U bent hier

Verkoopster Amelie

Ik ben niet echt gelovig, denk ik. Alhoewel. Misschien is er toch ‘iets’? Wat of wie, daar heb ik geen idee van. Dankbaar ben ik in ieder geval wel. Voor het feit dat ik omringd ben door fijne en liefdevolle mensen. Voor het meer dan mooie dak boven m’n hoofd, en de eeuwig volle koelkast. En dankbaar omdat mijn dierbaren en ikzelf tot nu toe gespaard bleven van groot onheil of drama's.

Vandaag worden we meer dan ooit geconfronteerd met beelden van mensen op zoek naar een betere wereld. Eentje zonder geweld, oorlog of armoede. Ze zijn hun huis, thuis en familie kwijt. Dan besef ik maar al te goed: ik ben rijk, want ik heb dit wel allemaal.

Bovendien heb ik veelbelovende toekomstplannen. Dat kleine voorkamertje wordt ooit mijn kapperszaak. In mijn hoofd ziet het er nu al uit als een gezellig, klein, funky kapsalon. In werkelijkheid heeft het nog iets weg van een bouwwerf, want ik zit niet stil. Ik heb de koe al bij de horens gevat en ben begonnen met de verbouwingswerken. Mijn dochter, net als haar mama een klein lijfje vol enthousiasme, droomt al hardop van een vakantiejob. Het meisje is amper acht, maar het staat nu al vast dat het een harde werker wordt!

Ik voel me rijk omdat ik kan en mag doen wat ik wil. In mijn geval is dat gelukkig worden met kam en schaar in de hand. Als er dan toch iemand hierboven over ons waakt dan wil ik die bedanken. Blank of zwart, man of vrouw, Aziaat, Europeaan of wat dan ook... Bedankt voor al dat geluk! Thank you. Muchas gracias...

Met de fantastische kerel die ik al enkele jaren de mijne mag noemen, deel ik alles. Niet alleen een huis en meubels en een tuin, ook gedrevenheid, passie voor werk, én het soms wat bizarre gevoel voor humor. En ons sterrenbeeld. Twee koppige steenbokken die samenhokken: geheid zorgt dat al eens voor heibel. Dat is niet erg, want niets zo fijn om na een meningsverschil de plooien glad te strijken en opnieuw die fonkeling in elkaars ogen te ontdekken.

Het is die fantastische kerel die me een heldere kijk op de dingen gaf en me over de streep trok. Want: na weken van wikken en wegen heb ik de knoop doorgehakt. Ik word terug kapster! Een hele opluchting. Ik voel me als een sherpa die eindelijk de top van de berg bereikt en voor het eerst de last van zijn schouders kan halen.

Wat is er gebeurd? Na mijn zoveelste zeurtirade over wat ik nu eigenlijk wil in mijn professionele leven, gaf die man van mij me letterlijk een por en zei: “Ga ervoor, ik geloof in jou!” Dus besliste ik om mijn eigen kapsalonnetje te beginnen én mijn job als verkoopster te behouden. De voorwaarde? Dat het op mijn eigen tempo, in mijn eigen tijd en vooral op mijn manier gebeurt.

De reacties die ik al kreeg van vrienden en familie zijn hartverwarmend. Iedereen wil nu al een afspraak vastleggen, terwijl mijn deadline om te starten pas begin volgend jaar is. Mijn collega’s zijn bezorgd, maar ik stelde hen gerust: ze zijn nog lang niet van me af! Die collega's, dat zijn stuk voor stuk spetters. Ik heb al in heel wat van onze filialen gewerkt, maar dit team is het beste. Allemaal staan ze klaar om voor elkaar in de bres te springen. Brengt een wat moeilijkere klant me uit mijn humeur? Dan is er altijd wel iemand die met een schunnige mop opnieuw een glimlach op mijn gezicht tovert.

Intussen droom ik al over een volle agenda en over de inrichting van mijn kapsalon. En over hoe ik alles zal inplannen in mijn leven. Opnieuw krijg ik een por in mijn zij. Het is mijn kerel die me uit mijn droom doet ontwaken als hij me er stilletjes aan herinnert dat er nog heel wat geregeld moet worden eer ik echt van start kan gaan…

Ik heb de beste buurvrouwtjes die ik me kan wensen. Bijna allemaal zestigplussers, kwiek en helemaal mee met hun tijd. Ik loop graag bij hen binnen met zelfgebakken pannenkoeken of taartjes. Vaak zeggen ze me dan hoe vriendelijk ze me vinden. Zelf sta ik daar niet echt bij stil. Het heeft ongetwijfeld met mijn positieve ingesteldheid te maken. Die ingesteldheid is ook nodig om mijn werk goed te kunnen doen.

Over werk gesproken: als ik over mijn job vertel, schrikken mensen soms. Weekendwerk, pas 's avonds laat thuis, vriendelijk blijven… Al meer dan eens kreeg ik als reactie “dat ze niet met mij zouden willen ruilen”. Ik bekijk het anders. De winkel gaat ’s morgens pas om halftien open, dus hoef ik nooit de ochtendspits te trotseren. Tijdens de week heb ik anderhalve dag vrij. Ik mag mezelf in de allernieuwste mode hullen en ik hoef me nooit echt vuil te maken. En, niet onbelangrijk, ik mag de hele dag babbelen. I rest my case: ik heb hem op, mijn roze bril!

Natuurlijk is de realiteit niet altijd rooskleurig. Iedereen wil zo snel en zo goed mogelijk geholpen worden. Op drukke dagen kan het gebeuren dat ik met meer dan één klant tegelijk bezig ben. Net dan durven er al eens ongeduldige exemplaren opduiken. Dan zet ik mijn verstand op nul, blijf ik glimlachen en waag ik een poging om de klant toch tevreden te stellen. Meestal lukt dat. Want vriendelijk zijn doet wonderen.

Wil je nog een magisch trucje kennen? Ik begroet elke klant persoonlijk. Dat is echt mijn stokpaardje. Iemand het gevoel geven dat hij welkom is én opgemerkt wordt doet echt iets met een mens! Ga het zelf eens na: weet jij in welke winkels je verwelkomd wordt, of waar ze je nog een fijne dag toewensen? Ik wel! De plaatsen waar ik me niet welkom voel laat ik links liggen.

Dat begroeten doe ik ook buiten m’n werk. Tel eens hoeveel passanten spontaan knikken als je een wandelingetje maakt? Waarschijnlijk niet veel… Knik je zelf als eerste, dan krijg je bijna altijd een groet terug. Als ik het doe in bijzijn van anderen, vragen ze me of ik die persoon ken. Nee hoor, ik ben gewoon vriendelijk. En of ik nu aan het werk ben of niet: het is bewezen dat spontane begroetingen een boost geven aan het gemoed!

Het klopt, we hebben allemaal een druk en gehaast leven. Net daarom mijn oproep: laten we met z'n allen de schroef wat terugdraaien en wat liever en vriendelijker zijn voor elkaar. Geloof me, het werkt aanstekelijk!

Afgelopen zondag was zo'n typische Belgische zomerdag. Niet bijzonder warm, een beetje wind en af en toe een vleugje zon. Gelukkig bleef het droog. Ik zat samen met mijn dochter in de tuin. We genoten van het weekend, en van zelfgebakken cupcakes. Opeens verstoorde onze hond de rust. Hij blafte als een gek naar een overvliegende duif.

“Kijk mama, een schaapje... en daar een kip.” Mijn dochter gilde van plezier toen ze opkeek en figuurtjes in de wolken zag. Ik bekeek de wolken op een andere manier, en vroeg me af in welke mate ze de chaos in mijn hoofd weerspiegelden.

Stiekem ben ik een beetje jaloers op dat zorgeloze leventje van dat achtjarige meisje. Geen verantwoordelijkheden, geen zorgen, en alles wat je nodig hebt wordt zomaar in je schoot geworpen. De enige beslissing die je moet nemen is: “Neem ik mijn step of mijn fiets om in de tuin te gaan ravotten?”

Ikzelf voel me niet zo zorgeloos. Ik speel nog altijd met het idee om terug te keren naar mijn roots als kapster. Toch ben ik helemaal niet zeker. Er zijn zowel pro’s als contra’s. Wil ik bijvoorbeeld een moeder zijn die nog harder werkt dan ze nu al doet? Anderzijds: als zelfstandige kan ik zelf bepalen wanneer en hoeveel ik werk. Hebben we überhaupt wel plaats voor een kapsalon? En wat met het financiële risico? Mijn partner is ook zelfstandige. Dit jaar gingen er al zo’n 5.300 bedrijven failliet, en we zitten nog maar in de helft van 2015. Het is dus vooral een kwestie van goed wikken en wegen. Veel informatie verzamelen, maar ook: luisteren naar mijn hart. Mezelf afvragen of dit nu is wat ik echt wil?

De molen in mijn hoofd draait op volle toeren. Gelukkig houdt dat me niet tegen om te blijven genieten van die onverstoorbaar vrolijke snoet van mijn dochter.

Gisteren, woensdag, had ik vrijaf. Dat is elke week zo, om mijn weekendwerk te compenseren. Toch hing er stress in de lucht. Mijn vriend heeft een eigen zaak, net naast de deur. Voortdurend reden er klanten af en aan. Zij wilden zo snel mogelijk -lees: meteen- geholpen worden. Hij was al in de weer van half zeven ’s ochtends. Zo gaat dat als je zelfstandige bent.

Ook ik ben mijn carrière als zelfstandige begonnen. Al van kindsbeen was het voor mij duidelijk: ik moest en zou kapster worden. Ik was voortdurend met haar in de weer, met wisselend succes. Zo moest het haar van mijn barbiepoppen er bijvoorbeeld aan geloven, tot grote ergernis van mijn mama. Na de lagere school was mijn studiekeuze vlug gemaakt: het middelbaar volgde ik op een kappersschool.

Mijn ouders stelden me voor om thuis te starten met mijn eigen kapsalon. Die kans liet ik niet liggen. Mijn spaarcentjes gebruikte ik voor de inrichting van de zaak, en drie dagen nadat ik mijn diploma in handen kreeg, ging ik al van start. Dat ging goed, heel goed zelfs. Tot ik er na enkele jaren opeens alleen voor stond met een dochtertje van twee. Ik was genoodzaakt om te stoppen met mijn kapperszaak en moest een andere job zoeken.

Die zoektocht was niet echt een probleem. Na een week had ik al ander werk. Zo rolde ik in de verkoop. Maar haarkappen is en blijft mijn eerste grote liefde! Misschien moet ik die draad terug oppikken? 

Mooie liedjes duren niet lang, ook niet als het over vakantie gaat. Die is voorbij, de gewone werkweek is alweer begonnen. Niets aan te doen! Om het vakantiegevoel nog wat te rekken liep ik afgelopen weekend langs bij mijn familie. Bij een goed glas vertelden we over onze vakanties.

Mijn zus haalde haar telefoon boven. Ze toonde een filmpje: een zwembad vol dames die, enthousiast en vol bewondering, meegingen in de aquagym-moves van een knappe, gespierde Spaanse monitor. Opeens kwam het driejarige dochtertje van mijn schoonzus in beeld. De opzwepende muziek en de dansende massa deden haar vrolijk meedansen en huppelen. Schitterend om te zien!

Wat mij vooral opviel, was het enthousiasme van de Spaanse monitor. De sfeer en de muziek deden vergeten dat die man eigenlijk gewoon zijn job deed. Maar hoe! Zonder gène en bruisend van de energie, met zoveel passie en overgave: daar hou ik van. Mijn zus vertelde dat er elke dag rijen vrouwen stonden te drummen, om toch maar vooraan te kunnen staan. Natuurlijk zullen zijn looks wel meegespeeld hebben, maar zijn enthousiasme zonder twijfel ook. Want dat werkt aanstekelijk!

Ik maakte de vergelijking met mijn job. Ok, ik sta niet te dansen aan een zwembad, maar ook ik doe mijn werk met veel enthousiasme, zelfs als ik een mindere dag heb. Ik stel mezelf in de plaats van de klant. Wil ik geholpen worden door een norse verkoopster die duidelijk tegen haar zin werkt? Of wil ik bediend worden door iemand die misschien met het verkeerde been uit bed stapte, maar toch haar glimlach en spontaniteit bewaart? Ik kies voor het tweede.

Dus, als ik straks de deur van de winkel opendraai draag ik mijn mooiste glimlach. En lukt dat niet meteen, dan denk ik gewoon terug aan dat filmpje van die enthousiaste Spaanse man!

Ik ben met vakantie! Heerlijk, zo even weg van de dagelijkse drukte. Ik logeer in een appartement in het zuiden van Frankrijk. Als ik op het balkon sta, kijk ik uit op een schitterend meer. Verderop zijn er nieuwe appartementen in opbouw.

Daarnet, met een koffie in de hand, keek ik naar de bouwvakkers die aan het werk waren in de nieuwe appartementsgebouwen. De sfeer leek gemoedelijk, het tempo ook. Misschien kwam het omdat ik op enige afstand stond, maar hun werkritme had iets weg van een vertraagde film.

Ik zag de bouwvakkers overleggen, hun gereedschap in de hand nemen, nog eens overleggen en reeds gedane werken grondig nakijken. Uiteindelijk vlogen ze er dan toch in, om het enkele minuten later alweer voor bekeken te houden. Ik moest glimlachen. Zo rustig als die mannen bezig waren, zo stresserend is mijn dagelijkse leven. Toegegeven, die stress heb ik zelf in de hand. Ik denk zelfs dat ik die rush nodig heb om optimaal te kunnen functioneren.

Ik dagdroomde verder. Hoe zou ik het er hier, in Zuid-Frankrijk, vanaf brengen als werfleider? Ik vrees dat ik nogal achter de veren van m’n bouwvakkers zou zitten. Mocht ik kunnen beslissen, dan moest alles sneller, sneller, sneller! Waarschijnlijk is dat niet evident als je een grote bouwwerf leidt. Dus nee, werfleider -of het nu in Frankrijk is of elders- is niets voor mij.

Wat dan wel? In elke geval een job met ambitie, deadlines en verantwoordelijkheden. Momenteel werk ik in de verkoop, dus ik zou kunnen doorgroeien naar storemanager. Maar zou mijn team wel opgezet zijn met een strenge tante als ik? Ik doe mijn werk heel graag, maar ik weet dat ik meer kan dan verkopen. Misschien wordt het tijd om iets met mijn andere talenten te doen.

Je ziet: ook op vakantie vind ik inspiratie genoeg voor de zoektocht naar mijn droomjob!

Ons land telt ruim 600.000 werklozen, waaronder heel wat jongeren tussen 25 en 30 jaar oud. Ik behoor nog net tot die leeftijdsgroep. Gelukkig met een vaste job in de verkoop, al moest ik er wel voor knokken. Want de crisis spaart geen enkele sector.

Ik ben een workaholic! Iedere werkdag gaan er honderd 'goeiemorgens' en 'bedankt tot ziensjes' over mijn lippen. Alle honderd zijn ze welgemeend. Ook al worden er amper vijftig opgemerkt, laat staan dat ze echt in dank worden afgenomen. Mijn hart en ziel leg ik in alles wat ik doe, ook op de werkvloer. Als ik mezelf moet omschrijven, steekt punctueel er met kop en schouders bovenuit. En verder: nooit te laat, nooit ziek en altijd de eerste om voor een ander in te vallen. Ik ben er zeker van dat mijn arme collega's vaak knettergek worden van mijn enthousiasme.

Ik werk wel graag in de verkoop en bruis van de energie. Toch vraag ik me af of ik wel verkoopster moet blijven ‘until the end of time’? Is die job wel uitdagend genoeg om het tot mijn 67ste vol te houden? Ik blijf zoeken naar mijn ‘topjob'.

Deze maand kunnen jullie mijn gedachten, bedenkingen en ideeën lezen over die zoektocht.