U bent hier

Fons blogt... - september 2014

winkelzakkenDe VDAB heeft als publieke bemiddelingsdienst gedurende de recente decennia een gigantische transformatie doorgemaakt. Van een (juridische) monopoliepositie op de Vlaamse arbeidsmarkt naar een gemengd beheer van de arbeidsmarkt… Van een centrale actor die gefocust was op de uitbouw van het eigen aanbod naar een arbeidsmarktregisseur die ook externe expertises bij partners en intermediairen op de arbeidsmarkt aanspreekt. Van een organisatie die de werkzoekenden als prioritaire doelgroep had naar een organisatie die werkzoekenden en werkgevers als gelijkwaardige klantengroepen vooropstelt en die er morgen ook is om werkenden te faciliteren bij loopbaankeuzes. Processen die met vallen en opstaan vorm kregen en krijgen maar steeds meer met een groter draagvlak bij alle arbeidsmarktactoren.

Maar de arbeidsmarkt van morgen brengt nieuwe en scherpere uitdagingen met zich mee. De vergrijzing slaat massaal toe, de demografische ontwikkelingen zorgen er voor dat er slechts acht jonge intreders staan ten opzichte van tien uittreders, de kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod zet zich door… Tijd om echt werk te maken op alle échelons van “met méér mensen langer en anders werken”! In dat perspectief zal de VDAB  niet alleen de ingeslagen wegen verder moeten bewandelen zoals een sterke regie over de Vlaamse arbeidsmarkt voeren, publiek – private partnerschappen bevorderen, een slim activeringsbeleid verder uitrollen, de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt beter regisseren… Daarbij kan ze zich bedienen van de nieuwe hefbomen die de zesde staatshervorming met zich meebrengt; die laten toe het  activeringsbeleid eenduidiger en coherenter te implementeren met minder “planlast” voor werkzoekenden én werkgevers maar met een hogere effectiviteit.

Maar de weg voor de toekomst ligt voor de VDAB méér en méér in de rol van “handelaar-in-informatie”. Door dataverzameling en datamining kunnen nieuwe, proactieve services op de arbeidsmarkt aangeboden worden ten voordele van alle arbeidsmarktspelers.

De VDAB bezit immers een rijkdom aan data zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde. Zo vergaren we elk jaar data van enkele honderdduizenden werkzoekenden en eveneens van tienduizenden vacatures in bedrijven. Deze data zullen nog toenemen met de uitbouw van het loopbaanbeleid dat zich ook tot de werkenden richt. Met slimme technologie kunnen we gegevens met elkaar verbinden en bewerken en hierdoor nieuwe proactieve arbeidsmarktdiensten aanbieden.

De datamining moet ons bijvoorbeeld toelaten elke werkzoekende correct te positioneren op de hitparade van de arbeidsmarkt, hem een rangschikking aan te geven mbt zijn jobkansen, door profielvergelijkingen met peergroups hem beter te oriënteren. Door de evoluties inzake competentievereisten vermeld in vacatures te detecteren, kunnen we veranderingen op de werkvloer in kaart brengen en die onmiddellijk vertalen in nieuwe beroeps -, onderwijs- of opleidingsprofielen. Werkgevers die een bepaald “consumptiegedrag ” inzake wervingen en selecties vertonen, kunnen we “ amazon gewijze” informeren wanneer er zich passende profielen op de arbeidsmarkt aandienen, ook al is er nog geen zichtbare vacature… Werkenden met loopbaanvragen kunnen we door slimme gegevensbewerkingen beter gidsen naar de meest geschikte loopbaanbegeleider maar ook doen nadenken over facetten die bij gelijkaardige, eerdere loopbaanvragen tot uiting kwamen zoals bijvoorbeeld ergonomische aspecten, jobsplitsing, jobrotatie of –crafting, opleidingsbehoeften…

Kortom als handelaar-in-informatie kunnen we als VDAB de goede werking van de arbeidsmarkt op alle niveaus, van micro over meso tot macro-niveau, beter faciliteren. Daar ligt onze toekomst!
 

eend

Dennis Pennel, secretaris-generaal van CIETT, de mondiale federatie van de private bemiddelings- en tewerkstellingsdiensten, zorgde recent voor enig ophef door in een interview in Le Nouvel Observateur het einde van het salariaat aan te kondigen. Wie zijn recent boek “Travailler pour soi : Quel avenir pour le travail à l'heure de la révolution individualiste?“ heeft gelezen zal niet verbaasd zijn over deze uitspraak maar dit kunnen kaderen in een uitgewerkte en onderbouwde visie over de toekomst van de arbeid. Het is niet zoiets als het door de Maya’s aangekondigde einde van de wereld waarbij het gissen was over de hypotheses, de context, de betekenissen… Pennel onderstreept zijn verhaal door de mythe van de arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, het vast contract, te doorprikken. Dit contract is niet alleen doorheen de tijd bekeken eerder een uitzondering dan algemene regel maar is vandaag ook in de mondiale context niet de determinerende factor om arbeidsverhoudingen te regelen. Liefst 60% van de mondiale werkende bevolking heeft immers geen formeel contract, laat staan… een contract voor onbepaalde duur. Daarenboven stelt de auteur vast dat in landen zoals België en Frankrijk waar alles nog draait rond een contract van onbepaalde duur er méér en méér andere vormen zijn opgedoken: interimcontracten, contracten van een bepaalde duur of een bepaald werk, freelance-afspraken, managementovereenkomsten, werkervarings-, inwerk- en stage contracten, individuele beroepsopleidingen in bedrijven, leercontracten, werfcontracten, projectmanagementafspraken, specifieke regels voor artiesten, beroepssporters, enz … Om nog te zwijgen van de arbeid als zelfstandige of de bijberoep-regelingen …

Bovendien is de context die noodzaakte de arbeidsverhoudingen strak te regelen binnen een arbeidsovereenkomst fel gewijzigd. De Fordistisch-Tayloristische arbeidsorganisatie ging gepaard met de bloei van de klassieke arbeidsovereenkomst. Maar met de technologische ontwikkelingen, de uitbouw van een kennis- en diensteneconomie, de toegenomen scholingsgraad, het accent op empowerment van medewerkers en de kijk op arbeid van de nieuwe generaties medewerkers verdwijnen heel wat componenten van de klassieke wijze van ordening van de arbeidsverhoudingen. Dit heeft volgens Pennel als positief effect dat de klassieke verhoudingen waarbij er sprake was van ondergeschikt verband van de werknemer t.a.v. “de baas”, geleidelijk vervangen worden door gelijkwaardige verhoudingen. In die zin verdwijnt op termijn het salariaat. M.i. wordt deze evolutie nog versterkt door andere factoren en evoluties zoals het toegenomen belang van “werkbaar werk”, de focus op “het nieuwe werken”, de waarde die aan open innovatie wordt gehecht en het oprukkend discours van stakeholdersparticipatie en –involvement…

Droom of utopie? In plaats van angstvallig vast te klampen aan een “verouderd” model lijkt het me veel wenselijker om na te gaan hoe we een nieuw model kunnen opbouwen waarbij niet langer het contract onder welke vorm dan ook centraal staat maar wel de loopbaan. Het pleidooi van Dennis Pennel “sécuriser les parcours professionnels et non les emplois” loopt hier samen met het lezenswaardig rapport van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “Investeren in werkzekerheid” waarbij werkzekerheid wordt afgezet t.a.v. jobzekerheid. Het paradigma van loopbaanzekerheid veronderstelt wel een coöperatief model waarin alle spelers zich volmondig inschrijven (werknemers, bedrijven, overheid, …) en samen de vorm bepalen. Een kanttekening bij Pennel is dat het in dat kader niet volstaat om het arbeidsrecht – zowel individueel als collectief – te herdenken maar dat ook de institutie van Sociale Zekerheid de revue moet passeren. Pennel stelt wel de noodzaak van “collectieve actie” vast maar plaatst dit hoofdzakelijk in een context van corporate and individual social responsibility. Daarmee gaat hij voorbij aan de waarde van solidariteit die het sociale zekerheidssysteem schraagt. Je kan immers niet enkel solidariteit laten afhangen van benevolente acties van actoren maar je moet dit ook structureren. Immers het verzekeren van een kwalitatief loopbaanparcours voor iedereen veronderstelt dat bestaande nieuwe sociale risico’s (bvb. hogere gevoeligheid inzake transities, minder mogelijkheden inzake inzetbaarheid, gebrek aan mobiliteitsmogelijkheden, … ) worden opgevangen in een gesolidariseerd verzekeringssysteem en niet enkel via individuele ondersteuningsmaatregelen, die te vaak selectief en afromend werken.

Maar hoe dan ook … Pennel geeft stof tot nadenken voor iedereen die bekommerd is voor de toekomst van werk en de arbeidsmarkt.

Het einde van het salariaat als begin van een loopbaan-partenariaat!?