U bent hier

VDAB-medewerkster Liesbeth - februari 2013

Na onze thuiskomst kregen we van Eddy en Martine deze mooie, persoonlijke bedankingsbrief. Die willen we graag met jullie delen. Vergeet ook de facebookpagina van Annick For Kenya niet. Daarop staan al onze foto's, en nieuws over het project.

studenten snit en naad

Jambo, jambo,

Gert, bedankt voor je arm in het vliegtuig. We zijn er toch maar samen geraakt! Je speurwerk naar plaatsen voor studenten is redelijk positief en een meerwaarde van de reis. Je naai-inspanningen tot het laatste moment onontbeerlijk voor het afwerken van alle kleedjes.

Edith, we hadden allebei ons dipje. Jij werd ongewild geveld door vieze beestjes, ik werd gekweld door moeilijk los te laten gedachten. Toch heb je je helemaal gegeven, en bij het dansen kwamen alle remmen los. Ook al moest je daarvoor je schattebout even verlaten. Ik hoop dat jouw verhalen zijn traantjes vlug hebben doen vergeten.

Martine, jouw leuke verhalen aan tafel deden jullie harde werken even vergeten en maakte ons allen aan het lachen. Je interesse en vragen aan de meisjes, maakt dat je meer leerde dan ik in die vier jaren. In je eentje hield je zelfs even de hele klas onder controle. Bij het dansen deed je stof opwaaien als een echte Afrikaanse. Bedankt ook voor het luisteren op de terugreis.

Liesbeth, de motor van alles! Er is dan wel een klas en machines, zelfs meisjes die er aan willen beginnen. Zonder jouw ideeën is er niets. Een jaar lang alle tentakels uitstrekken op zoek naar modellen, stoffen, voorbeelden stikken. De tijd en energie die je er telkens weer insteekt, lopen al behoorlijk op. De modeshow doet je op je tippen lopen, maar toch is het altijd klaar! Dit met zoveel enthousiasme en inzet dat je dan ook nog eens perfect kan overbrengen naar de anderen. Je intens zien genieten van Afrika met zijn kleuren en geuren maar vooral zijn dansen, zijn een plezier voor het oog.

Jozsef en Veronika, een uniek en sterk team. Jullie stonden er meestal alleen voor met de jongens en meisjes. Het enthousiasme waarmee je ‘s avonds over hen sprak, gaf iedereen een goed gevoel. De geleverde resultaten mogen dan ook gezien worden en zullen jaren dienst doen in de naaischool.

Mister Hans, je hebt er heel wat zweet gelaten maar ook zoveel gerealiseerd. Alles wat je aanpakt breng je tot een goed einde, zoals het een echte Afrikaner betaamt. Je zet je met volle overtuiging in. Ook in moeilijke momenten sta je klaar. Die verrassing en samenzwering heb je goed geheim kunnen houden.

De thuisblijvers hebben jullie dan wel 14 dagen moeten missen maar ze mogen op school of werk toch gerust en fier gaan vertellen zonder overdrijven, wat een straffe, sterke mensen jullie stuk voor stuk zijn.

Daarom is het aan ons om jullie te bedanken. Voor de inspanningen, de tijd, de centen, het verlof, de kilometers rijden naar vergaderingen, de inentingen... Ik geloof dat Annick alles met een verlegen lachje gadeslaat en ziet dat het meer dan goed is.

Eddy & Martine Van Uytsel

KerkdienstWe zijn terug in België, en de schok is enorm. Niet in het minst door de temperatuur: er is wel 40 graden verschil tussen Kenia en België. Brrr... Ook de mentale overstap is groter dan verwacht: terug naar het werk en het dagelijkse gezinsleven, weg van het hechte team in Kenia. Er wordt de hele dag over en weer gemaild door de ploeg, met telkens dezelfde boodschap: ik mis Kenia!

Ik lees wat verdwaasd de mails die gedurende twee weken ongeopend bleven. Het zijn er maar liefst 1089. Ik dwing mezelf om de Keniaanse ‘pole pole’-mentaliteit te bewaren, en me niet op te jagen. De hele dag werk ik door, zodat het aantal ongelezen berichten tegen de avond flink gereduceerd is. Nog enkele dagen, en ik ben weer helemaal bijgewerkt.

’s Avonds is iedereen bezig met het plaatsen van foto’s en filmpjes op een dropsite die Edith heeft aangemaakt. Zo kunnen we genieten van elkaars mooie beelden. Ondertussen overpeins ik de meest memorabele momenten:
 

  • de unieke ontmoeting met Evelyne W. Guchura
  • de confrontatie met de extreme armoede en levensomstandigheden van het gezin van Juma
  • de bezorgdheid toen Edith met de ziekenwagen werd afgevoerd
  • de grote inzet en het niet aflatende enthousiasme van de meisjes
  • de lieve Mwajuma en haar gastvrijheid om ons bij haar thuis te ontvangen
  • de stress in het klasje bij de voorbereidingen van de show, en natuurlijk ook de show zelf
  • de meest prachtige gospels van het dubbele koor in de St Joseph’s church op zondag
  • de koorleider die me aansprak bij het verlaten van de kerk en mijn mailadres vroeg
  • Hans en Eddy die constant in de weer waren om allerlei werken uit te voeren in de school én daarbuiten
  • het meest heerlijke, exotische fruit à volonté
  • het enthousiaste team lesgevers in de school en onze vlotte samenwerking
  • Jozsef en Veronica die in bloedhete temperaturen een lasopleiding gaven en -net als hun studenten- zonder morren dikke, afgesloten werkkledij droegen.
  • de vrouwenpraat op vrije momenten en de heerlijke giechelbuien van Martine Keuleers
  • dansen en dansen en dansen tot het zweet over ons hele lichaam droop
  • de emoties van het hele team bij de afsluitende speeches van Hans en mezelf

Dit waren mijn afsluitende woorden bij onze laatste maaltijd:

Beste Eddy en Martine,

Het is voorbij. Voor mij was het nu al de derde keer. Maar je ziet, ik kom telkens weer.
Bedankt dat we er mochten zijn. En ik weet zeker: we vonden het allemaal fijn.
Het was spannend, het was zwaar, het was moeilijk, het was grappig, het was emotioneel, het was overweldigend.
Maar boven alles was het klaar: we maken mee de droom van Annick waar.
We vormden een goed team, en bundelden onze krachten al wisten we niet écht wat te verwachten.
Maar het is niet écht voorbij, want we doen door. Met dank aan Gert en de studenten, want die gaan ervoor.
We willen er voor jullie zijn, om te verzachten al de pijn.
En hopen dat jullie kunnen verder leven door andere kinderen een droom te geven.
Bedankt Eddy en Martine, bedankt Hans, bedankt Jozsef en Veronica, bedankt Edith en Martine.
Bedankt Annick dat we dit voor je mochten doen.

In Afrika is elke dag een avontuur, dat hebben we vandaag weer aan den lijve mogen ondervinden...

 

Onze terugreis verliep namelijk niet zoals verwacht. We waren nochtans goed op tijd vertrokken. Om 5u stopte de bus aan ons hotel om ons naar de luchthaven te brengen, 50 km verderop. We hebben er maar liefst 4 uur over gedaan! Monsterfile aan de ferry in Mombassa. Massa’s mensen te voet, met de fiets en met de auto. Nooit gezien.

We bleven pole pole want hey, this is Africa. Het was bijzonder om te zien dat we in de file voorbijgestoken werden door rijkere Kenianen, met fatsoenlijke auto’s. De politie is hun vriend en een paar shillings kunnen hen al snel een paar plaatsjes naar voren helpen in de lange rij. Amazing.

Eenmaal aangekomen aan de luchthaven snelden we de bus uit en checkten we vlug in, tenminste dat dachten we. Er waren echter problemen bij het inchecken: ten eerste was mijn ticket van de terugreis verdwenen, waarschijnlijk al afgescheurd door de douane bij de heenreis. Dat op zich was redelijk snel opgelost want ik bleek wel op de lijsten te staan. Maar dan moesten we onze koffers wegen. Hier en daar wat kilo’s teveel, dus werd het schuiven met bagage. De ene wat meer, de ander wat minder.

Ondertussen bleek dat de gate bijna dicht was. Er werd ongeduldig op ons gewacht in het vliegtuig. Het werd rennen. Toen we eenmaal binnen waren kon het vliegtuig vertrekken, belangrijke mensen komen altijd als laatste. :-)

Na twintig minuten bereikten we Zanzibar en daar begonnen de troubles opnieuw toen bleek dat we dubbel geboekt waren. Onze plaatsen waren twee keer toegekend. Alweer stalen we de show: er moesten nieuwe plaatsen gezocht worden en er waren mensen die zich tot hun groot ongenoegen moesten verplaatsen.

Wij bleven nog steeds pole pole, hakuna matata. Hier jagen we ons niet op, dat zullen we in België snel genoeg opnieuw doen, denk ik. :-) Wat waren we blij toen we tegen 12u eindelijk iets te eten kregen op het vliegtuig. Onze magen zijn intussen het hotelbuffet gewoon, dus veel langer konden we niet zonder eten.

We praatten nog wat met Lianne, een Nederlands meisje van begin twintig dat na 5 maanden vrijwilligerswerk in Kenia terugkeert naar huis, met gemengde gevoelens. In de afgelopen 2,5 jaar is ze 5 keer naar Kenia gegaan als vrijwilliger. De periodes tussenin werkte ze in Nederland om weer genoeg geld te hebben om terug te vertrekken. De volgende keer zou ze wel eens definitief in Kenia kunnen blijven, want ze heeft er ook de liefde gevonden.

Heerlijk, zo’n meisje met idealen. Elk van ons heeft dat wel een beetje in zich maar het leven liep anders voor ons. Het vergt moed en doorzettingsvermogen om je droom na te jagen. Maar met deze twee weken hebben wij toch het gevoel dat we onze droom ook een beetje verwezenlijkt hebben.

handenVandaag is onze laatste dag. We proberen zoveel mogelijk te genieten en zeggen herhaaldelijk: morgen is het over. De meesten van onze ploeg gaan in de voormiddag nog eens naar een misviering. Ook dit keer komen ze overdonderd terug. Gelukkig werd alles gefilmd voor degenen die in het hotel achterbleven, zo hebben ze toch een impressie van de sfeer.

Na de mis vertrekken sommigen naar de afspraak met Pascale, een sympatieke West-Vlaamse dame die twee keer per jaar telkens 1 maand naar Kenia komt in het kader van Sunshine 4 kids. Momenteel begeleidt zij 8 hogeschoolstudenten die hier 6 weken stage doen (lerarenopleiding). Ze verricht hier prachtig werk, en is de ideale partner voor Gert die in de toekomst ook zulke samenwerking wil opzetten vanuit de Plantijn Hogeschool.

Het valt me op dat de Belgische vrijwilligers elkaar vinden hier. Er wordt fantastisch samengewerkt over de projecten heen. We zijn hier allemaal met hetzelfde doel: ontwikkelingswerk. Het is fijn om steeds tussen mensen te zijn die dezelfde idealen hebben en op dezelfde manier in het leven staan. Ik kom ze weinig tegen in België, maar hier des te meer.

Zelf heb het deze namiddag rustig gehouden, lekker aan het zwembad. In de zon is het eigenlijk niet uit te houden, dus dan maar de schaduw in. Zonde, als je weet dat we de komende maanden weer in slecht weer gaan zitten. Ik geniet maximaal van deze dag. Met de achterblijvers babbel ik de hele namiddag. Vrouwenpraat. Het is fijn om tussen vrouwen te zijn en te praten over wat ons bezighoudt in het leven: de kinderen, de familie, de partner... Ieder heeft zijn eigen problemen en het is een geruststelling te weten dat er overal wat is. Ik hoop dat we deze band in België in stand houden. Twee weken samen leven met mensen die je vooraf nauwelijks kent, het is toch wel speciaal.

Voor het avondeten beslissen we om, met de moed in onze schoenen, aan onze koffers te beginnen. Nu komt het einde écht dichtbij. Het ‘laatste avondmaal’ is gezellig, en als dessert bestellen we taart om Annick for Kenya 2013 af te sluiten. En daar horen natuurlijk speeches bij. Zowel Liesbeth als Hans rijmen erop los. Mooi, echt waar! Emotioneel ook. We geven ook een klein presentje af aan Martine (van Eddy) die morgen jarig blijkt te zijn. En dan wordt het echt emotioneel, als Martine het woord neemt. Het wordt stil aan tafel, en de tranen rollen over onze wangen. Hier blijft niemand onberoerd bij, een moederhart dat bloedt. Er wordt geknuffeld, omhelsd en bedankt. Dit vergeten we nooit meer.

Daarna drinken we nog een laatste cocktail bij het zwembad, en dan naar de kamer. Want om 4u15 zullen we gewekt worden door de receptie.

 

Aan het woord was Edith. Ze helpt in de naaiklas, en deelt haar kennis van kostprijsberekening, aankoopbeheer, kasboeken verkoop.

krabVandaag was een rustdag.

Met z’n vieren hadden we vanmorgen een afspraak met een man die boottochten organiseert. Hij bracht ons naar een zandbank die je bij laagtij vanop het strand ziet liggen. Heerlijk was dat. Het bootje had een glazen bodem en de kapitein dook regelmatig onder de boot met brood om vissen -en een soort zeeslang- te voeren. Zo konden we de dieren van dichtbij zien. Wat een prachtig onderwaterleven!

Op de zandbank hadden we het gevoel dat we in het paradijs waren: rondom ons oceaan met appelblauw zeegroen water, parelwit zand en het ruisen van de golven... Daar mochten we snorkelen. Voor mij was het de eerste keer, maar het ging reuzegoed. Het was heerlijk om tussen een school minisardientjes te zwemmen, of de prachtig gekleurde visjes te bekijken die rond mijn vingers zwommen. We hadden ook een boeiend gesprek met de man van de boot over de corrupte politiek in dit land, en de aankomende verkiezingen. Het moet vreselijk zijn om vooruit te willen in het leven, maar daar niet in te slagen omdat de overheid niet de nodige structuur en opleiding voorziet. Het is een verhaal dat we hier steeds opnieuw horen.

Wat tijdens deze reis heel duidelijk werd, is hoe gedreven de Kenianen zijn. Iedereen die kan, zet een handeltje op om ervoor te zorgen dat er ’s avonds eten op tafel staat. Elke keer als we ons op het strand durven vertonen, worden we bestormd door verkopers. Ze kunnen geweldig aandringen, maar als je duidelijk maakt dat je niet elke keer bij elk van hun iets kan kopen, nemen ze vriendelijk afscheid en wensen je een fijne dag. Sommigen slaan graag een babbeltje over het leven in Kenia, nadat we steevast geantwoord hebben op de vragen: ‘Where are you from? Germany? Alles gut?’

In de namiddag hebben we ons zoals echte toeristen op een zetel naast het zwembad gelegd, en wat gerust in de schaduw van de kokospalmen. Vanuit het zwembad werden we getrakteerd op een ritmisch gezang dat wat leek op een krijgerslied. Bleek dat vijf lokale sportmonitoren waterpolo speelden met vijf rondbuikige -vooral Duitse- toeristen. Elke keer als de bal in handen was van de Kenianen, begonnen die ritmisch te zingen om elkaar aan te moedigen. En vermits we hen bijna voortdurend hoorden zingen, waren zij -en niet de rondbuikige blanke mannen- aan de winnenende hand. :-)

Daarna maakten we nog een lange strandwandeling. Hoe mooi is het hier toch. Maar bijna voortdurend werden we er door de verkopers op het strand aan herinnerd dat het leven voor de lokale bevolking hier -ondanks hun eeuwige lach en vriendelijkheid- bikkelhard is.

 

Aan het woord was Martine. Zij helpt mee inde naaiklas, en deelt haar kennis over boekhouden.

keniaanse meisjesHet zit erop. Onze lesopdracht in Kenia is afgelopen. Vandaag rondden we op een Afrikaans tempo de laatste activiteiten in de klas af. Martine en Edith gaven nog een uur les over het bijhouden van een kasboek, terwijl Gert en ik de patronen met Mwajuma overliepen. Maar het ging Mwajuma niet af. Ze was erg ziek -ze had pijn en hoge koorts- en wilde naar het hospitaal om bloed te laten trekken. Ze had een vermoeden van een malaria-aanval. Tegen de middag kregen we onze chauffeur Assad te pakken die met Mwajuma naar het hospitaal ging. Ook Amina -die erge tandpijn had- ging mee. Vlak voor het vertrek stopte Mwajuma een briefje in mijn hand met de boodschap: ‘Some girls have started bleeding (monthly period). It’s important we have pads for imergence cases. Please.’

Na overleg met de lesgevers besloten we direct werk te maken van wasbare maandverbanden om de nood van de meisjes te lenigen. Ze waren dan ook heel dankbaar toen we nauwelijks een half uur later aan elk van hen enkele badstoffen verbandjes konden geven. Die maakten we van oude badhanddoeken en lakens die we kregen van een hotel in de buurt.

In de namiddag lunchten we in de nabijgelegen lagere school. Van lesgeven is daar niet veel sprake. De kinderen lopen er altijd rond, en veel structuur is er niet aanwezig. Om van het didactisch materiaal nog maar te zwijgen. Dat is totaal afwezig! Met een bordje rijst en wat tomatenschijfjes zetten we ons in het gras om samen met het team en de leerlingen -met de handen- te eten. Mwajuma, die ondertussen terug was van het hospitaal, gaf me wat van haar bord om te proeven. Hoewel een stem in mijn hoofd riep ‘Niet doen!’, deed ik het toch. Als dat maar goed afloopt.

In de namiddag gingen we terug aan de slag in de naaiklas. Alle machines werden gepoetst, de klassen en het kantoor werden opgeruimd en met water en zeep geschrobd. Dat hadden we nog niet gezien. De meisjes werkten solidair en zonder tegenpruttelen op blote voeten. Ze genoten er nog van ook. En toen moest het er dan toch van komen: met een krop in de keel en tranen in de ogen deelden we nog enkele kadootjes uit, en namen dan -met pijn in ons hart- afscheid.

Terug in het hotel planden we de activiteiten voor onze laatste twee dagen in Kenia. Die gaan we rustig doorbrengen om te bekomen van alle emoties en het harde werk. Tijdens het dansen op het strand, onder de ruisende palmbomen, met een lekkere cocktail in de hand en de heerlijke muziek van een live-band, beseffen we maar al te goed dat dit avontuur bijna afgelopen is. Onze opdracht bij VDAB lonkt al terug naar ons…

Dansende meisjesVandaag was het 'the big day': de officiële opening van de naaischool. In de voormiddag hebben we hard gewerkt om de jurken van de meisjes op tijd af te krijgen. En dat is gelukt. Om klokslag 14u00 zette Liesbeth haar naaimachine af. Resultaat: 12 mooie Afrikaanse jurken, bij 12 mooie Afrikaanse meisjes. Het was een prachtig zicht en er werd veel gegiecheld voor de spiegel. Als kers op de taart haalden wij de make-up, de nagellak en de lippenstift boven. Alle 120 vingers werden gelakt in allerlei kleuren. Wat zagen ze er mooi uit!

Ik wist totaal niet wat ik van de openingsceremonie mocht verwachten, maar het was een goddelijke ervaring. De kinderen van het nabijgelegen schooltje brachten een prachtig zang- en dansspel, en wij werden van achter onze bankjes op de eerste rij gehaald om mee te dansen met de dames van het dorp. Zalig was dat. This is Africa! Ik had tranen in mijn ogen, heel de namiddag, en zeker bij de openingsspeech. Ik had het gevoel dat ik echt dicht bij de meisjes stond. In het begin van ons verblijf hier was het even wennen, maar nu zal het ‘ontwennen’ worden. Ik wed dat er morgen nog tranen zullen vloeien. Hier doe ik het allemaal voor.

Tijdens de rit naar het hotel zag ik alleen maar gelukkige gezichten in ons busje. Eens aangekomen, liepen we nog even langs de kraampjes op het strand om souvenirtjes te kopen. Ook dat was een ervaring op zich. Zelfs mijn vuile sportsokken wilden ze hebben in ruil voor een hebbedingetje uit één van de kraampjes. Onvoorstelbaar hoe blij mensen hier zijn met het minste. Het zal wennen worden volgende week in België. Ik zal de Afrikaanse nederigheid, de lachende gezichten, en de zon missen. Maar zover is het voorlopig nog niet. We hebben nog een paar dagen te gaan. Gelukkig!

 

Aan het woord was Edith. Ze helpt in de naaiklas, en deelt haar kennis van kostprijsberekening, aankoopbeheer, kasboeken verkoop.

SpiegelWat een dag! We voelen onze voeten niet meer. Vandaag zijn we de ganse dag bezig geweest met het maken van een nieuw kleedje voor elk meisje, want morgen is het officiële opening van de school en organiseren we een modeshow.

Het was een hele onderneming om met drie lesgevers en acht naaimachines -die geregeld in panne vielen- in een lokaal van 12 vierkante meter alles georganiseerd te krijgen. Vooral omdat de meisjes tot vorige week nog nooit aan een naaimachine hadden gezeten. :-) Daarom hadden Liesbeth en Gert het plan uitgewerkt om er een ‘fabriekske’ van te maken: één of twee meisjes deden de rechte naden, enkele andere werden specialist in het maken van fronsjes, nog andere stikten die op het kleedje, nog andere meisjes maakten fronsmouwen en nog een ander zette de mouwen erin. Martine, de mama van Annick, was de hele dag bezig met het zigzaggen van de naden. Ondertussen gaf Liesbeth haar kennis door aan Mwajuma, de lerares die in de school zal blijven wanneer wij weg zijn. Zij zal de meisjes verder opleiden, zodat ze over twee jaar een diploma kunnen behalen via een examen in de lokale technische hogeschool.

Toen we om kwart voor vijf doodop vertrokken deze namiddag, waren de kleedjes voor een groot stuk af. Enkel de zijnaden moesten nog gedaan worden, en een bieslint bovenaan. Maar dat lukt ons morgen wel. We hebben de meisjes beloofd om ook nagellak en lippenstift mee te brengen. Meteen werden we getrakteerd op luid gekir. Gisteren hadden we al een grote spiegel mee voor hen: zelfde gekir. :-)

Ondertussen zijn de meisjes al twee dagen aan het oefenen voor hun dansje voor tijdens de opening. Gisterenmiddag maakten ze van een gedicht geschreven door één van hen -Sasha- een lied. Het was puur genieten om hen bezig te zien. Wat een gevoel voor muziek hebben die Afrikanen toch. Het oudste meisje zong spontaan de tekst, en de anderen speelden daar op in zodat na twee of drie pogingen een prachtig lied ontstond. Tegelijkertijd begon hun lichaam zonder zichtbare moeite te dansen. Toen ze beslist hadden welke bewegingen het best uitkwamen, duurde het geen vijf minuten of er stak een gans spektakel in mekaar waar wij dagen zouden over doen! Heerlijk was het om dat mee te maken. Ik ben zo benieuwd hoe het morgen zal zijn, wanneer ze allemaal hun nieuwe kleed zullen dragen en hun nageltjes gelakt zullen zijn.

 

Aan het woord was Martine. Zij helpt mee inde naaiklas, en deelt haar kennis over boekhouden.

stof knippenDonderdag is de officiële opening van de nieuwe naaischool, en ik heb me weer laten vangen om samen met en voor alle meisjes een mooie jurk te maken. Zo kunnen we tijdens de opening een dansje en een modeshow doen, net zoals vorig jaar. Eigenlijk is het gekkenwerk om samen met meisjes die vorige week nog niet konden stikken, een jurk te maken. Daar doen leerlingen in België enkele schooljaren over. Maar… we gaan het proberen.

Vanmorgen hebben Gert en ik de strategie bepaald. We zijn vol goede moed aan onze opdracht begonnen. Eerst mocht elke leerling een model kiezen voor een jurk. Dankzij de studenten van de lerarenopleiding van de Plantijn Hogeschool in Antwerpen waren de patronen van twee modellen in verschillende maten uitgewerkt. Daarna mochten ze hun stof -die we dit weekend in Mombasa kochten- kiezen. Ze glunderden!

Vervolgens zijn Gert en ik gestart met het knippen van de 12 jurken. Niet simpel, gezien we verschillende stoffen, prints en kleuren kozen. Elke stof moest apart bestudeerd worden om het mooiste effect eruit te halen. Urenlang hebben we aan een stevig tempo, zonder een seconde rust, geknipt en geteld. Toen lagen alle stuks klaar om morgen te starten met de productie. De enige manier om ervoor te zorgen dat de 12 jurken op één dag afgewerkt geraken is bandwerk organiseren, waarbij de leerlingen telkens één bewerking moeten doen. Ik ben benieuwd hoe het morgen zal gaan in onze ‘minifactory’. In ieder geval moéten de jurken klaar zijn.

Ik heb het momenteel wat moeilijk, want ik ben snipverkouden. De airco in het hotel, de stevige wind in het klaslokaal én de smog van afgelopen zaterdag in Mombasa hebben een luchtwegirritatie veroorzaakt. Gelukkig zijn we solidair in het uitwisselen van medicijnen en heb ik de zaak onder controle.

Eddy, Martine, Hans en Karel -de voorzitter Rode Kruis Diest- zijn vandaag naar de Rode Kruispost in Tanzania gereden om de opening bij te wonen van watertanks die gesponsord werden door het Rode Kruis van Diest. Zij zijn urenlang onderweg geweest en pas laat in de school aangekomen. Gelukkig was Karel -die zelf ook arts is- zo vriendelijk om één van onze meisjes te verzorgen. Ze kampte al enkele dagen met een flinke oogontsteking.

Eens terug in het hotel hadden we juist tijd genoeg om -voor de eerste keer!- even in het zwembad te duiken en te ontspannen. Zelf had ik een goede reden om aan de bar een lekkere cocktail te bestellen met rhum: voor mijn verkoudheid natuurlijk! :-)

Vandaag zijn we terug aan onze werkweek begonnen. Genoeg ‘gerust’ afgelopen weekend. ;-)

Het is erg warm vandaag -de heetste dag tot nu toe- en dat voel je des te meer in de naaischool waar we met 11 meisjes en 4 lesgevers in een klein lokaal zitten. Hans zal onze naaimachines vandaag voorzien van elektrische motoren. Daarom delen we de groep meisjes in twee: één groep volgt les kostprijsberekening bij Martine, de anderen knippen bij mij al het volgende werkstuk. Voor we er erg in hebben, is het middag.

Tijdens de middagpauze breng ik een bezoek aan de nabijgelegen school Ganja La Simba. Op deze school zitten 411 kinderen van 3 tot 15 jaar, en ouder. Dit project wordt gesponsord door de vzw Kids for Kenya. Voor 40 euro per jaar kan je ervoor zorgen dat een kind een gans jaar lang boeken, maaltijden en medische verzorging krijgt. Tot nu toe is er voor de helft van de kinderen een sponsor gevonden. Er is dus nog een hele weg te gaan. Met één van de leraren loop ik even tot bij een nabijgelegen huisje om een indruk te krijgen van hoe men hier woont en leeft. Een hele ervaring, en meerdere foto’s waard.

Daarna ga ik terug naar de naaischool. Die staat amper 100 meter verder, maar door de verzengende hitte was ik helemaal bezweet toen ik aan de namiddagsessie begon. Martine -de vrouw van Eddy- en Gert -docente lerarenopleiding mode van de Plantijn Hogeschool Antwerpen- zijn vandaag ook toegekomen. Gert werd onmiddellijk ingeschakeld in de naaischool. De meisjes kunnen niet rap genoeg klaar zijn met knippen, want de elektrische naaimachines steken hun ogen uit.

De namiddag is warm en vermoeiend, maar gaat snel voorbij. Toch ben ik blij dat we terug naar het hotel vertrekken. De terugweg is een hele belevenis, want we zitten met 13 personen in een busje voor 8. Onderweg halen we ook een spiegel op. Dan zit de bus écht wel vol.

Vanavond maken we het niet te laat. Vandaag was vermoeiend, en we hebben nog een paar zware dagen voor de boeg.

 

Aan het woord was Edith. Ze helpt in de naaiklas, en deelt haar kennis van kostprijsberekening, aankoopbeheer, kasboeken verkoop.

BanenenboomZondag was een rustdag. Een deel van onze ploeg vaarde de ganse dag met een boot naar een eiland om te snorkelen, en de prachtige kleuren van het onderwaterleven te bewonderen. Ze kregen ook een heerlijke maaltijd voorgeschoteld, met alles wat de zee te bieden heeft. Ze zagen zelfs dolfijnen!

Liesbeth en ik wilden vandaag tussen de lokale bevolking zijn. In de voormiddag brachten we twee uur door in de kerk. Het was heerlijk om helemaal doordrongen te worden van het ritmische gezang en gedans. Een koor van meer dan 30 mannen en vrouwen bracht de ene na de andere gospel, terwijl heel hun lichaam op ongelofelijke wijze ritmisch mee bewoog op de muziek. Door de gangen, tussen de stoelen, danste een stoet van een achttal jongeren. Ook zij hadden een gevoel voor ritme waar je jaloers van wordt. Rond ons zaten tientallen mama’s met een baby of peuter op schoot, want de viering was een soort voorbereiding voor het doopsel. Wat waren we in onze nopjes! We zagen de prachtigste zwarte oogjes die verlegen naar ons zaten te turen. We moesten ons inhouden om geen kleintje op onze schoot te nemen. :-) En uitgedost dat ze waren. Kleine meisjes met felroze, blinkende satijnen kleedjes met veel kant en broderie, en mama’s met prachtige Afrikaanse prints. We wisten niet waar eerst kijken.

Na het middagmaal waren we uitgenodigd bij Mwajuma, de lerares die in de naaischool zal lesgeven als wij weg zijn. Mwajuma is een heel fijne vrouw van 29 jaar. Ze is heel geïnteresseerd in de manier waarop alles in ons land functioneert, en vertelde ons tijdens de middagpauzes honderduit over haar leven. Dat ze vooruit wil, dat is duidelijk. Ze heeft een atelier naast de hoofdweg waar twee meisjes voor haar kleding vervaardigen om te verkopen. Ze wilde graag dat we haar thuis bezochten, dus reden Liesbeth en ik met een taxi naar daar. Om er te geraken moest de taxi eerst van de hoofdweg af, en dan via stoffige zandweggetjes steeds verder het binnenland in. Uiteindelijk bleek Mwajuma samen met haar man te wonen op het eind van de bewoonde wereld, in een naar Keniaanse normen mooi stenen huis.

Mwajuma’s man heeft vijf kinderen, die bij hem werden achtergelaten door zijn eerste vrouw. Mwajuma zorgt nu voor ze. Zelf heeft ze twee tieners, en een baby van acht maanden. Ze moet dus voor acht kinderen zorgen én voedsel voorzien voor haar oude schoonmoeder, een schoontante en twee schoonzussen die terug thuis wonen met hun kindjes. Gelukkig is haar man -een boekhouder- relatief welgesteld.

Mwajuma woont met haar familie op een terrein van bijna twee voetbalvelden groot. Naast enkele hutjes hebben ze vier kalfjes, enkele geiten en een hoop kippen. Op het moment dat wij er waren, cirkelde er een prachtige, reusachtige arend boven de kippen in de hoop er eentje te vangen. Overal stonden cassaveplanten -een zetmeelrijke plant die groeit zoals een aardappelstruik met langwerpige knollen in de grond- en fruitbomen, zover je kon zien.

Er ging een wereld voor ons open: verschillende soorten bananenbomen, passievruchten die aan lianen groeien, struikjes met ananas erin, guavebomen, appelsienenbomen, cachewnotenbomen, massa’s mangobomen en niet te vergeten kokospalmen. We werden getrakteerd op een kokosnoot die haar zoon uit de boom haalde voor ons. Hij hakte het hoedje eraf, en de heerlijke kokosmelk leste onze dorst.

Tijdens de rondleiding door de tuin werden we gevolgd door een tiental prachtige kleine kinderen die ons geen seconde uit het oog verloren. Wat was het een feest om echt tussen de Kenianen te zijn, in hun huis uitgenodigd te worden en te mogen voelen hoe ze leven. Dit vergeten we nooit meer!

 

Aan het woord was Martine. Zij helpt mee inde naaiklas, en deelt haar kennis over boekhouden.

EvelyneGisteren was er opnieuw iemand ziek in onze ploeg. Gevolg: de lassersschool moest het een dag zonder lasinstructeur Jozsef doen. De bacteriën schuiven blijkbaar elke dag een hotelkamer op. Ik heb Eddy en Hans het advies gegeven om een andere kamer te vragen, anders zijn zij de volgende in de rij. Gelukkig kunnen we er hartelijk om lachen, en is de miserie snel voorbij. Met uitzondering van Edith’s infectie.

Vandaag hebben de leerlingen een vrije dag, maar wij niet. We gaan naar Mombassa. Hans heeft een lijstje gemaakt met dingen die nodig zijn voor de school, en wij willen stoffen kopen zodat de meisjes een jurk kunnen maken tegen de grote opening van de school -volgende donderdag. We willen ook een groot zeil vinden om het dak van Juma’s huis te dichten voor het regenseizoen begint.

Je kan het je misschien moeilijk voorstellen, maar we rijden in een superdrukke stad vol toeterende auto’s van winkel naar winkel. Uitstappen doen we enkel vlak voor de winkel. Edith en Martine dachten rustig door de straten te flaneren, maar zo werkt dat hier niet. Vooreerst is het hier onvoorstelbaar chaotisch, en bovendien echt niet veilig. We gaan dus voor het ‘rode loper effect’ en worden door onze chauffeur netjes voor elke ‘shop’ afgezet en weer opgepikt. Zo gaat het de hele voormiddag: uitstappen -shop in- aankopen doen -shop uit- instappen -verder rijden- uitstappen -shop in- …enz.

Tussen het shoppen door pikken we Evelyne W. Guchura op. Evelyne is een Keniaanse vrouw van 29 jaar met een zeer kleine gestalte. We leerden haar kennen via Marieke Vervoort, Olympisch kampioene op de Paralympics vorig jaar in Londen. Zij heeft een periode in België doorgebracht voor een project met Nike, en heeft ook een jaar aan de VUB in Brussel gestudeerd. Naast vloeiend Engels spreekt ze daardoor ook -op de juiste momenten- een grappig woordje Nederlands. Wat een power heeft deze vrouw! Wat een buitengewone intelligentie, een heerlijk gevoel voor humor en een grote levensvreugde heeft ze! We praten, lachen, giechelen, maken grapjes, zingen... Het zijn magische momenten. Hoe is het mogelijk dat iemand die door de natuur zo is misdeeld, zo positief in het leven kan staan? Ik kijk ernaar uit om Evelyne terug te ontmoeten als ze opnieuw in België is om verder studeren. Want volgens haar stopt studeren nooit. En is dat niet precies het motto van VDAB? Ik gun haar een schitterende carrière. Want als ik één vrouw met ballen ken, is zij het wel.

We stoppen ook even bij de winkel met naaimachines om te weten te komen wanneer de goede machines met bijhorende sterke tafels geleverd zullen worden. Want de zogezegde levering van vandaag werd weer uitgesteld. Ergens volgende week? Dat wordt lastig. Onze eerste week in de naaischool is al voorbij en de tijd dringt. Tijdens het ‘onderhandelen’ kan ik gelukkig een ‘vierdraads overlock’ die in de etalage staat te blinken, lospeuteren. Die mogen we gebruiken tot de nieuwe machines geleverd worden. Goed gedaan Liesbeth! ;-)

‘s Middags lunchen we in een Indisch restaurant, op uitnodiging van een firma die gespecialiseerd is in putboringen. Eddy realiseerde al enkele projecten met hen. Nadien brengen we Evelyne naar het huis van een vriendin in een betere buurt van Mombassa. Het doet deugd te zien dat er ook al een aantal mooiere huizen, appartementen, winkels en straten bestaan. Er is hoop!

De terugtocht met de ferry duurt heel lang. Er is gigantisch veel file door de weekenduitstroom uit de stad, en de stank van uitlaatgassen is niet uit te houden. Met een handdoek voor mijn mond probeer ik de brandende vuiligheid uit mijn luchtpijp te houden. Volgende keer neem ik mondmaskers mee. Er is hier nog veel werk te doen...

NaaischoolTot nu toe heb ik nog niet veel kunnen helpen in de naaischool. Na mijn eerste lesdag ging het namelijk van kwaad naar erger: ik had last van slapeloze nachten en diarree, en uiteindelijk volgde de complete uitputting. Gevolg: ik viel flauw voor de receptie van het hotel, en werd naar het ziekenhuis gebracht met de ambulance. Diagnose? Een bacteriële darminfectie. Vier baxters met antibiotica en een nachtje ziekenhuis later kon ik de dokter ervan overtuigen mij terug naar het hotel te laten gaan. Ik moet wel medicamenten blijven slikken voor de rest van mijn verblijf. Ik vind het zo verdomd spijtig dat dit mij onderuit heeft gehaald. Gelukkig heb ik nu opnieuw massa’s zin en energie om erin te vliegen.

Deze namiddag kon ik voor het eerst terug mee naar de naaischool. Wat een verschil met de eerste dag! Toen waren de meisjes nog erg teruggetrokken. Nu zijn ze helemaal los gekomen en kunnen niet wachten tot er een plaatsje achter een naaimachine vrijkomt. Ze zijn erg gedreven. Om 16 uur -aan het einde van de lesdag- blijven ze gewoon verder werken. Ze willen hun naaiwerk kost wat kost afmaken en op korte tijd zoveel mogelijk bijleren. Ik vind het zalig om weer ‘part of the team’ te zijn. Want een goed team, dat zijn we wel!

Op de terugweg naar het hotel zijn we even gestopt bij Nakumat, de plaatselijke Carrefour. Duidelijk een winkel voor de rijkeren. Je ziet er bijna alleen blanken die zich de luxe kunnen veroorloven. Alles kan je hier krijgen: van fietsen over ijskasten tot alle soorten in- en uitheemse fruitsappen. Het is dus niet zo dat er in dit land geen producten voorradig zijn. Ze zijn alleen niet betaalbaar voor de plaatselijke bevolking, wat erg confronterend is. Wat hebben wij het toch goed in België. Maar of we ook gelukkiger zijn? Dat betwijfel ik. De mensen hier hebben een eeuwige glimlach op hun gezicht en ze zijn steeds bereid om je te helpen en een praatje te slaan. Zonder verdere verplichtingen. Voor ons komt dat soms wat vreemd over. Dan zijn we achterdochtig, maar eigenlijk zijn ze gewoon heel vriendelijk. Daar kunnen we nog wat van leren.

In de supermarkt wachtte ons een bevreemdende ervaring. Tussen de schoenrekken stonden twee Masaaikrijgers schoenen te kiezen, volledig in originele klederdracht en met grote gaten in hun oren. We konden het niet laten even met hen op de foto te gaan en hen te bestoken met vragen. Ze bleken uit Amboseli te komen, zo’n 500 km hier vandaan. Twee maanden per jaar komen ze naar Mombasa om ‘business’ te doen: zelfgemaakte juwelen en ‘woodcraft’ verkopen aan toeristen. Daarna keren ze terug naar hun Masaaidorp. Met het verdiende geld kunnen ze de rest van het jaar van leven. Ze eten alleen vlees en drinken melk en bloed. Daardoor zien ze er echt heel jong uit. Ik schatte hun leeftijd en zat er 15 tot 20 jaar naast! We hebben een afspraak gemaakt om volgend weekend een bezoek te brengen aan het Masaaidorp waar ze nu verblijven. ‘To be continued’ dus.

Het weekend staat voor de deur en er worden volop plannen gemaakt. Luieren zal er niet bij zijn. Er is hier zoveel te beleven! Het zou zonde zijn om tijd te verdoen aan het zwembad van het hotel. Al kan een frisse duik wel deugd doen. Morgen trekken we naar Mombasa om nog wat spullen te kopen voor de naaischool, en zondag zijn de plannen uiteenlopend. Sommigen kiezen ervoor om in de voormiddag naar de mis te gaan -dat is hier naar het schijnt een geweldige drie uur durende belevenis. Anderen kiezen voor een boottocht op de Indische Oceaan, met snorkelen en lunch aan boord inbegrepen. Ik heb nog niet beslist. Ik vind het allemaal leuk!

 

Aan het woord was Edith. Ze helpt in de naaiklas, en deelt haar kennis van kostprijsberekening, aankoopbeheer, kasboeken verkoop.

Wat een dag! Vanmorgen bleek dat ook Liesbeth ziek was. Ze had vannacht net iets te veel in de badkamer vertoefd in plaats van in haar bed, net zoals Edith. Die stond lijkbleek op nadat ze de zoveelste nacht op rij niet had geslapen. Resultaat: ik was de enige die na het ontbijt kon vertrekken naar de naaischool. Na wat uitleg van Liesbeth voelde ik me klaar en had ik er vertrouwen in. Ook omdat de nieuwe leerkracht Mwajuma een heel bekwame naaister is, en de meisjes erg ijverig en geduldig zijn. Het is heerlijk is om hen stap voor stap uit te leggen hoe ze hun eerste werk moeten stikken. Hun fonkelende ogen en stralende glimlach doen je volledig vergeten dat het bloedheet is in de klas.

Langzaam komen de meisjes los en leren we hen beter kennen. Zo ontdekten we dat Asha ongelofelijk ijverig is en heel snel van begrip, maar ook ongeduldig. Zeker als het niet gaat zoals zij het wil. Amina glimlacht voortdurend, maar maakt regelmatig haar stikwerk terug los omdat ze denkt dat het niet goed genoeg is. Ze begrijpt amper Engels, dus om haar duidelijk te maken dat het goed is, schreef ik voor haar vandaag een 10/10 op het bord. Daar moest ze heel hard om lachen. Mercy, een stille bescheiden vrouw met engelengeduld, had wat meer tijd nodig voor ze overweg kon met de trapnaaimachine. Maar nu doet ze het fantastisch. Ze gaat in de pauzes borstvoeding geven aan haar acht maanden oude baby. Van de 11 meisjes in onze klas, zijn er vijf met minstens één kind. Enkele van die mama’s zijn slechts 19 jaar oud. De oudste is 30.

’s Middags kon Liesbeth toch nog naar de naaischool komen. En omdat we er sinds vandaag twee nieuwe naaimachines bij hebben, was het eerste werkstuk -een hoes voor over de naaimachines- bij de meeste meisjes al in een eindstadium toen we rond 16u30 werden opgehaald met het busje. We reden niet meteen naar het hotel, want we waren uitgenodigd bij Juma, een sympathieke man van 45 die elke dag aanwezig is in de naaischool. Hij mankt heel erg omdat hij vroeger polio heeft gehad, en is vader van drie kleuters en een baby. Zijn vrouw is verlamd en verbrand aan één arm omdat ze ooit in een vuur viel tijdens een epileptische aanval. Hij herstelt al jaren kleding om de kost te verdienen, en maakt gebruik van ons lokaal om te werken.

Om Juma’s huis te bereiken, reden we met het busje tot waar de weg stopte. Na nog een wandeling van een kwartier tussen de kokospalmen en cachewnotenbomen, kwamen we bij zijn huisje. Wat we daar zagen, was onvoorstelbaar. Het deed wat denken aan de lemen hutten in Bokrijk, maar dan heel klein en helemaal vervallen. De lemen hut waarin ze met zes woonden was nog geen 3 op 4 meter groot. Daarnaast was een kleine ruimte om te koken, met amper een dak op. Het huis hing helemaal scheef, en er waren immense gaten in het rieten dak. Onder die gaten stonden twee bedden. Zakken waarin rijst en graan worden gestockeerd, werden gebruikt als matras.

Zoals overal in deze streek zag je van niets nog de oorspronkelijke kleur door het vuil. Het was mensonterende armoede, en we werden er allemaal stil van. We dachten aan het regenseizoen dat begint in april, en de gaten in het dak. Wetende dat Juma dat dak nooit kan herstellen -door zijn handicap- en geen familie heeft om te helpen, lanceerden we meteen voorstellen om hem een stenen huis te bezorgen waar hij en zijn gezin nog jaren goed konden wonen. Maar met de voorstellen kwamen ook de vragen. Gaat hij met een beter huis geen jaloezie opwekken bij de buren waarvan hij de hulp waarschijnlijk goed kan gebruiken? Deze situatie toonde aan hoe complex het soms kan zijn om te helpen.

Maar… dat de jongvolwassenen die we leren naaien of lassen sterker in hun schoenen zullen staan na onze doortocht, daar zijn we van overtuigd!

 

Aan het woord was Martine. Zij helpt mee inde naaiklas, en deelt haar kennis over boekhouden.