U bent hier

Macho kappers

kapper
© Shutterstock

Ik ben een man die om de twee maanden zijn haar laat knippen in een Marokkaans-Brussels etablissement. Gisteren was het weer zover.

Zo’n kappersbezoek is iedere keer een halfuur-durende citytrip in Noord-Afrika. Vroeger had ik culturele drempelvrees om mij te laten pluimen door een Marokkaanse kapper, maar die heb ik ongeveer 10 jaar geleden overwonnen. En ik heb er nog geen kapbeurt spijt van gehad. Over het resultaat van mijn coupe zijn de meningen echter versneden. :-)

In een Marokkaanse kapperszaak hangt totaal geen verwijfde sfeer zoals in veel Vlaamse zaken. Je hebt een snor en baard in de keel nodig om je mannetje te kunnen staan. Als je binnenkomt, liggen de kappers -meestal zijn ze met twee- als echte hangjongeren op hun zetels te wachten. Ondanks hun macho-houding boezemen ze geen angst in. Ze heten je met de grootste vriendelijkheid welkom, springen vol arbeidsgeestdrift recht en tonen je de weg naar de kappersstoel.

Het is er nooit superproper en afgelikt, maar ook niet echt vies. Ik hou het op ‘exotisch gekuist’. Het interieur is zelden compleet. Altijd zie je iets dat afgekraakt of gebroken is, weg is of nog moet geïnstalleerd worden als god het belieft. Maar het geheel straalt wel iets uit.

De kapperszaak van gisteren had vier gigantische zilveren handbewerkte spiegels. Dat creëerde een aquariumgevoel. Alles wat in het salon gebeurde was zichtbaar door de reflectie van de spiegels en het gigantische venster aan de straatkant. In het aquarium zwommen geen vissen, maar er waren wel drie helgele kanaries. Ze hadden elk een kooi, maar de deurtjes stonden open. Ze mochten naar eigen believen rondvliegen en hun poepjes laten vallen waar ze er het minst last van hadden. Ook in de lavabo’s waar foto’s hingen van stoere Arabische mannelijke mannequins met witte keutels op hun hoofd.

Ook al geef je advies en kilometerslange richtlijnen hoe je je kapsel wilt: het resultaat is altijd weer anders. Ik vertelde de kapper dat de vorige knipsessie een groot succes was bij mijn vrouw. Ik gaf duidelijke snijlijnen die ik met handen en voeten omschreef. De enige repliek, die ik kreeg met een ondersteunende glimlach van hier tot in Casablanca, was: “Pas de problème, mon frère, c’est comme ma coiffure!” Dus ja, ik liet hem maar doen...

Met volle concentratie vloog hij met de schaar door mijn bruine haren. Dat was iets speciaals voor hem, want in 99% van de gevallen zijn het zwarten haren die het onderspit moeten accepteren. Ik merkte als snel dat hij meer was dan een ‘knipper’. Hij was niet alleen manueel handig, maar ook geestelijk polyvalent. Tijdens de 30 minuten dat ik op de stoel zat, kwamen er meer dan 10 mannen binnen- en buitengevlogen. Echt een duivenkot. Mijn kapper Hassam was de entertainer, psycholoog en adviseur van al zijn broeders. Het kwam er op neer dat hij meer babbelde dan knipte.

Meestal in een mengeltaaltje Arabisch-Brussels Frans ondersteund door veel gekus en handgeklap. Ik was een buitenstaander, maar toch vroeg Hassam me met een glimlach: “Et ça va?” en legde als blijk van medeleven een hand op mijn knie. Af en toe riepen giechelende Marokkaanse meisjes iets door de deuropening. De mannen werden hierdoor zo opgehitst dat alle activiteit tijdelijk stilviel.

Nadat Hassam voor de laatste keer met de kam door mijn geknipte haar ging, wou hij er nog per se gel in wrijven. Alle Marokkaanse kappers doen dat. Voor hen is gel een must om op straat te mogen verschijnen. Toen ik hem een 10-voudig compliment gaf en zei dat ‘mon grand frère’ een echte artiest is, was hij zo trots. Zijn gelukzalige glimlach toen ik hem 10 euro gaf en wat drinkgeld, bleef me nog een hele tijd bij.

Ik zou hetzelfde relaas willen schrijven over mijn Aziatische werkplaats. Ook daar zou een warme, losse, mogelijks minder efficiënte maar frivole arbeidsethiek tot fantastische resultaten kunnen leiden. Maar de sfeer is er net het tegenovergestelde. Bij ons heb je opgezette kanaries die in verzegelde kooitjes zitten, want met ‘netheid in je hand kom je door het Japanse land’!