U bent hier

Manager Steven - december 2011

Deze week kregen we op het werk een externe opleiding rond multicultureel samenwerken in een internationaal bedrijf. Meer specifiek: hoe kunnen wij als Europeanen beter samenwerken met onze Japanse broeders en zusters (en omgekeerd)? 

In de voormiddag werd dit onderwerp uitgespit in twee aparte groepen: een groep met de Europeanen en een groep met onze Japanse collega's. Bedoeling was dat wij in onze groep vertelden waar we het moeilijk mee hebben bij de Japanners en wat wij denken dat zij vervelend vinden aan ons. De Japanners op hun beurt moesten hetzelfde bespreken, maar dan over ons.

Vreemd genoeg waren de reacties na de training totaal verschillend. De Europese mensen waren laaiend enthousiast, terwijl de Japanners het gevoel hadden dat ze in hun blootje werden gezet. Voor hen was het enorm onwennig om onder woorden te moeten brengen hoe ze over ons denken. Het was voor hen een stresserende voormiddag geweest, en ze hadden zich bekeken gevoeld. 

In de namiddag werden de resultaten besproken. Plots bleken heel wat Japanse bazen een onverwachte belangrijke meeting te hebben. Op die manier excuseerden ze zich voor de ‘melting pot’-sessie. Alleen de mindere Japanse jonge goden, en vooral de vrouwelijke Japanse medewerkers, werden als ‘verkenners’ naar het multicultureel debat gestuurd. 

Het werd een emotioneel debat. Wij, de Belgen, uitten openlijk enkele van onze negatieve ervaringen met de Japanners. Dit deed de gevoelige Japanse piano-snaren extreem vibreren. Enkele veel gehoorde Belgische frustraties: gebrek aan vertrouwen en emotionaliteit, een flexibele definitie van ‘Japanse waarheid’, weinig efficiënt werken en een totale onduidelijkheid van wat er zich achter het Japanse masker afspeelt.

We brachten ook positieve aspecten ter sprake zoals goede organisatie, lange termijn denken en het feit dat ze jonge mensen snel veel verantwoordelijkheid geven. Maar het positieve kon het negatieve niet in balans brengen. Externe kritiek is sowieso moeilijker te verteren dan zelfkritiek. Zelfkritiek is immers vaak geveinsd, en zó gemakkelijk te slikken dat je er gegarandeerd een ganzenlever van krijgt. 

De Japanners zelf bleven erg vaag over hoe ze over ons denken. Een positief aspect was dat we veel tijd nemen voor ons gezin. Een negatief punt: dat we niet proactief zijn.

Ik ben in ieder geval blij dat ik de opleiding gevolgd heb. Ze leverde een aantal bruikbare gedachten op die ik in mijn buideltas wil blijven mee dragen. 

** Bekijk eerst en vooral je eigen cultuur, vooraleer je begint te kijken naar een andere cultuur.

Ik kan dus beter eerst nadenken over wat het inhoudt om een goede of echte Vlaming te zijn vooraleer ik me ga vergelijken met een Japanner.

** Bestudeer eerst jezelf, leer dan de ander kennen en wees daarna vooral  jezelf in het bedrijf.

Ik moet dus geen halve Japanner proberen te zijn, net zoals ik ook niet moet proberen om Mr Suzuki de Vlaamse leeuw te laten meezingen.

** Het gedrag van een persoon in een bedrijf is het resultaat van bepaalde eigen waarden die ondersteund worden door feiten.

Als ik mijn Japanse collega’s beter wil begrijpen, moet ik dus eerst proberen te achterhalen wat de zichtbare waarden zijn, maar vooral ook: gaan snorkelen naar die massa’s onder het wateroppervlak. Hierdoor zouden er heel wat misverstanden en stereotypen verdrinken. 

En hoe ik deze multiculturele granenkoek in 2012 in mijn buidel wil consumeren? 

Je hebt 2 ogen, 2 oren en 1 mond.

Gebruik ze “dienovereenkomstig” het getal.