U bent hier

Fons blogt... - februari 2015

Het matchen op grond van beroepen of diploma’s heeft zijn beste tijd gehad. Want door op beroepen of diploma’s te matchen kan men niet langer meer de brug slaan tussen vraag en aanbod in onze knelpunteneconomie. Zo’n matchingsaanpak levert immers steeds een binair resultaat: zoek je een verkoper, dan is er enkel een match als de werkzoekende dit beroep heeft uitgeoefend. Maar in vele gevallen is er geen match omdat de werkzoekende niet het betrokken beroep of diploma heeft. Maar wie weet heeft hij wel de goesting, de motivatie om een nieuw beroep te leren? Misschien weet hij ook niet dat dit nieuwe beroep niet zo nieuw is als hij denkt en dat hij al 50%,60% of 70% van de competenties heeft van dit nieuwe beroep.

Willen we dus met beter aas uit de vijver van de werkzoekenden vissen, dan moeten we gaan bemiddelen op grond van verwachte, verworven of te verwerven competenties. Matchen in functie van competenties laat immers toe om affiniteiten met andere beroepen op te sporen omdat gedeeltelijk dezelfde competenties gevraagd worden. Bepaalde beroepen worden daardoor minder vreemd. Stel je bent presentator of leerkracht en je vindt geen passende job of je wil van job veranderen dan zal je ontdekken dat je bv. ook 60% van de competenties van een verkoper bezit. Of vergelijk het profiel van een onderhoudsmecanicien in de automobielnijverheid met dat van de installateur van zonnepanelen en je ontdekt voor drievierden gelijklopende competenties. Of je wil je herscholen van brandweerman naar verzekeringsagent en je zult bepaalde vakken niet moeten ‘studeren’ omdat je al de competenties bezit.

Matchen op grond van competenties laat dus zien wie er in het werkzoekersbestand toch affiniteiten heeft met de gezochte functie. Het laat daardoor ook toe een bepaalde werkzoekende beter te (her)oriënteren naar knelpuntberoepen waarvoor ze al intrinsiek een deel van de vaardigheden hebben verworven. Het maakt ook de inwerktijd korter omdat mensen niet volledig moeten omgeschoold worden maar enkel bijgeschoold worden voor het ontbrekende competentieluik. In hoofde van de werkgever moet het met één knop toelaten om een accuraat zicht te krijgen op de beschikbare arbeidsreserve, het selectieproces te faciliteren en een voorstel inzake werkplekleren te formuleren om niet aanwezige competenties bij te brengen op de werkvloer.

Om het competentiegericht matchen uit te werken heeft de VDAB samen met de SERV de tool Competent ontwikkeld, een competentiedatabank waarin alle beroepsactiviteiten met hun kunde- en kennisgegevens beschreven worden. Deze competentiegegevens heeft VDAB omgezet in de relationele databank Comeet die de Competent-gegevens vertaalt om profielen te matchen met vacatures. Zo legt Comeet verbanden tussen gelijksoortige competenties in verschillende beroepen. Met deze toepassing loopt VDAB voorop in Europa. Diverse Europese publieke bemiddelingsdiensten willen ons systeem van competentiegericht matchen overnemen. De Belgische collega’s van Actiris en Forem namen reeds een principiële beslissing ter zake. Malta is het eerste land dat al effectief ons systeem hanteert en Zweden, Finland, Noorwegen, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, Nederland hebben al hun concrete interesse betoond. Hoe meer Europese instanties dit zullen doen, hoe efficiënter we ook kunnen werken binnen de EU, hoe méér we echt de intra-Europese mobiliteit bevorderen.

Maar niet alleen de publieke bemiddelaars zijn geïnteresseerd in deze aanpak. Ook enkele private bemiddelaars en uitzendkantoren en grote bedrijven gebruiken vandaag reeds dit systeem in de plaats van of naast hun eigen matchingstools. Het laat immers ook toe om de bedrijfsinterne arbeidsmarkt te regisseren in functie van evoluties op de werkvloer. Hoe dan ook moeten we deze kaart van vernieuwing van ons instrumentarium voluit trekken, willen we de arbeidsmarktprocessen efficiënter en effectiever laten verlopen met zo weinig mogelijk transactiekosten.

U doet toch ook mee, hé!?