U bent hier

Fons blogt... - februari 2013

Als we kijken naar de evoluties op de arbeidsmarkt en in de HR-praktijken van arbeidsorganisaties en naar de werking van onze arbeidsmarktinstituties kunnen we niet om de steeds weerkerende vraag heen lopen: hoe vissen we vandaag naar talent? Vele HR-events ten spijt maar we zijn nog hoofdzakelijk bezig met goudvissen te vangen. Verblind door de kleur, de glitter, het gemak van dit soort “visvangst”, de herkenbaarheid,... We beschouwen onszelf immers ook als goudvissen en dus jagen we ook naar andere goudvisjes...

En eenmaal we een goudvis gevangen hebben, zetten we deze in een bokaal of in het beste geval een visvijvertje (de arbeidsorganisatie) waar ze gedoemd of verdoemd zijn steeds maar weer dezelfde vaste rondjes (functiebeschrijvingen, competentieprofielen, omlijnde taakopdrachten,...) te zwemmen. Met de mond happend naar lucht maar zonder enige mogelijkheid om (samen)spraak te houden en zonder de mogelijkheid om eens andere of diepere wateren te verkennen. Met voedingsmomenten op vaste tijdstippen, functionerings- en evaluatiegesprekken, zonder zelf een menu te kunnen samenstellen... nooit vers voedsel... altijd uit een zakje of bakje....

Echte vissers vinden het maar niets om in een vijver met stilstaand water en een vast visbestand te vissen... Laat staan dat ze hun bezigheid associëren met een bokaal of een tuinvijvertje! Echte vissers vangen het liefst op zee... Die zee zit immers ook vol met een ongekende rijkdom aan vissen, een immens grote diversiteit van grote en kleine vissen, gele, blauwe, zwarte, rode en groene, gestreepte, met bolletjes of andere motiefjes, kort- en langsnoetige, in school zwemmende en einzelschwimmers, kwastvinnigen en straalvinnigen, vliegende en wandelende vissen, schubachtigen en leerachtigen... Liefst 32.000 soorten en 500 visfamilies... en wij staren ons enkel blind op de goudvissen!? Vissen naar deze diversiteit is dus steeds een ontdekkingstocht, een avontuur, een prikkelende en uitdagende bezigheid die creativiteit en innovativiteit vergt maar aangename verrassingen oplevert...

Waar zitten deze nieuwe vissen en met welke aas kan je hen vangen? Dat zijn de kwesties van de echte visser. Hij durft, experimenteert en varieert. Daardoor vist hij nooit achter het net of in troebel water noch met een zilveren hengel. Hij vindt in deze ongekende wereld steeds maar nieuwe, onontdekte visjes. Deze visser gebruikt ook geen visserslatijn... hij moet niet opscheppen over de grootste baars of karper uit de zwemvijver. Hij kan vol bewondering spreken over zijn uniek visje....Size doesn’t matter! Evenmin moet hij naar de viswinkel om dode vis te kopen. Zijn vangst is altijd levendig en origineel.

Willen we onze bedrijven en medewerkers zo gezond houden als een vis dan moeten we meer dan ooit werk maken van echt talentmanagement. Nu is dat vaak noch vis noch vlees... wat schipperen tussen de korte en de lange termijn, tussen competentiemanagement en echt talentmanagement, tussen mooie woorden en concrete daden, tussen “employability” en “enjoyability”... Het is ook nog teveel vissen op hetzelfde getij... het stilstaand water met goudvissen opzoeken... die zijn gemakkelijk herkenbaar... Maar dat getij wiegt sommigen in slaap en die slaapt vangt geen vis, zo zegt de door weer en wind getekende Oostende visser.

Misschien moeten we met de HR-wereld eens op zee gaan vissen?

De formule E = TI² werd enkele jaren geleden gelanceerd door toenmalige VOKA-voorzitter Urbain Vandeurzen. Hij drukte daarmee zijn ambitie voor ondernemend Vlaanderen uit. Excelleren vereist investeringen in Talent, Innovatie en Internationalisering. Zonder afbreuk te willen doen aan de autoriteit van de auteur noch aan de juistheid van deze formule zou deze formule ook een andere invulling kunnen krijgen. E = TI² kan ook staan voor Eenvoud = Transparantie door Informatie en Inzicht en aldus toegepast worden op het arsenaal van overheidsmaatregelen. Ondanks de volgehouden roep van diverse maatschappelijke stakeholders en de politieke beleidsintenties inzake administratieve vereenvoudiging slaagt men er niet echt in om deze doelstelling consequent vorm te geven ... Sommige regelgevingen getuigen juist van het tegendeel.

Neem nu de werkloosheidsreglementering ... Ik herinner me dat alle opeenvolgende leidend ambtenaren van de RVA de complexiteit en de snelheid van verandering in het wetgevend kader via tientallen K.B.’s en M.B.’s per jaar hebben aangeklaagd. Tevergeefs. Het volstaat je licht te laten schijnen over de recente hervorming van de regels inzake de bepaling van het bedrag van de werkloosuitkering. De RVA heeft een infoblad van 12 bladzijden nodig om de nieuwe regels uit te leggen. En dan nog komt de klemtoon te liggen op de laatste paragraaf van de info-nota in de zin van “Als je het niet verstaat, neem dan met ons contact op”. De uitleg is immers dermate technisch en complex dat ze hoogstens begrijpelijk is voor diegenen die de regels moeten toepassen zoals de uitbetalingsinstellingen en de RVA zelf. Diegenen die de regels moeten “ondergaan”, vinden er hun weg niet in terug. Deze reglementering gaat uit van navolgend basisschema van het verloop van de uitkering.

Maar dit verloop kan veranderen door omstandigheden die een tijdelijke of definitieve fixering van de uitkering kunnen inhouden. Daarenboven zijn er nog een aantal “stuitingsregels” die iemand terug kunnen leiden naar een hoger uitkeringsbedrag. En alsof dat nog niet genoeg is, zijn er een zevental categorieën van werklozen op wie de regeling niet van toepassing is en gelden er nog specifieke berekeningsregels voor deeltijds werkenden met een inkomensgarantie-uitkering. Volgen jullie nog?

Het mag duidelijk zijn dat deze reglementering allerminst transparant is voor de eindgebruiker en dat zou toch het  opzet van elke regelgeving moeten zijn. De informatie ontbreekt de eindgebruiker om zelf zijn situatie in te schatten. Hij moet immers om zijn bedrag te kunnen berekenen niet enkel rekening houden met zijn laatste loon maar ook met zijn beroepsverleden en met wat daarin al dan niet telt, zijn werkloosheidsduur, zijn gezinstoestand, ... Inzichten over het hoe en waarom voor bepaalde regels zullen hem ook ontbreken. Immers de werkzoekende die zich bijvoorbeeld op vraag van de VDAB zal herscholen naar een knelpuntberoep zal anders behandeld worden naargelang hij die nieuwe kwalificatie kan behalen via een gewone beroepsopleiding bij Syntra, VDAB of een sectoraal opleidingsinstituut dan wel via een hervatting van studies (vb. verpleegkundige, verzorgende, ...).

Deze werkloosheidsreglementering doorstaat dus de formuleteoets E=TI² niet. Een gemiste kans!