U bent hier

Fons blogt... - april 2016

Onze moedertaal. Ze wordt ons met de paplepel ingegeven. We leren ze gebruiken voordat we kunnen fietsen, puzzelen, tellen, eten met mes en vork. Het is de manier bij uitstek om te kunnen communiceren met anderen, om onze noden en verlangens kenbaar te maken, om te leren en nieuwe inzichten te verwerven. Op school leren we die moedertaal beter beheersen. We verwerven het vermogen om ze in geschreven vorm te herkennen en ze zelf op papier te zetten. We ontleden ze in de vorm van letters, lettergrepen, woordsoorten, zinsconstructies. We breiden onze woordenschat uit en krijgen betekenissen, connotaties en registers onder de knie. Gaandeweg worden we volleerde gebruikers van onze moedertaal. We ervaren ze als vanzelfsprekend, als een instrument waarvan we ons blindelings bedienen, maar dat ons ook vormt tot wat we zijn. Vlamingen. Nederlandstaligen. Mensen.

Ons vermogen om tot kruisbestuiving met anderen te komen, neemt in omvang toe wanneer we ons ‘vreemde’ talen eigen maken, zij het ‘klassieke’ of ‘moderne’. Die ‘vreemde’ talen openen nieuwe horizonten, nieuwe denkpatronen, het perspectief op nieuwe relaties met medemensen. Taal verbindt. Taal verschaft ons toegang tot de geesten en harten van onze medemensen. Zonder taal zouden we op onszelf aangewezen zijn. Misschien zelfs niet eens in staat zijn tot denken.

Argumenten te over, in ieder geval, om te verantwoorden dat we een substantieel gedeelte van onze schoolloopbaan investeren in taalverwerving. Hoewel ik daar ook ten volle achter sta, moet ik toch vaststellen dat er één taal is die in het merendeel van de studierichtingen nog al te vaak ontbreekt of die pas in het secundair onderwijs schoorvoetend opduikt. Nochtans is het een taal die rondom ons steeds vaker gebezigd wordt, een taal die stilaan uitgroeit tot de lingua franca van de toekomst. Het gaat om de taal die dient om met informatietechnologie te communiceren, om de digi-taal.

Naarmate we ons meer en meer bewegen in een netwerk van intelligente objecten, zullen we ook in toenemende mate in staat moeten zijn om met die objecten in interactie te treden. De digi-taal spreken wordt een vaardigheid die stilaan essentieel geworden is, enerzijds omdat ze ons helpt staande te houden in een omgeving die dicht bevolkt is geworden met slimme en geconnecteerde toestellen, anderzijds omdat we dankzij de digi-taal maximaal het potentieel kunnen valoriseren dat de huidige kettingreactie aan data en informatie in zich draagt. Ik merk elke dag dat wie zich op de arbeidsmarkt begeeft zonder noties van de digi-taal veel minder kansen krijgt om zich te bewijzen. Tegelijk stel ik vast dat ook nog veel werkgevers onvoldoende de digi-taal hanteren om te rekruteren of te innoveren.

Het is volgens mij dan ook absoluut geen overbodige luxe om de vaardigheid tot het ontwikkelen van betekenisvolle relaties met technologie en informatie vanaf het basisonderwijs bewust en zichtbaar te positioneren als een standaard onderdeel van de onderwijscurricula. Veel langer kan daarmee niet gewacht worden. De ‘digital natives’ die vandaag de klaslokalen bevolken, hebben evenzeer baat bij onderricht in de digi-taal als bij het beter leren beheersen van hun “klassieke” moedertaal. Digi-taal is in feite de ‘moderne’ taal bij uitstek, die kan fungeren als een brug tussen interessegebieden zoals techniek en taal, als een hoeksteen van de brede algemene vorming van de toekomst.