U bent hier

Fons blogt... - oktober 2015

Eigenlijk had ik hier nog een maand willen blijven omdat er hier nog ontzettend veel te ontdekken en te leren valt. Misschien is het een beter idee om een team jonge beloftevolle Vlaamse ambtenaren hier enkele maanden op stage te sturen zodat ze de spirit van Silicon Valley zich eigen kunnen maken.

Die spirit is een mengsel van passie en ambitie! En ondernemerschap dan, zal je je afvragen? Wel, mensen met passie en ambitie zijn sowieso ondernemend. Dat bleek uit de getuigenissen van de nieuwe leidende bedrijven zoals Google en LinkedIn, de verhalen van de Vlaamse start ups, de dromen van non profit organisaties zoals Khan Academy en Singularity University. De toch wel zwaarwegende negatieve -en zeer herkenbare- schaduwkanten van Silicon Valley zoals de hoge loon- en woonkosten en het dagelijks fileleed, tasten de spirit van deze ondernemers en ondernemingen niet aan. "Californian Dreaming" blijft hun lijflied.

Het is ook duidelijk dat de oude IT mastodonten zich moeten heruitvinden om te overleven. Maar de "oude rot" Brian Wilson van EMC (niet die van de Beach Boys) bezorgde onze groep alvast heel wat "good vibrations" met zijn passioneel verhaal over smart data, customer interfaces en open data architectuur.

Goudmijnen aan data

De rondreis maakte ook duidelijk dat we als overheid onze goudmijnen aan data echt moeten exploreren en exploiteren om betere services aan te bieden aan burgers en bedrijven. De aanpak van Norfolk (UK) zoals Suparno Banarjee van HP toelichtte, kan hierbij als inspiratie dienen. Waarom zouden we dat interdisciplinair of interdepartementaal team jonge ambtenaren na hun stage in Silicon Valley niet samenbrengen in een soort Data Lab waar ze de data van diverse databanken met mekaar kunnen verbinden om echt maatwerk te bieden aan onze klanten?

De meest dominerende gedachte betreft het onderwijssysteem. De presentaties van Coursera, de absolute nummer 1 inzake MOOC's, en van Khan Academy maken duidelijk dat ze het huidig onderwijssysteem op zijn minst door elkaar schudden. Coursera heeft nu al meer Belgische studenten dan onze grootste universiteit. Khan Academy bereikt met zijn online aanbod al enkele tientallen miljoenen leerlingen over gans de wereld. Beide bedrijven zijn nauwelijks enkele jaren jong. Hun aanpak geeft stof tot nadenken over het optimaliseren en herinrichten van ons onderwijs op verschillende niveaus. Dat niet doen, kan fataal zijn op termijn.

Tot slot is wat chauvinisme op zijn plaats. We ontdekten hier Vlamingen die we niet of te weinig kennen maar die meer kunnen betekenen dan Astrid Bryan. Niet alleen de jonge ondernemers die eerder uitvoerig in De Tijd aan bod kwamen maar ook een Wim Coekaerts, de rechterhand van Larry Ellison bij Oracle, een Kristof Vos bij Google of een John Baekelmans bij Cisco. Allen hebben ze 1 gemeenschappelijke kenmerk: de bezetenheid van die typische ‘Silicon Valley-spirit’ en de bereidheid om die kennis door te geven aan landgenoten.

Let's do some Californian Dreaming!

Bron: De Tijd

Er is mij deze middag iets opgevallen. Ik vertoef hier nu toch al enkele dagen in het Mekka van de IT-wereld en we hebben al een tiental bedrijven bezocht, maar nog niet één keer heb ik daar moedeloze verzuchtingen gehoord over ‘bottle-neck vacancies’ of ‘skills-shortages’. Nochthans woedt in Silicon Valley een harde ‘war on talent’ en worden toptalenten naar onze normen soms exuberant betaald.

Toch staat deze thematiek in schril contrast met Vlaanderen. Op de jaarlijkse lijst van de knelpuntberoepen staat naast enkele ICT-beroepen al 10 jaar een onheilspellend rood uitroepteken. Niet minder dan 1 op de 4 ICT-vacatures is een knelpuntvacature.

We hebben al jaren een tekort aan analist-ontwikkelaars, databankbeheerders, ICT integratie- en implementatie experten,… Tegen 2020 verwacht men in Europa alleen al een tekort van niet minder dan 900.000 ICT-professionals. Nochtans zet ons onderwijs al jaren in op het stimuleren van computervaardigheid. Waar loopt het dan mis? Waarom blijven de informaticarichtingen in ons secundair en hoger onderwijs onderbemand ten opzichte van de enorme vraag en opportuniteiten op de arbeidsmarkt?

Computers worden in veel scholen in Vlaanderen dagdagelijks gebruikt in de klas. Sommige waagden zelfs de grote sprong voorwaarts, denken we maar aan de commotie over het ‘iPad-klasje’ van enkele maanden geleden. We leren onze kleuters ‘swipen’, en onze leerlingen staren naar een computerscherm of een ‘smart-board’ in de plaats van het aloude krijtbord. Maar dat doen ze in hun vrije tijd sowieso ook al…

De inzet van computers dient eerder om de opdracht van de leerkracht te ondersteunen dan om de leerlingen te prikkelen en klaar te stomen voor een digitale kenniseconomie. Het gaat namelijk niet over veel of weinig computers in de klas, maar over hoe we in het algemeen ICT-kennis en ICT-vaardigheden verweven in het scholingsproces. Door een kind al zijn rekensommetjes of taaloefeningen te laten maken op een tablet leert het niets over hoe dat ding werkt en wat de logica is achter de nulletjes en de eentjes.

Briefopsteller als knelpuntberoep

Enkele eeuwen geleden beheersten slechts een handvol notabelen en de clerus de kunst van het lezen en schrijven. Ik kan mij voorstellen dat ‘briefopsteller’ toen een hardnekkig knelpuntberoep was omdat er briefwisseling nodig was voor allerlei officiële communicatie, terwijl de ‘klassieke geletterdheid’ zeer laag was. Met de opkomst van de drukpers werd geschreven communicatie echter alomtegenwoordig, en dus groeide voor de maatschappij en het individu de nood om zich deze kunst eigen te maken. Het onderwijs was een belangrijke hefboom. De briefopstellers werden daardoor zo goed als overbodig, maar konden zich bijscholen en bij kranten en uitgeverijen aan de slag.

In de jongste twee decennia hebben we in een veel hoger tempo een gelijkaardige evolutie meegemaakt met de opkomst van de digitale communicatietechnologie. Waar dit destijds aanleiding gaf tot instituties zoals de schoolplicht en een aangehouden strijd tegen de ongeletterdheid, lijken we nu echter onvoldoende te beseffen dat deze digitale revolutie even bepalend is voor ons burgerschap en dus gelijkaardige ingrijpende inspanningen nodig zijn. Zoals elk kind in de lagere school Frans begint te leren als tweede taal, zou het evenwaardige lessen ‘Apps schrijven’ of ‘hardware herstellen’ moeten krijgen.

We leren onze kleuters al tellen en het alfabet schrijven in kleine en in hoofdletters. Tegelijkertijd beschikt slechts een handvol programmeurs en consultants over een up-to-date ICT-kennis. De OESO raadt in de studie waar ik in mijn eerdere blog reeds naar verwees dan ook terecht aan om te beginnen met alle leerkrachten de hard- en software van ICT bij te brengen, zodat ze goed kunnen inschatten op welke manier ze computers en tablets resultaatgericht kunnen inzetten in hun klaslokaal.

Tweede moedertaal

En het zal niet volstaan om het tekort aan ICT-talent te lijf te gaan met meer aandacht voor hard-skills zoals programmeertalen, ook een algemene vorming moet blijven vooraan staan. We moeten onze leerlingen coachend de ‘competenties van de toekomst’ bijbrengen, want deze soft-skills zijn nu al te afwezig in het curriculum van onze huidige ICT’ers. Niet toevallig zijn de ICT-beroepen waar de grootste vraag naar is diegene waarvoor men niet enkel moet kunnen programmeren, maar ook moet connecteren met klanten en partners, waarvoor men assertief en wendbaar moet zijn en een kritische maar oplossingsgerichte houding moet kunnen aannemen.

We moeten elke jongeling met een neus voor ICT durven te prikkelen met spannende succesverhalen van ‘Belgische’ start-ups zoals Showpad, LawGives, Sparkcentral,… die momenteel in Silicon Valley uitgroeien tot mature innovatieve ondernemingen. ICT is dus verre van ‘boring stuff’, maar juist het middel bij uitstek om van een goed idee een winstgevend product en een toekomstgericht bedrijf te maken. Het zijn de bedrijven en dus de werkgevers van de toekomst.

Om ze te laten floreren door te anticiperen op opkomende trends en nieuwe behoeftes volstaat het niet ze vol te proppen met ICT-experten. Wat deze bedrijven nodig hebben zijn allround professionals die van jongs af het ICT-alfabet mee hebben gekregen, om te kunnen connecteren en cocreëren met hun klanten en zo steeds de beste oplossingen aan te reiken. ICT moet voor elke burger een tweede moedertaal worden, en waarom trainen we de ‘soft-skills van de toekomst’ niet, zoals we wekelijks wél leren turnen en volleyballen tijdens de LO-les? Hier, in Sillicon Valley, is IT in elk geval ‘a way of life’.

 
Bron: De Tijd