U bent hier

Schaap met vijf poten

De connaisseurs van het Nederlandse cabaret herinneren zich wellicht nog de succesvolle Nederlandse televisieserie “Het schaap met de vijf poten”. Deze kortstondige serie die in 1969-1970 liep, verzamelde een cast van excellente acteurs en actrices die veelal ook actief waren in andere artistieke genres zoals het cabaret, de film, het levenslied en het circus: Piet Römer, Leen Jongewaard, Adèle Bloemendaal, Willeke Van Ammelrooy, Piet Hendriks, Cor Witschge, Edda Barends, Kees Brusse en Ronny Bierman. De serie leverde enkel hits op zoals “Het zal je kind maar wezen” en “We benne op de wereld om mekaar, om mekaar, om mekaar, om mekaar, om te helpen, niewaar?”

Vandaag zijn nog teveel werkgevers ervan overtuigd dat ze ook zo’n cast van excellente spelers kunnen samenstellen voor hun onderneming. De Vlaamse minister van Werk stelde onlangs nog in een kranteninterview dat “bedrijven nog steeds op zoek zijn naar een schaap met vijf poten”. Deze bedrijven zijn zich nog niet ten volle bewust van de War on Talent die nieuwe denk- en doeschema’s vraagt inzake human resources-beleid. Schapen met vijf poten zijn immers uiterst zeldzaam en werkgevers vertonen dan ook dikwijls een schaapachtige blik wanneer ze zo’n schaap niet vinden.

Wil een werkgever in de toekomst zijn bedrijf zien groeien en zo zijn schaapjes op het droge hebben, dan moet hij eerst en vooral kijken of hij zijn schapen wel goed kent en juist inzet. Is hij zich voldoende bewust van de (soms latent) aanwezige talenten? “Schapen hebben immers vier gouden poten en een gouden bekkie”, zo luidt een Nederlands spreekwoord. Menig wielertoerist ziet schapen grazen op de dijken langs de Schelde maar staat er niet bij stil dat deze schapen dan eigenlijk aan natuurbeheer doen. Ze trappen immers de grond in de dijken stevig vast en voorkomen dat er struiken groeien die met hun wortels de dijk zwaar kunnen beschadigen. Dit doen ze met hun gouden poten en gouden bekkie. Schapen doen dus méér dan zomaar grazen. Het is maar door deze ongekende talenten te (h)erkennen dat men tot optimale resultaten komt. Zo ook zegt een andere oude volkswijsheid dat “je een schaap moet scheren als het wol heeft”. Vertaald naar de arbeidsmarkt- en bedrijfscontext betekent dit eerst en vooral dat men van jonge schoolverlaters nog geen werkervaring mag vereisen maar dezen juist de kans moet geven om werkervaring op te doen. Een lammetje moet je immers nog niet scheren. Het betekent anderzijds ook dat je de ervaring en knowhow van oudere werknemers optimaal moet benutten. Dat vergt een heel ander beleid ook op bedrijfsniveau dan het verder uitstoten van oudere werknemers. Zij zijn nu vooral de zwarte schapen op de arbeidsmarkt. En dat kan niet langer! Het is nog teveel geblaat en weinig wol op vlak van meer 50-plussers aan de bak. Deze leuze betekent tot slot eveneens dat men bij moeilijke invulbare vacatures eerst kijkt of deze niet kunnen worden ingevuld door de talenten van het aanwezige personeel beter te benutten. Het voedingsbedrijf Campina heeft een bewuste HR-strategie om “trek in de schoorsteen te creëren” door medewerkers te upgraden naar hogere functies. Als deze aanpak een natuurlijk onderdeel is van het HR-beleid zullen meerdere schapen zelf de dam van hun eng competentieniveau oversteken om een hogere inzetbaarheid ten toon te spreiden.

Voorwaarde hiertoe is dat de onderneming “geen makke schapen in één hok” steekt, zoals kennisgoeroe Jef Staes regelmatig hekelt. Schapen moeten los kunnen grazen, bewegingsvrijheid krijgen, zelf het groene gras kunnen opzoeken. Elke onderneming en organisatie moet m.a.w. een bedrijfscultuur huldigen van open innovatie waar schapen uit hun hok durven te komen. Dat betekent dan weer dat de herder, de CEO, stopt met “mekkeren”, maar zorgt voor een open, talent- en competentiegedreven bedrijfsklimaat want “als de herder dwaalt, dolen de schapen”!