U bent hier

Koreaanse kroniek

Dit jaar vond het negende Wereld Congres van WAPES (World Association of Public Employment Services) plaats in Seoul. Deze driejaarlijkse ontmoeting laat toe inzichten en praktijken van de verschillende publieke tewerkstellingsdiensten over grenzen van landen en continenten heen met mekaar uit te wisselen. De rode draad van het congres was “change management” omwille van de steeds en sneller wisselende contextfactoren waarin deze diensten moeten werken: de globalisering, de financieel-budgettaire crisis, de snel gestegen jeugdwerkloosheid, de sputterende economie in diverse werelddelen, de vergrijzing, de toenemende knelpuntberoepen…

Het congres stelde me ook in de gelegenheid om enige -wellicht niet representatieve- indrukken op te doen over het Koreaans werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid. Ik bezocht er immers enkele van hun grootste Jobcenters: het Ministry of Employment and Labor, KLEIS, Korea Employment Information Service, en Job World, een indrukwekkend expocomplex waarin kinderen en jongeren kunnen kennis maken met de rijke beroepenwereld. Wat leerde me deze werkbezoeken en contacten?

Vooreerst is er de blijvende indruk die Job World op mij heeft achtergelaten. Een ingenieus concept dat kinderen en jongeren in contact brengt met de wereld van beroepen in al zijn verscheidenheid. En dat naargelang de leeftijd van de bezoekers op een attractieve, speelse, pedagogische en moderne manier. Soms via originele invalshoeken zoals de wereld van de hoofddeksels, jobs met voeding, groene jobs, jobs met water en vuur, jobs die geschiedenis maakten… Veel simulatietechnieken en beroepengames waarvan wij alleen maar kunnen dromen. Een complex ook met verschillende “levels” waarbij elke level een bepaalde leeftijdscategorie beoogt en altijd pedagogisch omkaderd. Met ook een “career planning hall” waar iedereen zijn talenten kan ontdekken, loopbaan- en studieadvies kan inwinnen, assessment kan krijgen etc… Onze initiatieven zoals het Beroepenhuis in Gent en Technopolis in Mechelen verdwijnen in het niets bij deze totaalaanpak.

De Kim’s van KLEIS en Jobcenter -één op twee van de Koreanen die ik ontmoette, heette Kim :-)- konden mij anderzijds niet overtuigen van een beter werkende publieke dienstverlening. Het was toch wel geruststellend vast te stellen dat wij als VDAB vooroplopen inzake de uitbouw van nieuwe IT-gerelateerde services zoals automatische matching, e-coaching, e-learning en inzake het strategisch gebruik van sociale media. Ook de aanwezige IT providers pakten uit met de Duitse Bundesagentur für Arbeit en VDAB als meest vooruitstrevende PES. Kwestie is wel van deze voorsprong te behouden. Niet indommelen dus! Verder werken aan competentiegericht matchen, ook via geautomatiseerde systemen, aan e-portfolio en e-pop is noodzakelijk.

De hoge werkzaamheidsgraad in Korea heeft veel te maken met de specifieke arbeidscultuur. Niemand durft het werk te verlaten vooraleer de baas vertrekt. Gevolg is dat iedereen vrij laat werkt en de kinderen ook zeer laat op school blijven. Welzijnsprofessoren opperden dat dit op termijn niet houdbaar is omdat deze erg dominante werkcultuur nauwelijks of geen ruimte meer laat voor de opvoeding van de kinderen, het opbouwen van vriendschapsrelaties en niet-werk gerelateerde ontspanning. Deze cultuur zorgt er anderzijds voor dat hun “werkloosheidsuitkeringssysteem”, beperkt tot zes maanden, niet gekoppeld is aan voorwaarden en controlemechanismes inzake beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, het aanvaarden van een passende job of opleiding. Iedereen wil immers per se zo snel mogelijk werken. De taak van de Koreaanse Jobcenters bestaat er dan ook in om mensen te informeren over jobopportuniteiten, ondersteuningsmaatregelen voor bepaalde doelgroepen en noodzakelijke opleidingen alsook sollicitatietrainingen te geven. Trajectbegeleiding, sluitend maatpak-begeleiding, activeringsbegeleiding, jobcoaching en kwalificerende opleidingstrajecten zijn daar ongekende begrippen. De contacten tussen consulenten en werkzoekenden zijn dan ook veelvuldig én kort. Het Jobcenter bestaat uit verschillende hokjes naast mekaar, werkzoekende trekt een nummer bij het binnenkomen en gaat naar het passend hokje wanneer zijn of haar nummer op scherm verschijnt. Niet vergelijkbaar met het uitzicht van onze werkwinkels.

Tot slot maakte dit mondiaal congres nog maar eens zichtbaar hoe groot de verschillen over de wereld zijn… ook al staat “werk” in elk land centraal. Ik ontmoette er onze collega uit Mali die - ondanks de binnenlandse oorlog - probeert zijn organisatie recht te houden en de vertegenwoordigster van de PES uit Paraguay, een land van 7 mio inwoners, waar er veertig - ja, je leest dit goed: 40! - consulenten zijn. That’s it! Ook andere landen hebben een erg beperkt aantal personeelsleden; Guinea (10 mio inwoners), Nigeria (15 mio), Gabon (1,5 mio), Senegal (13,7 mio) en de Centraal Afrikaanse Republiek (4,5 mio) hebben slechts 40 à 65 medewerkers in dienst; Togo (6 mio) 28 medewerkers en Djibouti (0,5 mio) 13 medewerkers. Onze Keniaanse collega was dan weer intens gelukkig met de vier laptops die we hem schonken zodat hij nu toch wat kan communiceren met zijn regionale verantwoordelijken. De vertegenwoordigers van Azerbeidzjan en Mongolië proberen hun publieke dienstverlening uit te bouwen in voor ons ondenkbare infrastructurele en klimatologische omstandigheden. Of wat te denken van de Nieuw-Zeelandse PES die een cruciale rol moest opnemen in de heropbouw van de economie na de recente natuurrampen… of van de PES-organisaties in Noord-Afrika die zich na de Lente-omwentelingen van een jaar geleden, opnieuw moesten bewijzen met name t.a.v. de immens grote groep van jongeren zonder jobperspectieven. Dit soort ontmoetingen doet me beseffen dat wij vaak “comfort”-problemen hebben die in het niets verdwijnen ten opzichte van deze gigantische grote uitdagingen van diverse collega’s uit verschillende continenten.

Wat heb ik nu geleerd, om de woorden van Piet Huysentruyt te gebruiken? Wel, ten eerste: dat we inzake moderne dienstverlening voorop staan en ook als dusdanig erkend worden. Ten tweede: dat we -onze ogen gericht op de wereld- in behoorlijke en bekoorlijke omstandigheden ons werk kunnen doen, niet geplaagd door oorlogen, natuurrampen, penibele omstandigheden of gebrek aan IT-mogelijkheden. En ten derde: dat we iets van Korea kunnen leren i.v.m. het informeren van kinderen en jongeren over de rijke wereld van beroepen op een speelse en pedagogisch verantwoorde manier.