U bent hier

Manager Steven - februari 2010

Vorig weekend woonde ik als figurant een opname bij voor de toekomstige tv-serie ‘Het goddelijke monster’ van Tom Lanoye. De opnames vonden plaats in Brussel. Zaterdag figureerde ik als straatveger en zondag speelde ik een ‘demonstrant’ in een reconstructie van de Witte Mars.

Hoe ik ertoe kom om zoiets te doen? Wel, het figurantenbureau lokte me met de belofte dat ik zo eens echt kon meemaken hoe het er op een filmset aan toe gaat.

Ik moet zeggen dat de glitter en glamour die ik verwachtte ver te zoeken waren. Het was vooral kou lijden en je ‘geduldsdrempel’ overschrijden. Eigenlijk was het echte slavenarbeid. Twaalf uur lang moesten we ‘de wil en de gril’ van de filmregisseur ondergaan. Een leger medewerkers -jonge, trouwe kolonels en goedgeluimde soldaten- hielp hem om het voetvolk van figuranten steeds weer dezelfde bewegingen te laten uitvoeren. Sommige scènes moesten we tot tien keer opnieuw doen! De ene keer was er te veel zon voor de gebruikte lens, een andere keer kreeg een ‘oudstrijder’ die meeliep in de Witte Mars te veel medailles opgespeld, en ga zo maar door…

Vreemd genoeg slikten de meesten dit zonder al te veel morren, ook al zag je op het einde van de draaidag meer frustratie op de gezichten dan wat anders. Zelf stelde ik me de vraag of ik deze manier van werken ooit zou kunnen accepteren in mijn eigen werkomgeving als manager? Of erger: in mijn privéleven? En dan denk ik: ‘Jamais de la vie!’

Hoe dan ook, de straten rond de Beurs zijn weer schoon geveegd, nadat ik ze eerst zelf vuil maakte met papiersnippers en kapotte ballonnen. Tja, op een filmset kan het allemaal. :-)

japanse geishaVorige week was mijn Turkse collega Iskender op zakenreis in het Japanse Osaka. Toen hij bij zijn hotel arriveerde, was de portier er als de kippen bij om de taxideur voor hem te openen en zijn koffer uit zijn handen te sleuren. Typische Japanse gedienstigheid. Maar toen die brave jongen de deur ook nog eens toesloeg, liep de coördinatie in het honderd: Iskenders voet zat er nog tussen!

De portier -totaal in verwarring- begon haastig ‘sumimasen sumimasen’ te roepen, wat zoveel betekent als ‘sorry sorry!’. En enkele van zijn collega’s voerden meteen een bakje ijs en een brancard aan. Mijn vriend was hiervan zo onder de indruk -en voelde zich ook wel gegeneerd- dat hij op slag geen pijn meer voelde. Hij wilde liefst zo snel mogelijk verdwijnen naar de meeting in het hotel maar… zo gemakkelijk kwam hij er niet vanaf.

Tijdens de meeting werd er zachtjes op de deur geklopt. Drie afgeborstelde heren, de vicepresident van het hotel incluis, overhandigden hem met beteuterde gezichten een lading chocolaatjes en sake. Om de pijn te verzachten. Er zat ook een enveloppe bij met geld om naar de dokter te gaan. Mijn vriend verzekerde dat dit niet hoefde, maar de spijs en drank moesten hoe dan ook van eigenaar veranderen. Het geld verdween -zij het met tegenzin- terug in de zak van de hotelmanager.

Wie dacht dat daarmee de kous af was, kent de Japanse doortastendheid nog niet.

Bij het uitchecken vroeg de hoteldirecteur -die Iskender persoonlijk kwam uitwuiven- waar hij die nacht zou verblijven. Iskender gaf de naam van een hotel in Tokio. Toen hij er zich ’s avonds aanmeldde, werd hij door een bevallige jongedame begeleid naar de duurste kamer. Protesterend dat hij die helemaal niet geboekt had, werd hij rondgeleid in een suite met sauna, jacuzzi, champagne en een subliem uitzicht. Wie de rekening zou betalen? Die werd doorgestuurd naar het hotel in Osaka. Zij hadden gevraagd om zijn geboekte kamer de hoogst mogelijke upgrade te geven en wilden alle kosten betalen.

vriezeganzenIk heb vier paarden die in Damme verblijven op de boerderij van mijn ouders. Tijdens het weekend trek ik met hen de wijde natuur in. Dit is telkens een heel intense ervaring. Zo was het ook vorige zondagochtend. Met Wiske -een trotse witte merrie- huppelde ik langs de Damse Vaart toen ik plots -midden in een stuk ongerepte natuur- werd geconfronteerd met een bende migranten.

Het was een ochtend zoals in de film: een dichte mist dreef over het water, een dampend paard probeerde de nevel te vertrappelen en er heerste een doodse stilte waar een stadsmus gegarandeerd depri van zou worden. Ik voelde een speciale band met Wiske, op dat moment mijn enige toeverlaat. En ook zij voelde die band. Dat zag ik aan haar alerte oren.

Het waren diezelfde witte paardenoren die me duidelijk maakten dat er een decorverandering op komst was. Het begon met een vaag krijsend geluid dat aangroeide tot een monotoon gegalm en dan overging in een onsamenhangend gebulder. In muzikale termen zou je kunnen zeggen; van een wiegeliedje tot stevige hardrock van AC/DC. Dit gesnater kon gemakkelijk een man van zijn paard slaan!

De orkestleden? Een paar honderden vriezeganzen. Deze vogels, afkomstig uit Siberië en Spitsbergen, komen hier jaarlijks tijdens de wintermaanden het groene gras van de Damse polders oppeuzelen. En dat zonder enige verblijfsvergunning. Het puurste profitariaat dus. En toch hebben ze een enorme locale fanclub (een paar vloekende boeren niet te na gesproken): telkens komen horden vogelaars hen bestuderen met de meest vernuftige apparatuur. Vreemd dat mensen soms verdraagzamer zijn voor dieren dan voor hun medemensen…

japanse maaltijdToen ik onlangs op Een de uitzending "Zenboeddhisme in Japan" van Annemie Struyf zag, dacht ik terug aan mijn eigen ervaring in een boeddhistisch klooster.

Ik woonde toen in Japan en werkte op het hoofdkwartier van mijn Japans bedrijf. In totaal waren we met vier buitenlanders tussen 12.000 Japanse collega’s. Op een dag besloot het topmanagement dat de vier buitenlanders een culturele brainwashing moesten ondergaan. Daarom werden we, samen met enkele Japanse collega’s, voor tien dagen naar een prachtig Zenboeddhistisch klooster gestuurd, midden in de bergen rond Kyoto…

We waren nog maar net aangekomen in het klooster toen de kloosterlingen ons vertelden: “In Zazen, you have no goals!” Wij, doorwinterde ‘business men’ wisten niet wat we hoorden. We keken hen zo verrast aan alsof we Boeddha zagen verschijnen. :-) Voor wie niet thuis is in het Zenboeddhisme: Zenboeddhistische kloosterlingen doen aan ‘Zazen’ of ‘zittende meditatie’. Door al zittend te mediteren zonder een woord te zeggen, zou je rustig worden en bevrijd raken van al je lijden.

De eerste oefening die we ondergingen, was: opnieuw leren ademen. Als leidmotief kregen we een onbegrijpelijk mantra te horen. Daarna mochten we deelnemen aan de Zazen. Concreet moesten we elke dag urenlang met de ogen dicht in kleermakerszit zitten en onze handen openen, duim tegen duim. De bedoeling was om ons hoofd compleet leeg te maken en aan niks te denken. Die kleermakerszit was voor mij de grootste beproeving. Na tien minuten had ik al oncontroleerbare kramp in mijn benen. Onze leermeester dacht dat ik met zijn voeten aan het spelen was. Hij kwam voor me staan en klopte met zijn stok op mijn rug. Zo zou de ernst terugkomen in de tempelzaal. Ik had echt mijn best gedaan, en toch werd ik afgestraft! Ik voelde me vernederd, maar de kloosterlingen maakten me duidelijk dat ik dit niet persoonlijk mocht opvatten. Je moet je persoonlijke gevoelens zo rap mogelijk doorslikken, want dat is allemaal ballast.

De meditatie vond niet alleen overdag plaats, maar ook midden in de nacht. En het toeval wou dat het een koude decemberweek was tussen kerst en nieuw. Ik kon mijn hoofd dan ook totaal niet leeg maken. De bijtende kou (er was geen verwarming in de tempel) zorgde voor een constante godslastering in mijn gedachten.

Alles ging min of meer goed tot Nieuwjaarsnacht aanbrak. Toen deden mijn buitenlandse collega’s en ik ‘de muur’ (zoals ze in het leger zeggen). We ontsnapten en gingen uitbundig dansen en drinken. Helaas betrapte de Japanse kok van dienst ons toen we om vijf uur thuiskwamen. Deze keer volgden er geen stokslagen als straf, maar een directe tempelverbanning. Eigenlijk kon het ons geen barst schelen want we hadden andere delen van de Japanse cultuur ontdekt die geen enkele leermeester ons ooit uit de doeken kon doen.

Geef mij maar een goede trappist. Die schenkt me alle Zazen die ik nodig heb in dit leven!

Gepost op 5 februari 2010