U bent hier

Manager Steven - juni 2010

Vorige week was ik op zakenreis in het land van melk en honing, Israël. Altijd een boeiende, maar ook stresserende ervaring. Zeker nu het land zich aangevallen voelt door de hele wereld na het debacle met de Turkse ‘vredesboten’: volgens de lsraëlieten een listige val waar hun nietsvermoedende soldaten ingelopen zijn.

Bij elk bezoek ervaar ik het dualisme tussen Israëls calimerogevoel -iedereen is tegen ons- én hun gevoel van een machtige, uitverkoren gemeenschap te zijn. Daardoor heerst er zo'n interne solidariteit en hebben ze zo’n goed geoliede propagandamachine, dat je makkelijk over de ‘NV Israël’ kan spreken.

Vorige week werd ik geconfronteerd met een vreemd gevoel van Joods medeleven en sympathie. De Belgische verkiezingsuitslag was er een belangrijk nieuws item en ‘ons dierbaar België’ werd beschreven als een land op de rand van de totale splitsing. Ze vergeleken de situatie van de Vlamingen en Walen met die van de Joden en de Arabieren. Twee gemeenschappen met een andere cultuur en taal, een uit elkaar groeiende levensstandaard en een verschillende invloedssfeer. Ik vond het niet altijd makkelijk om me in deze vergelijking te vinden.

Tijdens mijn meeting met een bedrijf aan de Westbank merkte ik nog maar eens hoe diep het water tussen de Joden en de Arabieren is. Ik viel bijna van mijn paard. Voor we het bedrijf binnen konden, moesten we met onze wagen door een toegangspoort die dag en nacht gecontroleerd werd door zwaarbewapende soldaten. Intimiderend, maar klein bier in vergelijking met onze klant die even later in de vergaderzaal verscheen met een glimmende revolver aan zijn heup. Toen ik voorzichtig vroeg of daar echte kogels in zaten, werd ik met een geruststellend antwoord terug op mijn paard gezet. ‘Natuurlijk! In ons bedrijf staan wij garant voor uw veiligheid’. Het bedrijf is gelegen in een gebied met een gemengde Arabisch-Joodse gemeenschap, waar de afgelopen tien jaar al een paar doden zijn gevallen. De gemengde rand rond Brussel is hiermee vergeleken een vredelievende oase…

Ons land werd trouwens ook nog op een andere wijze in de Israëlische pers opgevoerd. De krant ‘Jeruzalem Post’ kopte met de titel: ‘The love affaire between Israël and Belgian indie rockers K's Choise continues.’ Heel wat internationale artiesten zegden hun concerten in Israël af als vorm van protest, maar de familie Bettens vaart tegen de wind in. De Barby Club in Tel Aviv zal op 14 september onze Sarah met vreugdesalvo's verwelkomen. Hopelijk kan deze muziek de zeden verzachten want ‘there is still hope Johanna!’

 

 

 

Gepost op 22 juni 2010

Wat leerde ik op 13 juni als voorzitter van een Brussels stembureau?

  • Dat de beste bijzitters -gemotiveerd, capabel en vriendelijk- niet bepaald Belgische voorouders hadden. Mohamed met stip op nummer 1.
  • Dat de oudere dame die de kiezers opving aan de deur briljant was in haar job. Oudere mensen bieden een fantastisch toegevoegde waarde in onze maatschappij, alleen al door hun mensenkennis.
  • Dat Brussel geen tweetalige stad meer is, maar een veelkleurig taalgebied. In totaal meldden 14 bijzitters zich aan: twee ervan kenden Nederlands.
  • Dat 15% van mijn kiezerslijst niet is komen opdagen, en dat daar niets aan wordt gedaan. De gewetensvolle mensen -meestal de ouderen- gingen naar de dokter voor een ziektebriefje. Dat kostte hen waarschijnlijk een flinke duit. De 140 anderen stuurden gewoon hun kat. Dat was gratis. Waarom de stemplicht behouden als stemrecht het ordewoord is?
  • Dat mijn partner een perfect parcours aflegde als leidinggevend secretaris, ook al beweert ze geen leidersfiguur te zijn. Mensen kunnen meestal meer dan ze zelf denken.

Mijn conclusie: gemotiveerde mensen kunnen niet alleen zichzelf, maar ook de wereld veranderen…

Gepost op 15 juni 2010

Tijdens deze verkiezingen heb ik opnieuw de eer om voorzitter te zijn in een Brussels stembureau. Mijn missie begon met een onverwachte brief tijdens de tweede week van mei.

‘Ik heb de eer u ter kennis te brengen dat u overeenkomstig artikel 95 4-2° van het kieswetboek aangewezen wordt om op 13 juni 2010 voorzitter te zijn...’

In ‘de trukendoos van de foor’ kun je proberen uitvluchten te vinden om ‘nee’ te zeggen, maar in Brussel is het niet eenvoudig om er als voorzitter onderuit te komen. Er lopen nu eenmaal niet zoveel potentiële kandidaten rond. Blijkbaar onderzoekt men de kieskantons en selecteert men mensen op basis van hun opleiding en job. Vaak zijn het de leerkrachten die worden opgeroepen. Maar gezien de verkiezingen deze keer tijdens de examenperiode vallen, werden de leerkrachten vrijgesteld en…valt de eer opnieuw mij te beurt.

Na mijn jawoord, kreeg ik een tweede brief met het verzoek een opleiding -van vier uur, tijdens het weekend- te volgen in het Justitiepaleis. Er was een opleiding voor Franstaligen en één voor Vlamingen. De ingang vinden van dit immense gebouw was verwarrend. Niet alleen was het er een doolhof, ik wist ook niet met welk ‘petje’ ik nu eigenlijk binnen ging: dat van slachtoffer, dader, politieagent of ‘scheids’rechter in deze verkiezingsaffaire.

Ook al zijn de Vlamingen maar met 15% in Brussel, toch was ik verrast door de grote opkomst van collega-voorzitters. De lesgever deed zijn job uitstekend. Met het nodige gevoel voor humor en een dosis deskundigheid legde hij uit hoe de verkiezingszondag er voor ons zal uitzien:

•    7u15: voorzitter en secretaris worden verwacht in het stemlokaal om alles te checken.
•    7u30: de deuren gaan voor de eerste keer open om de opgeroepen bijzitters binnen te laten. Het kiesbureau wordt samengesteld en de geselecteerden leggen de eed af. Iedereen krijgt zijn dagtaak.
•    8u00: de stemcomputers worden opgestart, de procedures worden doorgenomen en het kiesbureau stemt zelf. Daarna is het hopen dat de boel zijn beloop neemt met de bijna 1.000 mensen die moeten komen stemmen. Waarschijnlijk wordt op zo’n moment duidelijk dat de stemplicht door velen met een korrel zout wordt genomen. Want elke keer komt een grote massa niet opdagen. Daar wordt niets aan gedaan omdat men anders in Brussel alleen al een paar duizend vervolgingen moet opstarten.
•    15u00: het kiesbureau sluit en de bijzitters mogen naar huis. Alle documenten moeten worden opgemaakt en de diskettes met kiesresultaten verzameld. Die moeten door de voorzitters naar het Justitiepaleis gebracht worden.
•    17u00: we zijn voorzitter af.

Op het einde van de opleiding kregen we nog ‘een opdracht’ mee. We moesten zelf een secretaris ronselen om ons zondag bij te staan. Gelukkig; mijn partner is zo lief om die taak op haar te nemen. :-)

De meeste collega-voorzitters leken na afloop van de opleiding wat zenuwachtig. Al die procedures, het computerprogramma, het overzicht van de kieswet… het leek wel een lawine aan informatie.

Zelf maakte ik even een rekensom. Als ik mijn werkuren als voorzitter optel, kom ik aan 15 uur. Als je weet dat ik daarvoor de ‘rijkelijke’ beloning krijg van 22,5 euro, kom ik aan een uurloon van 1,5 euro. Maar als je het weekendtarief -150% voor zaterdag en 200% voor zondag- hanteert, kom ik aan 28 uur werken, wat het uurloon doet dalen tot amper 0,80 eurocent. En dan moet ik mijn transportkosten nog voor eigen rekening nemen. Ik denk dat er weinig Chinezen zijn die daarvoor nog uit hun bed komen, maar in België kan dit blijkbaar nog van je geëist worden.
 

Nu ja, mijn vorige ervaring als voorzitter leerde me dat zondag best een plezante dag kan worden, vol verrassingen en kleine levenservaringen. Bovendien ga ik een ‘ander deel’ van Brussel ontdekken, want meer dan 60% van mijn kieslijst draagt geen Belgische naam. Cultuurverrijkend. Hoewel ik me soms afvraag hoe Brussel er binnen 10 of 30 jaar zal uitzien…

 

 

Gepost op 11 juni 2010

Vorige week was ik op bedrijfsbezoek bij een Nederlands bedrijf in Groningen. De autorit Brussel-Groningen duurde vier uur, dus had ik tijd genoeg om naar de Nederlandse radio te luisteren. Het viel me op dat er constant over voetbal werd gepraat, zowel tijdens de radioprogramma’s, de reclame als het nieuws. Grondige en ongegronde analyses, oeverloze debatten, domme voetbalspelletjes en positieve winstprognoses voor Oranje volgden elkaar op. Het stak me snel tegen. Dan maar een klassieke muziekzender gekozen om me tot de studentenstad te vergezellen.

Ik kwam iets te vroeg aan en liep nog even door de oude binnenstad. Ook daar was het snel duidelijk: de Oranjekoorts zat niet alleen in de lucht, maar werkelijk overal. Bij de bakker had je oranje broodjes, in het café serveerden ze oranje schuimwijn en in alle etalages vond je oranje gadgets. Sommige huizen waren volledig in het oranje geverfd en hele straten hingen vol met duizenden oranje vlagjes, gespannen van de ene voordeur naar de andere. Ik dacht dat ik kleurenblind geworden was!

In het bedrijf werd ik met de nodige sérieux ontvangen. De Noord-Nederlandse zakelijkheid, weet je wel. Tot ik in het bedrijfsrestaurant werd uitgenodigd voor een ‘broodje kroket’ met karnemelk. Ook daar een oranje wolk vlaggetjes boven onze tafel, oranje borden en bestek, en aan de muur voetbalvlaggen en tientallen gebruikte voetbalschoenen in het oranje geverfd. Toen ik de directeur vroeg of ik die hele voetbalgekte moest begrijpen als een uitwas van Nederlands nationalisme, werd ik met verontwaardigde oranje ogen bekeken.

Hoe dan ook, de geruchten gaan dat 12 juli nu al tot een Nederlandse feestdag is uitgeroepen zodat de Nederlanders hun wereldtitel kunnen vieren...

Gepost op 7 juni 2010