U bent hier

Fons blogt... - maart 2013

Het rapport van WADA (World Anti Doping Agency) dat in het najaar 2012 is verschenen, toonde overduidelijk aan dat Lance Armstrong zijn zeven Tour de France-zeges niet te danken heeft aan zijn natuurlijk talent maar wel aan een doorgedreven EPO-kuur. Hij gebruikte erythropoëtine (EPO), een hormonaal middel dat als doping bij duursporters wordt ingespoten, op grote schaal om zijn tegenstanders te overvleugelen en eeuwige roem te behalen.

Het WADA-rapport wees ook uit dat EPO alom verspreid was in de professionele wielrennerij. Diverse bekentenissen van oud-renners maakten duidelijk dat het middel gekend was bij renners, verzorgers, ploegartsen, sportdirecteurs en wielerinstanties. Zij zaten allen op de EPO-trein. De zogenaamde Festina-Tour van 1998 was niet meer dan een publiek symbool van het EPO-tijdperk maar zeker niet de terminus van deze trein. Lance Armstrong & co begonnen dan pas echt met hun ongeoorloofde en heimelijke dopingpraktijken en schrokken hierbij er niet voor terug om collega’s af te dreigen of bobo’s om te kopen… Er is sprake van corruptie tot op het hoogste niveau van de professionele wielersport, namelijk de UCI (Union Cycliste Internationale), de mondiale én Olympische federatie van het wielrennen. Elke rechtgeaarde CEO met enige zin voor beroepsethiek zou spontaan uit zijn bedrijf treden indien dit bedrijf zou geassocieerd worden met bedrieglijke praktijken en fundamenteel onethisch gedrag. Niet zo bij de UCI-bobo’s… Ze klampen zich vast aan hun stoel en macht en verhinderen zo de doorbraak van het Nieuwe Wielrennen. Pijnlijk!

Hoe sterk ik ook gekant ben tegen doping in mijn favoriete sport, toch pleit ik fervent voor een EPO-kuur voor het arbeidsmarktpeloton. Diverse arbeidsmarktrapporten tonen immers aan dat dit peloton “ongezond” is: zeer lage werkzaamheidsgraad voor 55-plussers, te veel ongekwalificeerde jongeren op de arbeidsmarkt onevenredige arbeidsdeelname van personen van allochtone origine of met een arbeidshandicap, te lage vormingsparticipatie,…

Om de arbeidsmarkt gezond te maken is een dopingskuur noodzakelijk… weliswaar geen EPO-kuur met lichaamsvreemde substanties maar wel een doorgedreven, langdurige behandeling met lichaamseigen elementen… niet om natuurlijke talenten te maskeren of op te fokken wel om deze de ruimte te geven zich te ontplooien. Een kuur die zorgt voor EigenPotentieel Ontwikkeling gebaseerd om eenieders passies en talenten. Onze EPO-kuur zorgt ervoor dat werkenden regelmatig prikken krijgen om hun competentieniveau te verhogen, om hun talenten beter te kunnen inzetten. Wanneer het arbeidspeloton een rustdag heeft, zoals bij tijdelijke werkloosheid het geval is, gaat het hele peloton aan de opleidingsinfuus om nieuwe competenties te verwerven en sterker te worden op de arbeidsmarkt.

Zoals voor elke beroepsrenner wordt ook voor elke werkende een biologisch paspoort bijgehouden, zeg maar…een competentie-paspoort. Hierin staan niet enkel de initiële bloedwaardes vermeld bij intrede op de arbeidsmarkt (het diploma, de basiservaring, de aangeleerde competenties) maar worden ook alle wijzigingen (verworven competenties en talenten) genoteerd met mogelijke referenties van validering (ervaringsbewijzen, certificaten, referentie-werkgevers,…). Dit biologische paspoort vormt de basis voor een fitness- en trainingsprogramma-op-maat (persoonlijk ontwikkelingsplan). Na elke proef wordt de nieuwe bloedwaarde, het talentenpeil, in het gezondheidsboekje consciëntieus opgetekend. Zo is deze waarde niet enkel zichtbaar voor de medewerker én zijn organisatie maar bevat deze ook transparante informatie bij elke transfer van ploeg, elke loopbaantransitie.

“Whereabouts” doorgeven zoals in de professionele wielersport, is op de arbeidsmarkt overbodig. Daar tellen de “whoabouts”… wie ben ik, wat zijn mijn unieke talenten?

Met zo’n EPO-kuur maken we onze arbeidsmarkt structureel gezond en draagt elke werkende zijn gele trui… als teken van erkenning van zijn of haar talent.

Gepost op 27 maart 2013

De Belgische delegatie maakte tijdens de recente Olympische Spelen in Londen de spreuk “Citius, Altius, Fortius" (sneller, hoger en sterker). De medailleoogst was ronduit pover... Kan het beter?

Misschien wel als we ons spiegelen aan het Britse baanwielrennen. Het kleine Britse team was goed voor 8 gouden, 2 zilveren en 2 bronzen medailles. Chris Hoy, Jason Kenny, Victoria Pendleton en Laura Trott scoorden meermaals op deze Spelen en dit in een in se niet echt Britse sport. Het geheim?! Een ijzersterk organisatie-verhaal met talentontwikkeling, ambitie en innovatie als kernwoorden...

Vooreerst was er de gezamenlijke ambitie van het ganse team: van renners en rensters over omkaderingspersoneel tot management. “There is a responsability to be the best that we can” is het leitmotiv van teammanager Dave Brailsford. Niet louter Obama’s “Yes we can” maar veel méér dan dat. We willen de beste zijn!

Vanuit die ambitie kristalleerde Brailsford een duidelijke strategie rond een aantal krachtlijnen. Hij koos voor een consistente talentenstrategie “from the playground to the podium” met talentdetectie en talentontwikkeling. Daarrond bouwde hij een betrokken gemeenschap “get involved”, niet enkel tussen de renners onderling, maar ook tussen de renners en het omkaderingspersoneel en tussen het ganse team en de Britse sport-minded gemeenschap. Brailsfords optie was “not a one hit wonder”, geen snelle winst op korte termijn,  maar beoogde een permanente succesratio waarbij Rio 2016 – en  niet het eigen London 2012 – als richtpunt werd gekozen. Zo was de lange termijn-aanpak van meetaf zichtbaar en blijft de ambitie intact. Tot slot koos hij voor innovatieve partnerships die zorgden dat zijn atleten het beste materiaal en het beste kaderpersoneel hadden. Er werd geïnnoveerd met de koerskleding, de fietsconstructie en fietshouding... De beste “soigneurs” en mecaniciens werden aangetrokken ook al waren het geen Britten. Innovatie en kwaliteit kennen immers geen grenzen.

De resultaten spreken voor zich... Niet alleen de Belgische sportwereld kan hiervan leren maar het verhaal van het Britse baanwielrennen is ook bijzonder inspirerend voor het arbeidsmarktbeleid. De arbeidsmarkt heeft ook een duurzame en brede talentontwikkelingsstrategie nodig, startend van in het onderwijs en aansluitend naar de beroepscarrière, om de ambitieuze Lissabon-doelstellingen met ondermeer een werkzaamheidsgraad van 75 % te halen. Betrokkenheid van alle stakeholders, overheden, werkgevers- en werknemersorganisaties, arbeidsmarktintermediairen, werknemers en werkzoekenden, is hierbij essentieel... en dat allemaal vanuit eenzelfde lange termijn-strategie. Maar met enkel korte termijn-acties zullen we er niet geraken... ook het arbeidsmarktbeleid is toe aan innovatie om de EU 2020-doelstellingen te bereiken... Innovatie die toelaat dat méér mensen langer en beter kunnen werken. Dat moet onze Olympische spreuk zijn “méér, langer en beter”! Gaan we voor goud?

Gepost op 7 maart 2013