U bent hier

Fons blogt... - maart 2016

Enige tijd terug hield minister-president Geert Bourgeois een interessante lezing voor het Willem Elsschot Genootschap. Willem Elsschot is ons bekend van zijn meesterwerken Kaas, Lijmen, Het Been, Het Dwaallicht en Tsjip, de Leeuwentemmer, verplichte literatuur in mijn humanioraperiode. In zijn lezing ging Bourgeois specifiek in op de rol van Elsschot als grootvader en hoe die rol een merkelijke invloed had op zijn oeuvre en levensvisie. Geert Bourgeois trekt in die lezing een parallel naar zijn levensloopbaan. Hoe hij vrij “laat” minister werd, het grootvaderschap hem in diezelfde periode als vijftiger te beurt viel en deze nieuwe rol zijn visie, kijk op de wereld en bestuursstijl heeft veranderd. “Opnieuw begint de toekomst, een andere weliswaar”, zo stelt hij. Beleidskeuzen worden immers méér en méér ingegeven door de wereld van morgen, die van de kleinkinderen, en minder door de waan van de dag. Bij de huidige rollen en verantwoordelijkheden komt er als grootouder een extra dimensie bij: de integrale zorg voor de volgende generaties. Dit is een heel andere beeldvorming dan deze van de TV-series Benidorm Bastards of Beat da Bompaz waar de bompa’s en bomma’s anderen voor de gek houden dan wel zich willen meten met jongere generaties. Hier gaat het over de maatschappelijke meerwaarde van grootouders.

De lezing heeft me daarom echt gegrepen. Mijn kleinkinderen Sid, Lucille, Lilly, Leon en Ari zorgen ervoor dat ik de toekomst met een andere bril bekijk… Mijn medewerkers merkten terecht op toen ik hen over deze lezing sprak dat ik niet verwonderd moest zijn. Gaandeweg had ik immers mijn presentaties meer en meer beelden en reflecties geïntegreerd van kinderen en kleinkinderen… op een natuurlijke, niet doordachte wijze. De lezing deed me ook direct denken aan het lasagna-burgerschap dat Bert Boone, directeur van het inschakelingsbedrijf Compaan, me enige jaren terug aanreikte als invalshoek. Dit burgerschap bestaat uit verschillende lagen, rollen die samen maken tot wie je bent . Als lasagna-burger met de lagen van echtgenoot, vader, gedelegeerd bestuurder, voorzitter van een NGO, bestuurder van de Vlaamse Wielerschool, docent, lezer, reiziger … is het grootvaderschap erbij gekomen…  Eerder niet als een aparte laag maar wel als de verbindende saus die  alle andere lagen doordrenkt. Zoals de bompa natuurlijk aanwezig is in Elsschots’ oeuvre en de visie van de regeringsleider is hij ook mijn kompas voor arbeidsmarktbeleid geworden.

Enigszins stout stelde ik daarom in een interview ook de hypothetische (?), naïeve (?), overbodige (?) vraag hoe bijvoorbeeld het sociaal overleg van de Groep van 10 er zou uitzien als iedereen rond tafel een bompa- of bommabril zou opzetten. Als je zou onderhandelen met zicht op de kleinkinderen die met mekaar spelen zonder dat er enig onderscheid is naargelang de ouder een vakbonder of een werkgever is…? Zou men dan de moed opbrengen om onze instituties die verstard vasthangen aan achterhaalde premissen zoals baanzekerheid, citroenloopbanen, denken in beroepen en diploma’s, het onderscheid tussen publieke en private sector, te moderniseren? Zou men deze instituties durven vervangen door een aanpak waarvan onze kleinkinderen dromen met  loopbaanzekerheid, langere en leukere loopbanen en competentiemanagement als kernbegrippen?

Ik ben vast overtuigd van wel!

In deze Week van het Microkrediet, georganiseerd door de microkredietondernemers MicroStart en Hefboom, wordt het belang van deze financiering aangetoond voor startende zelfstandigen die niet bij de bank kunnen aankloppen voor een lening. Onder hen vele werkzoekenden, leefloners en nieuwkomers die door zo’n microkrediet hun macropassie voor ondernemerschap vorm kunnen geven. Op het kick off-evenement getuigden Joan Arrias, een Surinaamse die zich specialiseert in voetverzorging, Chris Dahi, een schrijver afkomstig uit Nigeria, en Charlotte Vercauteren, die creatieve ondernemers coacht, over hoe hun microkrediet en de bijhorende begeleiding de weg naar ondernemerschap effende. En zij zijn niet alleen… Dankzij het Europees programma EaSI werden zo’n 60 000 jobs gecreëerd in ca 40 000 nieuwe micro-ondernemingen. Europees Commissaris Marianne Thyssen promoot dan ook het microkrediet omdat het enerzijds bijdraagt tot meer ondernemerschap in de EU maar anderzijds ook concrete opportuniteiten biedt voor mensen met een niet-Europese afkomst waar ondernemerschap meer vertrouwd is.

Alleen jammer dat ons wettelijk instrumentarium werkzoekenden en leefloners eerder afremt dan stimuleert om (micro-)ondernemers te worden. Zo laat de werkloosheidsreglementering niet toe dat werkzoekenden een bijberoep opstarten noch geleidelijk hun zaak kunnen uitbouwen met behoud van (een deel van) hun uitkering. Het is nog steeds alles of niets waardoor te veel potentiële ondernemers noodgedwongen kiezen voor inactiviteit in plaats van voor het starten van een zelfstandige activiteit. De troef van een microkrediet is daardoor “week” want ze kan niet alom worden uitgespeeld. Het kan nochtans anders. Diverse EU-lid-Staten laten de opstart van een zelfstandige zaak toe met behoud van een uitkering of zetten het uitkeringssaldo om in een startkapitaal.

Willen we het micro-ondernemerschap echt stimuleren dan moeten we deze “startersvallen” wegnemen. Niet alleen helpen we daardoor meer potentiële ondernemers maar vergroten we via hen ook de mogelijkheid op bijkomende jobcreatie. En daar hebben we nood aan! Als dit gebeurt kunnen we de Week van het Microkrediet waardig vervangen door het Jaar van de Micro-Ondernemer!