en niet omgekeerd.

Een goed en sterk activeringsbeleid - en dat is, goed weten,  géén goedkope optie - motiveert en sensibiliseert werkzoekenden om vanaf het begin van hun werkloosheid opnieuw werk te zoeken. In se is dit niet zo moeilijk. Het volstaat om op dag één elke werkzoekende te positioneren op de hitparade van de arbeidsmarkt door zijn profiel te confronteren met de gekende vacature-vraag. In functie van die positie kan dan een maatgerichte ondersteuning worden aangeboden. Werkwillige werkzoekenden met een goed profiel zullen in deze  aanpak onmiddellijk passende vacatures krijgen en aan de slag kunnen gaan. Werkwillige werkzoekenden met een minder gunstig of ongunstig profiel kunnen via opleiding, begeleiding of werkplekleren onmiddellijk georiënteerd worden naar openstaande vacatures. Werkonwillige werkzoekenden zullen bij zo’n systematische aanpak vlug gedetecteerd worden en hun recht op werkloosheidsuitkering zien schorsen of verliezen. Mits de nodige middelen kan zo’n kordaat activeringsbeleid - nog vlugger dan vandaag - zijn vruchten afleveren én op vlak van verhoging van de arbeidsparticipatie én op vlak van inkorting van de uitkeringsduur. Het uitkeringsstelsel is in deze aanpak immers de facto beperkt in duur. Werkwillige en -bekwame werkzoekenden krijgen immers onmiddellijk hertewerkstellingskansen, eventueel na een opleiding. Werkonwillige werkzoekenden worden direct beknot in hun uitkering. Een niet onbelangrijke kanttekening hierbij is dat deze aanpak enkel doeltreffend kan worden ingericht mits de Gewesten meer homogene arbeidsmarktbevoegdheden verkrijgen o.a. om (mee) te bepalen wat een geschikte job is, welk zoekgedrag men van de werkzoekende kan verwachten, hoe snel men een werkzoekende een bijkomende beroepsoriëntatie kan aanreiken etc.

Binnen zo’n aanpak is een inkorting van de duur van het uitkeringsstelsel een logische stap… ware het niet dat de aanbodzijde omwille van de heterogeniteit van de werkzoekendenpopulatie veel complexer is dan voormelde opdeling. Zo heeft de curatieve begeleidingsaanpak aangetoond dat met name binnen de langdurig werklozen een substantieel aandeel werklozen zit die wel inschakelingsbereid zijn maar tijdelijk geheel of gedeeltelijk “werkonbekwaam” zijn. Het betreft hier een groep van werkzoekenden met veelzijdige problemen zoals armoede en sociale uitsluiting, psychiatrische problematieken, verslavingsproblemen, zwaar gekwetste biografieën, ernstige medische beperkingen of problemen inzake geestelijke gezondheid… De recente ervaringen leren ons dat deze personen nood hebben aan langdurige herinschakelingstrajecten (van 12 tot vaak 24 maanden) om terug te kunnen worden toegeleid naar de arbeidsmarkt, soms in de sociale economie maar toch ook een relevant deel in de reguliere arbeidsmarkt. Sommigen kunnen na een werk-welzijnstraject enkel terecht in niet vergoede activiteiten zoals de arbeidszorg of het begeleid vrijwilligerswerk. Voor deze personen is dus een langduriger en aangepast uitkeringsstelsel aangewezen dat hun andere maatschappelijke inzetbaarheid ondersteunt. Anderzijds moeten we vaststellen dat er om bepaalde knelpuntvacatures in met name de zorgsector te bestrijden, nood is aan langdurige inschakelingstrajecten. In het overgrote merendeel van de gevallen zijn het immers diplomagebonden onderwijstrajecten van minimaal 2 à 3 jaar. Werkzoekenden die zich hier naar toe oriënteren hebben eveneens aanspraak op een uitkeringsstelsel, dat men toelaat zich in deze beroepen te vormen.

Beide voorbeelden tonen aan dat een debat over een gewijzigd uitkeringsstelsel - een debat dat zich opdringt - moet samengaan met een debat over het activeringsbeleid. Zo niet dreigt een nieuw uitkeringsstelsel sociaal onrechtvaardig te werken, onvoldoende bij te dragen tot maximale arbeidsparticipatie en exclusie in plaats van inclusie in de hand te werken.

Gepost op 5 januari 2012