U bent hier

Grijze pakken-robots of kleurrijke talenten?

Ettelijke blogteksten, beleidsadviezen en speeches heb ik reeds gewijd aan het promoten van meer openheid op de arbeidsmarkt voor mensen met ‘een kleurtje’. Ik bepleit dan steevast dat sollicitanten met een migratieachtergrond een verrijking zijn voor bedrijven en dus minstens evenveel of, gezien we op dat vlak een aanzienlijke achterstand in te halen hebben, zelfs méér kansen zouden moeten krijgen om onze bedrijven kleur te geven en wat ik de ‘grijze pakkendans’ noem te doorbreken. Maar er is nog een andere soort van huidskleur die nog steeds onterecht tegen heel wat weerstand oploopt. Sollicitanten met tattoos hebben het ook de dag van vandaag vaak niet onder de markt om een uitdagende job te vinden. Zeker als deze tattoos moeilijk te verstoppen zijn voor de klant kiezen werkgevers bijna altijd voor een kandidaat zonder huidkleuringen.

Er zijn natuurlijk tattoos die voor sommige beroepen ongepast kunnen zijn… Zo zag ik onlangs een fragment van het programma ‘Tattoo Fixers’ waarin een ex-soldaat die zich geheroriënteerd had tot ambulancier zijn armtattoo wou laten bedekken met een meer gepast exemplaar. Hij had namelijk in zijn legertijd een enorme ‘Pietje De Dood’ op zijn onderarm laten zetten…   

Maar net zoals kleding zijn tattoos in regel niet gevaarlijk noch onveranderlijk. Het enige ‘kwaad’ dat ze kunnen doen is dat ze ongevraagd een stuk van de persoonlijkheid van de drager weggeven (Had ik trouwens al gezegd dat ik zelf een tattoo heb op mijn arm? Om van het volgetatoeëerde lijf van mijn zoon of de estetische tattoos van mijn dochter nog maar te zwijgen). Wat deze discriminatie tegen tattoos dus in essentie weergeeft is dat nog steeds veel bedrijven niet willen dat hun medewerkers hun persoonlijkheid tonen in het bedrijf en aan de klanten. Klaarblijkelijk willen onze bedrijven liever grijze pakken die hun persoonlijkheid en emoties ‘s morgens achterlaten aan de ontbijttafel, en zich doorheen de dag ‘professioneel’ gedragen tot ze terug zijn uitgebatcht.

Deze achterhaalde invulling van professionaliteit als een soort karakteriële robotisering is niet meer van deze tijd. Als alle klanten bediend zouden willen worden door grijze robots, zouden er al tientallen jaren geen kassiersters en barmannen meer zijn maar enkel automaten. Wat de klant van vandaag wil is net die menselijkheid, een kwinkslag of een oprechte verontschuldiging, maar vooral begrepen worden als mens met een behoefte en een oplossing aangereikt krijgen die geen eenheidsworst is maar waar karakter uit spreekt.

Natuurlijk is de robotisering in meer en meer sectoren in opkomst. In vele supermarkten zijn er naast de klassieke kassa’s ook doe-het-zelf kassa’s geplaatst. Binnenkort zullen klanten die dat wensen in sommige supermarkten dankzij een smartphone app gewoon alles uit de rekken kunnen nemen en betalen ze automatisch als ze de winkel buitengaan. Zo werkt ook VDAB hard aan een laagdrempelige online-dienstverlening, omdat deze voor veel van onze klanten de grootste behoeften af kan dekken. Maar dat doen we om juist meer tijd en kansen te geven aan onze bemiddelaars en instructeurs om karakter te geven aan de begeleiding en opleiding van zij die we niet online kunnen verder helpen. In deze 21ste eeuw, naarmate de robotisering en automatisering zich zal doorzetten, wordt het voor bedrijven net extra belangrijk om zo weinig mogelijk ‘grijze pakken’-robots in dienst te hebben en daarentegen zoveel mogelijk kleurrijke talenten karakter te laten geven aan hun dienstverlening. Liever een medewerker met een schilderijtje én een verhaal dan een kleurloos figuur! Wil je het scorend vermogen van jouw organisatie verhogen, werf dan je eigen “Nainggolan”, “Alderweireld”, “Messi” of “Neymar” aan.

Reacties

Ik werk al jaren in sales, aan een toonbank begonnen en opgewerkt tot landelijk promotor. Een jarenlange voorliefde voor metal en de levensstijl heeft er al meerdere keren voor gezorgd dat ik in aanvaring kom met de conservatieve collega's. Niet dat ik mijn Slayer shirt draag of mijn tattoos zichtbaar heb, maar ik heb een deftige grote sik, mijn kop houd ik kaal en ik draag geen afgeborstelde mainstream kleding die veel van mijn mannelijke collega's als een soort uniform dragen. Er is gelukkig in mijn bedrijf een bepaalde casual look die getolereerd wordt, ook al is dat nog maar van de laatste paar jaren. De verplichte suits zijn gelukkig verdwenen. Het rare is dat ik enkel maar negatieve opmerkingen krijg van mijn collega's en gelukkig, dikwijls heel positieve reacties van de klanten waarmee ik in aanraking kom; "ah, ga jij naar Graspop? ik ga daar elk jaar naartoe!" enz... Het breekt het ijs, ze zien dat ik geen stijve grijze robot ben, en reageren op een menselijke manier. Ik begrijp goed dat mensen in mijn soort van werk, hun bedrijf vertegenwoordigen en dat ik er smart casual moet bijlopen, maar de klanten trekken zich hier niets van aan, zoals de artikelschrijver zegt. Het zijn vooral de grijze zielloze werkgevers van de saaie traditionele economie die enorm achterop lopen en denken dat een strop rond je nek en een oncomfortabel pak je meer professioneel doen overkomen. Terwijl de meeste mensen een reusachtige afkeer hebben van de strak-in-het-pak types. Kijk hoe graag de bevolking politiekers heeft :)
Niet alle mensen zonder tattoo zijn grijze pakken robots. Dit komt in deze blog en beetje zo over. Uiteraard is sensibilisering rond voorkomen nog een alledaagse oefening. Zij het tattoo, hoofddoek, ... ook daar zitten grijze pakken robots.

Reageer