U bent hier

VDAB-medewerker Paul - april 2014

Groepsfoto“Ik ben fier op mijn job. Omdat ik mensen kan begeleiden naar een gelukkiger leven.” Dat zei collega Dries me vorige week. Hij benadrukte daarbij het belang van wederzijds vertrouwen. En zo verwoordde hij meteen waar het Pe@r-café-team voor staat: mensen begeleiden naar een gelukkiger leven, in Ethiopïe. Wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid zijn daarbij de sleutels voor succes.

Tijdens ons verblijf in Lalibela benutten we elke kans om vast te stellen welke de plaatselijke behoeften waren. Zowel bij werkzoekenden, werknemers als werkgevers. We observeerden verschillende werksituaties en hadden een gesprek met een plaatselijke hoteluitbater. Wat bleek? Kennis van het Engels is een echt verbeterpunt. Want de “Yes!” op de vraag “Do you speak English?” klinkt bij menig hotelreceptionist misschien wel overtuigend, daarachter schuilt vaak een oppervlakkige woordenschat. Dat komt omdat er te weinig aandacht aan wordt besteed tijdens hun opleiding –als die er al is. Nieuwe medewerkers doorlopen wel een inloopfase van een maand, maar dat kan je bezwaarlijk een opleiding noemen. Het is eerder een soort proeftijd. Op het einde worden de medewerkers met de beste resultaten aangeworven. Belangrijkste criteria? Ze moeten vriendelijk zijn, ‘good looking’ en commercieel ingesteld. Hun loon? Ongeveer 50 euro per maand, fooien inbegrepen.

Wij willen met ons team de krachten bundelen en via professionele begeleiding jonge werkzoekenden en werknemers in Lalibela naar een hoger niveau tillen, zodat ze meer kansen hebben op een duurzame job. Wij zijn klaar voor een stapsgewijze aanpak, en houden iedereen de komende maanden met veel plezier op de hoogte van de ontwikkelingen.

Heb ik je warm kunnen maken voor ons project en wil je steunen? Stort dan je bijdrage op BE78 9731 1370 8686 en vergeet de vermelding ‘Peer Cafe Lalibela’ niet. Bedankt voor jullie belangstelling en medewerking!
 

koeTijdens ons verblijf in Ethiopië bezochten we niet alleen ‘ons’ Pe@r-café, maar ook heel wat andere projecten die het leven van de inwoners in Lalibela willen verbeteren. Ik zet ze even op een rij:

  • Het Circus Lalibela: deze groep jongeren telt 75 leden en bestaat al meerdere jaren. Ze organiseren gratis circus- en muziekvoorstellingen en festivals in combinatie met infosessies over gezondheidspreventie. Bijvoorbeeld over HIV en anticonceptie. Op die manier bereiken ze 3.000 mensen per jaar.
  • Het ziekenhuis: werd opgericht in 2000 en beschikt over 50 bedden en één ambulance -een 4x4 omwille van het slechte wegdek. Dat is niet veel voor een regio die ruim 300.000 inwoners telt. Er werken momenteel vijf artsen, en dat is goed. Drie jaar geleden was er nog maar één dokter aanwezig.
  • De atletiekclub: deze vereniging heeft één stoffige piste -met veel stenen- op 2.500 m hoogte. De motivatie van de jonge atleten staat in schril contrast met de beschikbare accommodatie. Primitieve kleedkamers, rommelige organisatie… Desondanks is er aan voorbeelden van wereldbekende Ethiopische atleten geen gebrek.
  • Een landbouwproject (zie foto): dit project wil voor alle baby’s en kleine kinderen van Lalibela één vierde liter melk per dag waarborgen. De melk wordt dagelijks op drie plaatsen in het dorp gratis verdeeld. Melk is bijzonder belangrijk voor kinderen omwille van de vitaminen. Momenteel heeft het project dertig gezond ogende koeien. Op termijn willen ze dit aantal opdrijven tot honderd.
  • De primary en secondary school: het huidige aanbod aan scholen volstaat niet om alle kinderen en jongeren van Lalibela degelijk te onderwijzen. Tegenover de beperkte middelen staat een grote discipline van de leerlingen en een sterke gedrevenheid van de leerkrachten. Veel lessen worden in het Engels gegeven. Het niveau van de leerkrachten is echter beperkt.

Wij zijn ervan overtuigd dat webleren voor elk van deze projecten een meerwaarde kan zijn. Leerkrachten, hotelpersoneel, circusartiesten en ziekenhuispersoneel hun kennis van het Engels sterk verbeteren. En er kunnen webopleidingen gevolgd worden voor beter beheer van financiën en administratie. Maar… eerst moeten we erin slagen om webleren in het Pe@r-café te installeren. Dat doen we -onder meer- door financieel te steunen. Daarom willen we zoveel mogelijk ruchtbaarheid geven aan ons project, en daarin slaagden we onlangs wonderwel.

Tijdens ons verblijf in Lalibela vernamen we dat na ons vertrek een groep Limburgse toeristen in ons hotel zou logeren. Dus lieten we op onze laatste dag een uitnodiging voor een bezoek aan het Pe@r-café achter aan de receptie. En dat werkte! Enkele dagen geleden blokletterde een regionale Peerse krant: “Groep Limburgers op doorreis in Ethiopië bezoekt Pe@r-café in Lalibela”. Leuk!

Gepost op 28 april 2014

klaslokaal EthiopiëIk ben dan wel al eventjes thuis, mijn gedachten dwalen nog regelmatig af naar Lalibela. Bijvoorbeeld naar de klas van meester Alemu. Deze leraar geeft les aan 30 leerlingen, van 6 tot 18 jaar. Onder hen een blind meisje en enkele gehoorgestoorden. Inclusief onderwijs dus.

Wanneer ik het blinde meisje een kleinigheid in haar handen stop veert ze recht, op aangeven van haar steun en toeverlaat die naast haar zit. Ze zegt: “Thank you sir. Nice to meet you”.

“You are doing a good job” zeg ik tegen haar engelbewaarder.

“I take care of her sir” zegt die vastberaden, terwijl ze haar vriendin verder helpt bij het ontcijferen van het brailleschrift.

Het is mooi om te zien hoe deze leerlingen elkaar helpen.

Meester Alemu heeft geen tuchtproblemen. Zijn leerlingen zijn stuk voor stuk gedreven en gedisciplineerd. Aan de muren prijken oude landkaarten en grammaticaregels. En ook het Engels krijgt de nodige aandacht. Enthousiast vertellen de leerlingen om de beurt wat ze later willen worden: leraar, apotheker, maar vooral dokter. En dat is broodnodig. Want vele dokters in Ethiopië emigreren vandaag naar de US. Een gekend probleem. De dokter in het ziekenhuis dat we hier bezochten, was gelukkig formeel. Hij verzekerde ons: “Ik blijf.”

Ook zonder het welkomstlied en het luide “Thank you!” van de leerlingen is dit een beklijvende ervaring. Als we fondsen over hebben, gaan we zeker bekijken hoe we deze klas op een effectieve manier kunnen ondersteunen.

Drie jaar geleden schonken we meester Alemu een -voor ons- afgeschreven laptop. Nu geven we zijn directeur een heleboel klein materiaal zoals tasjes, stylo’s, kleurpotloden, zaklampjes en T-shirts. Hij belooft een deel ervan aan een nabijgelegen weeshuis te bezorgen. Hopelijk kunnen we in de toekomst nog veel meer voor hen betekenen...

Gepost op 25 april 2014

pingpong spelenSinds zaterdag staan we terug op Belgische bodem. Nu vallen de contrasten met het leven in Ethiopië pas echt op. Het aanbod bij de bakker en de slager, de waaier aan transportmogelijkheden, de studiekansen, de zorgvoorzieningen, de sport- en spelfaciliteiten voor de jeugd… Het is allemaal weer even wennen.

Om tot rust te komen, maak ik een ontspannende wandeling door mijn dorp. Terwijl ik uitrust op een bank in de speeltuin achter de kerk, merk ik een oude kennis op: de opa van Abedi, een Ethiopisch adoptiekindje. Ik herinner me nog het kaartje dat we ontvingen toen zijn fiere ouders met hem geland waren in Zaventem. Abedi heeft zich duidelijk goed aangepast en amuseert zich geweldig met de andere kinderen in de speeltuin. Zijn toekomst zal er heel anders uitzien dan die van zijn leeftijdsgenootjes in zijn thuisland.

Wanneer ik terug naar huis wandel, loop ik op het dorpsplein Karel tegen het lijf. Een ex-cursist. Na zijn opleiding in ons centrum vond hij een gepaste job. Niet echt dicht bij huis, maar hij is tevreden. We bespreken ook de situatie van medecursist René. Die stopte vroegtijdig met zijn opleiding omdat het niveau en het tempo te hoog lagen. We zochten een andere oplossing, en nu blijkt dat hij door de selecties is geraakt voor een ander opleidingstraject met uitzicht op vast werk. Karel besluit ons gesprek met de woorden “Bedankt voor jullie zorgzame ondersteuning. Ik hou zeer positieve herinneringen over aan jullie opleidingscentrum”.

Het doet echt deugd om waardering te krijgen voor mijn job. Het geeft me de moed om morgen weer aan de slag gaan in het competentiecentrum van Peer, en voor elke cursist de gepaste opleiding en begeleiding te vinden. Ook in het Pe@r-café in Lalibela zal ik proberen om de kansen van de landgenoten van Abedi zichtbaar en duurzaam te verbeteren. Aan opportuniteiten geen gebrek!
 

Wie in Lalibela heeft de grootste nood aan hulp? Dat is de vraag die ons de laatste dagen het meeste bezighield. Voedsel lijkt geen elementaire behoefte meer. De regering neemt op dat vlak haar verantwoordelijkheid. En hoewel het opstarten van voedingsinitiatieven de nodige tijd neemt en het nodige kost, zagen we de voorbije dagen voldoende geslaagde voorbeelden. Goed nieuws, want zo konden wij volop focussen op de opstart van webleren in het Pe@r-café.

Vandaag bezochten we het Pe@r-café (bestaande uit één grote hut en acht kleinere hutjes) voor de derde en laatste keer. In de namiddag hadden we samen met de twee projectcoördinatoren een afsluitende vergadering. Tijdens die vergadering konden we VDAB-webcoach Gert Gielen via een videogesprek over het internet een eerste keer in contact brengen met de coördinatoren. Gert zal de eerste studenten webleren in het Pe@r-café vanuit België begeleiden, dus dat was een leuke meevaller! Daarna bespraken we het businessplan dat de coördinatoren hadden voorbereid, en bakenden we wederzijdse verantwoordelijkheden af.

We hebben nu een goed zicht op de grootste behoeften van het Pe@r-café, en ons projectteam gaf ons vanuit België het mandaat om al enkele eerste nuttige investeringen te doen. Concreet zullen we de volgende zaken sponsoren:

  • de onmisbare wifi-aansluiting,
  • de vergoeding voor de technieker om de basisbeginselen van het onderhoud van de computers en de internetverbindingen aan te leren,
  • een gedeelte van het lidgeld van de nieuwe leden. In het Pe@r-café kunnen zo’n 100 werkzoekenden terecht: 60 in de hutten, 40 in openlucht.

Afhankelijk van de opbrengst van de acties ten voordele van het Pe@r-café zullen we nog andere projecten in Lalibela steunen. Maar dat is voor de volgende fase. Eerst moet het webleren in het Pe@r-café op het juiste niveau draaien.

Zo, dit werkbezoek zit er bijna op. Deze reis motiveerde ons meer dan ooit om de daad bij het woord te voegen, en iets te betekenen voor de hoofdzakelijk jonge bevolking van Lalibela.
 

het teamWe starten onze eerste dag in Lalibela met een bezoek aan het Pe@r-café. Meteen wordt duidelijk dat het internetcafé een hefboom kan zijn voor de tewerkstelling van jongeren in Lalibela. Maar… er is veel werk aan de winkel.

Omringd door een groepje jongeren nemen we plaats aan de vergadertafel, samen met de coördinator van het Pe@r-café en de coördinator van zes andere projecten in Lalibela. Het eerste werkpunt wordt snel duidelijk: de jongeren in Lalibela moeten werken aan hun (werk)attitude. Ze hebben meer zelfvertrouwen nodig -vooral de meisjes!- en ze moeten zich minder afwachtend, nederig en vlug tevreden opstellen.

Daarnaast besluiten we te focussen op vier doelen:

  • de aanschaf en opstart van e-learningtools rond taaltraining, communicatie, hygiëne en bediening. We zoeken opleidingen op maat, onder begeleiding van een persoonlijke webcoach.
  • de aanstelling van een opgeleide coach die ter plaatse aan handje toesteekt.
  • het ter beschikking stellen van materiaal, noodzakelijk om aan een job te geraken in de toeristische sector. Zoals schorten, haarnetjes, platte schoenen, laarzen…
  • financiële steun.

Dit schept alvast een kader voor de opleiding van een eerste groep werkzoekenden. Zij kunnen later hun kennis doorgeven aan andere werkzoekenden. We besluiten ons overleg met een eerste concrete afspraak: de coördinatoren bezorgen ons zo snel mogelijk een businessplan waarin al deze punten verwerkt zijn. Vandaar bekijken we de zaak verder.

Genoeg over de toekomst. Wat is de huidige stand van zaken in het Pe@r-café? Enkele vaststellingen:

  • de provincie sponsort laptops (dat is goed) maar de internetverbinding is zeer slecht. Een wifi-connectie is blijkbaar erg duur.
  • ook jongeren met een arbeidsbeperking kunnen in het Pe@r-café terecht. Dat is uitzonderlijk. De lokale bevolking ziet een handicap immers nog vaak als ‘een vloek van God’. Daardoor krijgen deze mensen niet dezelfde kansen als mensen zonder handicap. De overheid probeert zulke vooroordelen weg te werken, maar er is nog een lange weg te gaan.
  • de meeste jongeren komen te voet naar het Pe@r-café. Sommigen leggen wel 20 kilometer of meer af. Fietsen zijn te duur.
  • het bergpad naar leidt naar het Pe@r-café moet veiliger. Er is dringend signalisatie nodig.

Jos, Lisette en ik besluiten na ons bezoek dat het op lange termijn mogelijk moet zijn om met het Pe@r-café de stap naar een leerbedrijf -een methodiek waarin VDAB koploper is- te maken. Dat is verre toekomstmuziek, maar dromen mag!

 

Gepost op 17 april 2014

ZichtNa vele uren vliegen landen we een eerste keer op Ethiopisch grondgebied, in de hoofdstad Addis Abeba. Daar valt meteen op hoeveel nieuwe gebouwen er in de steigers staan en hoeveel Chinezen er aan het werk zijn. Heeft de bouwsector ook jobs in petto voor Ethiopiërs? We hopen het.

Omdat we even tijd hebben voor onze volgende vlucht vertrekt, bezoeken we de openluchtmarkt in Addis Abeba. Dit is de grootste openluchtmarkt in Afrika en er heerst een chaotische drukte. Het zwaarste werk blijkt hier vrouwenwerk te zijn. Onderweg naar de markt zien we hen blootsvoets en in looppas met drie meter breed eucalyptushout op hun hoofd de Entoto -de hoogste berg in Addis Abeba- afdalen. Chapeau! Jammer genoeg zien we ook veel bedelaars -waaronder veel kinderen- en doelloos rondslenterende jongeren.

Twee binnenlandse vluchten later landen we eindelijk in Lalibela. Het landschap onderweg is verbluffend en onze bagage trotseert alle douaneposten. Toch blijkt even later de reiszak van Jos spoorloos verdwenen, om vrijwel meteen terug gevonden te worden door een vriendelijke kruier. Of is het een trucje om ons een fooi te ontfutselen? Wie zal het zeggen.

Bij het binnenrijden van Lalibela passeren we het bergpaadje dat leidt naar het Pe@r-cafe, maar dat bezoek stellen we nog even uit. We rijden eerst door naar ons hotel. Daar hebben we een interessant gesprek met de hotelmanager -werkgever van zo’n een 45 jongeren. Hij vertelt over de problemen in Lalibela en geeft tips over mogelijke oplossingen. We spreken af om elkaar binnenkort opnieuw te ontmoeten en verder te praten over de professionele skills de jongeren in Lalibela moeten ontwikkelen.

Er is nog heel wat werk aan de winkel. Als we op straat rondlopen, horen we voortdurend “You, You, give me money, give me a pen”. De 'bedelhouding' zit er bij de kinderen en jongeren goed ingebakken. De ouders zijn medeschuldig en staan er lachend bij te kijken. Diegenen die de kans kregen om zich te ontwikkelen, storen zich erg aan dit gedrag.

Meteen wordt een en ander duidelijk: we moeten werken aan de zelfvoorziening en zelfontplooiing van deze mensen. We checken nog even bij de projectcoördinator wanneer hij ons morgenvroeg komt oppikken en kruipen dan onder de wol…
 

kinderenVrijdagnamiddag. De valiezen staan klaar. Ik stel onze delegatie even voor:

  • Jos en ikzelf. Wij waren beiden jarenlang instructeurs, maar zorgen er nu als ‘servicemanagers’ voor dat alles op wieltjes loopt in de competentiecentra waarvoor we verantwoordelijk zijn.
  • Mijn vrouw Lisette. Zij is directrice in een middelbare school in Peer.

Vanavond laat vliegen we naar Addis Abeba, hoofdstad van Ethiopië. We houden één tussenlanding in Parijs. Zaterdagochtend zetten we er voet aan de grond om meteen daarna door te vliegen naar Lalibela. We kregen de vereiste inentingen en hebben -naast onze persoonlijke spullen- behoorlijk veel licht en klein materiaal ingepakt zoals stylo’s, kleurpotloden, tasjes, T-shirts, polo’s, petjes, zout- en peperpotjes, serveerschalen… We kijken er naar uit om een en ander in het Pe@r-café en de plaatselijke school uit te delen.

De voorbereiding voor deze reis was intens. We hebben onder meer concreet uitgeschreven wat we precies willen bereiken om achteraf van een geslaagde trip te kunnen spreken. Het belangrijkste: de behoeften in Lalibela in kaart brengen. Dat kan alleen door onze contactpersonen ter plaatse aan te sporen een uitgebreid reisprogramma uit te werken. Met nuttige meetings en bezoeken aan allerlei organisaties. En dat lijkt alvast geslaagd: enkele dagen geleden kregen we het definitieve programma voor ons werkbezoek in de bus. Het ziet er veelbelovend uit!

Eens we terug zijn, hopen we allerlei acties op poten te zetten om gepast in te spelen op de behoeften in Lalibela. Onze collega’s die achterblijven bereiden achter de schermen alvast een en ander voor…

Tot hier toe weten ons gesteund door onze directies, het projectteam en onze achterban. Aan allen: bedankt voor de vele sympathiebetuigingen. We houden jullie op de hoogte. Als alles meezit, komt de volgende post live vanuit het Pe@r-cafe. Lalibela, here we come!
 

Rotskerk in LalibelaHet wordt steeds spannender. Nog twee dagen en we zijn weg. Hoog tijd dus om samen met Jos de laatste reisafspraken te overlopen. Van Marie, de verantwoordelijke voor duurzaam ondernemen bij VDAB, kreeg ik alvast goed nieuws: onze webcoaches staan klaar om de webleercursisten Engels en Frans van het Pe@r-café online (vanuit België) te begeleiden. We kunnen dus meteen concreet aan de slag!

Voor ik vertrek, geef ik nog wat info over Lalibela, de thuishaven van het Pe@r-café. De stad ligt in het noorden van Ethiopië en telt zo’n 20.000 inwoners. Het is de belangrijkste heilige plaats in het land dankzij de monolithische kerken (op de foto zie je een voorbeeld) die er in de 12e eeuw werden uitgehouwen uit de rotsen. Er kwamen veertigduizend vaklieden aan te pas, en de bouwwerken zijn echte parels met uitgebeitelde deuren, ramen, kolommen, vloeren en daken. Sommige kerken hebben zelfs openingen naar kluizenaarsgrotten en catacomben -dat zijn onderaardse begraafplaatsen. Het mag dus niet verwonderen dat de rotskerken van Lalibela Unesco Werelderfgoed zijn, en dat ze een belangrijke trekpleister zijn voor toeristen.

Dankzij dit toerisme beweegt er de laatste jaren wat in Lalibela. Er komen steeds meer hotels -waarvoor personeel wordt gezocht- en er kunnen steeds meer mensen als gids aan de slag. Tenminste, als ze een woordje Engels of Frans spreken. Daarom vinden wij het zo belangrijk dat de werkzoekende jongeren in het Pe@r-café de webleercursussen Engels en Frans volgen, onder begeleiding van onze webcoaches. Talenkennis is vandaag een belangrijke troef om in Lalibela werk te vinden en te houden.

Naast talenkennis is commerciële feeling een interessante vaardigheid om te ontwikkelen. Ook daar hopen in het Pe@r-café op in te spelen. Hoe? Dat zien we volgende week!
 

straatbeeldHet aftellen kan beginnen. Nog enkele dagen en we vliegen naar Ethiopië in de Hoorn van Afrika. Ben je niet vertrouwd met dit land? Dan geef ik graag een korte voorstelling.

Ethiopië is een federale democratische republiek die grenst aan Somalië, Soedan en Kenia. De hoofdstad is Addis Abeba en de officiële taal Amharisch. Gelukkig spreken de meeste Ethiopiërs wel Engels met buitenlanders. Het land werd- als enige Afrikaanse land- nooit gekoloniseerd. Enkel op het eind van de jaren ’30 werd het eventjes bezet door Italië.

Ethiopië bestaat voor het grootste deel uit het uitgestrekte, relatief vruchtbare Ethiopisch Hoogland en kent een relatief gematigd klimaat. Landbouw is erg belangrijk in hun economie.

Grootste uitdagingen? Het land heeft redelijk wat vliegvelden, maar nauwelijks wegen en helemaal geen spoorwegen. En het analfabetisme tiert er welig: de helft van de mannen, en twee op drie vrouwen kan niet lezen of schrijven.

Tot slot nog wat cijfers:

  • de Ethiopiërs zijn met 93 miljoen
  • 63% is christen, 34% moslim
  • de levensverwachting voor mannen is 44 jaar, voor vrouwen 46 jaar
  • de gemiddelde leeftijd is 17
  • 44% leeft onder de armoedegrens
  • slechts 25% beschikt over drinkbaar water

Culturele uitsmijter: één van de vele Ethiopische waarden is respect voor ouderen. Dat uit zich in het afstaan van hun zitplaats of bed aan oudere vrienden of familieleden. Zelfs al zijn die slechts één jaar ouder! Zoveel is zeker: gezien onze leeftijd zullen we in Pe@r- café respectvol behandeld worden. :-)
 

LalibelaZoals ik in mijn vorige blogpost al schreef, staan ik en mijn collega Jos op het punt om te vertrekken naar Lalibela. Dat gebeurt op 11 april. En we zijn meer dan welkom! Dat blijkt uit dit bericht van Abey, de plaatselijke coördinator van het Pe@r-café: “We are so happy that you are doing so many good things for the people of Lalibela. Thank you very much. It's great to hear that you will arrive here next week! Every one of Pe@r-café is waiting for you eagerly.”

We ontvingen ook het reisprogramma, dat Abey voor ons uitstippelde. Uiteraard bezoeken we het Pe@r-café, maar we gaan ook langs in de lagere school, de circusschool, de atletiekclub en het ziekenhuis van Lalibela. Zo kunnen we de acties die we dit jaar op poten zullen zetten, goed afstemmen op de plaatselijke behoeften.

In Lalibela zijn heel wat ngo’s, vzw’s en bedrijven actief. Onder andere vzw Hefboom. Deze vzw heeft al heel wat ervaring in de regio, en een medewerker gaf ons deze raad: “Leg de lat niet te hoog, werk geleidelijk en weet: resultaten boeken is niet evident. Hou steeds rekening met hun overlevingssituatie, ze leven in een heel andere wereld. Geef opleidingen die niet te gesofisticeerd zijn, en ga breder dan taaltraining alleen. De jongeren hebben ook behoefte aan commerciële en andere vaardigheden.”

Dat advies zullen we zeker ter harte nemen. In eerste instantie zullen we focussen op begeleiding van werkzoekende jongeren, en opleiding via webleren. Daarnaast gaan we de behoeften van de plaatselijke werkgevers bevragen, en gaan we na of de ex-leden van het Pe@r-café nog begeleiding kunnen gebruiken. Ten slotte willen we het Pe@r-café (op de foto zie je het interieur) materieel en financieel ondersteunen. Onze enige voorwaarde: de verantwoordelijkheid moet van bij het begin bij onze plaatselijke aanspreekpunten liggen. Zo is verdere groei gewaarborgd, ook na ons vertrek…
 

Gepost op 4 april 2014

Peer café in Lalibela"Ik doe mee!" zei een collega toen ik hem vertelde over het Pe@r-café. Dat is een internetcafé (foto) in de Ethiopische stad Lalibela, waar werkzoekende jongeren elkaar ontmoeten en waar ze begeleid worden naar werk. Ik vond het erg leuk dat hij meteen -samen met vele andere collega’s trouwens- wilde meewerken aan dit project waar ik zelf al enkele jaren bij betrokken ben. Ik duik even terug in de tijd.

In 2010 kwamen er enkele medewerkers van het Pe@r-café naar het competentiecentrum in Peer. Bedoeling was om te zien hoe wij mensen aan werk helpen. De Ethiopiërs gaven hun ogen de kost, en even later lag onze tweede afspraak al vast: in 2011 zou ik naar Lalibela gaan. Zo gezegd zo gedaan. Maar ik kwam er niet met lege handen aan. Ik stelde meteen voor om de werkzoekende jongeren in het Pe@r-café te laten kennismaken met onze webleercursussen Engels en Frans. Want wie deze talen kent, komt in Lalibela sneller aan de bak. Lalibela is immers een toeristische stad, bekend door zijn rotskerken.

Na mijn thuiskomst lieten Lalibela en het Pe@r-café me niet meer los. Ik vroeg me steeds opnieuw af wat VDAB nog meer kon betekenen voor de loopbanen van Ethiopische jongeren. De ideeën borrelden op… En vandaag sta ik, samen met mijn collega Jos, op het punt om opnieuw een bezoek te brengen aan het Pe@r-café. Het doel: de ideeën die de voorbije jaren vorm kregen verder uitwerken, en de noden ter plaatse in kaart brengen.

Wij zijn dolenthousiast, want iets kunnen betekenen in de loopbanen van mensen -direct of indirect, hier of aan de andere kant van de wereld- geeft rasechte VDAB’ers zoals wij veel voldoening! Voorlopig houden we echter beide voeten stevig op de grond. Ethiopië is immers Vlaanderen niet. Feit is wel dat VDAB over een pak expertise en tools beschikt die ingezet kunnen worden. Ook voor werkzoekenden op een ander continent. Ik hou jullie op de hoogte!