U bent hier

Fons blogt... - december 2012

In zijn recent boek “De school is van iedereen” behandelt Robert Voorhamme, uittredend schepen van Onderwijs Stad Antwerpen de thematiek “aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt”, een thematiek die diepgaande reflectie en aandacht verdient.

Elk jaar moet een hele stroom jongeren immers zijn weg zien te vinden op de arbeidsmarkt. Diezelfde arbeidsmarkt kent een nooit eerder geziene krapte en mismatch tussen vraag en aanbod die er in de komende jaren niet op verbetert. Door de toenemende vergrijzing staan we voor de nooit eerder geziene uitdaging om op enkele jaren tijd 350.000 vacatures in te vullen. Een op zeven jongeren dient zich echter zonder diploma kwetsbaar aan op een arbeidsmarkt die bovendien almaar hogere eisen stelt. Om onze internationale concurrentiepositie en onze sociale welvaartsstaat te vrijwaren hebben we goed gekwalificeerde werknemers nodig die ook tijdens hun loopbaan blijven verder leren en competenties verder ontwikkelen. Wie nu zijn opwachting maakt aan de startmeet van een loopbaan, heeft een lange rit voor de boeg waarin voortdurend bijleren en de roep om flexibiliteit hoogtij vieren. De aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt is vandaag niet sterk genoeg uitgebouwd om zelfs maar de stap naar de stap naar de eerste job -laat staan een verdere loopbaan- te garanderen.

De arbeidsmarkt schreeuwt om technische profielen, maar hoe maken we jongeren warm voor techniek? Techniek moet je kunnen ontdekken en aan jezelf kunnen toetsen. Vandaar dat ik een voorstander ben van brede vorming in de eerste graad van het secundair onderwijs zoals voorzien in de onderwijshervorming van de Vlaamse minister van onderwijs. Het geeft jongeren de kans om breeduit verschillende disciplines te ontdekken. Maar niet alleen de ontdekking van techniek speelt daar een rol, het is ook zaak dat jongeren geloven in hun kunnen, hun talenten verder durven ontdekken, geloven in hun kwaliteiten en geloven in wat ze nog kunnen leren. Daarom is technisch of beroepsonderwijs mijns inziens niet alleen een zaak van het ontwikkelen van technische vaardigheden, maar moet het jongeren ook een algemene vorming bieden, hen ook leren ‘verder-leren’, ‘leergoesting’ geven, hen maximaal loopbaancompetenties bijbrengen,... Dit biedt niet alleen meer mogelijkheden om jobs in te vullen in de arbeidsmarkt, maar maakt de jongere ook sterker als ‘mens-in-de-wereld’.

Daar hebben de zgn. ‘waterval-jongeren’ ook nood aan. Het waterval-fenomeen moet ik jammer genoeg erkennen en ik betreur het bestaan ervan, maar is de meest begeerde plek uiteindelijk niet de plaats net onderààn de waterval waar het water fris naar beneden klatert? Is dat niet net de plek waar bezoekers van de Niagara-falls of Foz do Iguaçu zo dichtbij mogelijk willen komen? We moeten het perspectief daarom omdraaien: het onderwijs zou uitgerekend dié boot moeten zijn die je loodst naar de onderkant van de waterval waar je overladen wordt met impulsen en kansen om je talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Onderwijs is daar ook geen zaak van zwart of wit, maar een ‘pur sang’ concentratieschool: een plek waar geconcentreerd wordt op leerinhouden enerzijds en de ontdekking en ontwikkeling van talenten anderzijds.

Kwalificaties zijn onmisbaar op de arbeidsmarkt. Niet alleen om een job te vinden, maar ook om in de job te groeien en een verdere loopbaan uit te bouwen. Het belang van het halen van kwalificaties kan aan jongeren niet genoeg benadrukt worden. Dit hangt ook nauw samen met een goede studiekeuze. Je moet ergens ‘op je plaats zitten’ om ergens goed in te kunnen worden. Een goede studiekeuze betekent dat niet alleen interesse en talent, maar ook een degelijke kennis van de arbeidsmarkt en van de concrete jobperspectieven mee de keuze vorm geven. De kans op slagen en op het halen van kwalificaties moet dan ook gemaximaliseerd worden. Tegelijk moeten we zo sterk mogelijk verhinderen dat we jongeren, als ze zich aanbieden op de arbeidsmarkt, moeten ‘terugsturen’ naar school of een beroepsopleiding omdat ze geen enkele kwalificatie hebben behaald of omdat ze met het oog op doorstroom naar de arbeidsmarkt een verkeerde studiekeuze hebben gemaakt. De samenleving moet wel degelijk zorgen voor goed onderwijs, goede beroepsopleiding, tweedekansonderwijs en levenslang leren, maar kan niet instaan voor een te weinig pro-actieve studiekeuze, voor het ‘niet-incalculeren’ van informatie over jobkansen. We bieden hiervoor vandaag weliswaar een vangnet, maar dit vangnet zou eigenlijk nagenoeg overbodig moeten zijn. Liever voorkomen dan genezen...

We zijn met de VDAB betrokken partij bij de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt en hebben zelf ook een rol te vervullen om deze kloof te dichten, om brede opleidingen uit te werken en om expliciet de link te leggen tussen de wereld van de arbeidsmarkt en het onderwijs. Het concept van 'thematische campussen' van Robert Voorhamme sluit dan ook perfect aan op aan op onze 'Excellente Centra'. Daarin brengen we in zo ruim mogelijke betekenis alle partners bij mekaar om zowel voor werkzoekenden, werknemers als leerlingen een ruim aanbod aan opleidingen aan te bieden. Dit brengt niet alleen efficiëntiewinsten met zich mee en de kans om met de meest up-to-date apparatuur te werken, maar creëert ook synergiëen tussen mensen. Het werkt bv. aanstekelijk voor leerlingen om ervaren ‘vaklui-in-opleiding’ aan het werk te zien. Werken aan ‘leer-goesting’ en ‘werk-goesting’ krijgt er een significante plaats.

Daarnaast zijn we ook in verschillende samenwerkingsverbanden gestapt om buiten onze ‘traditionele’ beroepsopleidingen op andere manieren kansen te geven aan werkzoekenden om alsnog een diploma te behalen. In het competentiecentrum van Heverlee kan je bv. tijdens sommige beroepsopleidingen nog een diploma secundair onderwijs behalen (samenwerking met L4 Volwassenonderwijs Leuven). We werken ook met verschillende bedrijven mee aan diplomagerichte opleidingstrajecten die bv. leiden tot een diploma Hoger Beroepsonderwijs (operationeel distributiemanager of onderhoudstechnicus).

Leren is, tot slot, niet alleen een zaak van onderwijs of van de VDAB. De arbeidsmarkt zélf moet ook een leeromgeving blijven om onze concurrentiële positie veilig te stellen. Arbeidsmarktactoren en bedrijven hebben een blijvende verantwoordelijkheid in levenslang leren. Als we onze inspanningen voor vorming en opleiding van werknemers bekijken in Europese context, stellen we vast dat de Vlaamse arbeidsmarkt hier tekort schiet, vooral ten aanzien van arbeiders en 50-plussers. Er is dus nog werk aan de winkel, maar aan bruisende, moedige ideeën en een stevig debat alvast geen gebrek!

Beste Fons,

Jarenlang heb je brieven aan mij geschreven ... om snoep en cadeautjes te vragen, eerst voor jezelf, dan voor jouw kinderen, nu voor jouw kleinkinderen, Sid, Lucille en Lilly ... Maar nu moet ik jou een brief sturen met slecht nieuws en een vraag om hulp. Ik ben werkloos geworden ... en op zoek naar een nieuwe baan. Hoe is het zover kunnen komen, zal je je afvragen want als iemand werkzekerheid had, was jij het toch!?

Tja, het begon met een conflict met mijn trouwe medewerker Zwarte Piet. Hij vergezelde me al jaren ... door weer en wind ... en kon niet langer begrijpen dat hij maar een arbeider was en ik een bediende. De koude wintertemperaturen zorgden ervoor dat we wel eens ziek waren ... meestal gelijktijdig maar het verschil in inkomen viel Piet alsmaar zwaarder. Hij gaf er de brui aan. Begrijpelijk ... Ik heb geprobeerd hem te vervangen. Maar zoals je weet is dakloper een knelpuntberoep .. vergeefs dus, ook al stond de vacature open voor diversiteit. Niemand is op vacature afgekomen. Daarbij komt dat de concurrentie als maar harder werd ... zeker nu ene Halloween, een jonge marktspeler, meer en meer aandacht opeist. Deze speler is klaarblijkelijk veel creatiever, flexibeler en agressiever dan ik. Als oudere werknemer word ik daardoor in een hoekje gedrumd en afgeschilderd als vastgeroest, te duur, fysiek minder geschikt en te langzaam. Mijn imago als Zuid-Europeaan die de Spaanse zon en Spaanse mandarijntjes en clementientjes meebrengt tot in de Vlaamse huiskamers is ook geen “unique selling proposition” meer. Ik word de laatste tijd constant voorbijgestoken door Spaanse verpleegkundigen en ingenieurs ... Daar gaat mijn “usp”. En dan kwam er toch nog wel die gewijzigde werkomgeving bij, zeker! Meer en meer huizen zijn energiezuinig ingericht, weg met die traditionele schouwen, de daken liggen vol met zonnepanelen,... en op vele plaatsen nog schotelantennes er bovenop, ... Daarvoor heb je toch andere competenties nodig dan vroeger ... maar mijn Baas hierboven ziet opleiding en bijscholing voor mij omwille van mijn leeftijd niet zitten.

Geen wonder dus dat ik op straat sta! Mijn CV stelt niet veel voor want ik heb altijd bij dezelfde werkgever gewerkt. Kan je dringend uitkijken voor een nieuwe job voor mij en een passende vacature in mijn schoentje leggen aub.

Bedankt

De ex-Sint

Deze tekst verscheen op 6/12 in De Standaard 

Gepost op 6 december 2012