U bent hier

Fons blogt... - oktober 2016

In tegenstelling tot de lyrische woorden van Barry Whites’ love song lijkt de liefde voor Europa bekoeld. Brexit, Frexit, Nexit, … De eerste komt eraan terwijl er tegelijkertijd in andere EU-Staten stemmen opgaan om Europa de rug toe te keren. Met verbazing ben ik getuige van de debatten en standpunten over de EU waarbij deze steeds weer het imago krijgt opgekleefd van de boze stiefmoeder van Sneeuwwitje. De EU wordt vereenzelvigd met een logge, bureaucratische machine, zware administratieve processen en een top down-besluitvorming die geen rekening houdt met “Jan met de pet”. De tegenstanders stellen dat ze het alleen veel beter, eenvoudiger en goedkoper kunnen doen en moeten blijkbaar hiervoor geen bewijzen aanleveren… De kritiek en het statement volstaan…

Natuurlijk kent de EU – zoals elke besluitvormingsniveau – tekortkomingen en onvolmaaktheden. Ook ik heb het soms moeilijk met de ondoorzichtigheid van de Europese besluitvorming, de silo-werking binnen de Commissie en de administratieve planlasten verbonden aan Europese subsidies. Maar toch zal ik de EU niet beschouwen als een “failed institution”…

De EU heeft immers ook een ander gelaat dat in de publieke opinie nauwelijks of niet getoond wordt. Ik ken Europa immers ook als een bestuursniveau dat bottom-up-samenwerkingen aanmoedigt en faciliteert… zonder daarbij logge administratieve procedures te hanteren of de zwarte piet door te spelen naar de Lid-Staten. Zo bevordert de EU de modernisering van het arbeidsmarktbeleid van de Lid-Staten via de ondersteuning van het European Network of Public Employment Services (PES). Dit laat de PES toe benchlearningsactiviteiten op te zetten, beste praktijken uit te wisselen, evidence based- adviezen aan de Commissie uit te brengen ter verbetering van de beleidsaanpak op Europees en nationaal niveau, concrete samenwerkingsverbanden tussen de PES uit te bouwen etc… Een goede illustratie vormt de recente samenwerking tussen Jobsplus-Malta en VDAB die samen een systeem van competentiegericht matchen hebben opgezet.

Dit is m.i. de weg die we in de EU nadrukkelijk(er) verder moeten bewandelen. De arbeidsmarkt kent immers geen grenzen; terugplooien op zichzelf is de realiteit van de globaliserende VUCA-wereld ontkennen. De publieke bemiddelingsdiensten hebben dan ook reeds lang begrepen dat samenwerking over de nationale grenzen heen nuttig én noodzakelijk is. Ze hebben met dat doel een gemeenschappelijke strategie “PES EU 2020” uitgewerkt die moet bijdragen tot betere jobkansen en langere leuke loopbanen voor iedereen… ook voor personen met beperkingen, NEET-jongeren én vluchtelingen. Dat de Europese Commissie hier met bijvoorbeeld zijn New Skills Agenda offensief op inspeelt, is dan ook een welgekomen opportuniteit voor de ganse Unie en elke Lid-Staat. Niet vanuit een centralistische of dirigistische visie wel vanuit de ruimte die gelaten wordt aan de werkveld-actoren om bottom-up samen te werken binnen één Europees doelstellingenkader.

Europa als een co-creatief platform om welvaart te verzekeren. Wie tekent daar niet voor? Hoor ik hier niet Barry White op de achtergrond?