U bent hier

Brokkenlijmer

Het is moeilijk om aan buitenstaanders uit de doeken te doen wat het nu juist betekent om voor een Japans bedrijf te werken. Er bestaan zoveel misverstanden over dat ik soms tegen de ‘Sake-kaai’ moet vechten om mijn toehoorders te overtuigen van hoe het er echt aan toegaat.

Een voorbeeld van zo'n misverstand is dat Japanse bedrijven levenslange arbeidscontracten geven. Vroeger klopte dit wel: een afslanking was toen een ondenkbaar, economisch wapen. De economie kende een constante groei en de bedrijfsstrategie was: ‘Ik wil de grootste zijn’. Hoe meer werknemers, hoe beter. Bovendien was het ontslaan van medewerkers een schande voor de baas in kwestie. Een ontslag betekende dat hij de verkeerde mensen geselecteerd had en dus gefaald had. Gevolg: in de meeste bedrijfstakken trof je heel wat duur, maar dood hout aan. Sommige bedrijven hadden een hele verdieping managers die niets uitvoerde!

Maar nu we in een wereldwijde recessie zitten, liggen de kaarten anders: arbeidscontracten zijn niet meer levenslang. Japanse bedrijven werken nu ook soms hun medewerkers met de grove borstel buiten.

Contradictorisch genoeg, verwacht ons Japans management toch nog altijd dezelfde loyaliteit en overgave van ons als vroeger. Als ik een nieuwe zakenrelatie ontmoet, moet ik nog altijd eerst zeggen bij welk bedrijf ik werk, en dan pas hoe ik heet. Ik sta letterlijk en figuurlijk achter mijn bedrijf, niet ervoor. En er wordt nog altijd verwacht dat we ons hele leven bij ‘de familie’ blijven en tevreden zijn met een langetermijnvisie. Met die langetermijnvisie bedoel ik bijvoorbeeld een laag beginsalaris dat elk jaar gestaag groeit, los van de marktsituatie. En een geleidelijke stapsgewijze promotie die jaren in beslag neemt.

Vroeger was die loyaliteit en overgave logisch. Ze maakte deel uit van een soort ruilhandel: in ruil kregen we de garantie op een levenslange job en een mooie carrière. Maar nu is die garantie er niet meer... Het logische gevolg is dat heel wat collega’s beginnen uit te kijken naar een andere job waarin ze wél loon naar werk krijgen en op kortere termijn carrière kunnen maken. Of ze onderhandelen tevergeefs met ons Japans management om op korte termijn betere voorwaarden in de wacht te slepen.

De laatste weken heb ik dan ook veel collega’s zien vertrekken. Dat doet me iedere keer weer hartzeer. Vaak werkte ik jaren met hen samen en heb ik echte vriendschapsbanden met hen gesmeed. Bovendien heb ik het gevoel dat ik tussen hamer en aambeeld zit: mijn collega’s hopen dat ik het Japanse management kan overtuigen om hun verlangens en wensen op korte termijn in te vervullen, maar ik weet dat dit een illusie is. Het Japanse management eist nog altijd een hondse trouwheid en gelooft dat hun langetermijnvisie de enige weg is naar het nirwana. Soms voel ik me een brokkenlijmer die niet slaagt in zijn opzet...