U bent hier

Manager Steven - augustus 2012

De ondergetekende is op dit moment op zakenreis in het bloedhete Japan, meer bepaald in Tokyo. De Japanse hoofdstad is al een paar weken een replica van wat een ‘shintoïstisch’ vagevuur zou kunnen zijn. Van 's morgens vroeg tot een gat in de nacht is er een verstikkende vochtige hitte van 30 tot 37 graden. Zelfs de koi’s liggen op apegapen te spartelen in hun vijver. Anders gezegd: ‘you can swim in the Tokyo air’.

Ondertussen zit de regering met de handen in het haar: ze moeten energie besparen nu er slechts 2 van de 50 kerncentrales in actie blijven na de tsunami-ramp van vorig jaar. Door een aantal acties hebben ze al 9,4% lager elektriciteitsverbruik: de roltrappen rollen niet meer, de lichten worden automatisch gedimd in openbare gebouwen en de vele TL-lampen werden vervangen door energiezuinige LED-lampen.

Overal zie je affiches in het straatbeeld en stickers in de metro om de mensen tot solidariteit aan te sporen om meer bewust met energie om te gaan. Een ware propaganda-campagne voor een opgelegd nieuw bewustzijn waar zelfs de roodste Russen nog een punt aan kunnen zuigen!

Wat doe je als Japans privaatbedrijf om jouw steentje bij te dragen aan die staatsdoctrine? Dat heb ik vandaag ondervonden!

Ik had een heel belangrijke strategische meeting in ons hoofdkantoor in Tokyo. Drie Hollanders en ikzelf waren hiervoor speciaal overgevlogen naar Japan. Er was me vorige week al iets vreemds opgevallen: ik kreeg een boodschap vanuit Japan dat de Japanners deze zomer losser zijn op het vlak van kledingetiquette. Dus we moesten deze keer geen pak en geen stropdas dragen! Dit klonk echt als een vloek in het Vaticaan want op dat vlak zijn Japanners oerconservatief. Wit hemd, donker pak en een nog minder inspirerende stropdas waren de laatste 50 jaar het bewijs dat je niet in een fabriek werkte. Waarlijk, Japan is dan toch aan het veranderen, dacht ik vorige week.

Wat bleek toen we in het hoofdkantoor in Tokyo aankwamen voor onze belangrijke meeting? Het was er bedrukkend en versmachtend warm. Eerst probeerden we er geen aandacht aan te schenken, want we dachten dat de airco wel zou opgezet worden. Maar niets daarvan. Toen we allemaal na 10 minuten een volledig nat bezweet overhemd hadden vroeg ik toch maar om wat koeling in de vergaderzaal te brengen. Bij de Japanners begon er toen zenuwachtigheid in de meute te komen en door die paar geforceerde glimlachjes wist ik dat er iets niet pluis was.

Toen kwam de aap uit de mouw. Een van de Japanse ‘mindere goden’ werd in het strijdtoneel gegooid en moest ons uitleggen dat het bedrijf participeerde in het staatsproject 'Cool Biz'. Dat houdt in dat de thermostaat op 28 graden wordt geplaatst en dat de airco na 18 uur volledig tot "blaas-dood" gepromoveerd wordt. Hierdoor zou er heel wat energie en geld bespaard worden, ook al gaat de efficiëntie en werklust van de werknemers met 10% omlaag in zo’n warme omgeving.

Als tegenprestatie mogen de werknemers luchtige kledij dragen. Ik zag bijvoorbeeld Mr Ito in een korte rood-groen gestreepte broek, knalgeel T-shirt en op sandalen achter zijn wanordelijke bureau zitten. Nochtans is hij de meest stijve hark die ik ooit in mijn zakelijke leven heb ontmoet. Er is ondertussen trouwens een mannelijke modelijn ontworpen om op de golf van Cool Biz mee te surfen!

De president van het bedrijf Mr Sato gaf zelf het goede voorbeeld: de thermostaat in zijn kantoor stond op 29,5 graden. Vol trots wist hij ons te vertellen dat het hem geen sikkepit kon schelen want hij had steeds een zakdoek bij de hand om zijn zweetparels op zijn rond gezicht te vangen.

Het moet een kwestie van Japanse ingesteldheid zijn: onze Japanse vrienden bleven doodkalm tijdens de meeting, maar wij -drie Europeanen- werden ziek en kregen verschrikkelijke hoofdpijn na een uur onderhandelen.

Het eindigde ermee dat de assertieve Hollanders de boeken dichtgooiden en eisten dat de meeting in ons gekoeld hotel werd verder gezet. De Japanse baas, met zijn druipende zakdoek in zijn hand, keek heel sip toen hij ons onze biezen zag nemen. Hij vond zo’n gebrek aan solidariteit ongelofelijk. De andere Japanse onderhandelaars bleken toch vooral solidair te zijn met onze actie: ze zijn ons mooi gevolgd naar de koele hotellobby. Een mens moet niet altijd zweten als een paard, anders ben je een ezel!