U bent hier

Opvoedster Janne

Eén keer per jaar mogen we met de collega’s op teambuilding. Onze baas geeft ons wat budget en een halve dag vrijaf, en daarmee gaan we dan aan de slag. Stel je daar niets spectaculairs bij voor. De laatste keer gingen we samen eten in Gent, met daarna een bezoekje aan de kerstmarkt. Het was een ontzettend plezante en ontspannende namiddag. Precies wat we nodig hadden!

Eigenlijk zijn we voortdurend bezig met teambuilding: elke dag werken mijn collega’s en ik in en aan ons team. Als opvoeder kunnen we ons werk niet op ons eentje doen. We vragen en luisteren naar elkaars meningen. Soms worden we geconfronteerd met agressie. Dan moeten we elkaar kunnen beschermen. Dat vraagt vertrouwen. We vangen elkaar op, praten erover, helpen elkaar over mogelijke twijfels heen. Dat zorg ervoor dat we een hechte groep collega’s zijn.

Toch kennen we elkaar daardoor vooral als ‘collega’s’. Het is dan ook fijn om de andere opvoeders tijdens zo’n namiddag teambuilding op een andere manier te leren kennen. We lachen, hebben het over onze hobby’s, reizen end romen. Op het einde ga ik met een blij gevoel naar huis, want ik weet waarmee mijn collega’s naast hun werk bezig zijn.

contractSinds ik werk als opvoedster, krijg ik wel eens te horen van vrienden en familie dat het waarschijnlijk geen gemakkelijke job is. Ik moet toegeven dat dat soms klopt. De voorbije drie maanden heb ik meer dan eens momenten gekend waarbij ik terug naar mijn zorgeloze kantoorjob wou. Zeker wanneer  een werkdag uitmondde in conflicten met ongehoorzame jongeren. Dan ging ik totaal vermoeid naar huis.

Gelukkig beleef ik tijdens mijn werk ook leuke momenten. Wanneer ik een jongere positief zie evolueren bijvoorbeeld, en hij of zij me eindelijk iets toevertrouwt. Of wanneer ik dankzij mijn wijze collega’s een nieuwe kijk krijg op situaties. Of wanneer ik op woensdag met m’n groep naar de cinema ga en realiseer dat ik er nog voor betaald word ook.

De afwisseling tussen moeilijke en leuke momenten is onvoorspelbaar. Zet ze in een grafiek en je krijgt een grillige curve. De goede momenten zijn vaak kleine overwinningen waaruit ik veel voldoening put. Dan ben ik blij met feiten die voor buitenstaanders onbenullig lijken. Minder leuke dagen daarentegen geven me een heel slecht gevoel. Dan ben ik vastberaden om ander werk te zoeken.

Ik vind het moeilijk om in zo’n wervelwind standvastig te blijven en te zeggen dat ik mijn werk leuk vind, en dat ik het wil blijven doen. Een verlenging van mijn tijdelijke contract? Daar was ik lange tijd helemaal niet zeker over.

Tot ik een mailtje kreeg met de vraag of ik wou bijtekenen voor anderhalf jaar. Ik klikte meteen op ‘beantwoorde’ en aanvaardde het voorstel. Wat me overtuigde? Alles wat ik had bijgeleerd. Dankzij mijn werk word ik geconfronteerd met situaties die ik anders nooit zou meemaken. Het is en blijft een uitdaging om telkens gepast te reageren op agressie, een crisis of verwaarlozing. Professioneel leren reageren op zo’n situatie is heel interessant.

Daarmee is de kous af. Ik ga ervoor en blijf deze job nog even doen. Want geef toe: zo zonder nadenken antwoorden op die mail om de verlening van mijn contract te accepteren, dat zegt toch iets over hoe graag ik mijn werk doe? 

Het is zover, ik heb werk gevonden! Het is te zeggen: werk waarbij mijn diploma van sociaal werker van nut is. Ik had natuurlijk al een job, als administratief bediende, maar ik voelde me vaak werkzoekend. Op mijn laatste dag als bediende kreeg ik leuke cadeautjes en mailtjes van mijn collega's. Dat deed deugd. Ik ben dankbaar voor de negen maanden bij hen, maar ik was klaar om een andere weg in te slaan.

Wie mijn blog een beetje volgt, weet dat ik uitdagend werk wilde. Ik had geen erg in afwisselende uren en taken, en wilde liefst met mensen werken. Al deze elementen komen aan bod in mijn nieuwe job want, ik ben eindelijk aan het werk als opvoeder! De afwisselende uren, daar moet ik wel aan wennen. Het is tof om een hele dag thuis te zijn en 's avonds pas te beginnen, maar het kruipt toch in mijn kleren. Het huishouden wordt naar de achtergrond verdrongen en ik moet dringend allerlei taken afwerken. Met mensen werken is ook niet vanzelfsprekend. Ze zijn divers en onvoorspelbaar. Zeker de doelgroep waar ik mee werk. Ook dat is een heuse aanpassing.

Omdat ik nieuw ben, moet ik nog ingeburgerd geraken. Bij de collega's is dat geen probleem. Ik doe mijn best om mee te draaien in mijn team en ik heb het gevoel dat dat redelijk lukt. Maar met de doelgroep ondervind ik meer problemen. Omdat ik weinig ervaring heb, voel ik me vaak onzeker. De jongeren tasten regelmatig mijn grenzen af, en het komt al eens tot een conflict. Echt praten lukt dan niet en dat vind ik lastig. Ik kan goed praten en luisteren, maar de communicatie lijkt vaak van één kant te komen. De andere kant minimaliseert, wijkt af of negeert. En dan twijfel ik of dit wel een goede job voor mij is. Of ik het wel zal aankunnen, op lange termijn.

De nieuwe weg die ik ingeslagen ben, is met andere woorden een hobbelig landweggetje. Zo eentje waarvan je tijdens het rijden niet kan beslissen of je gewoon moet stoppen en in achteruit terugrijden, of moet doorgaan tot je je vastrijdt in de modder. Ik reis ondertussen al een maand op die weg, en het is zeer avontuurlijk. Soms gaat het bergaf, of is het terrein effen en bolt mijn wagen uit. Andere keren is het pad zeer moeilijk begaanbaar, bijna niet te vinden tussen al die struiken en stenen. Dan rij ik mijn wagentje bijna stuk of maken de struiken krassen in mijn carrosserie. Ik zie dus af en toe flink af, maar doe nu tenminste iets waar ik me in kan bewijzen.

Gelukkig ben ik in een fantastisch team terechtgekomen. De sfeer tussen de collega's zit heel goed. Er is ruimte voor een grapje, maar iedereen blijft altijd authentiek. Ze zijn stuk voor stuk begaan met elkaar: een incident (hoe klein ook) gaat nooit onopgemerkt voorbij. Ik heb het gevoel dat mijn wagen langs alle kanten geblutst en bekrast wordt, maar mijn collega's zorgen er als echte garagisten voor dat het blijft bollen.

Ik kan nu nog niet zeggen dat ik gelukkiger ben, en ook niet dat ik mijn job als opvoeder liever doe dan mijn werk als bediende. Maar ik voel dat er iets is, of nog zal komen. Iets waardoor ik blij zal zijn met mijn overstap van een bureaujob naar een job als opvoeder. Want ondanks de moeilijke momenten, voel ik dat ik meer mijn ding kan doen, meer mezelf kan zijn en daar heb ik maanden om gevraagd. Na een maand kan ik nog niet weten of deze job mij op het lijf geschreven is, maar ik blijf wel doorgaan. Ik rij in geen geval in achteruit terug. Zolang mijn wagentje blijft rijden en ik aan het stuur blijf zitten, is het goed voor mij. Ik probeer van alles wat op mij afkomt iets te leren, vanuit de overtuiging dat de weg belangrijker is dan de eindbestemming. Hopelijk vind ik onderweg dan ook mijn geluk, lang voor dat ik de eindbestemming bereik.

Eind september zit het erop. Dan stopt mijn huidige contract. Mijn diensthoofd liet al eens vallen dat het "waarschijnlijk verlengd zal worden", maar dat stemt me niet optimistisch. “Waarschijnlijk” betekent in mijn ogen eigenlijk “niet”. Ik ben op dat vlak een beetje een zwartkijker. Bovendien: als ik het slechtste verwacht, kan het enkel beter uitdraaien en dan is de teleurstelling minder groot, toch?

Onlangs sprak een collega me aan over een vacature op een andere dienst. Ze kende mijn situatie, en vroeg of ik al gesolliciteerd had. Ik zei dat ik nog niets had voorbereid. Ik had er wel al eens aan gedacht en deed zelfs een poging om een brief te schrijven, maar dat leidde tot niets, ondanks de tijd die begint te dringen.

Hoewel die lieve, enthousiaste collega me eigenlijk niet zo goed kent -we werken niet eens op dezelfde dienst- kan ze toch ergens door een venstertje in mijn hoofd gluren en begrijpen wat ze daar ziet: dat ik mijn werk nu helemaal niet leuk vind, maar wel gemakkelijk. En dat is een groot verschil. Mijn flexibele werktijd en 36-uren week zorgen voor een erg groot gemak. Het is plezant om mijn uren zelf te kunnen kiezen en het is leuk om elke week een namiddag thuis te zijn terwijl anderen nog werken. Maar doe ik mijn werk graag? Nee. En dat wil ik juist wél.

Ik besef dat ik met een tegenstrijdigheid worstel. Enkele maanden geleden verkondigde ik op mijn blog dat iedereen zijn dromen moet najagen en geluk moet vinden in zijn job. Ben ik iemand aan het worden die haar dromen begraaft, omdat ze voor gemak kiest? Hoe kan ik tegen iedereen zeggen dat ik een uitdagende functie wil als ik zo weinig moeite doe om er één te vinden? Geef toe: echt authentiek is dat niet.

Ik krijg er een knoop van in mijn binnenste. Op sommige dagen erger ik mezelf echt hard aan het werk dat ik doe. Dan besluit ik om opnieuw te zoeken naar iets anders. Maar bij thuiskomst wordt het steeds verdrongen naar de to-dolijst, waar het een puntje blijft dat nooit afgevinkt geraakt. Ik moet er dringend iets mee doen, want ik wil nog steeds zo graag een job met mensen die mij inspireren in een omgeving die mij stimuleert. Ik besef maar al te goed hoe makkelijk het moet zijn voor mensen die graag boekhouden, bijvoorbeeld. Boekhouders zijn er, denk ik, redelijk zeker van dat ze snel werk vinden en hebben geen last van emotionele bagage wanneer ze 's avonds thuiskomen.

Maar ik wil geen job als boekhouder: ik wil, samen met zoveel anderen, werken in de sociaal-culturele sector. Een onstabiele sector die op alle vlakken weinig zekerheden biedt.

Ik moet van die knoop in mijn buik af! Volgens mij kan dat voorlopig het best door naar goede raad te blijven luisteren. Van lieve collega's aan de koffiemachine, bijvoorbeeld, mensen die het mooi en op maat kunnen verwoorden. Door niet op te geven. En door meteen, zonder uitstel, een sollicitatiebrief klaar te stomen. Voor een job die ik wel graag wil doen.

Dit was het dan. We zijn gearriveerd aan het einde van mijn blogmaand. Voor mij was het de eerste keer dat ik een blog bijhield. Dat was spannend. Wat wilde ik zeggen en waarom? Ik heb mijn hoofd geklaard, gedachten geordend en gevoelens van me afgeschreven terwijl iedereen kon meekijken. Ook dat was spannend: anderen (bekenden en onbekenden) laten binnenkijken in mijn hoofd.

Anderzijds gaf mijn blogmaand me ook rust. Ik heb veel geschreven. Alles wat in mij omging pende ik neer. Nadien besliste ik wat ik wou publiceren en maakte ik een selectie. Het deed deugd om de dingen op papier te zetten zoals ik dat wilde. Maar een persoonlijk idee voor anderen begrijpelijk neerschrijven, is niet makkelijk. Ook dat heb ik ondervonden. Vaak schreef ik iets, las ik het en herschreef het meteen weer. Tot het goed zat. Net dat herkauwen van stukjes tekst maakte het bloggen tot een proces van zelfreflectie. Door steeds opnieuw na te denken over wat ik wou zeggen, hoe ik het wou zeggen en hoe ik het op papier wou zien staan, werd mijn blogmaand er een van nadenken over mezelf en mezelf leren begrijpen.

Het is dan ook iets dat ik iedereen die door een emotionele periode gaat, aanraad. Elke situatie die je als lastig ervaart is het waard om over na te denken. Of het nu gaat over geen werk vinden of over een conflict met een collega: door er bij stil te staan, leer je jezelf beter kennen. En aangezien jij de enige bent die je altijd in je leven zult hebben, schiet je maar best goed op met jezelf.

Ik hoop dat het niet alleen voor mezelf een verrijking was, maar dat ik met mijn stukjes dingen heb aangekaart die jullie interessant vonden. Toen ik daarnet nog eens door mijn teksten bladerde, merkte ik dat ik vooral over persoonlijke vraagstukken heb geschreven. Over hoe je er als sollicitant kan uitspringen, over zingeving in een job, over jezelf verliezen in de competitie die solliciteren soms is… Ik hoop dat mijn onderwerpen jullie niet verveelden.

Bedankt om te lezen en te reageren, bedankt voor de lieve woorden en kritische bedenkingen. Ik wou dat we samen op café konden gaan om daar van gedachten te wisselen. Lijkt me heel interessant! Misschien tot ziens?

Naast lezen heb ik nog een grote hobby: bakken. Ik maak geregeld cupcakes. Ik probeer nieuwe smaken uit en waag me op vraag van vrienden aan de raarste combinaties. Ik maak zelf mijn muesli, wat veel lekkerder en gezonder is dan wat je in de winkel koopt. Ook ijsjes, koekjes en energy-bites maak ik zelf. Ik vind het fantastisch om met enkele ingrediënten en wat creativiteit iets lekker op tafel zetten!

Mijn bakhobby is het laatste jaar helemaal uit de hand gelopen. Vaak vragen vrienden of ik iets wil bakken voor hun verjaardag, voor een feestje of omdat ze zin hebben in iets lekkers. De droom van een zelfstandig bijberoep stak al snel de kop op. Daarvoor moest ik een attest kunnen voorleggen waarmee ik bewijs dat ik mijn producten met kennis van zaken maak. Een bakkersopleiding was dan ook noodzakelijk. Na een tijdje twijfelen hakte ik de knoop door en begon ik aan de opleiding. Mijn omgeving reageerde verbaasd maar enthousiast.

Voor mij is het een soort plan B waarop ik kan terugvallen, mocht ik geen werk vinden als sociaal werker. Een cupcakewinkeltje starten is dé droom. Zo een gezellig klein huisje, waar je met een heerlijke koffie of huisgemaakte chocomelk kan genieten van een cakeje. Ik beeld het mij al in: een lichtrijke ruimte met grote ramen en een blinkende koffiemachine in de hoek. Naast de tearoom zal er ook een winkeltje zijn, waar je al het huisgemaakte lekkers kan kopen en meenemen. Ik heb het al zo goed in mijn hoofd uitgedacht dat ik hier uren kan doorgaan over alle details, maar dat zou ons te ver leiden.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is: pin je niet vast op het diploma dat je behaalde. Ik zie het mijne als een goede basis. Ik wil er heel graag mee aan de slag, maar er zijn meer mogelijkheden dan dat. Kijk eens naar jezelf en vraag je af wat je interesseert. Of het nu sport, koken, literatuur of mode is. Soms moet je gewoon alle twijfels en realiteit achterwege laten en dromen over wat het is dat jij wilt doen. Ik wil niet dat je nadenkt over hoe haalbaar het is, of wat anderen zullen denken. Gewoon dromen, zonder één enkele negatieve gedachte. Als je vaststelt dat je een persoonlijke fitnesstrainer wilt worden of een online mode-community wilt starten, dan is er nog genoeg tijd om na te denken hoe je het haalbaar kan maken. Maar het kan, zeker en vast. De eerste stap naar die toekomst is erover durven nadenken.

Beste,

Naar aanleiding van de vacature die ik op de website van VDAB zag, wil ik mij via deze weg kandidaat stellen. In bijlage vindt u mij cv, maar eerst wil ik wat toelichting geven over mijn motivatie voor de job.

PEUUUT!

We hebben allemaal ooit deze zinnen op papier gezet, juist? Wel, verfrommel die (digitale) brief en dump hem in de prullenbak. Nu meteen, graag!

Stel je voor dat je een werknemer zoekt voor je bedrijf. Als je deze brief leest, krijg je toch meteen de intentie om eens goed te geeuwen? Zo'n standaardbrieven vallen helemaal niet op. Ik zou er als werkgever dan ook al snel diagonaal over gaan, omdat ik de inhoud op voorhand al kan voorspellen (wat natuurlijk fout is, maar begrijpelijk als je 50 van zo'n brieven moet lezen.)

We beginnen opnieuw. Je bent een werkgever en krijgt een kandidatuur voor een vacature in je mailbox. De mail bevat bijna geen tekst, enkel een verwijzing naar de bijlage. Daar vind je een cv en een filmpje. Meteen ga je rechter in je stoel zitten en is je nieuwsgierigheid van onder het stof gehaald.

Nu ga ik niet verder in op wat de inhoud van dat filmpje allemaal kan zijn… Wat ik wil zeggen: in een tijd als deze is het belangrijk om er als sollicitant uit te springen. Niet zomaar, zoals elke tip voor beter solliciteren je voorschrijft, maar er echt UITSPRINGEN!

Het wereldwijde web biedt ontelbaar veel mogelijkheden om ons creatief te uiten. Waarom gebruiken we het dan niet om onze competenties in de verf te zetten? Kan je mooie websites bouwen? Maak er dan eentje waarop je jezelf aanbiedt aan werkgevers! Kan je goed filmpjes monteren? Stuur dan een filmpje naar werkgevers waarin je hen overtuigt van je competenties! Eerder een zangtalent? Schrijf een liedje over het bedrijf en waarom ze jou moeten aannemen! Maak foto's, teksten, collages of een taart en stuur alles op of ga het persoonlijk afgeven. Opvallen is de boodschap!

En als het voor de werkgever uitdraait op een moeilijke keuze, dan zal hij zich vast en zeker die vreemde eend herinneren die met een gitaar in de hand aan zijn bureau stond te zingen over WaarIkLaterWilWerken bvba! 

Zoek vrijwilligerswerk: het is waarschijnlijk een cliché dat elke werkzoekende al eens hoorde. Makkelijk is dat niet, je inzetten voor een maatschappelijk doel. Niet op basis van een loon of andere voordelen, maar gewoon omdat je gelooft in wat je doet.

Eerst en vooral moet je bereid zijn om vrijwillig iets te doen. Ten tweede moet je werk willen verzetten. Soms is dat plezant, maar er zijn ook minder toffe werkjes.

Zelf heb ik verschillende dingen geprobeerd. Ik werkte even als vrijwilliger bij Oxfam, draaide mee in een kinderopvang en toonde interesse voor slachtofferhulp. Uiteindelijk belandde ik bij het Rode Kruis. Vorig jaar volgde ik er een cursus EHBO. Ik bleef er plakken: iedereen is er zo vriendelijk en uitbundig! Jong en oud slaan de handen in elkaar, en ik krijg veel dankbaarheid voor wat ik doe. Na de stickerverkoop werd ik bedankt met woorden, koffie, taart en zelfs nog een etentje. En als ik toezeg om ergens te gaan helpen, kom ik in een enthousiast team met jaren ervaring terecht. Ik ben er pas ingerold, maar ik denk dat ik mijn ding bij het Rode Kruis heb gevonden!

Bij het Rode Kruis heerst er een totaal andere sfeer dan op mijn werk. Daar ben ik een vanzelfsprekende schakel in het vanzelfsprekende proces dat het bedrijf waar ik werk elke dag doormaakt. Ze kennen er mijn naam en gezicht wel, maar het is gewoon werken tot de dag om is en dan gaat ieder zijn eigen weg.

In het vrijwilligerswerk is dat anders. De vrijwilligers zijn belangrijk en worden in de watten gelegd voor wat ze doen. Het is elke keer jezelf en anderen verbazen, nieuwe mensen ontmoeten en dingen doen die je anders niet zou doen.

Ik raad het iedere werkzoekende aan: geef vrijwilligerswerk minstens één keer in je leven een kans. Het is een goede manier om jezelf en anderen te leren kennen en nieuwe dingen bij te leren. Draai de geldknop in je hoofd om en ga voor voldoening en plezier. Je zal zien dat dat minstens even veel waard is!

Ik sprak vorige week af met vriendinnen uit het secundair. Sommigen had ik al jaren niet meer gezien. Uiteraard vertelden we uitgebreid over onze levens. Al snel kwam het gesprek op het onderwerp werk. We werken allemaal als bediende in een administratieve functie. De één doet al meer pure administratie dan de ander en de sectoren zijn zeer uiteenlopend, maar onze jobs zijn in zekere mate te vergelijken. Op het einde van de maand krijgen we ongeveer hetzelfde bedrag op onze rekening gestort, en we zijn er best tevreden mee. Maar nog iets wat we gemeen hebben, is het feit dat we allemaal iets anders willen. Geen van ons doet een job die honderd procent bevredigend is en we zijn allemaal vastberaden om daar iets aan te doen.

Gebrek aan motivatie is er alvast niet. We willen onze droom najagen en van onze passie ons werk maken. De jobs die we nu doen, waren de eerste vier tot vijf maanden best leuk, maar nu steekt twijfel de kop op. Ik wist meteen dat de job die ik nu doe een tijdelijke halte zou zijn. Maar ook zij die dachten dat ze een job ‘voor het leven’ vonden, voelen zich nu onzeker. De jobinhoud blijkt niet te zijn wat het in het begin leek, en dagelijkse sleur stak de kop op. Maar kan je telkens als je je job beu bent ander werk gaan zoeken, met een hele lijst werkgevers op je cv tot gevolg? Nee, dat is ‘not done’, heb ik horen zeggen.

Word je elke job op een bepaald moment beu? Ik denk dat het zeer naïef is om te zeggen van niet. Ooit komt er vast en zeker een moment waarop je wilt stoppen of opgeven. Het kan er niet altijd fantastisch aan toe gaan op professioneel vlak. De vraag is dan: weegt de voldoening die je op bepaalde momenten uit je werk haalt op tegen de minder leuke periodes?

Misschien moet ik toegeven dat dé droomjob niet bestaat. Iedereen zoekt andere dingen in een job. Wil ik rust op mijn werk en 's avonds een leeg hoofd, dan moet ik de job blijven doen die ik nu doe. Wil ik meer uitdagingen, dan moet ik er de stress bijnemen. Als ik een variërend takenpakket wil, moet ik leren omgaan onzekerheden. De droomjob is dus geen algemeen gegeven dat voor iedereen opgaat. Het is doen wat je graag doet en de moed vinden om door moeilijke momenten heen te spartelen.

Hopelijk zie ik mijn oude schoolvriendinnen over tien jaar terug en hebben we dan een dik aangevuld cv. Omdat we de kansen aangrepen om alles uit te testen en uiteindelijk bij de perfect passende job belandden. Ik hoop dat we dan een job hebben waarin we onze passie vonden. Al valt er natuurlijk altijd iets te klagen. Ook over die zogenaamde droomjob, dus klagen zullen we ook over tien jaar weer doen. Ik maak me geen illusies: hoe hard we ook zoeken, er zullen altijd minder evidente aspecten zijn aan een functie. De kunst is om met die minder leuke aspecten een positief verhaal te blijven vertellen.

Het is ondertussen misschien al duidelijk dat ik leergierig ben. Ik probeer zo veel mogelijk te lezen. Voor elke pagina die ik hier schrijf, lees ik er drie. Vaak zijn dat boeken, maar ik snuffel ook graag rond op het internet om artikels te lezen over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Vorig weekend stuurde iemand mij een artikel van Rik de Wulf door. Hij is Business Ethics Manager bij VKW, het Ondernemersplatform. Het artikel handelde over bezieling als nieuwe maatstaf voor succes. Rik De Wulf schrijft over de hedendaagse bedrijven die tegenwoordig enkel oog hebben voor omzet, cijfers, snelheid en produceren. Hun werknemers moeten enkel presteren en ervoor zorgen dat ze zo snel en zo veel mogelijk winst binnenhalen, zonder daarbij rekening te houden met hun eigen, persoonlijke waarden. De Wulf is er echter van overtuigd dat bezielde werknemers een troef zijn door hun gedrevenheid. Zij kunnen immers wel werken volgens hun waarden en met hun talenten. Zij willen net dat stapje verder gaan in hun job, omdat ze echt voor hun waarden willen vechten. De Wulf gelooft in de mogelijkheden die gedrevenheid biedt.

De uitspraken in het artikel doen mij heel erg denken aan mijn eigen zoektocht naar mijn droomjob. Mijn eerste blog ging over de drang om te doen wat ik belangrijk vind, nadien had ik het over zingeving, en nu over bezieling. Dat is wat ik zoek in mijn volgende job.

Momenteel wordt er op mijn werk geëxperimenteerd met de taak die we vervullen. Aan de hand van automatisering willen mijn oversten dat alles sneller en eenvoudiger gaat. Ik begrijp die drang naar efficiëntie, maar in dat proces verliezen ze de kwaliteit en bezieling uit het oog. Vandaag kreeg ik, zes maanden na mijn indiensttreding, eindelijk een opleiding over mijn huidige takenpakket. Door de focus op automatisering was die opleiding naar de achtergrond verdrongen. Hoe minder ik wist, hoe sneller ik werkte, was een beetje de ingesteldheid. Het zal je niet verbazen dat ik, nieuwsgierig als ik ben, nogal gedemotiveerd geraak van die visie.

De vorming van vandaag heeft dan ook mijn ogen geopend. Eindelijk zie ik de zin in van de administratieve taken die ik moet doen. Maar het is ook een feit dat ik nu trager werk, omdat ik meer nadenk en, als een gevolg daarvan, meer opzoek. Toch ben ik overtuigd van Rik De Wulf zijn visie. Hij moedigt mensen aan om op te komen voor hun waarden en talenten op het werk. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel belangrijk. De Wulf heeft het erover hoe werk en privé vandaag steeds meer vermengd zijn, over hoe we tegenwoordig leven ‘in’ een job. En dat is ook wat ik geloof. Werk gaat over zo veel meer dan geld verdienen, het gaat inderdaad over die bezieling. Het is zoals de zanger Marc Anthony zo mooi verwoordde: "If you do what you love, you'll never work a day in your life."