U bent hier

Fons blogt... - juni 2017

Ettelijke blogteksten, beleidsadviezen en speeches heb ik reeds gewijd aan het promoten van meer openheid op de arbeidsmarkt voor mensen met ‘een kleurtje’. Ik bepleit dan steevast dat sollicitanten met een migratieachtergrond een verrijking zijn voor bedrijven en dus minstens evenveel of, gezien we op dat vlak een aanzienlijke achterstand in te halen hebben, zelfs méér kansen zouden moeten krijgen om onze bedrijven kleur te geven en wat ik de ‘grijze pakkendans’ noem te doorbreken. Maar er is nog een andere soort van huidskleur die nog steeds onterecht tegen heel wat weerstand oploopt. Sollicitanten met tattoos hebben het ook de dag van vandaag vaak niet onder de markt om een uitdagende job te vinden. Zeker als deze tattoos moeilijk te verstoppen zijn voor de klant kiezen werkgevers bijna altijd voor een kandidaat zonder huidkleuringen.

Er zijn natuurlijk tattoos die voor sommige beroepen ongepast kunnen zijn… Zo zag ik onlangs een fragment van het programma ‘Tattoo Fixers’ waarin een ex-soldaat die zich geheroriënteerd had tot ambulancier zijn armtattoo wou laten bedekken met een meer gepast exemplaar. Hij had namelijk in zijn legertijd een enorme ‘Pietje De Dood’ op zijn onderarm laten zetten…   

Maar net zoals kleding zijn tattoos in regel niet gevaarlijk noch onveranderlijk. Het enige ‘kwaad’ dat ze kunnen doen is dat ze ongevraagd een stuk van de persoonlijkheid van de drager weggeven (Had ik trouwens al gezegd dat ik zelf een tattoo heb op mijn arm? Om van het volgetatoeëerde lijf van mijn zoon of de estetische tattoos van mijn dochter nog maar te zwijgen). Wat deze discriminatie tegen tattoos dus in essentie weergeeft is dat nog steeds veel bedrijven niet willen dat hun medewerkers hun persoonlijkheid tonen in het bedrijf en aan de klanten. Klaarblijkelijk willen onze bedrijven liever grijze pakken die hun persoonlijkheid en emoties ‘s morgens achterlaten aan de ontbijttafel, en zich doorheen de dag ‘professioneel’ gedragen tot ze terug zijn uitgebatcht.

Deze achterhaalde invulling van professionaliteit als een soort karakteriële robotisering is niet meer van deze tijd. Als alle klanten bediend zouden willen worden door grijze robots, zouden er al tientallen jaren geen kassiersters en barmannen meer zijn maar enkel automaten. Wat de klant van vandaag wil is net die menselijkheid, een kwinkslag of een oprechte verontschuldiging, maar vooral begrepen worden als mens met een behoefte en een oplossing aangereikt krijgen die geen eenheidsworst is maar waar karakter uit spreekt.

Natuurlijk is de robotisering in meer en meer sectoren in opkomst. In vele supermarkten zijn er naast de klassieke kassa’s ook doe-het-zelf kassa’s geplaatst. Binnenkort zullen klanten die dat wensen in sommige supermarkten dankzij een smartphone app gewoon alles uit de rekken kunnen nemen en betalen ze automatisch als ze de winkel buitengaan. Zo werkt ook VDAB hard aan een laagdrempelige online-dienstverlening, omdat deze voor veel van onze klanten de grootste behoeften af kan dekken. Maar dat doen we om juist meer tijd en kansen te geven aan onze bemiddelaars en instructeurs om karakter te geven aan de begeleiding en opleiding van zij die we niet online kunnen verder helpen. In deze 21ste eeuw, naarmate de robotisering en automatisering zich zal doorzetten, wordt het voor bedrijven net extra belangrijk om zo weinig mogelijk ‘grijze pakken’-robots in dienst te hebben en daarentegen zoveel mogelijk kleurrijke talenten karakter te laten geven aan hun dienstverlening. Liever een medewerker met een schilderijtje én een verhaal dan een kleurloos figuur! Wil je het scorend vermogen van jouw organisatie verhogen, werf dan je eigen “Nainggolan”, “Alderweireld”, “Messi” of “Neymar” aan.

De vinkenzetting behoort tot het Vlaams ‘cultureel’ erfgoed en dateert uit de Middeleeuwen. De vinken werden in afzonderlijke kooien gezet, geblindeerd door melkglas, zodat ze niet door de buitenwereld konden worden afgeleid. Zo was de vink in staat om zoveel mogelijk deuntjes te ‘schuifelen’… Het ging zelfs zo ver dat de vinken echt blind werden gemaakt zodat ze zeker niet de invloed van buitenaf zouden ondervinden… De winnende vinkenier was hij die zoveel mogelijk liedjes had geturfd…

Vandaag duikt de vinkenzetting terug op in het management, in elk geval bij publieke organisaties. De afvinkcultuur is wijd en zijd verspreid… Zo moet de overheidsmanager verschillende aparte kooitjes opvolgen, elk met een eigen deuntje. En hij wordt pas een goede manager bevonden indien alle deuntjes zijn aangevinkt en opgeteld: risicobeheer, klachtenmanagement, kwaliteitsbeleid, bedrijfscontinuïteit, diversiteit , welzijnsbeleid, veiligheidsbeleid, horizontaal integratiebeleid, gelijke kansen, integriteit, privacy, prestatiebegroting, activity based management, business proces management, energie-performantie, duurzame ontwikkeling, personeelskostenbeheer, preventie inzake radicalisering, personeelsbevragingen, monitoring tabellen, communicatiebeleid, beleidsplan, personeelsplan, jaarlijks ondernemingsplan, meerjarenbegrotingsprognose, scorecard, functionerings- en evaluatiegesprekken, auditplanning, …

Al deze kooitjes hebben hun eigen legitimiteit maar worden naast mekaar geplaatst en op de schouders van de overheidsmanager afgewenteld… Het gevolg is dat deze inderdaad het risico loopt om zelf een blinde vink te worden want in al die kooitjes is er geen plaats voor de eindklant. Alles wordt immers hoofdzakelijk bekeken vanuit de invalshoek van de eigen organisatie, volledig “inside-in”… Goed bedoeld maar hierin schuilt het grote gevaar. De buitenwereld komt niet direct aan bod en nochtans liggen daar de uitdagingen voor organisaties in een VUCA-wereld.

Elke leidinggevende moet daarom luisteren en blijven luisteren als een vink naar de verwachtingen en bekommernissen van zijn klanten. Daarom benadruk ik dat de kernelementen van de rol van de CEO van vandaag te maken hebben met “Co-creation”, “Empowerment” en “Outside-in”. Die kernbegrippen krijgen pas inhoud door zelf ruimte te creëren voor rechtstreekse contacten met klanten. Alleen zo kan je hun polsslag voelen en je organisatie sturen in functie van hun verwachtingen. Managers die constant bezig zijn met processen, procedures, verplichtingen, … af te vinken, worden zelf in een kooitje geduwd, met een eentonig deuntje en door anderen, maar niet hun klanten, afgevinkt! Ze vormen bovendien een rem voor hun medewerkers om te ondernemen, te innoveren, zich wendbaar op te stellen, tijd vrij te maken voor klanten… Zo fnuiken ze hun medewerkers in plaats van hen de vleugels te geven om uit hun kooitjes te vliegen.