U bent hier

Mediteren in een Boeddhistisch klooster

japanse maaltijdToen ik onlangs op Een de uitzending "Zenboeddhisme in Japan" van Annemie Struyf zag, dacht ik terug aan mijn eigen ervaring in een boeddhistisch klooster.

Ik woonde toen in Japan en werkte op het hoofdkwartier van mijn Japans bedrijf. In totaal waren we met vier buitenlanders tussen 12.000 Japanse collega’s. Op een dag besloot het topmanagement dat de vier buitenlanders een culturele brainwashing moesten ondergaan. Daarom werden we, samen met enkele Japanse collega’s, voor tien dagen naar een prachtig Zenboeddhistisch klooster gestuurd, midden in de bergen rond Kyoto…

We waren nog maar net aangekomen in het klooster toen de kloosterlingen ons vertelden: “In Zazen, you have no goals!” Wij, doorwinterde ‘business men’ wisten niet wat we hoorden. We keken hen zo verrast aan alsof we Boeddha zagen verschijnen. :-) Voor wie niet thuis is in het Zenboeddhisme: Zenboeddhistische kloosterlingen doen aan ‘Zazen’ of ‘zittende meditatie’. Door al zittend te mediteren zonder een woord te zeggen, zou je rustig worden en bevrijd raken van al je lijden.

De eerste oefening die we ondergingen, was: opnieuw leren ademen. Als leidmotief kregen we een onbegrijpelijk mantra te horen. Daarna mochten we deelnemen aan de Zazen. Concreet moesten we elke dag urenlang met de ogen dicht in kleermakerszit zitten en onze handen openen, duim tegen duim. De bedoeling was om ons hoofd compleet leeg te maken en aan niks te denken. Die kleermakerszit was voor mij de grootste beproeving. Na tien minuten had ik al oncontroleerbare kramp in mijn benen. Onze leermeester dacht dat ik met zijn voeten aan het spelen was. Hij kwam voor me staan en klopte met zijn stok op mijn rug. Zo zou de ernst terugkomen in de tempelzaal. Ik had echt mijn best gedaan, en toch werd ik afgestraft! Ik voelde me vernederd, maar de kloosterlingen maakten me duidelijk dat ik dit niet persoonlijk mocht opvatten. Je moet je persoonlijke gevoelens zo rap mogelijk doorslikken, want dat is allemaal ballast.

De meditatie vond niet alleen overdag plaats, maar ook midden in de nacht. En het toeval wou dat het een koude decemberweek was tussen kerst en nieuw. Ik kon mijn hoofd dan ook totaal niet leeg maken. De bijtende kou (er was geen verwarming in de tempel) zorgde voor een constante godslastering in mijn gedachten.

Alles ging min of meer goed tot Nieuwjaarsnacht aanbrak. Toen deden mijn buitenlandse collega’s en ik ‘de muur’ (zoals ze in het leger zeggen). We ontsnapten en gingen uitbundig dansen en drinken. Helaas betrapte de Japanse kok van dienst ons toen we om vijf uur thuiskwamen. Deze keer volgden er geen stokslagen als straf, maar een directe tempelverbanning. Eigenlijk kon het ons geen barst schelen want we hadden andere delen van de Japanse cultuur ontdekt die geen enkele leermeester ons ooit uit de doeken kon doen.

Geef mij maar een goede trappist. Die schenkt me alle Zazen die ik nodig heb in dit leven!