U bent hier

Fons blogt... - september 2015

De gedachte schoot me gisteravond te binnen, toen ik in mijn hotelkamer mijn dag overliep. Die was weer goed gevuld met bezoeken en ontmoetingen her en der in Silicon Valley. In de vruchtbare fruitvallei van weleer worden vandaag de meest ambitieuze technologische innovaties bedacht en uitgewerkt. Innovaties die onze toekomst zullen vormgeven.

Of dat in Vlaanderen ook niet kan, vroeg ik me gisteravond af. Er zijn bij ons heel wat plus-factoren aanwezig: human capital met potentieel, succesvolle voorbeelden van startups die in hun sector tot de wereldtop behoren, kennisinstellingen die in de rankings meer dan behoorlijk scoren. Maar voorlopig is er van een vruchtbare vallei aan de Noordzee nog geen sprake. Daarvoor ontbreken een aantal cruciale elementen.

Als hoofd van de VDAB, onthou ik vooral drie dingen – die ook De Tijd-correspondent Roel Verrycken vorige week vermeldde: dat medewerkers in Silicon Valley nooit ambitieus genoeg kunnen zijn, dat twintigers er het ritme bepalen en dat jongeren vanop de schoolbanken worden aangemoedigd om voor het ondernemerschap te gaan. Toeval of niet, maar recent werden een aantal studies gepubliceerd die tonen hoever we nog van die drie punten verwijderd zijn.

Volgens het jaarlijkse Engagement onderzoek van HR-dienstverlener SD Worx voelen medewerkers zich vandaag minder tevreden en geëngageerd in hun werk dan zes jaar geleden. Ze verwijzen daarvoor onder meer naar het gebrek aan verantwoordelijkheid, groeimogelijkheden en autonomie. Met nefaste gevolgen voor hun betrokkenheid en hun ambitie. Wie zich niet betrokken weet en het gevoel heeft zijn positie niet te kunnen verbeteren, is ook niet geneigd om met nieuwe ideeën voor de dag te komen of om ambitieus te zijn. Integendeel, dan word je passief en nestel je je in de jobzekerheid.

Eerder deze maand was er de OESO-studie ‘Students, Computers and Learning: Making the Connection’, waaruit we concludeerden dat computers op school niet beter doen leren. Experts haastten zich om te corrigeren: de aanwezigheid van een computer alleen maakt inderdaad geen verschil. Wat we nodig hebben is een complete herdenking van de leeromgeving, die samengaat met een andere manier van leren. Een manier van leren die jongeren in staat stelt om op de arbeidsmarkt van morgen hun mannetje te staan.

In zijn boek ‘The Network always wins’, besteedt technologie-expert Peter Hinssen, onze gids hier in Silicon Valley, een heel hoofdstuk aan het onderwijs van de toekomst. ICT krijgt daarin een belangrijke plaats. Niet als een doel op zich, maar als een instrument dat helpt om jongeren voor te bereiden op het leven. Een leven te midden van dynamische informatiestromen en netwerken. Een leven in een constant veranderende omgeving. Een leven in een wereld waar de automatisering almaar sneller gaat, en de jobs van vandaag morgen niet meer bestaan. We moeten jongeren de skills meegeven om vlot op het ritme van die veranderende wereld mee te evolueren.

Een vlotte omgang met de technologie vormt een van die vaardigheden. Net als wendbaarheid, leergoesting en ondernemingszin. Die competenties moeten het doel vormen van de toekomstgerichte leeromgeving. Maar ook de ondernemerswereld moet mee. Diezelfde competenties verdienen ook meer aandacht binnen de rekrutering. Talent schuilt niet langer enkel in een diploma en ervaring, in actuele kunde en kennis, maar evengoed – of zelfs: bovenal - in flexibiliteit, passie, potentieel en ondernemingszin.

Willen we het Silicon Valley aan de Noordzee worden, dan moeten niet enkel de ondernemerswereld en het onderwijs mee. We geraken nergens zonder een overheid die alles faciliteert, die (wettelijke) obstakels wegneemt en de verschillende partijen nog meer met elkaar connecteert. Recent stelde Geert Bourgeois “Visie 2050”, een strategie voor Duurzame Ontwikkeling, van zijn Vlaamse regering voor. Een visionaire tekst waarvoor verschillende werkgroepen concrete krachtlijnen en acties zullen uitwerken. Ik hoop dat die werkgroepen geen starre en gesloten communities worden. Onderwijs, economie, mobiliteit, welzijn, institutionele structuren... moeten meer dan vandaag communiceren en elkaar versterken. Anders kunnen we onze ambitie van een Silicon Valley aan de Noordzee opbergen en tot 2050 bewaren. Tegen die tijd zijn we dan verworden tot een Death Valley, een arm Vlaanderen. En daar pas ik voor.

Bron: De Tijd

 © Fons LeroyNaar Amerika vliegen roept bij mij nog steeds de connotatie met de trek naar het Wilde Westen op. De boeken van Karl May en Arendsoog en de stripverhalen van Lucky Luke, Blueberry en Jerry Spring zijn hier niet vreemd aan.

Ik verslond als jonge knaap cowboy- en indianenverhalen met de vleet. Door die verhalen leerde ik ook de Californian Dream te ontdekken, de Gold Rush die zich in deze streek voordeed in de jaren 1848 – 1855. Duizenden avonturiers gingen koortsachtig op zoek naar goud nadat Sam Brannan uit Sutter’s Creek in San Francisco had uitgebazuind dat het goud te rapen viel in de Californische bergen. De Gold Rush zorgde voor een gigantische landverhuizing en vele goudzoekers vonden enkel goud in hun dromen na het drinken van enkele flessen goedkope brandy...

Vandaag voel ik me ook een beetje goudzoeker op weg naar Californië... Ik vorm geen onderdeeltje van een massale stroom maar van een klein gezelschap ambtenaren van de Vlaamse overheid die op bezoek gaan naar Silicon Valley... We hebben geen dorst naar brandy wel naar inzichten die ook de publieke sector kunnen inspireren op vlak van innovatie, creativiteit, ondernemerszin,... “Data”, smart en big, zijn het goud naar waar ik nu op zoek ben hier in de Wireless West.

5000 jonge werkzoekenden

Hoe kunnen we innoveren met informatie, door data te verzamelen en intelligent te be- en verwerken nieuwe, proactieve maatwerkdiensten aan onze klanten aanbieden, customer journeys definiëren op grond van door data onderbouwde kennis van “peer”-groepen of klanten?

Overheidsorganisaties zitten meestal op een berg van informatie maar ontginnen nauwelijks of niet het informatie-goud dat hier in zit. Als VDAB alleen al hebben we elk jaar gegevens over bijna 400.000 werkzoekenden, enkele honderd duizenden werkenden en duizenden bedrijven... Over de jaren heen vormt dit een gigantisch “klanten-databestand”....

Wat zouden we kunnen doen indien we die data niet alleen “in real time” gebruiken in de directe matchingsprocessen maar ook “in virtual time” zouden gebruiken om “Amazon”-achtige maatgerichte diensten aan te bieden die fitten bij het arbeidsmarkt-consumentengedrag van werkzoekenden, werkenden en bedrijven?

Zouden we dan bijvoorbeeld niet in staat zijn om de 5000 jonge werkzoekenden die enkel een ASO-diploma hebben beter te oriënteren op de arbeidsmarkt in functie van de meest succesrijke trajecten van hun voorgangers? Of werkgevers proactief - dat wil zeggen zonder dat ze per se een vacature hebben - kandidaten aan te bieden met een profiel waar ze eerder naar zochten? Of werknemers die in een bepaalde loopbaanfase zitten gerichte, proactieve adviezen te geven op grond van gecapteerde ervaringen van lotgenoten? Of... en ga zo maar door...

Dat hier veel uit te halen valt blijkt al uit een eerste doodeenvoudige test waarin we het klik- en zoekgedrag van werkzoekenden op onze website hebben nagegaan... Verrassend was dat één op twee via dit gedrag op zoek is naar informatie over jobs en opleidingen die niet beantwoorden aan het geregistreerd beroepsprofiel... Echt een enorme opportuniteit voor ons als VDAB omdat we die werkzoekenden kunnen “verrassen” met job- of opleidingsaanbiedingen die ze eigenlijk niet verwachten. Zo kan je klanten blij maken!

Spoel je job eens terug

Vandaag krijg je op jouw TV-scherm programma’s en films in functie van jouw interesse, kan je programma’s stoppen, terugspoelen, doorspoelen, opslaan,... Stel je voor dat we dit ook kunnen doen als het over werk gaat...!

Enigszins paradoxaal hoop ik daarom in deze vallei het juiste gerief te vinden om onze berg aan data te ontginnen. Dan kan er wel één glas brandy af!

Met de nieuwe verfilming "Cinderella", die eind maart bij ons in première ging, is Assepoester terug van nooit weggeweest. Het is een verhaal van alle tijden over de overwinning op onrechtvaardigheid (er werd al een versie opgetekend in de eerste eeuw voor Christus!). Zelfs voor een actueel thema als de passende beschikbaarheid van werkzoekenden in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (de opvolger van het “brugpensioen”) biedt dit prachtige sprookje inspiratie.

In het publieke debat over de beschikbaarheid van zogenaamde 'bruggepensioneerden' kunnen we diverse houdingen aannemen, te typeren aan de hand van de personages uit het verhaal van Perrault. We kunnen ons opstellen als de stiefmoeder, die vooral de status quo beoogt, die de afhankelijkheid van Assepoester wil continueren omdat haar dat het beste uitkomt. Of we kunnen ons vereenzelvigen met haar jaloerse dochters, die erop uit zijn om Assepoester het leven zuur te maken vanuit eigen zorgen en frustraties.

Ik pleit er echter voor om bruggepensioneerden niet stiefmoederlijk te behandelen, zoals Assepoester behandeld wordt. Hun ervaring, expertise en verworven competenties vormen een meerwaarde voor onze arbeidsmarkt, die niet verspild mag worden. Laten we hen, na al hun jaren van hard labeur, niet afschrijven, maar kansen blijven bieden om te tonen wat ze waard zijn. Die kansen kunnen vergroot worden door middel van een aangepaste begeleiding. Daarmee bedoel ik een begeleiding die hen met respect bijstaat en hen naar waarde schat.

Zo'n 'passende' begeleiding is rechtvaardiger dan een activeringsbeleid dat draait rond de bestaande notie van passende dienstbetrekking, een notie die geen emancipatie toelaat, want vertrekt vanuit het verleden, vanuit het aangeleerde of uitgeoefende beroep. Voor ervaren werkzoekenden heeft een diploma echter geen betekenis meer en in meer en meer gevallen is het uitgeoefend beroep ook niet meer relevant. Denk maar aan de verloren jobs voor de ex-Ford werknemers in de automobielnijverheid. Het begrip “passende beschikbaarheid” is ook rechtvaardiger dan de passiviteit waarmee de mensen in kwestie vaak maatschappelijk benaderd worden in de veronderstelling dat hun situatie uitzichtloos is, of minstens onveranderbaar. Het houdt ook rekening met het feit dat heel wat van deze werkzoekenden tientallen jaren in één bedrijf of sector hebben gewerkt en zelf niet de skills hebben verworven om zich op de veranderde arbeidsmarkt te begeven en oriënteren. Een passende begeleiding vormt als het ware de remedie van de goede fee, die Assepoester ont-dekte en ervoor zorgde dat haar intrinsieke kwaliteiten veruitwendigd werden in mooie gewaden en bijpassend schoeisel.

Het is een begeleiding die ervan uitgaat dat alle werkzoekenden ongeacht hun inkomenssituatie en  van welke leeftijd ook, baat hebben bij een blijvende inbedding in het sociale weefsel en in staat zijn om een mee welvaart te creëren. Die begeleiding overstijgt dus de onverschilligheid van het niets doen, maar activeert ook niet blindelings op basis van voor de hand liggende kenmerken. Het gaat om een begeleiding die vertrekt van vertrouwen in de blijvende waarde van ieder individu en die de tijd neemt om ieders mogelijkheden te verkennen en te versterken. Die hen geen zware houten klompen meer aanmeet, maar sierlijke glazen hakjes in de vorm van aangepaste dienstbetrekkingen.

Door aan te passen wat het inhoudt om aangepast beschikbaar te zijn, wringt het schoentje niet meer, maar ontwerpen we een muiltje dat werkelijk past voor wie het aantrekken moet.