U bent hier

Fons blogt... - december 2016

Dat vrijwilligerswerk een grote maatschappelijke meerwaarde heeft, zal niemand ontkennen. Ook voor de vrijwilliger als persoon heeft het een diepe betekenis zoals treffend geformuleerd op het standbeeld van Che Guevara in Santa Clara “El trabajo voluntario es una escuela creadora de consciencias”. Maar hoe zit het met vrijwilligerswerk ten aanzien van de arbeidsmarkt?

Daar stellen we vast dat tegenpolen vervagen. Zo raakt de grens tussen leren en werken stilaan beslecht, dat mag blijken uit de introductie van het duaal leren als volwaardige leerweg en de graduele toename van het aantal inschrijvingen in het volwassenenonderwijs. Recent verdwenen beschotten tussen arbeiders- en bediendenstatuten. Nog is het onderscheid tussen werk en privé op de achtergrond beland, nu plaats- en tijdsonafhankelijk werken meer en meer gemeengoed wordt en mensen er steeds vaker in slagen om hun baan te kneden naar hun passies. Eén spanningsveld blijft desondanks bestaan: dat tussen betaalde en onbetaalde arbeid, meestal aangeduid als ‘vrijwilligerswerk’. Vrijwilligerswerk is een begrip met een zekere geladenheid. Het wekt bijvoorbeeld de indruk dat het meer keuzevrijheid impliceert dan bij wat je doet voor de kost, dat het voortvloeit uit vrije wil, alsof voor zelfstandigen en werknemers in loondienst bezoldiging de enige drijfveer vormt. Dat is bevreemdend, zeker in een context waarin beleidsmatig stemmen opgaan om werkzoekenden te verplichten als ‘vrijwilliger’ aan de slag te gaan en het op de arbeidsmarkt meer en meer belangrijk wordt om rekening te houden met de keuzevrijheden van de beroepsbevolking, keuzevrijheden die onder meer te maken hebben met de vormgeving van de eigen loopbaan.

Ik prefereer een positief perspectief op vrijwilligerswerk, een perspectief dat over de bovenstaande polarisering heen kijkt. Voor mij is werk, of dat nu ‘vrijwillig’ is, dan wel ‘verplicht’, ‘bezoldigd’, dan wel ‘onbezoldigd’, een kans om competenties te vergaren of uit te diepen. Met andere woorden, vrijwillig werken is in mijn ogen een volwaardige vorm van competentieversterking. Vrijwilligerswerk vormt in die zin evenzeer een meerwaarde voor de (levens)loopbaan als betaalde arbeid, stages, studentenjobs, mantelzorg, huishoudelijk werk, etc. Op die manier kan vrijwilligerswerk een volwaardige schakel zijn in een traject richting duurzame tewerkstelling of een bewuste verbreding van de evolutieve loopbaan. Dat zoiets geen loze woorden zijn, valt te illustreren met het feit dat het bij rekrutering en selectie doorgaans gewaardeerd wordt als kandidaten op hun curriculum vitae gewag maken van ervaringen met vrijwilligerswerk – althans toch bij VDAB.

De beloning van de vrijwilliger ligt dus niet alleen in de energie die verbonden is met onbaatzuchtige inzet voor anderen, maar ook in de door hem of haar verworven competenties. Bovendien hebben die competenties ook een maatschappelijke ‘return on investment’, omdat ze bij overdracht naar andere tewerkstellingscontexten de klanten of ondernemingen daar ten goede komen. Vrijwilligerswerk als ‘activiteit’ valt mijns inziens dus altijd te verkiezen boven loutere ‘inactiviteit’ of ‘werkloosheid’. Daaraan zijn namelijk uitsluitend verliesposten aan verbonden, zowel voor het betrokken individu, als socio-economisch (kwalificatieverlies, vermindering van het verantwoordelijkheidsbesef, motivatieverlies,  sociale uitsluiting, ondermijning van de gezins- en samenlevingsrelaties, afnemende creativiteit en innovatie, etc.). Wel hangt in die optiek veel af van de mate waarin gedurende het vrijwilligerswerk aandacht uitgaat naar het expliciet in kaart brengen en certificeren van de verworven competenties. Pas dan worden ze zichtbaar en kunnen ze de volgende stap in de carrière vergemakkelijken.

Vrijwilligersorganisaties kunnen hun aantrekkingskracht dan ook verhogen door bewust te investeren in een context die vrijwilligers toelaat om eveneens functionele voordelen te putten uit onbetaald werk. Ze kunnen vrijwilligers bijstaan in het inventariseren van de competenties die relevant zijn voor de verantwoordelijkheden die ze opnemen. Ze kunnen hen een ontwikkelplan voorstellen, waarin voor hun talenten een groeipad wordt uitgestippeld, inclusief peer learning, coaching en mentoring. Ze kunnen hen een competentiepaspoort aanreiken, dat de opgedane competenties valideert in functie van activering, doorgroei of heroriëntatie. Het inzicht in de waarde van vrijwilligerswerk voor de loopbaan van de vrijwilliger staat daarbij voorop. En dan gaat het niet alleen over de beroepsloopbaan maar ook over diens levensloopbaan als geëngageerde burger.