U bent hier

Fons blogt... - maart 2018

Ik geef toe dat dit woord geen deel uitmaakt van mijn courante woordenschat en dat ik dus wel wat verbaasd was toen een vertegenwoordiger van een regionale werkgeversvereniging de werkzoekendenpopulatie als ‘amorf' bestempelde. ‘Amorf' betekent volgens Van Dale ‘vormloos’ of ‘lusteloos/passief/apathisch’. Aan zijn uitleg te horen had betrokkene het over de tweede betekenis. Maar hij vergist zich. De werkzoekendenpopulatie is geenszins amorf.

Vooreerst zit er een hele dynamiek in deze populatie die in de maandelijks gepubliceerde werkloosheidscijfers nauwelijks of niet zichtbaar is. De voorbije 12 maanden zijn er bijna 706 000 bewegingen geweest in of uit de werkloosheid. Dat is 3,2 keer meer dan het statisch gemiddelde (ca 259 000) in die periode. Uiteraard is de dynamiek groter bij jonge, hooggeschoolde en kortdurig werkzoekenden en bijgevolg langer voor de ‘oudere', laaggeschoolde en langdurig werkzoekenden. Wat deze laatste subgroepen betreft zal iedereen die het arbeidsmarktgebeuren wat kent, onmiddellijk begrijpen dat dit toe te schrijven is aan structurele kenmerken van vraag- én aanbodzijde op onze arbeidsmarkt en niet aan een meer passieve houding van de betrokken werkzoekenden. Bovendien merken we als VDAB ook op dat heel veel werkzoekenden actief sollicitatiefeedback (meer dan 300 000 keer in het startjaar) aan ons geven, participeren in de begeleidings-, opleidings- en werkervaringsacties die we met partners opzetten, in een intensief begeleidingstraject zitten,… Vorig jaar namen bijna 150.000 werkzoekenden deel aan het brede gamma van competentie-versterkende acties. Dit illustreert ook de actieve ingesteldheid en globale medewerkingsbereidheid.

Verder is het ook van belang op te merken dat één vierde van de werkzoekendenpopulatie geen (potentiële) uitkeringsgerechtigde werkloze is voor wie activering gepaard gaat met opvolging van het zoekgedrag en mogelijke sanctionering. De helft van deze deelpopulatie zijn echt vrije werkzoekenden m.a.w. werkzoekenden die spontaan een beroep doen op de services van VDAB; de andere helft zijn werkzoekenden die ten laste zijn van het OCMW, deeltijds lerenden, uitgesloten werkzoekenden die toch verder begeleiding willen, personen met een arbeidshandicap die in andere inkomensstelsels zitten,… Dat deze globale deelpopulatie zo groot is heeft vooral te maken met de bewuste beleidskeuze om – met de toenemende kraptes op de achtergrond – actief op zoek te gaan naar potentieel buiten de klassieke ‘RVA-groep’ om toe te leiden naar de arbeidsmarkt. Ook in deze populatie is er veel beweging.

Van een “amorfe” populatie is dus geen sprake. Ook niet in de eerste betekenis! De diversiteit binnen de werkzoekenden is enorm groot met uitermate veel kleurrijk talent, veel talent met ervaring, talent met diverse scholingsachtergronden, mensen met artistieke en creatieve vaardigheden, gewezen ondernemers die een tweede kans verdienen, werkzoekenden die zichzelf uit de armoede hebben ‘getrokken’, jongeren zonder diploma maar met unieke competenties, nieuwkomers en politieke vluchtelingen die snel aan het werk willen, herintre(e)d(st)ers die op zoek zijn naar een nieuw jobperspectief, etc. Duizenden kleurrijke vormpjes die we best op onze arbeidsmarkt kunnen gebruiken…

Schrap dus maar ‘amorf’ uit het arbeidsmarktwoordenboek!