U bent hier

Manager Steven - juni 2011

Japans meisjeHet is soms hallucinant om vast te stellen hoe een nieuwsfeit opgeblazen wordt. De media kijken er naar als naar een exploderende blauwe vuurpijl van het zomervuurwerk, proberen nog eventjes de vallende sterren te volgen en turen dan de donkere nacht in op zoek naar een nieuwe, hopelijk nog meer dramatische rode vuurpijl. Ik krijg er soms buikpijn van.

Een mooi voorbeeld hiervan is wat er in Japan gebeurde tijdens en na de aardbeving in maart. De eerste dagen was er maar één onderwerp in de media: Japan en Fukushima. Iedereen was op slag een would be Japanoloog. Nu spreekt er bijna geen kat meer over. Japan kan intussen zijn plan wel trekken, zo wordt gedacht. Maar is dat wel zo?  

Een Japanse vriend schreef me net onderstaande vertwijfelde boodschap. Zijn kleinere leed legt de nadruk op het grotere leed van anderen en het land.

++++++++++++ 

27 juni, nu bijna 3 maanden na de aardbeving in het noordoostelijke deel van Japan.
 
Ons bedrijf gaat stilletjes aan de dieperik in. De onderneming waarvoor ik werk, maakt onderdelen voor de Japanse automobielindustrie. Ten gevolge van de aardbeving produceren de automobielbedrijven minder auto’s, waardoor ze ook minder onderdelen nodig hebben. Onze omzet is met 40% gedaald ten opzichte van vorig jaar in dezelfde maand. Hierdoor moeten we onze fabriek geregeld een dag sluiten, en is ons salaris verminderd.

Ons toekomstperspectief lijkt op korte termijn echt donker en triest. Veel mensen verwachten dat wij langer dan een jaar zullen lijden onder deze plotselinge economische crisis. Het grootste vraagteken is of ons land er daarna beter zal uitkomen of niet? Velen twijfelen. Een ding staat vast: onze lonen zullen naar alle verwachting nog meer dalen.

Het is een verwoestende situatie. Door de explosie in de kerncentrale heeft Tokyo Elektriciteit (Tepco) besloten om de prijs voor elektriciteit te verhogen. De Japanse overheid dwingt de de industrie nu om 15% minder elektriciteit te gebruiken in vergelijking met vorig jaar. Hierdoor werken we op zaterdag en zondag. Dan is er meer elektriciteit voor handen omdat veel bedrijven stil liggen. Ons weekend valt nu op donderdag en vrijdag.

De meeste mensen overleefden de aardbeving, maar hoe erg de mensen na de aardbeving lijden, weten we niet. Er wordt hier niet over geschreven of openlijk over gepraat. Alleen stilte.

Sommige mensen hadden geen ‘aardbeving-verzekering’, zoals dat hier in Japan bestaat. Hun huis is verwoest maar toch moeten ze nog hun peperdure lening voor hun huis verder afbetalen. Ze kunnen een voorlopig huis krijgen voor de komende twee jaar, maar moeten dat huis daarna verder huren. Dat wil dus zeggen dat ze een groot deel van hun leven tegelijk huur moeten betalen en een lening moeten afbetalen. 

Er is een familie in mijn stad die hun huis verloor terwijl ze aan het verhuizen waren. Ocharme, ze hebben niet één nacht kunnen doorbrengen in hun splinternieuwe huis. 

De nucleaire explosie maakt de zaken nog veel erger. Omwille van deze ramp, weigeren meer en meer landen om nog Japanse goederen aan te kopen. Bovendien is het te gevaarlijk om vis te eten in het gebied rond de kerncentrale omdat er aanzienlijke hoeveelheden radioactief afval in de oceaan zijn geloosd. Sinds kort, moeten we ons zelfs zorgen maken over de plaatselijke groenten en het vlees. 

Veel mensen raakten ook hun job kwijt na de tsunami en vonden geen nieuw werk.

Ik persoonlijk heb nog mijn werk en mijn huis, maar mijn twee zonen gaan vanaf dit jaar naar de kleuterschool. Het wordt echt heel moeilijk om te overleven, nu ik minder verdien en alles duurder geworden is. In vergelijking met de vele slachtoffers van de aardbeving of de radioactiviteit, stelt mijn situatie echter niets voor. Dus zal ik verder hard werken en de huidige situatie tolereren in de ijdele hoop dat er vroeg of laat goed nieuws naar ons toekomt.

"Steven kan ik je eventjes 5 minuutjes spreken?"

'Out of the blue' krijg ik soms zulke verzoeken van mijn medewerkers en dikwijls vrees ik dan een donderslag bij een blauwe hemel. Het was inderdaad weer prijs. "Ik heb deze morgen ergens anders getekend!" zei een half beteuterde, half trotse Antoon.

Verdomd toch, nu moet ik opnieuw opzoek naar een nieuwe collega! Ons positief fluitend goudhaantje van het departement is jammerlijk genoeg weggelokt door een vervaarlijke Amerikaanse lokvogel.

Frustrerend maar ook begrijpelijk. Zeker bij jonge mensen zoals Antoon die in het begin van hun carrière zitten. Je moet van alles eens proeven op de arbeidsmarkt om je een beeld te kunnen vormen van welk dekseltje op jouw lange termijn arbeidspotje past.

Als ik met rekruteerders onderhandel of interviews afneem van kandidaten, word ik geconfronteerd met mijn eigen strooptochten als werkzoekenden uit het verleden. Die verduivelde zoektochten naar een nieuwe werkgever, een nieuwe job, een nieuwe uitdaging! Vaak vond ik solliciteren een enorme uitdaging vol gezonde stress en oppeppende adrenaline. Maar tegelijk was het ook een confrontatie met mijn eigen beeld dat af en toe gepekeld werd met nerveus wachten en met ontgoochelingen waar ik niks van begreep.

Als ik hieraan terugdenk, stel ik mezelf de vraag: “Mocht ik nu opnieuw beginnen, zou ik dan weer voor een multinational of groot bedrijf willen werken? Of eerder voor een kleine of middelgrote KMO?” Of in mijn huidige situatie: “Stel dat ik nu naar een kleiner bedrijf overstap, zou ik dan kunnen aarden in een nest van familietradities tijdens mijn werkuren?”

Dit is een moeilijk dilemma omdat ik  geen pasklaar antwoord heb. Ik denk dat dit afhankelijk is van het bedrijf en van jezelf. Wat de beste keuze is, hangt af van je karakter, je talenten en je ambities en prioriteiten in je persoonlijk en professioneel leven. 

Omdat ik geen pasklaar antwoord heb, stel ik die vraag ook soms aan mensen in mijn omgeving. Zij geven eveneens ambigue antwoorden. Een constante is wel dat mensen die jarenlang voor een groot bedrijf werkten, zich niet zo snel voor een klein bedrijf zien werken. Maar misschien is dit het resultaat van ‘ongekend is onbemind’ of ‘schrik voor veranderingen’?

Ik kan me inbeelden dat je het moet vergelijken met een voetbalspeler of andere sporter. Voetbal je liever in een ploeg als Anderlecht of eerder als Charleroi? Voor welke ploeg kies je als jonge speler, als ervaren speler en als je einde carrière bent?

Persoonlijk zie ik goede redenen om zowel voor een groot als klein bedrijf te werken. Wat pleit voor een groot bedrijf? Je hebt er een royalere verloning en betere arbeidsvoorwaarden; er zijn meer carrièremogelijkheden; je hebt een grotere werkzekerheid in barre tijden; als je echt iets in je mars hebt zal het bedrijf je volgen, waarderen en omringen; je moet niet opboksen tegen incompetente en starre familieclans; er wordt meer op lange termijn gedacht wat het menselijk kapitaal aangaat en iedere euro die je uitgeeft, wordt niet beschouwd als een euro die je steelt van de baas.

Voor een klein bedrijf zou ik willen werken omwille van deze redenen: minder bureaucratie en verlammende regelgeving, meer ruimte voor reactief en dynamisch denken, een mens is er een mens en geen nummer, de communicatielijnen zijn korter waardoor iedereen makkelijker op dezelfde golven kan mee surfen en mensen die niet het juiste diploma hebben kunnen hoog doorstoten op basis van hun talenten zonder dat papiertje als back-up.

Mijn persoonlijke keuze als ik zou moeten kiezen vandaag? Ik zou voor een middelgroot filiaal van een multinational gaan of voor mezelf beginnen.