U bent hier

Fons blogt... - december 2015

De burger heeft het stuur van zijn loopbaan méér en méér zelf in handen en dat voor alle facetten van het leven. Dat willen we toch, niet? Door de toenemende scholing, de technologische vooruitgang en de brede toegankelijkheid van het internet is de burger van vandaag beter geïnformeerd dan ooit tevoren. Dat maakt dat hij een sterke positie heeft als consument, producent, stakeholder, opinionier, …

Op de arbeidsmarkt benoemen we hem niet langer als werknemer maar als regisseur van zijn loopbaan. De loopbaanbegeleider, arbeidsconsulent, bemiddelaar, … wordt geconfronteerd met een goed geïnformeerde en mondige klant die zelf al heeft nagedacht over wat goed voor hem is… Een klant die geen bevoogdende aanpak meer wil maar wel een gesprekspartner die vanuit een gelijkwaardigheidspositie dialogeert. Samen worden oplossingen gezocht en niet langer gedicteerd vanuit de machtspositie van de professionele hulpverlener.

De burger wil maatwerk en niet langer bestempeld of behandeld worden als een “doelgroeper”… Hij vertrekt vanuit zijn unieke positie en hij dwingt die ook af als invalshoek bij allerlei dienstverleners. Dat blijkt niet alleen uit het arbeidsmarktbeleid waarin het begrip “maatwerk” centraal staat in de begeleiding van werkzoekenden en in de loopbaanaanpak van werkenden maar ook uit de populariteit van datamining, big data & co omdat die toelaten diensten en producten zo te “shapen” dat ze maximaal beantwoorden aan de individuele consumentenverwachtingen.

Deze evolutie houdt een toenemende druk in op klassieke collectieve regelingen. Guus van Montfort, voorzitter van een Nederlandse organisatie van zorgondernemers, stelt dan ook dat “het collectieve gepolder terrein verliest” doordat mensen individueler, zelfstandiger en autonomer worden. En dat zal door de technologische, sociale en maatschappelijke evoluties alleen maar aangewakkerd worden. Technologische en sociale innovaties zullen er op gericht zijn om de individuele burger te versterken… of het nu is vanuit een leer-, zorg-, werk- of participatiebehoefte. Maar ook onze VUCA-wereld zal een impact hebben op deze klassieke collectiviteiten die door mekaar geschud worden. Mensen willen immers hun competenties, hun goesting, ambities kwijt dwars door bedrijven, sectoren, statuten, collectieve systemen heen… En niet afhankelijk zijn van bijvoorbeeld een sectoraal opleidingsfonds dat hen enkel ondersteunt zolang ze binnen de sector blijven… Of tijdens loopbaanwisselingen zich steeds weer moeten bekommeren om de diversiteit en complexiteit van allerlei paritaire afspraken inzake loons- en arbeidsvoorwaarden die het “kooi-gevoel” bevestigen….

Heel wat klassieke instituties zijn niet afgestemd op de beweeglijkheid en dynamiek die de arbeidsmarkt in toenemende mate kenmerkt en die de individuele burger aangrijpt dan wel treft… Hebben ze het vermogen om zichzelf te overstijgen en mee vorm te geven aan een transitionele arbeidsmarkt die burgers bij transities faciliteert en stimuleert? Kunnen ze maatwerk leveren in functie van de veranderende verwachtingen en competenties van burgers? Kunnen ze samen een nieuwe collectief systeem uitmaken dat beweeglijke burgers vanuit hun persoonlijke loopbaanperspectieven omarmt en met goesting langer laat werken…. Zonder dat deze burgers te veel ballast ontmoeten van allerlei hokjes en kotjes die mobiliteit en flexibiliteit verhinderen?

Op naar de nieuwe collectiviteit, de coll-ik-tiviteit?!