U bent hier

Fons blogt... - augustus 2014

mierenTijd voor een sequel van de succesvolle Vlaamse film  “De collega’s maken de brug”, moet die vakbondsafgevaardigde recent op een verloren maandag gedacht hebben. Hij kondigde toen immers met veel bravoure de strijd tegen de verhuis van de Vlaamse ambtenaren naar de site van Tour & Taxis te Brussel aan. Het kon toch niet zijn dat zijn leden een onveilige tocht vol gevaren doorheen een Brussels parkje moesten maken om naar het werk of naar huis te gaan. Er zouden daar druggebruikers zitten en er was zelfs eens een crimineel feit gepleegd…

Ongetwijfeld zag hij zich met zijn discours al gecast als hoofdrolspeler in de nieuwe film “De collega’s banen zich een weg”. Naast andere onvergetelijke typetjes zoals Jomme Dockx, Philemon Persez, Jean De Pesser,  Bonaventuur Verastenhoven  en Gilbert Van Hie. Het filmscript voorzag een scène waarin Vlaamse ambtenaren  in kaki-uniform, gewapend met hakmes en bijl en door hem deskundig gegidst zich een weg banen van het Noordstation doorheen de Brusselse brousse naar het nieuwe hoofdkwartier. De parodie van het satirisch TV- programma de Ideale Wereld zelfs overstijgend.

Uitstekend scenario voor een komische film van de vorige eeuw… maar helaas dicht bij de realiteit van deze vakbondsafgevaardigde. Hij werd gelukkig al vlug het (gevaarlijke?) bos ingestuurd door jonge ambtenaren die via de sociale media bekend maakten dat ze afstand namen van dit vakbondsstandpunt. Zij willen duidelijk komaf maken met het imago van de “collega’s” en zien verandering als een opportuniteit in plaats van als een bedreiging. Want biedt de nieuwe locatie niet  meer mogelijkheden om het Nieuwe Werken te implementeren?

Collega ambtenaar-blogster Elke Wambacq schreef een mooie 'tegen-blog' over hoe ze de rijkdom van de buurt waarin zij werkt ontdekt. Ook al is haar kantoor gelegen in een ogenschijnlijk weinig fraai deel van Anderlecht, toch bruist de buurt door de diversiteit van culturen… Als je hiervoor openstaat, ontdek je niet alleen de wereld van jouw werk maar ook de wereld rondom het werk. Zij slaat daarbij de nagel op de kop. Je moet je ook willen integreren en inleven  in de buurt waar je werkt. En hier knelt het schoentje. Te veel Vlaamse ambtenaren zien Brussel enkel en alleen als hun werkplek waar ze tussen 8 en 17 uur noeste arbeid verrichten maar niet als een leefomgeving, een multiculturele grootstad die bruist van de diversiteit… Diversiteit is voor hen hoogstens een exotisch slaatje of een sushi.

Stadssocioloog Eric Corijn merkt terecht op dat de pendelende ambtenaren amper kennis maken met de stad en zich ook geen deel van het stedelijk weefsel voelen. Ze hebben geen beeld van het echte Brussel, ook al is het hun dagelijkse werkstek. Hoe kan je als “civil servant” de gemeenschap dienen als je je er niet in integreert, als je niet ontdekt wat er binnen zo’n gemeenschap leeft, als je de blik niet echt naar buiten richt? Jammer want Brussel is toch onze hoofdstad die we ook samen maken. Misschien is er wel nood aan een Vlaamse Buurtmeester die niet alleen zorgt voor mooie, functionele overheidsgebouwen maar ook voor integratie in en ontwikkeling van de buurt. Dan kunnen de collega’s zich een weg banen naar de verschillende activiteiten in de buurt en echt deel uitmaken van hun omgeving. Dat lijkt me uitdagender dan een gesloten houding aan te nemen die steunt op onwezenlijke angst en onveiligheid.