U bent hier

Dop beperken? Activering versterken!

Op talrijke fora en in diverse opiniebijdrages wordt gepleit voor een herziening van het Belgisch werkloosheidsstelsel. De onbeperkte duur van dit stelsel en de hoogte van de uitkeringen komen hierbij steevast als kritische punten naar voor. Op een zeldzame uitzondering na - zoals de Leuvense decaan Economie Luc Sels - is dit debat evenwel vrij eenzijdig en beperkt qua invalshoek. Veelal wordt de kar vóór het paard gespannen. Niet de finaliteit van de uitkeringen mag immers (alleen) centraal staan in dit debat maar wel de finaliteit van de arbeidsparticipatie. De zwakte van ons werkgelegenheidsbeleid zit immers in een veel te lage werkzaamheidsgraad en de arbeidsparticipatie moet dus dringend én met sprongen omhoog. Daarom dient de focus eerst en vooral te liggen op een  versterkt activeringsbeleid. Het uitkeringsstelsel moet in functie van dit activeringsbeleid worden ingericht… en niet omgekeerd.

Een goed en sterk activeringsbeleid - en dat is, goed weten,  géén goedkope optie - motiveert en sensibiliseert werkzoekenden om vanaf het begin van hun werkloosheid opnieuw werk te zoeken. In se is dit niet zo moeilijk. Het volstaat om op dag één elke werkzoekende te positioneren op de hitparade van de arbeidsmarkt door zijn profiel te confronteren met de gekende vacature-vraag. In functie van die positie kan dan een maatgerichte ondersteuning worden aangeboden. Werkwillige werkzoekenden met een goed profiel zullen in deze  aanpak onmiddellijk passende vacatures krijgen en aan de slag kunnen gaan. Werkwillige werkzoekenden met een minder gunstig of ongunstig profiel kunnen via opleiding, begeleiding of werkplekleren onmiddellijk georiënteerd worden naar openstaande vacatures. Werkonwillige werkzoekenden zullen bij zo’n systematische aanpak vlug gedetecteerd worden en hun recht op werkloosheidsuitkering zien schorsen of verliezen. Mits de nodige middelen kan zo’n kordaat activeringsbeleid - nog vlugger dan vandaag - zijn vruchten afleveren én op vlak van verhoging van de arbeidsparticipatie én op vlak van inkorting van de uitkeringsduur. Het uitkeringsstelsel is in deze aanpak immers de facto beperkt in duur. Werkwillige en -bekwame werkzoekenden krijgen immers onmiddellijk hertewerkstellingskansen, eventueel na een opleiding. Werkonwillige werkzoekenden worden direct beknot in hun uitkering. Een niet onbelangrijke kanttekening hierbij is dat deze aanpak enkel doeltreffend kan worden ingericht mits de Gewesten meer homogene arbeidsmarktbevoegdheden verkrijgen o.a. om (mee) te bepalen wat een geschikte job is, welk zoekgedrag men van de werkzoekende kan verwachten, hoe snel men een werkzoekende een bijkomende beroepsoriëntatie kan aanreiken etc.

Binnen zo’n aanpak is een inkorting van de duur van het uitkeringsstelsel een logische stap… ware het niet dat de aanbodzijde omwille van de heterogeniteit van de werkzoekendenpopulatie veel complexer is dan voormelde opdeling. Zo heeft de curatieve begeleidingsaanpak aangetoond dat met name binnen de langdurig werklozen een substantieel aandeel werklozen zit die wel inschakelingsbereid zijn maar tijdelijk geheel of gedeeltelijk “werkonbekwaam” zijn. Het betreft hier een groep van werkzoekenden met veelzijdige problemen zoals armoede en sociale uitsluiting, psychiatrische problematieken, verslavingsproblemen, zwaar gekwetste biografieën, ernstige medische beperkingen of problemen inzake geestelijke gezondheid… De recente ervaringen leren ons dat deze personen nood hebben aan langdurige herinschakelingstrajecten (van 12 tot vaak 24 maanden) om terug te kunnen worden toegeleid naar de arbeidsmarkt, soms in de sociale economie maar toch ook een relevant deel in de reguliere arbeidsmarkt. Sommigen kunnen na een werk-welzijnstraject enkel terecht in niet vergoede activiteiten zoals de arbeidszorg of het begeleid vrijwilligerswerk. Voor deze personen is dus een langduriger en aangepast uitkeringsstelsel aangewezen dat hun andere maatschappelijke inzetbaarheid ondersteunt. Anderzijds moeten we vaststellen dat er om bepaalde knelpuntvacatures in met name de zorgsector te bestrijden, nood is aan langdurige inschakelingstrajecten. In het overgrote merendeel van de gevallen zijn het immers diplomagebonden onderwijstrajecten van minimaal 2 à 3 jaar. Werkzoekenden die zich hier naar toe oriënteren hebben eveneens aanspraak op een uitkeringsstelsel, dat men toelaat zich in deze beroepen te vormen.

Beide voorbeelden tonen aan dat een debat over een gewijzigd uitkeringsstelsel - een debat dat zich opdringt - moet samengaan met een debat over het activeringsbeleid. Zo niet dreigt een nieuw uitkeringsstelsel sociaal onrechtvaardig te werken, onvoldoende bij te dragen tot maximale arbeidsparticipatie en exclusie in plaats van inclusie in de hand te werken.