U bent hier

Fons blogt... - september 2012

Vlinder

Wie vandaag langs de Schelde fietst, ziet nog nauwelijks een vlinder. Af en toe eens een eenzaam koolwitje, citroenvlinder of vuurvlinder. Maar toen ik jong was, vlogen er veel meer vlinders rond. We vingen hen met een netje, droogden hen tussen een boek en gaven hen een plaats in onze vlindercollectie. De buurjongens waren jaloers op onze verzameling van dag- en nachtvlinders met allerlei kleuren, van verschillende grootte, sommigen met doorzichtige vleugels of meer behaarde lijfjes...

Gelukkig zijn er nog vlindertuinen en vlinderkooien waar je kan kennismaken met de rijke vlinderdiversiteit, een wereld van kleuren, maar ook met de verschillende ontwikkelingsstadia van de vlinder. Van ei over rups en pop naar vlinder: een ware metamorfose. Deze ontwikkeling is zo intens dat wat er in de volgende fase uit voortvloeit, onherkenbaar is ten opzichte van wat eraan voorafging. De vlinder toont aan dat verandering en transitie onvermijdelijk en onophoudelijk zijn maar dat dit geenszins traumatisch hoeft te zijn. Wel integendeel, die ontwikkeling leidt naar het niveau van hoogste ontwikkeling, namelijk dat van de vlinder waar de vleugels echt kunnen worden uitgeslagen en de fladderende vrijheid lonkt. Door dit holometabolisme, de volledige gedaanteverwisseling, kunnen rupsen en imagines, de volwassen vlinders, gebruik maken van geheel verschillende biotopen... zonder het belangrijk einddoel van het autonoom kunnen vliegen - om nieuwe leefomgevingen te kunnen bereiken en snel een partner te vinden - helemaal te moeten opgeven. Heel begrijpelijk dan ook dat vlinders sowieso tot de meest verspreide dierensoorten behoren : van koude toendra’s tot woestijnachtige gebieden komen ze voor. Je vindt ze in bossen, graslanden, heidevelden, moerassen en duingebieden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vlinders vanwege hun metamorfose en groot aanpassingsvermogen doorheen de eeuwen een grote rol zijn gaan spelen in de symboliek. Elke fase staat voor een nieuw begin en de vlinder is het symbool van de wedergeboorte, de heropstanding, de ultieme zijnsvorm, het geluk. Moeten we daarom de vlinder ook niet beschouwen als het symbool van de (levens)loopbaan?

Ook in onze loopbanen worden we geconfronteerd met veranderingen en transities. Veelal bekijken we die veranderingen op het moment zelf als “beangstigend”, “onrustwekkend” of “bedreigend”. Maar de vlinder toont aan dat je transities als positief kan opvatten, dat transities juist opportuniteiten vormen om je sterktes meer te doen uitkomen, je passie en talent te tonen... De arbeidsmarkt kent daarenboven meer wisselende omgevingen, de economie kent een toenemend kortcyclischer verloop, de transformatie van de kennis- en diensteneconomie zet zich onverdroten door, nieuwe vormen van werken dringen zich op... Zoals de vlinder worden we geconfronteerd met wisselende omgevingen en enkel door zelf te leren vliegen, zelf het stuur van de eigen loopbaan in handen te nemen, kunnen we snel een baan vinden, houden of creëren die past met onze talenten. Maar om die vliegkracht en wendbaarheid te bereiken, moeten we door de pop-fase. Het stadium van het Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP) waarin we de tijd krijgen zoals de vlinderpop om onszelf te leren ontdekken, om de metamorfose te voltrekken.... Insecten die vleugels ontwikkelen zonder dat ze een pop-fase kennen, worden beschouwd als minder hoog ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor de loopbanen van burgers... we moeten de kans krijgen om regelmatig te kunnen stilstaan bij onze loopbaanontwikkeling: wat zijn mijn sterktes, komen ze voldoende aan bod, hoe kan ik ze verder exploreren,...? Zijn de actoren op de arbeidsmarkt (bedrijven, werknemers, overheid,) bereid om die metamorfose te erkennen en te faciliteren? Wordt in CAO’s aandacht besteed aan loopbaangesprekken, persoonlijke ontwikkelingsplannen en vorming zodat elke medewerker zich kan ontpoppen tot een kleurrijke, fladderende wendbare vlinder? Hoever staat het met het uitbouwen van bedrijfsinterne  loopbaanbegeleiding? Hoe kunnen we een loopbaanvisie waarbij langer én anders werken aan mekaar gekoppeld zijn, vorm geven via een loopbaanrekening, een moderne sociale zekerheid en een nieuw arbeidsrecht? Hoe zorgen we ervoor dat transities tussen beroepen, statuten en sectoren drempelloos mogelijk worden vanuit een competentiegedreven arbeidsmarktbeleid?

Vragen te over... die een antwoord vragen in een echt Vlinderakkoord?

De rechten van de dopperOuderwetse blogtitel? Tja… hoe kom ik hierbij? Wel bij onze recente verhuis ontdekte ik een aantal vergeten spullen van mijn verleden. Zo stootte ik op het boekje “De rechten van de dopper. De wondere wereld van Werkloze Willy”, dat in 1978 werd uitgegeven door Wetswinkel Leuven in samenwerking met het Dopperskomitee Leuven. Ik was toen actief als secretaris van de Leuvense wetswinkel en me er zeker niet van bewust die ik later mijn weg zou maken in de wereld van arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding en 'de dop'.

Dit boekje ademt duidelijk de tijdsgeest van toen uit – de oliecrisis en zijn gevolgen op sociaal-economisch vlak – en de manier waarop we als jonge linkse rakkers opkwamen voor de doppers tegen de sanctionerende RVA-bureaucratie en het ongenadig kapitalisme dat de arbeiders voortdurend slachtofferde voor méér winst. Een uittreksel ter illustratie:

“De laatste jaren is het kapitalisme weer eens flink onwel geworden en is het andermaal krisis geblazen. Op enkele jaren tijd zijn er in België, zelfs volgens de welgekende statistieken, zo’n 300.000 uitkeringsgerechtigde werklozen. Het reële cijfer ligt dus veel hoger: zo’n 500.000 of zowat 25% van de werkende bevolking. Alle trukken zijn immers geldig om het officiële werkloosheidscijfer te drukken. Zo bijvoorbeeld werd het brugpensioen uitgevonden zodat heel wat oudere werknemers van het ene schuifje naar het andere schuifje van de sociale zekerheid overgeheveld werden. Er werd ook een stageregeling uitgedacht waarbij werklozen als goedkope werkkrachten worden tewerkgesteld. Wie teveel of te lang werkloos is vliegt van de dop. Naar oude gewoonte zijn het weeral uitgerekend de slachtoffers van de krisis die er moeten voor opdraaien. Steeds voortschrijdende afbraak van sociale verworvenheden. Er is dan nog belasting op sociale uitkeringen, de solidariteitsbelasting, verscherpte kontrole aan de dop, een hagelslag van schorsingen”.

In “De rechten van de dopper” worden tegen die achtergrond vragen beantwoord zoals “Kan een zelfstandige doppen?”, “Je bent typiste, er is weinig werk en de baas vraagt je de grote kuis te doen. Je weigert en wordt ontslagen. Kan je doppen?”, “Je stempelt maar je zou graag een alternatief eethuisje beginnen. Na 2 jaar blijkt het een hopeloze zaak, kan je terug doppen?” “Je voelt je zo nutteloos, en de tuin van je schoonvader moet dringend omgespit worden of je vriend kan best een paar handen gebruiken om te verhuizen. Mag je uit je krammen schieten?” “Van overheidswege worden wervingsexamens ingericht. Kan de RVA je verplichten om eraan deel te nemen?” en “Mag je driemaal een job weigeren?”

Met de bril van vandaag op valt op dat heel wat van de gestelde vragen nog steeds actueel zijn om als werkzoekende je rechten en plichten te kennen in het doolhof van de werkloosheidsreglementering. Anderzijds hebben alle vragen van Werkloze Willy betrekking op deze reglementering; er is geen enkele vraag over arbeidsbemiddeling, begeleiding of opleiding. Slechts 15 van de ca 110 bladzijden van het boekje gaan over “activeringsbeleid” en dan nog quasi alleen over de toen ingevoerde “nepstatuten” zoals “tewerkgestelde werklozen”, “RVA-stage” en “Bijzonder Tijdelijk Kader”. Bemiddeling en opleiding waren toen duidelijk niet de beleidsprioriteit en behoorden niet tot de echte kernopdrachten van de RVA. Dat blijkt ook uit de inleiding waarin de toestand op de arbeidsmarkt anno januari 1978 wordt geschetst: 300.000 uitkeringsgerechtigde volledig werklozen in België voor slechts ca 11.000 vacatures op maandbasis en iets meer dan 100.000 vacatures op jaarbasis. Vandaag hebben we bij de VDAB 156.000 uitkeringsgerechtigd volledig werklozen voor bijna 20.000 vacatures op maandbasis en meer dan 280.000 op jaarbasis, en dat alleen voor Vlaanderen. Heel andere gegevens, dus. Tot slot valt op dat het boekje ook een – weliswaar beperkte en gekleurde – analyse bevat over de werking van de arbeidsmarkt met een beschrijving van de primaire en secundaire arbeidsmarkt, de beperkte tewerkstellingskansen van “vrouwen, vreemdelingen, gehandicapten, ongeschoolde jongeren en ouderen” (de doelgroepbenamingen zijn veranderd maar “nihil novi sub sole”) en de systematische uitstoot van ongeschoolde arbeid.

Wat onthoud ik bij de herlezing van deze brochure? Vooreerst dat de werkloosheidsreglementering vandaag nog steeds een ingewikkeld juridisch kluwen is, alle harmoniserings- en actualiseringsoefeningen ten spijt. De opeenvolgende RVA-bazen hebben deze complexiteit meermaals aan de kaak gesteld maar zonder het gewenste gevolg. Daardoor moet er nog steeds teveel energie gestoken worden in de uitbouw en het onderhoud van de informatiemolen, energie die beter zou kunnen benut worden voor het heractiveren van werkzoekenden,… Verder is het duidelijk dat de focus nu veel meer ligt op het activeringsbeleid en dat – mede dankzij de regionalisering –
arbeidsbemiddeling, trajectbegeleiding en beroepsopleiding de overhand beginnen te krijgen op een unidimensioneel passief uitkeringsbeleid. Maar beide tendensen doen geen afbreuk aan het actualiseren en het expliciteren van de “rechten van de dopper”. Dat gebeurde inmiddels gelukkig met het decreet houdende het Handvest van de Werkzoekende en de VDAB-Garantiekaart inzake dienstverlening voor werkzoekenden. Beide initiatieven leggen de nadruk op de re-integratie, de uitbouw van een kwalitatieve dienstverlening inzake bemiddeling en opleiding en de erkenning van verworven competenties. Ze worden mee vorm gegeven door de sluitende begeleidingsaanpak die vandaag een recht op begeleiding en bemiddeling waarborgt voor elke werkzoekende. Bovendien zijn er de laatste jaren heel wat bijkomende opleidingsmiddelen gekomen die quasi het recht op opleiding verzekeren. Dat maakt dat werkzoekenden vandaag op een ondersteuningsinstrumentarium kunnen terugvallen zoals nooit tevoren het geval was. Hiertegenover staat dan wel de plicht om deze ondersteuningskansen voluit te grijpen. Werkloze Willy is niet meer, Werkzoekende Wesley kwam in zijn plaats!