U bent hier

In elk van ons zit een witte raaf

Wie zit er niet graag op een zomers terrasje? Niet alleen voor de gezelligheid, de drank die er vloeit of het schone volk dat zich er bijeen schaart, maar ook voor het af- en aanvliegen van vogels. De meerderheid daarvan zijn duiven. Geen gekweekte prijsduiven, wel doorwinterde, grijze stadsduiven. Je kijkt er nauwelijks van op; ze maken bijna onopgemerkt deel uit van het geheel. Raven en andere zeldzame vogelsoorten zijn er amper te bespeuren (dan zouden de oe’s en aah’s van de tafels opstijgen) en witte raven zijn er al helemaal ‘du jamais vu’. Nu doen we de werkelijkheid oneer aan door de arbeidsmarkt te vergelijken met een zomers terras, maar een deel van de vergelijking gaat wel degelijk op. Witte raven zijn een zeldzaamheid. Je kunt je afvragen of ze eigenlijk wel bestaan. Alleen maakt het idee dat ze zoùden bestaan, het voor heel wat minder mythische vogelsoorten knap lastig om nog enige bewondering te oogsten.

Uiteraard gaan werkgevers op zoek naar witte raven. Want eens de witte raaf gevonden, volgt de rest als het ware vanzelf. Alleen verloopt die zoektocht bijzonder moeizaam. Waarschijnlijk omdat de witte raven niet talrijk en bovendien niet met een paar kruimels te vangen zijn. En dan gaat de zoektocht verder… De queeste van de witte raaf.

Het doet me denken aan die film van Jim Carrey “When nature calls” waarin “Pet Detective” Ace Ventura op zoek gaat naar een heilige witte vleermuis… om een oorlog tussen twee stammen te stoppen. Zo zijn de werkgevers ook op speurtocht naar witte raven om de “War for Talent” te stoppen. Maar Galapagoseilanden of Ballestaseilanden vol witte raven bestaan niet.

Misschien moeten we dan toch eens beter naar al die grijze duiven kijken. Hebben ze geen unieke vaardigheden? Vliegen duiven niet snel en rechtlijnig op hun doel af? Zijn het niet de enige vogels die water met de snavel opzuigen? Hebben ze geen fenomenaal oriëntatievermogen? En is de duivenpopulatie op zich niet erg divers. Naast de stadsduif zijn er ook nog bijvoorbeeld de bosduif, de rotsduif, de jufferduif, de houtduif, de Turkse en de Oosterse tortel, de kroonduif en de parelhalstortel… Als we die vaardigheden en variëteiten onderkennen blijken de duiven dus ook witte raven te zijn! Het komt er dan ook op aan het witte raafgehalte in elke duif te zien. Elke duif is een stukje witte raaf als we er dieper naar leren kijken en anders mee leren omgaan.

Die kijk hebben we ook nodig op de arbeidsmarkt. Iedereen heeft unieke talenten of hij of zij er nu uitziet als een bontkleurige papegaai, een grijze duif, een waggelende pinguïn of een pelikaan met een gedeukte vleugel. Geef iedereen de kans om zijn talenten te tonen en we zullen erin slagen een groot deel van de knelpuntberoepen in te vullen. De krapte op de arbeidsmarkt wordt in de komende jaren alsmaar groter ingevolge de vergrijzing van de beroepsbevolking. Door de inzet van grijze duiven en met een witte ravenbril op kunnen we evenwel deze krapte kwantitatief én kwalitatief aanpakken. En is de duif niet het symbool van de vrede en dus het gepaste “wapen” in de War for Talent?