U bent hier

Death Valley of Golden Gate

Het activerend arbeidsmarktbeleid dat sedert 2004 vaste vorm krijgt, heeft een sleutelrol in de verbetering van de positie van werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Toch lijkt dit geen evidentie te zijn ten aanzien van kortgeschoolden. Zij kennen nog steeds een erg lage werkzaamheidsgraad (53,8 %) t.o.v. midden- (73,4 %) en hooggeschoolden (84,2 %). Hun werkloosheidsgraad ligt op 7,7 % terwijl die voor de midden- en hooggeschoolden op 5 % respectievelijk 3 % ligt in het Vlaamse Gewest. Bovendien verlopen de transities vanuit onderwijs en werkloosheid naar reguliere tewerkstelling bij kortgeschoolden veel moeilijker. De schoolverlatersstudies van VDAB tonen telkens weer aan dat een relevant groter deel van kortgeschoolden één jaar na het beëindigen van de studies nog werkloos is; diverse studies wijzen op het structureel karakter van de ongekwalificeerde instroom op de arbeidsmarkt. HIVA-onderzoek leert dat de brug van levenslang leren voor kortgeschoolden nog veel te weinig voorstelt; er is een duidelijk Mattheuseffect in het bieden en grijpen van vormings- en opleidingskansen. Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam stelt reeds lang een verdringingsfenomeen vast op de arbeidsmarkt ten koste van de positie van de lagergeschoolden. Deze vaststelling werd recent ook bevestigd door onderzoekers Verhaest, Baert en Cockx. Zij zagen dat heel wat schoolverlaters een eerste job onder hun scholingsniveau aannemen en er ook te lang in blijven zitten. Dat werd al bevestigd door eerdere studies die aantoonden dat hooggeschoolde schoolverlaters in tijden van economische laagconjunctuur een ondergekwalificeerde job aannamen. Enigszins begrijpelijk ... Maar minder begrijpelijk is dat één derde à één vierde van deze jongeren ook onder hun niveau bleven werken, eenmaal de conjunctuur terug op peil gekomen. Daardoor krijgt de verdringingsthematiek een structureel karakter.

Anderzijds verloopt de reïntegratie vanuit werkloosheid ook niet erg vlot. VDAB-onderzoek toont aan dat kortgeschoolden niet alleen moeilijker uit de werkloosheid stromen maar ook dat zij over het algemeen veel meer werkperiodes kennen ( en dus  ook overgangen van werkloosheid naar werk en omgekeerd) en een kleiner aandeel werkdagen presteren. Dit wijst op een groter aandeel tijdelijke en/of kortere tewerkstellingsperiodes en dus op meer onderbroken beroepsloopbanen met een groter aantal transities tussen werken en niet-werken. Tot slot blijkt ook dat de definitieve uitstroom uit de arbeidsmarkt voor kortgeschoolden op een vroegere leeftijd plaatsvindt... Is de arbeidsmarkt dan geen “Death Valley” voor kortgeschoolden? Hoe kunnen we er een Golden Gate van maken?

Het antwoord ligt in een sterk en samenhangend meersporenbeleid. Vooreerst méér inzetten op het voorkomen van ongeschooldheid en laaggeschooldheid in het onderwijs door met name werk te maken van geassocieerd onderwijs met vormen van duaal leren en werken, betere studie- en beroepskeuzevoorlichting, herwaardering van het technisch en beroepsonderwijs, etc...Daarna moeten we investeren in betere bruggen tussen onderwijs en arbeidsmarkt via een preventief activeringsbeleid, gerichte heroriënteringen, opleidingen en stages op de werkvloer, meer werkplekleren, remediërende onderwijstrajecten die algemeen en beroepskwalificerend zijn,... Op de arbeidsmarkt zelf moet er meer worden ingezet op permanente vorming. Daarnaast is een trek-in-de-schoorsteen-beleid nodig dat medewerkers “naar boven zuigt” in functie van hun verworven competenties. Een HR-beleid gericht op de ontwikkeling van het werkvermogen van elke medewerker moet borg staan voor langer en beter werken. Dat beleid moet doordesemd zijn van sociale innovatie zodat ook lagergeschoolden langere en leefbare loopbaankansen krijgen. Jobopsplitsing, jobcarving en jobrotatie zijn hierbij mogelijkheden die meer moeten geëxploreerd worden. Tevens moeten we deze elementen integreren in een competentiegericht loopbaanbeleid waarin persoonlijke ontwikkelingsplannen de basis vormen voor een constante dialoog tussen de medewerker en HR.

Met zo’n meersporenbeleid kunnen we de positie van laaggeschoolden op de arbeidsmarkt versterken. Zo zal deze markt voor hen geen troosteloze woestijn meer zijn maar een brug naar langer en beter leven en werken.