U bent hier

Fons blogt... - december 2017

Het is geen eenvoudige kwestie die mij onlangs voor de voeten werd geworpen op een forum over orgaandonatie. Vanaf wanneer kunnen wij als publieke bemiddelingsdienst mensen die een ingrijpende medische ingreep hebben ondergaan, actief stimuleren om stappen naar werk te zetten? En hoever kunnen we hierin gaan? Langs de ene kant weten we natuurlijk dat het goed is dat mensen die kunnen werken ook zoveel mogelijk aan de slag gaan. Anderzijds is het niet zo eenvoudig om in te schatten vanaf welk punt iemand nu precies terug ‘kan werken’.

Ik sprak met iemand die een nierziekte had, en na jarenlange dialyse eindelijk de nier had gekregen die hij nodig had om een normaal leven te leiden. Ik vroeg hem of zijn prioriteiten in het leven nu niet verschoven waren. Of hij bijvoorbeeld werken nog wel zinvol vond. Hij antwoordde mij dat wat hij belangrijk vindt, niet veranderd is. Maar dat hij nu eindelijk opnieuw de kracht, de tijd en de gelegenheid had om nog veel sterker te gaan voor waar hij in geloofde. Hij zei mij bovendien letterlijk: “Werk op zich is geen doel. Maar door te werken krijg je “vrije tijd” en “vakantie”. En de middelen om ook in die vrije tijd te doen waar je zin in hebt, en te genieten van die vakantie. “ Niet iedereen zal dit op dezelfde manier ervaren. Werken is immers op zich ook zingevend. Hoe dan ook toont deze uitspraak het belang van werk aan in de samenleving van vandaag.

Onderzoek heeft uitgewezen dat ongeveer 6 op 10 van de niergetransplanteerden voltijds aan het werk is na hun transplantatie, voor hartgetransplanteerden en levergetransplanteerden gaat het over 4 op 10 en voor longgetransplanteerden 3 op 10. Dat wijst er dus op dat er wel degelijke grote verschillen zijn afhankelijk van de ingreep, en elke begeleiding dus individueel maatwerk moet zijn. Maar tegelijkertijd blijkt dat getransplanteerden in gelijke mate als niet-getransplanteerden deelnemen aan het sociale leven via bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. De wil om zich nuttig te maken voor de samenleving is dus universeel. Dus moet elke getransplanteerde een gelijkwaardige kans kunnen krijgen om zich ook op de arbeidsmarkt nuttig te maken. We kunnen dus zeker en vast, weliswaar op maat van de individuele situatie, elke getransplanteerde actief stimuleren richting hertewerkstelling.

Hoe kunnen wij als VDAB inschatten of iemand al terug ‘kan werken’? Dat is vanzelfsprekend: dat kunnen we enkel samen met de mensen zelf inschatten. We polsen waar hun interesses liggen, waar hun sterktes zitten en wat hun competenties zijn. Heel vaak zullen we, zeker in de communicatie met ziekenfondsen, gebruik maken van de ICF*-inschattingslijst. Via deze tool slaan we de brug tussen het puur medische en het werkgericht functionele. Afhankelijk van wat er uit die inschatting komt, gaan we met de klant afspreken om een actie te ondernemen. Dat kan een opleiding zijn, al dan niet in samenwerking met een partner. Vaak gaat het om vormen van werkplekleren, want dat is nu éénmaal de snelste weg naar werk. Soms heel korte opleidingsacties, soms langere. Na elke stap volgt een evaluatie, een nieuwe inschatting en als het nodig is ook een nieuwe actie. Maar altijd heel gericht op dat ene doel: zo snel mogelijk werk vinden.

We werken daarvoor nu al 7 jaar heel nauw samen met de ziekenfondsen en het RIZIV. In die 7 jaar hebben we meer dan 10.000 personen begeleid, en van de personen die een volledig traject doorlopen hebben, gaat ongeveer 1 op 3 terug aan het werk. We kunnen met een gerust hart concluderen dat terug gaan werken, of stappen zetten richting werk ook in het geval van een transplantatie-context bijdraagt tot een “herstelproces”. Ook in dit geval maakt werken vaak “beter”. Laat ons daarom, nog meer en beter dan voorheen, de handen in elkaar slaan en bruggen bouwen tussen de wereld van welzijn en gezondheid en de wereld van werk. Zo kunnen we de betrokken personen ook weer zinvol werk doneren!


* international classification of functioning, disability and health

Beste Fons,

Ja… ik ken je! Ik ben immers jarenlang jouw huiskamer binnengedrongen om snoep en speelgoed te brengen voor jouw kinderen en kleinkinderen. Nooit heb ik er iets voor teruggevraagd maar nu moet ik wel op jou een beroep doen.

Ik ben immers werkloos geworden… na een hevige en lange discussie over mijn statuut. Mijn Baas zag de kostprijs niet meer zitten en ik kreeg de zak… Bij een andere Baas in dezelfde branche werken bleek alras ook geen alternatief te zijn want dankzij de VN werd het Zwarte Piet-beroep in het museum van de verdwenen beroepen opgenomen. Maar… geen nood, dacht ik. Bedrijven zoeken immers continu wendbare medewerkers en als er nu wel één iemand wendbaar is, dan ben ik dat wel! Het ene dak op, het andere af… schoorsteen in, schoorsteen uit,… klauterend tegen goten en gevels… laverend tussen schoorstenen, schotelantennes en zonnepanelen. De Sint kon op zijn paard of in zijn zetel blijven zitten maar Piet moest constant bewegen! Was dat even buiten de waard gerekend!

Ik kreeg immers onmiddellijk het predikaat “allochtone werkzoekende” op mij geplakt en dat houdt blijkbaar een sterke beperking van mijn kansen in… ook al is mijn naam oer-Vlaams, is er geen verschil tussen mijn krullenbol en zeg maar die van onze nationale grootheid Jean-Marie Pfaff, draagt ook de gerenommeerde muzikant Bent Van Looy een pofbroek om nog maar te zwijgen over Kuifje en ben ik zeker ook niet de enige man die met een oorringetje door het leven stap… Bovendien beheers ik het Nederlands perfect… Dat blijkt toch uit alle publieke optredens die ik deed… Ik “allochtoon”??? Neen, ik ben een voorbeeld van integratie. En wees gerust, ik neem geen zak of roe mee om te solliciteren, wel mijn guitige lach en SODA-attest (Stiptheid, Open blik, Durf, Agility)! Daarmee zou ik toch aan de bak moeten kunnen, hé. Ondanks deze troeven vind ik helaas geen job…

Wil je voor mij een flinke duit in de werk-zak doen?

Bedankt!

Ex-Zwarte Piet