U bent hier

Een ferme boerin

Kikki en haar dochtersOp 11 november was het Nationale Vrouwendag. Ik heb een ongelooflijke hekel aan die opgelegde en voorgekauwde feestdagen. Eerlijk gezegd vond ik het ook een vreemde dag om vrouwen in de kijker te zetten. Is die dag niet voorbehouden voor de herdenking van de vele mannen die sneuvelden tijdens de wereldoorlogen? Ere wie ere toekomt!

Toch wil ik geen pleidooi houden tegen vrouwen. Wel integendeel. Tijdens mijn paardenvakantie onlangs, heb ik ervaren welke gedrevenheid en leiderschap een vrouw in zich kan hebben…

Ik trok samen met mijn vriendin naar het verrassende land Paraguay. Een zeer uitgestrekt, relax, authentiek Zuid-Amerikaans, maar ook ‘Afrikaans’ armoedig land. We logeerden er twee weken op de gigantische ranch van Kikki, een alleenstaande Duitse vrouw met twee dochters (zie foto). De ranch was 100 hectaren groot en huisvestte 100 koeien, 70 paarden, zeven honden en negen werknemers. Kikki was dus best een ferme boerin, ook al zag ze er uiterlijk frêle uit. Ze organiseerde op haar ranch het hele jaar door paardenvakanties voor groepen van maximum 12 personen met vol pension. Verder verkocht ze ook stukjes van haar grond aan bevriende Duitsers die ze vervolgens begeleidde bij het bouwen van een huis. In Paraguay kan je voor een habbekrats grootgrondbezitter worden, en vooral Duitsers zijn hierin geïnteresseerd. Je vindt er heel wat boerderijen van 5.000 hectaren groot waar Duits de voertaal is.

Tijdens ons verblijf maakten we elke dag een paardentocht van zo’n drie uur, relaxten we aan het zwembad en hielpen we rond 16 uur om de koeien -te paard- te drijven. We moesten ze van een veraf gelegen weide naar een veilige weide dichterbij de ranch drijven.

Toen ik Kikki bezig zag met haar werknemers in de stallen, de keuken en op de bouwwerf, viel het me op dat ze een dynamische, maar erg controlerende, patriarchale managementstijl had. Niet echt vrouwelijk, vond ik. Toen ik haar daar attent op maakte, verklaarde ze dat werkijver en loyaliteit niet de sterkste kanten van haar werknemers waren. De mentaliteit na drie dagen werken is er een van: nu we weer geld hebben, is het tijd om een grote ‘fiesta’ te organiseren of om ongevraagd vakantie te nemen. Ze moest hen dus constant opvolgen en motiveren. Soms zelfs door te dreigen hun job aan iemand anders toe te vertrouwen. Hoewel het me onmogelijk leek om daar als Europeaan -laat staan als Duitse- een gelukkige werkgever te zijn, lukte het haar aardig door haar patriarchale leiderschap te mixen met haar vrouwelijke instincten. Instincten waar wij mannen niet over beschikken.

Ze leende de staljongen bijvoorbeeld extra geld dat hij terugbetaalde met zijn afhankelijkheid. Of ze toonde zoveel emotionele affectie voor haar keukenprinses, dat de keukenprinses haar beloonde met loyaliteit. Door haar zachte stijl toonde ze ook haar ‘minder superieure’ kanten. Daarin herken ik de Japanse managementstijl, waar de baas eveneens zijn zwakheden etaleert. Mocht hij altijd de slimste en de rapste zijn, waarom zouden zijn werknemers dan nog hun best doen? Door zijn zwakheden te tonen, creëert hij een tegengewicht en bouwt hij een wederzijdse afhankelijkheid op. En dat is een goede manier om een meute in dezelfde richting te laten lopen.

Dat het niet zo gemakkelijk is om de meute in dezelfde richting te laten lopen, merkten we tijdens het drijven van de koeien van de ene naar de andere weide. Ieder paard, iedere ‘cowboy’ en elke meeblaffende hond stond te veel op zijn individuele afhankelijkheid, waardoor het soms een echte puinhoop werd. En de meute koeien? Die keek ernaar...

Meer info over een vakantie op de ranch van Kikki en andere leuke paardenvakanties vind je op: