U bent hier

Hommage à un ami

Jean-Pierre Méan gaat met pensioen. Wie? Nooit van gehoord? Velen zullen hem niet kennen en dat illustreert nog maar eens welke kenniskloof er gaapt met wat gebeurt in het zuiden van het land. Méan is immers de baas van de Forem en dit reeds sedert 1989, de splitsing van de RVA en de oprichting van de Forem. De Forem is als Waalse publieke bemiddelings- en opleidingsdienst, thans één van de grootste werkgevers in Wallonnië en één van de belangrijkste publieke instellingen. In zijn hoedanigheid van leidend ambtenaar van de Forem werd Jean-Pierre meermaals geconfronteerd met het beeld dat zijn organisatie een onderdeel was van de Waalse werklozencultuur en een logge, sterk gepolitiseerde publieke instelling die alle macht naar zich toetrok. Hij leed erg onder dit vals beeld en deed er alles aan om deze perceptie te bestrijden. Zo was Méan zeker geen voorstander van een hangmatcultuur maar een medestander van het eerste uur van het activeringsbeleid dat toenmalig federaal minister, Frank Vandenbroucke, op poten zette. Ook al lag één en ander moeilijk bij sommige partners in zijn Raad van Bestuur, toch trok hij consequent de kaart van “rechten en plichten” bij de implementatie van het reïntegratiebeleid. Getuige hiervan is de statistische vaststelling dat de Forem de VDAB heeft bijgebeend inzake het overmaken van gegevens van werkonwillige werkzoekenden aan de RVA. Méan was ook een uitgesproken voorstander van samenwerking en partnerschappen. Voor zijn open samenwerking met de commerciële private sector kreeg hij trouwens in 2006 de Federgon-prijs. Dat zegt voldoende.

Zijn partnerschapsvisie leidde ook tot een constructieve en domeinbrede samenwerking met de VDAB. Hij hield niet van gewest- of taalgrenzen indien deze grenzen als een Berlijnse muur de ontwikkelingskansen van werkzoekenden of bedrijven afremden. Jean-Pierre geloofde dat goed nabuurschap op vlak van arbeidsmarktbeleid een win-winsituatie creëerde voor beide Gewesten. Daarom trok hij voluit mee de kaart van de interregionale mobiliteit, stond hij achter de oprichting van gemengde interventieteams Forem-VDAB om gemeenschappelijke problemen langs beide kanten van de taalgrens samen aan te pakken en was hij een drijvende kracht en de eerste voorzitter van de vzw Synerjob, de federatie  van de publieke bemiddelings- en opleidingsdiensten van België. Hij besefte dat je door deze aanpak ook federalisme bottom-up kan gestalte geven en dat dit vooral sterker kan zijn dan “van hogerhand” opgelegde samenwerkingsverbanden. In die zin was hij er met mij al langer van overtuigd dat de staatshervorming op vlak van arbeidsmarktbeleid onaf was en dat de Gewesten meer homogene bevoegdheden nodig hadden om een doeltreffend regionaal arbeidsmarktbeleid uit te bouwen. Dit standpunt was in den beginne zeker niet alom gedeeld in Wallonië.

Jean-Pierre Méan was ook een echte promoter van het nieuw Waals economisch beleid, de Forem en de publieke arbeidsmarktdienstverlening. Hij schakelde zich met veel enthousiasme in het Marshall-plan voor Wallonië in en ondersteunde vanuit zijn positie het economisch élan. Reeds lang vóór formateur Di Rupo ging Jean-Pierre de dialoog aan – in het hol van de leeuw – met twee Antwerpse werkgeverskringen. Hij ontkrachtte met veel verve de heersende  vooroordelen. Zo ook appeleerde hij de Vlaamse bedrijven via interviews in de Tijd en De Standaard en op Kanaal Z om meer Waalse werkzoekenden een tewerkstellingskans te geven. Deze interviews waren in Wallonië niet onbesproken. Tijdens de Europese Synerjobconferentie van 1 december 2010 verdedigde hij met vuur de nieuwe missie van de publieke arbeidsmarktactoren, namelijk hun regierol bij de uittekening van een loopbaanbeleid en dat vanuit een multipartnerschapsbenadering.

Al was Jean-Pierre Méan (ten onrechte) niet altijd sant in eigen “land”, toch zal blijken dat zijn visie de grondslag vormt van een modern Waals arbeidsmarktbeleid. De vernieuwing die hij op talrijke fronten heeft ingezet, is onomkeerbaar. Dat is zijn blijvende verdienste!